Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 21 NOVEMBER 1989. - MATHILDE BECKER EN JOSYANE STARQUIT TEGEN EUROPEES PARLEMENT. - AMBTENAREN - HERPLAATSING NA DETACHERING. - GEVOEGDE ZAKEN 41/88 EN 178/88.
Jurisprudentie 1989 bladzijde 03807
Pub.RJ bladzijde Pub somm
Samenvatting
Partijen
Dictum
++++
1 . Ambtenaren - Beroep - Beroep tegen besluit tot afwijzing van klacht - Ontvankelijkheid
( Ambtenarenstatuut, artikelen 90 en 91 )
2 . Ambtenaren - Beroep - Voorwerp - Bevel aan administratie - Niet-ontvankelijkheid
( EEG-Verdrag, artikel 176; Ambtenarenstatuut, artikel 91 )
3 . Ambtenaren - Statuut - Dwingende bepalingen - Afwijkingen - Verbod
4 . Ambtenaren - Aanwerving - Vacature - Voor bevordering in aanmerking komende kandidaten - Geen recht op bevordering
( Ambtenarenstatuut, artikelen 29, lid 1, sub a, en 45, lid 1 )
5 . Ambtenaren - Detachering in belang van de dienst - Herplaatsing - Geen recht op behoud van tijdens detachering verkregen rang
( Ambtenarenstatuut, artikel 38 )
Samenvatting1 . Ook wanneer het beroep formeel gericht is tegen het besluit tot afwijzing van de klacht van een ambtenaar, wordt daardoor het bezwarend besluit waarop die klacht betrekking had, aan de kennisneming van het Hof onderworpen ( vaste rechtspraak, zie arrest van 17 januari 1989, zaak 293/87, Vainker, Jurispr . 1989, blz . 23 ).
2 . In het kader van de wettigheidscontrole op grond van artikel 91 van het Statuut is het Hof niet bevoegd, de administratie bevelen te geven; een vordering die ertoe strekt, dat een dergelijk bevel wordt gegeven, moet mitsdien niet-ontvankelijk worden verklaard . De verplichtingen die de administratie heeft, kunnen overeenkomstig artikel 176 van het Verdrag slechts het uitvloeisel zijn van de nietigverklaring van een van haar handelingen ( vaste rechtspraak, zie arresten van 26 januari 1989, zaak 224/87, Koutchoumoff, Jurispr . 1989, blz . 99, en 27 april 1989, zaak 192/88, Turner, Jurispr . 1989, blz . 1017 ).
3 . Het tot aanstelling bevoegd gezag mag niet door een interne richtlijn of een andere, vergelijkbare methode afwijken van de dwingende bepalingen van het Statuut ( zie arrest van 10 december 1987, gevoegde zaken 181/86 tot en met 184/86, Del Plato, Jurispr . 1987, blz . 4991 ) of voor de ambtenaren rechten in het leven roepen die ertoe kunnen leiden, dat zij worden ingedeeld op een wijze die in strijd is met het Statuut .
4 . Artikel 29, lid 1, sub a, van het Statuut, volgens hetwelk het tot aanstelling bevoegd gezag bij het voorzien in vacatures eerst de mogelijkheden tot bevordering en tot overplaatsing binnen de instelling moet onderzoeken, geeft de ambtenaren die aan de voorwaarden voor bevordering voldoen, niet automatisch recht op bevordering .
5 . Artikel 38 van het Statuut geeft de in het belang van de dienst gedetacheerde ambtenaar die in het vroeger door hem beklede ambt wordt herplaatst, geen recht op het behoud van de rang die hij tijdens zijn detachering had verkregen, en van het daarbij behorende salaris .
Partijenin de gevoegde zaken C-41/88 en C-178/88,
Mathilde Becker, ambtenaar van het Europese Parlement, wonende te Pruem zur Lay ( Bondsrepubliek Duitsland ), vertegenwoordigd door V . Biel en A . May, advocaten te Luxemburg, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van laatstgenoemde, 31, Grand-rue,
verzoekster in zaak C-41/88,
en
Josyane Starquit, ambtenaar van het Europese Parlement, wonende te Luxemburg, vertegenwoordigd door A . Schmitt, advocaat te Luxemburg, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg te diens kantore, 62, avenue Guillaume,
verzoekster in zaak C-178/88,
tegen
Europees Parlement, vertegenwoordigd door F . Pasetti Bombardella, juridisch adviseur, en M . Peter, afdelingshoofd bij zijn juridische dienst, als gemachtigde, en D . Petersheim, lid van zijn juridische dienst, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg in het gebouw van het Europese Parlement, Kirchberg,
verweerder,
betreffende beroepen tot nietigverklaring van de besluiten van het Europese Parlement van 12 november 1987 en 30 maart 1988 inzake de reconstructie van de loopbaan van verzoekers na hun herplaatsing .
HET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede kamer ),
samengesteld als volgt : O . Due, president, F . A . Schockweiler en G . F . Mancini, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
rechtdoende :
Dictum1 ) Verwerpt de beroepen .
2 ) Verstaat dat elke partij de eigen kosten zal dragen .
Top