Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 27 MAART 1990. - STRAFZAAK TEGEN ANGELO BAGLI PENNACCHIOTTI. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: PRETURA DI FRASCATI - ITALIE. - LANDBOUW - WIJN - REGELING INZAKE BEREIDING VAN VQPRD EN VMQPRD. - ZAAK 315/88.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-01323
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
1 . Handelingen van de instellingen - Verordeningen - Basisverordening die bij verordening vastgestelde uitvoeringsbepalingen behoeft - Uitvoeringsverordening niet vastgesteld - Toepassing van uitvoeringsverordening van eerdere, inmiddels ingetrokken, basisverordening - Voorwaarden
( Verordeningen van de Raad nr . 817/70, artikel 5, lid 2, nr . 338/79, artikel 6, lid 2, en nr . 823/87, artikel 6, lid 2; verordening nr . 1698/70 van de Commissie )
2 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Wijn - V.q.p.r.d . - Produktievoorschriften - Afwijkingen - Verwerking van druiven en druivemost buiten oogstgebied - Afwijking afhankelijk van door nationale overheid met inachtneming van gemeenschapsregeling verleende machtiging
( Verordeningen van de Raad nr . 338/79, artikel 6, lid 2, en nr . 823/87, artikel 6, lid 2; verordening nr . 1698/70 van de Commissie )
Samenvatting1 . Wanneer een bepaling van een basisverordening eerst kan worden toegepast nadat bij verordening uitvoeringsbepalingen zijn vastgesteld, en dit niet is gebeurd, kan worden gesteld dat in de tussentijd in de plaats daarvan de bepalingen gelden van een eerdere verordening die volgens een procedure die identiek is met die van de basisverordening, zijn vastgesteld om de toepassing te verzekeren van een identieke bepaling van een eerdere basisverordening die inmiddels is ingetrokken, mits bedoelde bepalingen in geen enkel opzicht in strijd zijn met de latere regels van gemeenschapsrecht ter zake .
Zo moet worden aangenomen dat verordening nr . 1698/70 van de Commissie, vastgesteld op basis van artikel 5, lid 2, van verordening nr . 817/70 van de Raad, de uitvoeringsbepalingen bevat van artikel 6, lid 2, van verordening nr . 823/87 van de Raad, zolang een nieuwe normatieve handeling uitblijft, of, eventueel, van artikel 6, lid 2, van de daaraan voorafgaande verordening nr . 338/79 van de Raad .
2 . Verordening nr . 823/87 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen, alsmede de eerdere verordening nr . 338/79 moeten aldus worden uitgelegd, dat iedere verrichting en iedere opslag met betrekking tot produkten die zich in het bereidingsstadium bevinden en de hoedanigheid van v.q.p.r.d . of v.m.q.p.r.d . nog niet hebben verkregen, binnen het bepaalde produktiegebied dienen plaats te vinden . De Lid-Staten kunnen van deze regel slechts afwijken binnen de grenzen en onder de voorwaarden vastgesteld door artikel 6, lid 2, van die verordeningen en door verordening nr . 1698/70 inzake enige uitzonderingen met betrekking tot de bereiding van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen .
PartijenIn zaak C-315/88,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Pretura di Frascati ( Italië ), in de aldaar dienende strafzaak tegen
A . Bagli Pennacchiotti, directeur van de cooeperatieve wijnkelder te Monte Porzio,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van een aantal bepalingen van de gemeenschapsregeling betreffende de plaats waar de verrichtingen in verband met de bereiding van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen ( v.q.p.r.d .) of in bepaalde gebieden voortgebrachte mousserende kwaliteitswijnen ( v.m.q.p.r.d .) dienen plaats te vinden, en met name van verordening ( EEG ) nr . 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt ( PB 1987, L 84, blz . 1 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Derde Kamer ),
samengesteld als volgt : M . Zuleeg, kamerpresident, J . C . Moitinho de Almeida en F . Grévisse, rechters,
advocaat-generaal : J . Mischo
griffier : D . Louterman, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen en de schriftelijke antwoorden op de vragen van het Hof ingediend door :
- A . Bagli Pennacchiotti, vertegenwoordigd door E . Esposito, advocaat te Rome,
- de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door I . M . Braguglia, avvocato dello Stato,
- de Spaanse regering, vertegenwoordigd door J . Conde de Saro, directeur-generaal Communautaire juridische en institutionele cooerdinatie, en R . García Valdecasas, abogado del Estado, hoofd van de juridische dienst belast met de vertegenwoordiging van Spanje bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseurs A . Prozzillo, E . De March en K.-D . Borchardt als gemachtigden,
gezien het rapport der terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van de Italiaanse regering, de Spaanse regering, vertegenwoordigd door D . Rosario Silva de Lapuerta, abogado del Estado, als gemachtigde, en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E . De March, bijgestaan door R . Riebe als deskundige, ter terechtzitting van 7 februari 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter zelfder terechtzitting,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij beschikking van 21 september 1988, ingekomen ten Hove op 27 oktober daaraanvolgend, heeft de Pretore di Frascati krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van de gemeenschapsregels betreffende de in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen en de voorwaarden waaronder de Lid-Staten kunnen toestaan dat die wijnen in de loop van de bereiding naar een plaats buiten het produktiegebied worden vervoerd .
2 Die vraag is gerezen in een strafzaak tegen A . Bagli Pennacchiotti, directeur van een cooeperatieve wijnkelder te Monte Porzio, Lazio, in Italië .
3 De door hem bestuurde onderneming zou 1 495 hectoliter Frascati-wijn in een filiaal buiten het voor deze wijnsoort bepaalde produktiegebied hebben bereid . Voor deze feiten, die in 1987 zijn vastgesteld, is tegen A . Bagli Pennacchiotti een strafvervolging ingesteld op grond van artikel 515 van het Strafwetboek, betreffende oneerlijke handelspraktijken, en artikel 28 van decreet nr . 930 van de President van de Republiek van 12 juli 1963, dat onder strafbedreiging stelt "eenieder die als wijnen met aanduiding 'denominazione di origine controllata' dan wel 'controllata e garantita' wijnen produceert, verkoopt, te koop aanbiedt dan wel anderszins voor consumptie aanbiedt die niet aan de voorwaarden voor het gebruik van die benaming voldoen ..."
4 Voor de Pretore di Frascati stelde de verdachte, dat de Italiaanse regeling onderling tegenstrijdige bepalingen bevat betreffende de omstandigheden waaronder de wijnen in de loop van het vinificatieproces naar een plaats buiten hun respectief produktiegebied kunnen worden overgebracht, en hij verzocht de Pretore het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te vragen of verordening ( EEG ) nr . 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijk ordening van de wijnmarkt ( PB 1987, L 84, blz . 1 ) aldus moet worden uitgelegd, dat zij de Lid-Staten toestaat nationale bepalingen vast te stellen die een dergelijke overbrenging mogelijk maken .
5 In die omstandigheden heeft de Pretore di Frascati besloten de behandeling van de zaak te schorsen totdat het Hof van Justitie zich zal hebben uitgesproken over de navolgende prejudiciële vraag :
"Is het de Lid-Staten op grond van verordening ( EEG ) nr . 822/87 al dan niet verboden, nationale bepalingen vast te stellen waarbij het vervoer met het oog op en de territoriale beperkingen van de vinificatie gedifferentieerd worden geregeld?"
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, de toepasselijke gemeenschapsregeling en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen, wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
7 De verwijzende rechter wenst in wezen te vernemen, of de gemeenschapsregeling betreffende de in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen zonder meer verbiedt dat de produkten in de loop van het vinificatieproces naar een plaats buiten het produktiegebied van de wijn worden overgebracht, dan wel of zij de Lid-Staten toestaat nationale bepalingen vast te stellen krachtens welke deze overbrenging onder bepaalde voorwaarden mogelijk is .
8 Zoals de Commissie in haar bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen verklaart, is Frascati-wijn een in een bepaald gebied voortgebrachte kwaliteitswijn ( v.q.p.r.d .) dan wel een in een bepaald gebied voortgebrachte mousserende kwaliteitswijn ( v.m.q.p.r.d .). Aangezien uit de processtukken niet met zekerheid kan worden opgemaakt of de vraag van de verwijzende rechter slechts op één van de twee categorieën van wijn betrekking heeft, dienen voor de beantwoording van de onderhavige prejudiciële vraag zowel de gemeenschapsbepalingen voor v.q.p.r.d . als die voor v.m.q.p.r.d . te worden uitgelegd .
9 Verordening nr . 822/87 van de Raad, die in de prejudiciële vraag uitdrukkelijk wordt genoemd, bevat zelf geen enkele bepaling over de plaats waar de vinificatie dient te geschieden . Anders dan verdachte in het hoofdgeding stelt, betreffen artikel 15 van en bijlage VI bij genoemde verordening uitsluitend de omschrijving van de toegestane oenologische procédés en behandelingen en kunnen zij niet aldus worden uitgelegd, dat zij toestaan dat de produkten in de loop van het vinificatieproces naar een plaats buiten het produktiegebied worden overgebracht .
10 Ten einde de rechterlijke instantie die een prejudiciële vraag heeft voorgelegd, een bruikbaar antwoord te geven, kan het Hof evenwel bepalingen van het gemeenschapsrecht in aanmerking nemen, waarvan de nationale rechter in de formulering van zijn vraag geen melding heeft gemaakt ( arrest van 20.3.1986, zaak 35/85, Tissier, Jurispr . 1986, blz . 1207 ). Daarentegen staat het aan de nationale rechter te beslissen of de gemeenschapsregel, zoals die door het Hof krachtens artikel 177 is uitgelegd, al dan niet van toepassing is op het hem ter beoordeling voorgelegde geval .
11 In dat verband stellen de Commissie en de Italiaanse en de Spaanse regering op goede gronden, dat een nuttig antwoord op de prejudiciële vraag kan worden gevonden in verordening ( EEG ) nr . 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen ( PB 1987, L 84, blz . 59 ), waartoe ook v.m.q.p.r.d . behoren . Deze verordening is per 1 april 1987 in de plaats gekomen van verordening ( EEG ) nr . 338/79 van de Raad van 5 februari 1979 ( PB 79, L 54, blz . 48 ), die ter zake van de prejudiciële vraag identieke bepalingen bevatte .
12 Verordening nr . 823/87 is naderhand gewijzigd bij verordening ( EEG ) nr . 2043/89 van de Raad van 19 juni 1989 ( PB 1989, L 202, blz . 1 ). Verder zijn de bepalingen betreffende de plaats waar de vinificatie van v.m.q.p.r.d . moet geschieden, in verordening ( EEG ) nr . 358/79 van de Raad van 5 februari 1979 betreffende de in de Gemeenschap vervaardigde mousserende wijnen ( PB 1979, L 54, blz . 130 ), ingevoegd bij verordening nr . 2044/89 van de Raad van 19 juni 1989 ( PB 1989, L 202, blz . 8 ). Aangezien die wijzigingen eerst in werking zijn getreden op 1 september 1989 - dus na de beschikking van de Pretore di Frascati en na de feiten waarvoor Bagli Pennacchiotti voor de Italiaanse strafrechter wordt vervolgd -, mag daarmee geen rekening worden gehouden bij de beantwoording van de aan het Hof gestelde prejudiciële vraag .
13 Blijkens artikel 3, lid 1, van verordening nr . 823/87 en de daaraan voorafgaande verordening nr . 338/79 worden v.q.p.r.d . en v.m.q.p.r.d . geproduceerd in een wijngebied of een geheel van wijngebieden die als "bepaald gebied" worden aangemerkt .
14 Artikel 3, lid 2, luidt als volgt :
"Elk bepaald gebied wordt nauwkeurig afgebakend, voor zover mogelijk op grondslag van het perceel of de wijngaard . Bij deze afbakening, die door elk der betrokken Lid-Staten wordt verricht, wordt rekening gehouden met de factoren die bijdragen tot de kwaliteit van de in het betrokken gebied geproduceerde wijnen en met name met de gesteldheid van de bodem en de ondergrond, het klimaat, alsmede de ligging van de percelen of wijngaarden ."
15 Met betrekking tot de plaats van de vinificatie voor de "bepaalde ( produktie)gebieden", bepaalt artikel 6, lid 2, van verordening nr . 823/87 en van de daaraan voorafgaande verordening nr . 338/79, dat de verwerking van de druiven tot druivemost en van de druivemost tot wijn alsmede de bereiding van de v.m.q.p.r.d ., in beginsel uitsluitend binnen het bepaalde gebied dient te geschieden . Blijkens de considerans van verordening nr . 823/87 is deze regel vastgesteld om het typische kenmerk van de oorsprong van elke wijn te bewaren en de taak van de controlediensten te vergemakkelijken .
16 Volgens deze bepalingen kunnen de vinificatieverrichtingen evenwel in afwijking van genoemde regel buiten het bepaalde gebied plaatsvinden :
" a ) indien zulks in de voorschriften van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de verwerkte druiven zijn geoogst, wordt toegestaan
en
b ) indien een controle op de produktie gewaarborgd is ".
17 De voorwaarden waaronder de Lid-Staten op deze grondslag afwijkingen kunnen toestaan, moeten overeenkomstig artikel 6, lid 3, van verordening nr . 823/87 en van de daaraan voorafgaande verordening nr . 338/79 door de Commissie of eventueel door de Raad worden vastgesteld volgens de procedure van het Comité van beheer die voor de toepassing van elk van deze verordeningen is neergelegd in de artikelen 83 van verordening nr . 822/87 en 67 van verordening ( EEG ) nr . 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt ( PB 1979, L 54, blz . 1 ).
18 Er is geen enkele toepassingsverordening op basis van deze bepalingen vastgesteld . De voorwaarden waaronder de Lid-Staten kunnen afwijken van de regel volgens welke de vinificatieverrichtingen binnen de bepaalde gebieden moeten plaatsvinden, zijn daarentegen vastgesteld bij verordening nr . 1698/70 van de Commissie van 25 augustus 1970 inzake enige uitzonderingen met betrekking tot de bereiding van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen ( PB 1970, L 190, blz . 4 ).
19 Verordening nr . 1698/70 is vastgesteld op basis van artikel 5, lid 2, van verordening ( EEG ) nr . 817/70 van de Raad van 28 april 1970 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen ( PB 1970, L 99, blz . 20 ), die bij verordening nr . 338/79 is ingetrokken .
20 Artikel 5, lid 2, van verordening nr . 817/70 is in wezen identiek met de artikelen 6, lid 2, van verordeningen nrs . 823/87 en 338/79 verordening nr . 1698/70 is vastgesteld volgens een procedure die identiek is met die waarin deze verordeningen voorzien . Ten slotte wijst niets op enige tegenstrijdigheid tussen de in casu relevante bepalingen van verordening nr . 1698/70 met latere regels van gemeenschapsrecht .
21 Gelet op het voorgaande moet worden aangenomen, dat verordening nr . 1698/70 van toepassing is en de uitvoeringsbepalingen bevat van artikel 6, lid 2, van verordening nr . 823/87 zolang een nieuwe normatieve handeling uitblijft, of, eventueel, van artikel 6, lid 2, van de daaraan voorafgaande verordening nr . 338/79 .
22 Opgemerkt zij, dat toen verordening nr . 1698/70 werd vastgesteld, v.m.q.p.r.d . nog geen van de v.q.p.r.d . onderscheiden categorie van wijnen vormden . Derhalve moet worden aangenomen, dat de bepalingen van die verordening zonder onderscheid voor v.q.p.r.d . en voor v.m.q.p.r.d . gelden .
23 Blijkens verordening nr . 1698/70 gelden zeer strenge voorwaarden voor de afwijkingen die de Lid-Staten kunnen toestaan . Enerzijds kunnen de vinificatieverrichtingen slechts buiten het bepaalde gebied worden verricht nadat de bevoegde autoriteit van de producerende Lid-Staat daarvoor een vergunning heeft afgegeven en dan nog enkel in een bedrijf van de wijnbereider dat in de onmiddellijke nabijheid van het bepaalde gebied is gelegen; verder moeten de voor de bereiding van v.q.p.r.d . en v.m.q.p.r.d . bestemde druiven en druivemost gescheiden van de andere druiven en druivemost worden opgeslagen en moeten zij gemakkelijk kunnen worden geïdentificeerd . Voorts moeten de natuurlijke of rechtspersonen die druiven of druivemost produceren, alsmede zij die deze tot wijn verwerken, registers bijhouden waarin de bewegingen van de produkten nauwkeurig worden genoteerd . Ten slotte moet de betrokken Lid-Staat het toezicht op deze verrichtingen garanderen .
24 De Lid-Staten kunnen derhalve slechts van de regel van de artikelen 6, lid 2, van verordening nr . 823/87 en van de daaraan voorafgaande verordening nr . 338/79 afwijken, voor zover de door hen vastgestelde afwijkende bepalingen voldoen aan de vereisten van verordening nr . 1698/70 .
25 Bagli Pennacchiotti heeft voor het Hof een onderscheid gemaakt tussen vinificatie en gewone opslag . Dienaangaande zij erop worden gewezen, dat artikel 6 van verordeningen nrs . 823/87 en 338/79 en van verordening nr . 1698/70 in de praktijk zonder nuttige werking zouden blijven, indien zij aldus werden uitgelegd, dat zij niet gelden voor de opslag van de produkten in de loop van het vinificatie-proces . De uit een dergelijke uitlegging voortvloeiende vrijheid om de produkten buiten de bepaalde gebieden op te slaan, zou tot gevolg hebben dat de echtheid van de betrokken wijnen onmogelijk kan worden gecontroleerd, en zou ingaan tegen het nagestreefde doel . Bovendien zou een dergelijke uitlegging in strijd zijn met artikel 3 van verordening nr . 1698/70, dat de voorwaarden voor opslag buiten de bepaalde produktiegebieden regelt .
26 Genoemde bepalingen moeten derhalve aldus worden uitgelegd, dat zij gelden voor alle verrichtingen, de opslag daaronder begrepen, met betrekking tot produkten die zich nog in het bereidingsstadium bevinden en de hoedanigheid van v.q.p.r.d . of v.m.q.p.r.d . nog niet hebben verkregen .
27 Mitsdien moet de prejudiciële vraag aldus worden beantwoord, dat verordening nr . 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen, alsmede de eerdere verordening nr . 338/79 van de Raad van 5 februari 1979, aldus moeten worden uitgelegd, dat iedere verrichting en iedere opslag met betrekking tot produkten die zich nog in het bereidingsstadium bevinden en de hoedanigheid van v.q.p.r.d . of v.m.q.p.r.d . nog niet hebben verkregen, binnen het bepaalde produktiegebied dienen plaats te vinden . De Lid-Staten kunnen van deze regel slechts afwijken binnen de grenzen en onder de voorwaarden vastgesteld door artikel 6, lid 2, van die verordeningen en door verordening nr . 1698/70 van de Commissie van 25 augustus 1970 inzake enige uitzonderingen met betrekking tot de bereiding van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen .
Beslissing inzake de kostenKosten
28 De kosten door de Italiaanse regering, de Spaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
DictumHET HOF VAN JUSTITIE ( Derde Kamer ),
uitspraak doende op de door de Pretore di Frascati bij beschikking van 21 september 1988 gestelde vraag, verklaart voor recht :
Verordening ( EEG ) nr . 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen, alsmede de eerdere verordening nr . 338/79 van de Raad van 5 februari 1979, moeten aldus worden uitgelegd dat iedere verrichting en iedere opslag met betrekking tot produkten die zich nog in het bereidingsstadium bevinden en de hoedanigheid van v.q.p.r.d . of v.m.q.p.r.d . nog niet hebben verkregen, binnen het bepaalde produktiegebied dienen plaats te vinden . De Lid-Staten kunnen van deze regel slechts afwijken binnen de grenzen en onder de voorwaarden vastgesteld door artikel 6, lid 2, van die verordeningen en door verordening ( EEG ) nr . 1698/70 van de Commissie van 25 augustus 1970 inzake enige uitzonderingen met betrekking tot de bereiding van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen .
Top