Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF VAN 11 MEI 1989. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN KONINKRIJK BELGIE. - VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN - INVOERVERBOD VAN VLEESPRODUKTEN DIE MEER DAN EEN BEPAALDE HOEVEELHEID VOEDINGSGELATINE BEVATTEN. - ZAAK 52/88.
Jurisprudentie 1989 bladzijde 01137
Pub.RJ bladzijde Pub somm
Samenvatting
Partijen
Dictum
++++
Vrij verkeer van goederen - Kwantitatieve beperkingen - Maatregelen van gelijke werking - Verbod op verhandeling van voedingsmiddelen met meer dan bepaalde hoeveelheid van bepaald ingrediënt - Ontoelaatbaarheid - Rechtvaardiging - Eerlijkheid van handelstransacties - Bescherming van consument - Voorwaarden - Gebruik van minst beperkende maatregelen
( EEG-Verdrag, artikel 30 )
SamenvattingEen door een Lid-Staat uitgevaardigd verbod om op zijn grondgebied voedingsmiddelen in de handel te brengen die meer dan een bepaalde hoeveelheid van een bepaald ingrediënt bevatten en afkomstig zijn uit een andere Lid-Staat waar zij rechtmatig zijn geproduceerd en in de handel gebracht, kan slechts worden gerechtvaardigd door dwingende vereisten in verband met de eerlijkheid der handelstransacties en de bescherming van de consument, wanneer die doelstellingen niet kunnen worden bereikt door maatregelen die het vrije verkeer van goederen minder beperken ( vaste rechtspraak; zie laatstelijk het arrest van 2 februari 1989, zaak 274/87, Commissie/Duitsland, Jurispr . 1989, blz . 229 ).
Partijenin zaak 52/88,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R . Barents, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk België, in de persoon van de minister van Buitenlandse Betrekkingen, vertegenwoordigd door J . Devadder, adjunct-adviseur, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Belgische ambassade,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Koninkrijk België, door het in de handel brengen op zijn grondgebied te verbieden van bereid vlees en vleesbereidingen die meer dan een bepaalde hoeveelheid voedingsgelatine bevatten en in andere Lid-Staten rechtmatig zijn geproduceerd en in de handel gebracht, de krachtens artikel 30 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen .
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, T . Koopmans, R . Joliet en F . Grévisse, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, C . N . Kakouris, J . C . Moitinho de Almeida, G . C . Rodríguez Iglesias en M . Diez de Velasco, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
rechtdoende, verstaat :
Dictum1 ) Door het in de handel brengen op zijn grondgebied te verbieden van bereid vlees en vleesbereidingen die meer dan een bepaalde hoeveelheid voedingsgelatine bevatten en afkomstig zijn uit een andere Lid-Staat waar zij rechtmatig zijn geproduceerd en in de handel gebracht, is het Koninkrijk België de krachtens artikel 30 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen .
2 ) Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten van de procedure .
Top