Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 10 OKTOBER 1989. - CARMEN ATALA-PALMERINI TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - AMBTENAREN - ONTHEEMDINGSTOELAGE. - ZAAK 201/88.
Jurisprudentie 1989 bladzijde 03109
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
Ambtenaren - Bezoldiging - Ontheemdingstoelage - Doel - Begrip ontheemding - Gewone verblijfplaats in standplaats vóór indiensttreding - Verblijf als student - Niet-beslissende omstandigheid
( Ambtenarenstatuut, Bijlage VII, artikel 4, lid 1 )
SamenvattingDe ontheemdingstoelage, die onafhankelijk van de vaststelling van de plaats van herkomst van de belanghebbende wordt toegekend, is bedoeld om de bijzondere lasten en nadelen te compenseren, die aan de indiensttreding bij de Gemeenschappen zijn verbonden voor ambtenaren die uit dien hoofde genoodzaakt zijn hun woonplaats te verleggen van het land van hun domicilie naar het land waar hun standplaats is gelegen en zich in een nieuwe omgeving moeten integreren . Anderzijds hangt het begrip ontheemding eveneens af van de subjectieve situatie van de ambtenaar, dat wil zeggen van de mate waarin hij in zijn nieuwe omgeving is geïntegreerd, die bij voorbeeld wordt bepaald door zijn gebruikelijke woonplaats of door de uitoefening van zijn voornaamste beroepsbezigheid .
Het feit, dat een ambtenaar tijdens het eerste deel van de in artikel 4, lid 1, sub a, van bijlage VII van het Statuut bedoelde referentieperiode slechts als student in het land van de standplaats verbleef, sluit dus niet uit, dat hij in dat land zijn regelmatige woonplaats had, wanneer hij zich aan het begin van de referentieperiode reeds aldaar bevond en er vrijwel ononderbroken heeft verbleven gedurende die periode en ook nog daarna .
PartijenIn zaak 201/88,
C . Atala, echtgenote Palmerini, ambtenaar van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J.-N . Louis, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Y . Hamilius, advocaat aldaar, 11, boulevard Royal,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door S . van Raepenbusch, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van de weigering van de Commissie om verzoekster de ontheemdingstoelage in de zin van artikel 4, lid 1, sub a, van bijlage VII bij het Ambtenarenstatuut toe te kennen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede kamer ),
samengesteld als volgt : O . Due, president, F . A . Schockweiler, kamerpresident, en G . F . Mancini, rechter,
advocaat-generaal : F . G . Jacobs
griffier : D . Louterman, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 14 juni 1989,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 22 juni 1989,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 21 juli 1988, heeft C . Atala, echtgenote Palmerini, ambtenaar van categorie A van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, beroep ingesteld strekkende tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 9 juli 1987 houdende weigering om verzoekster de ontheemdingstoelage toe te kennen en, voor zoveel nodig, van het op 21 april 1988 ter kennis gebrachte besluit van de Commissie houdende afwijzing van de tegen die weigering ingediende klacht .
2 Verzoekster, Peruaanse sinds haar geboorte en Italiaans onderdaan door haar huwelijk, volgde voortgezet onderwijs en een universitaire studie in Peru . Van september 1970 tot juni 1973 volgde zij een universitaire studie in België . Na een kort verblijf in Peru keerde zij naar België terug, alwaar zij van 1 september 1973 tot 31 januari 1974 stage liep bij de Commissie en een licentie ontwikkelingseconomie volgde .
3 Op 7 december 1974 trad zij in het huwelijk met een te Brussel tewerkgestelde Italiaanse ambtenaar van de Commissie . Gedurende de academische jaren 1974/1975 en 1975/1976 was zij ingeschreven bij de universiteit Paris X-Nanterre voor de voorbereiding van een doctoraat . Van 6 maart 1978 tot 30 maart 1987 was zij werkzaam bij de ambassade van Peru in België . Op 16 april 1987 trad verzoekster in dienst bij de Commissie, met standplaats te Brussel .
4 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het geding en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
5 Naar luid van artikel 4, lid 1, sub a, van bijlage VII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen ( hierna : het Statuut ) wordt de ontheemdingstoelage toegekend aan de ambtenaar "die niet de nationaliteit bezit van de staat op welks grondgebied zijn standplaats is gelegen, en die deze ook nooit heeft bezeten, en, die gedurende een periode van vijf jaar, eindigende zes maanden vóór zijn indiensttreding, niet regelmatig woonachtig is geweest of zijn voornaamste beroepsbezigheden heeft uitgeoefend op het grondgebied in Europa van bedoelde staat . Buiten beschouwing blijven hierbij omstandigheden die voortvloeien uit diensten, verricht voor een andere staat of een internationale organisatie ."
6 In casu moet met de Commissie worden erkend, dat de referentieperiode van vijf jaar ligt tussen 6 oktober 1972 en 31 augustus 1973 en tussen 1 februari 1974 en 5 maart 1978, aangezien de stageperiode bij de Commissie en de periode in dienst van de ambassade van Peru buiten beschouwing moeten blijven .
7 Verzoekster stelt, dat de bestreden besluiten in strijd zijn met genoemde bepaling van bijlage VII bij het Statuut . Zij betoogt met name, dat zij tijdens het gedeelte van de referentieperiode dat zij in België studeerde, nooit de bedoeling heeft gehad met dat land duurzame banden aan te knopen en dat zij haar familiale, sociale en professionele banden met Peru heeft aangehouden .
8 De Commissie antwoordt daarop, dat de in genoemde bepaling gehanteerde criteria eenvoudig en objectief zijn, zodat de administratie niet behoeft te onderzoeken of de belanghebbenden al dan niet de bedoeling hebben zich in de betrokken Lid-Staat te integreren . In het onderhavige geval was verzoekster sedert september 1970 daadwerkelijk en regelmatig in België woonachtig . De korte perioden van verblijf in andere landen zijn dienaangaande niet van invloed . Voorts heeft het huwelijk met een te Brussel tewerkgestelde ambtenaar van de Commissie verzoeksters integratie in België versterkt .
9 Met betrekking tot dit geschilpunt dient erop te worden gewezen, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof, met name het arrest van 31 mei 1988 ( zaak 211/87, Nuñez, Jurispr . 1988, blz . 2791 ) de ontheemdingstoelage is bedoeld om de bijzondere lasten en nadelen te compenseren, die aan de indiensttreding bij de Gemeenschappen zijn verbonden voor ambtenaren die uit dien hoofde genoodzaakt zijn hun woonplaats te verleggen van het land van hun domicilie naar het land waar hun standplaats is gelegen en zich in een nieuwe omgeving moeten integreren . Anderzijds hangt het begrip ontheemding eveneens af van de subjectieve situatie van de ambtenaar, dat wil zeggen van de mate waarin hij in zijn nieuwe omgeving is geïntegreerd, die bij voorbeeld wordt bepaald door zijn gebruikelijke woonplaats of door de uitoefening van zijn voornaamste beroepsbezigheid ( zie het arrest van 2 mei 1985, zaak 246/83, De Angelis, Jurispr . 1985, blz . 1253 ).
10 Dienaangaande zij opgemerkt, dat verzoekster zich aan het begin van de referentieperiode reeds twee jaar in België bevond en dat zij daar vrijwel ononderbroken heeft verbleven gedurende die gehele periode en ook nog daarna . Verzoekster heeft trouwens erkend, dat zij na haar huwelijk haar regelmatige woonplaats in België heeft gevestigd .
11 In die omstandigheden sluit het feit, dat verzoekster tijdens het eerste deel van de referentieperiode slechts als studente in België verbleef, niet uit, dat zij in dat land haar regelmatige woonplaats had . Zoals de Commissie terecht heeft betoogd, is er dan ook geen sprake van bijzondere lasten en nadelen die door de ontheemdingstoelage moeten worden gecompenseerd .
12 Anderzijds heeft verzoekster tijdens de mondelinge behandeling benadrukt, dat de Commissie haar plaats van herkomst buiten België heeft vastgesteld .
13 Dienaangaande zij vastgesteld, dat een dergelijke omstandigheid in geen geval invloed kan hebben op het voorwerp van het onderhavige geding, daar de vaststelling van de plaats van herkomst en de toekenning van de ontheemdingstoelage voor verschillende doeleinden en volgens verschillende criteria geschieden .
14 Mitsdien moet het beroep worden verworpen .
Beslissing inzake de kostenKosten
15 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Volgens artikel 70 van het Reglement voor de procesvoering blijven echter de kosten door de instellingen ter zake van beroepen van personeelsleden gemaakt, te haren laste .
DictumHET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede kamer ),
rechtdoende :
1 ) Verwerpt het beroep .
2 ) Verstaat dat elk der partijen de eigen kosten zal dragen .
Top