Belangrijke juridische mededeling
Conclusie van advocaat-generaal Mancini van 20 januari 1988. - ANTONIO MORABITO TEGEN EUROPEES PARLEMENT. - AMBTENAAR - ONTHEEMDINGSTOELAGE. - ZAAK 105/87.
Jurisprudentie 1988 bladzijde 01707
Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Sedert het Hof is opgericht, is dit de eerste zaak waarin de verwerende partij verstek laat gaan . Het verzoek van het Europees Parlement om verlenging van de termijn voor het indienen van zijn verweerschrift, is eerst na de dies ad quem bij het Hof ingekomen . De verzoekende partij, Morabito, heeft derhalve op 19 juni 1987 de toewijzing van zijn conclusies gevorderd overeenkomstig artikel 94, paragraaf 1, van het Reglement voor de procesvoering . Zijn op 6 april 1987 ter griffie van het Hof ingeschreven beroep strekt primair tot nietigverklaring van het besluit van 8 januari 1987 van de secretaris-generaal van het Parlement houdende bevestiging van de weigering om Morabito de ontheemdingstoelage toe te kennen . Subsidiair vraagt verzoeker het Hof, te verklaren dat hij op basis van de door het Europees Parlement voor zijn ambtenaren en personeelsleden algemeen toegepaste criteria recht heeft op die toelage, en genoemde instelling te veroordelen tot vergoeding van de door verzoeker geleden schade .
2 . De feiten . Morabito, die de Italiaanse nationaliteit heeft, liet zich een eerste maal in de bevolkingsregisters van de stad Luxemburg inschrijven op 1 augustus 1975 . Van die datum tot 1 januari 1985 werkte hij als barman bij het hotel Holiday Inn te Luxemburg . Begin december 1984 diende hij zijn ontslag in en op 12 december maakte hij melding van zijn vertrek bij de gemeente Luxemburg; vervolgens werd zijn vertrek op verzoek van zijn werkgever echter twee weken uitgesteld . Reden voor zijn ontslag was zijn besluit om naar zijn geboortestad ( Vinco, Reggio Calabria ) terug te keren om zijn zieke moeder bij te staan; deze overleed 29 juli 1986 na een langdurige ziekte en ziekenhuisopname .
Intussen had verzoeker geen werk kunnen vinden in Italië en daarom schreef hij op 16 juli 1985 aan het Europees Parlement . In 1979 had hij namelijk deelgenomen aan een vergelijkend onderzoek voor de aanwerving van geschoolde bedienden ( boden ) en was hij op de reservelijst geplaatst . Op zijn verzoek werd op 15 oktober 1985 positief gereageerd en op 1 november daaraanvolgend trad hij in dienst . Drie dagen later liet hij zich weer inschrijven bij de gemeente Luxemburg; hij ging wonen in het appartement dat hij vóór zijn terugkeer naar Italië gedurende nagenoeg drie jaar had gedeeld met een vriend, die eveneens bij het Parlement werkt .
De administratie van het Parlement verleende Morabito de toelage voor verblijf in het buitenland, maar niet de ontheemdingstoelage . Bij nota van 19 augustus 1986 deelde deze instelling hem namelijk mee, dat hij niet aan de voorwaarden van het Ambtenarenstatuut voldeed . Met uitzondering van de laatste vier maanden van de referentieperiode ( 1 mei 1980 - 30 april 1985 ) - aldus de nota - had Morabito in Luxemburg gewoond en gewerkt; om voor de betrokken toelage in aanmerking te komen, moet de ambtenaar evenwel ten minste zes maanden buiten de staat van de standplaats hebben gewoond . Daar komt nog bij, dat uit twee omstandigheden blijkt, dat Morabito' s afwezigheid een tijdelijk karakter had : hij had zijn bezittingen niet verhuisd en hij had in Italië geen bezoldigde werkzaamheid verricht .
Tegen het aldus gemotiveerde besluit diende Morabito op 21 augustus 1986 een klacht in; bij besluit van 8 januari 1987 bevestigde de secretaris-generaal van het Parlement echter de weigering van de litigieuze toelage, op grond dat Morabito' s korte verblijf in Italië niet afdeed aan het feit dat Luxemburg zijn regelmatige woonplaats was .
3 . Morabito baseert zijn beroep op gebrekkige motivering van het besluit . Het ware juister, te spreken van een middel ontleend aan schending van het Ambtenarenstatuut . Verzoeker gaat er namelijk van uit, dat de ontheemdingstoelage verschuldigd is zodra de ambtenaar aantoont dat hij het grondgebied van de standplaats zes maanden voor zijn indiensttreding definitief heeft verlaten; en het zou zeker zijn, dat hij gedurende de tien maanden die aan zijn tewerkstelling als ambtenaar van het Parlement voorafgingen, in Italië verbleef . Morabito bestrijdt verder, dat dit verblijf tijdelijk zou zijn geweest . Zijn bedoeling om zich definitief in Italië te vestigen, zou immers voldoende blijken uit het feit dat hij zich bij zijn vertrek uit het Groothertogdom bij de gemeente Luxemburg had laten uitschrijven, en uit het feit dat hij zijn aansluiting bij het Luxemburgse sociale-zekerheidsstelsel had beëindigd . Dat er geen verhuizing was geweest, zou zijn verklaring vinden in twee omstandigheden : hij bezat destijds geen meubilair en hij woonde in een door een vriend gehuurd appartement .
4 . De ontvankelijkheid van het verzoekschrift en de naleving van de vormvoorschriften, welke het Hof ingevolge artikel 94, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering ambtshalve moet onderzoeken, stellen geen problemen .
Ik kan dus overgaan tot het onderzoek van de gegrondheid van verzoekers vordering . Ik stel voor, eerst de betrokken bepalingen van het Ambtenarenstatuut te herlezen . Zoals bekend is de ontheemdingstoelage geregeld in artikel 69; voor zover hier van belang, is de toekenning ervan onderworpen aan de in artikel 4, lid 1, sub a, van bijlage VII gestelde voorwaarden . Volgens die bepaling wordt de toelage toegekend aan de ambtenaar " die niet de nationaliteit bezit van de staat op welks grondgebied zijn standplaats is gelegen, en die deze ook nooit heeft bezeten, en die gedurende een periode van vijf jaar, eindigende zes maanden vóór zijn indiensttreding, niet regelmatig woonachtig is geweest of zijn voornaamste beroepsbezigheden heeft uitgeoefend op het grondgebied in Europa van bedoelde staat ".
Ik herinner eraan, dat volgens 's Hofs vaste rechtspraak a ) behalve aan de nationaliteitsvoorwaarde, aan beide andere voorwaarden moet zijn voldaan ( arresten van 9 oktober 1984, zaak 188/83, Witte, Jurispr . 1984, blz . 3465, r.o . 8; 2 mei 1985, zaak 246/83, De Angelis, Jurispr . 1985, blz . 1253, r.o . 14; 24 juni 1987, zaak 61/85, von Neuhoff von der Ley, Jurispr . 1987, blz . 2853, r.o . 7 ); b ) de ontheemdingstoelage is bedoeld om de bijzondere lasten en nadelen te compenseren die aan de indiensttreding bij de Gemeenschap zijn verbonden voor ambtenaren die uit dien hoofde genoodzaakt zijn hun woonplaats te verleggen van het land van hun domicilie naar het land waar hun standplaats is gelegen ( arresten van 20 februari 1975, zaak 21/74, Airola, Jurispr . 1975, blz . 221, r.o . 8; 16 oktober 1980, zaak 147/79, Hochstrass, Jurispr . 1980, blz . 3005, r.o . 12; von Neuhoff von der Ley, reeds aangehaald, r.o . 7 ).
Te onderzoeken valt dus, hoe sterk en duurzaam de bindingen waren tussen de ambtenaar en de staat waarin hij is tewerkgesteld . Bepalend daarvoor zijn criteria als duurzame verblijfplaats en uitoefening van de voornaamste beroepswerkzaamheid ( arrest von Neuhoff von der Ley, reeds aangehaald ), terwijl elementen als tijdelijke afwezigheid uit die staat of verhuizing van bezittingen van generlei belang zijn .
5 . Laat ons de situatie van verzoeker aan die beginselen toetsen . Dat hij aan het nationaliteitsvereiste voldoet, staat buiten twijfel . Rest dus nog de vraag of hij ook aan de twee andere voorwaarden voldoet, namelijk die betreffende woonplaats en plaats van voornaamste beroepswerkzaamheid .
Beginnen wij met de tweede . Uit de processtukken blijkt : a ) dat Morabito in de loop van de vijfjarige referentieperiode nagenoeg vier jaar en acht maanden hoofdzakelijk - of, beter nog, uitsluitend - in Luxemburg heeft gewerkt; b ) dat hij in de vier maanden dat hij in Italië verbleef ( januari - april 1985 ) geen enkele beroepswerkzaamheid heeft verricht . Men kan dus niet zeggen, dat aan de hierbedoelde voorwaarde is voldaan .
Na dit antwoord behoef ik eigenlijk niet meer na te gaan, of Morabito aan de voorwaarde inzake regelmatige woonplaats voldoet . Ik zal dat punt niettemin onderzoeken, omdat zowel het bestreden besluit van het Parlement als het verweer van Morabito precies daarop zijn gebaseerd .
Zoals gezegd betreft het geschil tussen partijen Morabito' s verblijf in Italië . Volgens het Parlement volstond dat niet om Italië aan te merken als de staat waar de betrokkene regelmatig woonachtig was, en het beroept zich in dit verband op de administratieve praktijk bij de toepassing van artikel 4, lid 1, van bijlage VII bij het Ambtenarenstatuut, op grond van besluiten van de hoofden van administratie van de instellingen, waarvan de wettigheid mij echter twijfelachtig voorkomt ( zie mijn conclusie in die zin in zaak 188/83, Witte, Jurispr . 1984, blz . 3465 ). Verzoeker betoogt daarentegen, dat die vier maanden volstaan om zijn land van herkomst als zijn regelmatige woonplaats aan te merken, nu het om de vier laatste maanden van de referentieperiode gaat en hij duidelijk de bedoeling had om definitief naar Italië terug te keren .
Beide stellingen zijn ongegrond . Het Hof heeft herhaaldelijk overwogen, dat een totaal verblijf van twintig maanden in een andere Lid-Staat dan die van de woonplaats gedurende de referentieperiode niet volstaat om de eerste staat als de regelmatige woonplaats van de ambtenaar aan te merken ( arresten van 17 februari 1976, zaak 42/75, Delvaux, Jurispr . 1976, blz . 167; von Neuhoff von der Ley, reeds aangehaald, r.o . 9 ); des te minder dus kunnen daartoe de vier maanden volstaan die Morabito in Italië heeft doorgebracht . Het is immers uitgesloten te achten, dat verzoeker wegens dat verblijf bij zijn terugkeer naar Luxemburg de lasten en nadelen heeft ondervonden met het oog waarop de ontheemdingstoelage is voorzien .
6 . Op grond van een en ander geef ik het Hof in overweging, het bij verzoekschrift van 6 april 1987 door Morabito tegen het Europees Parlement ingestelde beroep te verwerpen .
Gezien de aard van het geschil, ben ik van mening, dat elk van beide partijen de eigen kosten moet dragen .
(*) Vertaald uit het Italiaans .
Top