Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF (EERSTE KAMER) VAN 2 MEI 1990. - STRAFZAAK TEGEN JELLE HAKVOORT. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: AMTSGERICHT BREMERHAVEN - DUITSLAND. - VISSERIJ - METHODE VOOR DE BEPALING VAN DE MAASWIJDTE VAN NETTEN. - ZAAK 348/88.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-01647
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
Visserij - Instandhouding van rijkdommen van de zee - Technische instandhoudingsmaatregelen - Minimummaaswijdte van netten - Technische voorschriften ter bepaling van maaswijdte - Exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap - Inspectie - Door communautaire regeling voorgeschreven controleprocedure - Dwingend karakter
( Verordening nr . 3094/86 van de Raad, artikel 3; verordening nr . 2108/84 van de Commissie, artikel 6 )
SamenvattingIn het kader van het beleid tot instandhouding van de visbestanden is de Gemeenschap bij uitsluiting bevoegd, voorschriften die het gebruik van netten met een kleinere dan een bepaalde minimummaaswijdte verbieden, alsmede voorschriften ter bepaling van de maaswijdte van netten vast te stellen .
De technische voorschriften voor de bepaling van de maaswijdte, bedoeld in verordening nr . 3094/86 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden, zijn die welke zijn vervat in verordening nr . 2108/84 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de bepaling van de maaswijdte van visnetten . Behalve ter bescherming van de biologische rijkdommen strekken de bepalingen van laatstgenoemde verordening ook ter bescherming van de kapitein van het geïnspecteerde vaartuig . Bij de inspectie zijn de inspecteurs dus verplicht, de in artikel 6 van deze verordening geregelde controleprocedure te volgen .
PartijenIn zaak C-348/88,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Amtsgericht Bremerhaven ( Bondsrepubliek Duitsland ), in de aldaar dienende strafzaak (" Bussgeldverfahren ") tegen
J . Hakvoort, wonende te Urk ( Nederland ),
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 2, lid 1, van verordening ( EEG ) nr . 3094/86 van de Raad van 7 oktober 1986 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden ( PB 1986, L 288, blz . 1 ) en van artikel 6 van verordening ( EEG ) nr . 2108/84 van de Commissie van 23 juli 1984 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de bepaling van de maaswijdte van visnetten ( PB 1984, L 194, blz . 22 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste Kamer ),
samengesteld als volgt : Sir Gordon Slynn, kamerpresident, R . Joliet en G . C . Rodríguez Iglesias, rechters,
advocaat-generaal : W . Van Gerven
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door
- J . Hakvoort, vertegenwoordigd door U . Peltzer, advocaat te Bremen,
- de Staatsanwaltschaft Bremen, vertegenwoordigd door Staatsanwalt Bohlen,
- de Commissie, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur D . Booss als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van J . Hakvoort en van de Commissie ter terechtzitting van 10 januari 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 februari 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij beschikking van 25 oktober 1988, ingekomen bij het Hof op 29 november 1988, heeft het Amtsgericht Bremerhaven krachtens artikel 177 EEG-Verdrag drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 2, lid 1, van verordening nr . 3094/86 van de Raad van 7 oktober 1986 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden ( PB 1986, L 288, blz . 1, hierna : de instandhoudingsverordening ) en van artikel 6 van verordening nr . 2108/84 van de Commissie van 23 juli 1984 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de bepaling van de maaswijdte van visnetten ( PB 1984, L 194, blz . 22, hierna : de maaswijdteverordening ).
2 Deze vragen zijn gerezen in een strafzaak (" Bussgeldverfahren ") waarin J . Hakvoort terechtstaat wegens overtreding van de communautaire regeling inzake de maaswijdte van netten .
3 In juni 1987 werd de kotter van Hakvoort geïnspecteerd door met de controle van de visserij in de Noordzee belaste Duitse ambtenaren . De inspectie had betrekking op de maaswijdte van de netten .
4 In artikel 2, lid 1, en bijlage 1 van de instandhoudingsverordening is de minimummaaswijdte van de netten voor de Noordzee vastgesteld op 80 mm . Ingevolge artikel 3 van deze verordening is de Commissie belast met de vaststelling van de technische voorschriften voor de bepaling van de maaswijdte .
5 Artikel 6 van verordening nr . 2108/84 bepaalt ten aanzien van de inspectieprocedure het volgende :
"1 . De inspecterend ambtenaar dient één reeks van twintig, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 gekozen mazen te meten, door de maaswijdtemeter met de hand door de maas te steken, zonder een gewicht of een dynamometer te gebruiken .
De maaswijdte van het net wordt vervolgens overeenkomstig artikel 5 bepaald .
Als de bepaling van de maaswijdte aantoont dat de maaswijdte niet in overeenstemming is met de geldende bepalingen, dienen nog twee reeksen van twintig overeenkomstig artikel 3 gekozen mazen te worden gemeten .
De maaswijdte wordt dan opnieuw berekend overeenkomstig artikel 5, waarbij wordt uitgegaan van de zestig gemeten mazen . De aldus berekende maaswijdte is, onverminderd het bepaalde in lid 2, de maaswijdte van het net .
2 . Indien de kapitein van het vaartuig de overeenkomstig lid 1 bepaalde maaswijdte betwist, wordt die bepaling niet in aanmerking genomen en dient het net opnieuw te worden gemeten .
Voor hermeting dient aan de maaswijdtemeter een gewicht of een dynamometer te worden bevestigd .
De keuze voor het gewicht of de dynamometer staat ter beoordeling van de inspecterend ambtenaar .
Het gewicht wordt aan de maaswijdtemeter bevestigd door het met een haakje op te hangen in de opening in het smalste gedeelte van de meter . De dynamometer mag worden bevestigd in de opening in het smalste gedeelte van de maaswijdtemeter of worden gebruikt aan het breedste uiteinde van die meter .
De nauwkeurigheid van het gewicht en de dynamometer worden door de bevoegde nationale autoriteiten gecertificeerd .
Voor netten met een maaswijdte van 35 millimeter of minder, bepaald overeenkomstig lid 1, wordt een kracht van 19,61 Newton ( overeenkomend met een massa van 2 kg ) gebruikt en voor andere netten een kracht van 49,03 Newton ( overeenkomend met een massa van 5 kg ).
Indien ter bepaling van de maaswijdte overeenkomstig artikel 5 een gewicht of een dynamometer wordt gebruikt, wordt slechts één reeks van twintig mazen gemeten ."
6 Volgens de vaststellingen van de verwijzende rechter hebben de inspecterend ambtenaren bij de controle van het net van Hakvoort eerst twintig mazen met de hand gemeten . Bij deze eerste meting bleek de maaswijdte van het net kleiner te zijn dan de in de instandhoudingsverordening voorgeschreven 80 mm . Vervolgens werden met behulp van een gewicht van 5 kilo nog eens twintig mazen gemeten . Ook volgens deze meting bleek de maaswijdte onder het voorgeschreven minimum te liggen . Daarop werd Hakvoort door de inspecterend ambtenaren gedwongen, de haven van Cuxhaven binnen te varen, waar een derde meting werd verricht, wederom met een gewicht van 5 kg . Ook bij deze derde meting bleek de maaswijdte van het net te klein te zijn .
7 Het Staatliche Fischereiamt Bremerhaven legde Hakvoort een boete van 22 000 DM op wegens het gebruik van netten met een maaswijdte die kleiner was dan het in de instandhoudingsverordening voorgeschreven minimum . Verder werd de opbrengst van de gedwongen verkoop van de in beslag genomen vis verbeurd verklaard en werd het betrokken net in beslag genomen .
8 Tegen deze beschikking tekende Hakvoort bezwaar aan bij het Amtsgericht Bremerhaven . Hij voerde aan, dat de hem ten laste gelegde overtreding op onregelmatige wijze was vastgesteld . De inspecterend ambtenaren zouden zich namelijk niet nauwgezet hebben gehouden aan de procedure van artikel 6 van de maaswijdteverordening, aangezien zij metingen met een gewicht hadden verricht zonder eerst zestig mazen met de hand te hebben gemeten, zoals in deze bepaling is voorgeschreven .
9 De Staatsanwaltschaft Bremen stelde daarentegen, dat de inspecteurs bij de door hen verrichte metingen overeenkomstig de maaswijdteverordening hadden gehandeld . Zij zouden te allen tijde tot een meting met een gewicht kunnen overgaan . Een dergelijke meting zou nauwkeuriger zijn dan een meting met de hand en bovendien voor de kapitein een gunstiger resultaat opleveren, aangezien de mazen door het gebruik van gewichten uitzetten .
10 Van oordeel dat het geschil vragen opwerpt over de uitlegging van de communautaire regeling, heeft het Amtsgericht Bremerhaven de behandeling van de zaak geschorst en het Hof van Justitie de volgende prejudiciële vragen voorgelegd :
"1 ) Moet artikel 2, lid 1, van verordening ( EEG ) nr . 3094/86 van de Raad van 7 oktober 1986 ( PB 1986, L 288, blz . 1 ) aldus worden uitgelegd, dat slechts als een maaswijdte in de zin van de bepaling kan worden beschouwd, de maaswijdte die met nauwgezette inachtneming van de voorschriften van verordening ( EEG ) nr . 2108/84 van de Commissie van 23 juli 1984 ( PB 1984, L 194, blz . 22 ) is bepaald?
2 ) Moet artikel 6 van verordening ( EEG ) nr . 2108/84 van de Commissie van 23 juli 1984 aldus worden uitgelegd, dat de inspecterend ambtenaar hoe dan ook verplicht is de maaswijdte van een net eerst te bepalen door meting met de hand van zestig mazen en eerst in geval van betwisting door de kapitein de maaswijdte mag bepalen door meting met een gewicht overeenkomstig artikel 6, lid 2, van verordening nr . 2108/84,
of
staat het de inspecterend ambtenaar vrij om zonder voorafgaande meting met de hand of volledige meting met de hand van zestig mazen overeenkomstig artikel 6, lid 1, van verordening nr . 2108/84, en zonder betwisting door de kapitein, enkel een meting met een gewicht volgens artikel 6, lid 2, van verordening nr . 2108/84 uit te voeren en uitsluitend op grond van het resultaat van deze meting te oordelen of artikel 2 van verordening nr . 3094/85 is geschonden?
3 ) Hebben de bepalingen van verordening nr . 2108/84 ook tot doel, de kapitein van het geïnspecteerde vaartuig te beschermen?"
11 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, de toepasselijke communautaire bepalingen, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
De eerste vraag
12 Met de eerste vraag wenst de verwijzende rechter in hoofdzaak te vernemen, of de Gemeenschap bij uitsluiting bevoegd is, de technische voorschriften voor de bepaling van de maaswijdte vast te stellen, en of de technische voorschriften voor de bepaling van de maaswijdte, bedoeld in de instandhoudingsverordening nr . 3094/86 van de Raad, die zijn welke in de maaswijdteverordening nr . 2108/84 van de Commissie zijn vervat .
13 Volgens het arrest van het Hof van 14 juli 1976 ( gevoegde zaken 3/76, 4/76 en 6/76, Kramer, Jurispr . 1976, blz . 1279, r.o . 30 ) is de Gemeenschap op intern vlak bevoegd alle maatregelen vast te stellen tot instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee . Een dergelijke instandhoudingspolitiek omvat ook de vaststelling van specifieke voorschriften inzake de maaswijdte van netten, aangezien deze voorschriften de bescherming van de visbestanden tot doel hebben . Derhalve is de Gemeenschap bij uitsluiting bevoegd, voorschriften die het gebruik van netten met een kleinere dan een bepaalde minimummaaswijdte verbieden, alsmede voorschriften ter bepaling van de maaswijdte van netten vast te stellen .
14 De maaswijdteverordening nr . 2108/84 van de Commissie van 23 juli 1984 werd vastgesteld overeenkomstig artikel 6 van verordening nr . 171/83 van de Raad van 25 januari 1983 houdende bepaalde technische maatregelen voor het behoud van de visbestanden ( PB 1983, L 24, blz . 14 ). Volgens deze bepaling moest de Commissie de voorschriften voor de meting van de maaswijdte van vangnetten vaststellen na advies van het comité van beheer .
15 Verordening nr . 171/83 van de Raad werd ingetrokken en vervangen bij de instandhoudingsverordening nr . 3094/86 van de Raad van 7 oktober 1986 . Volgens artikel 3 van laatstgenoemde verordening moet de Commissie de technische voorschriften voor de bepaling van de maaswijdte vaststellen volgens de procedure van het comité van beheer . Artikel 16, lid 2, van de instandhoudingsverordening bepaalt evenwel, dat verwijzingen naar verordening nr . 171/83 overeenkomstig een als bijlage bij eerstgenoemde verordening concordantietabel, gelden als verwijzingen naar deze verordening . Volgens die tabel komt artikel 6 van verordening nr . 171/83 van de Raad overeen met artikel 3 van de instandhoudingsverordening . Dit betekent, dat de door de Commissie op basis van artikel 6 van verordening nr . 171/83 van de Raad vastgestelde voorschriften ter bepaling van de maaswijdte, moeten worden geacht te zijn vastgesteld krachtens artikel 3 van de instandhoudingsverordening .
16 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat de Gemeenschap bij uitsluiting bevoegd is, de technische voorschriften voor de bepaling van de maaswijdte van visnetten vast te stellen, en dat de technische voorschriften voor de bepaling van de maaswijdte, bedoeld in de instandhoudingsverordening nr . 3094/86 van de Raad, die zijn welke in de maaswijdteverordening nr . 2108/84 van de Commissie zijn vervat .
De derde vraag
17 De derde vraag van de verwijzende rechter strekt er in hoofdzaak toe te vernemen, of de maaswijdteverordening behalve ter bescherming van de visbestanden ook strekt ter bescherming van de kapitein van het geïnspecteerde vaartuig .
18 Ten tijde van de feiten waren de Lid-Staten ingevolge artikel 1 van verordening nr . 2057/82 van de Raad van 29 juni 1982 houdende vaststelling van bepaalde maatregelen voor controle op de activiteiten van vissersvaartuigen uit de Lid-Staten ( PB 1982, L 220, blz . 1 ) verplicht, te waarborgen dat de regelingen met betrekking tot de instandhouding van de visbestanden werden nageleefd, en, wanneer een inbreuk op deze regelingen werd geconstateerd, tegen de kapitein van het betrokken vaartuig strafrechtelijke of administratieve stappen te ondernemen .
19 Waar de vaststelling van een te kleine maaswijdte een van de bestanddelen van het strafbare feit is, moet worden opgemerkt dat de maaswijdteverordening met de bepaling van de door de inspecteurs te volgen procedure tevens het strafbare feit zelf afbakent .
20 Mitsdien moet op de derde vraag worden geantwoord, dat de maaswijdteverordening behalve ter bescherming van de visbestanden ook strekt ter bescherming van de kapitein van het geïnspecteerde vaartuig .
De tweede vraag
21 Met de tweede vraag wenst de verwijzende rechter in hoofdzaak te vernemen, of de inspecteurs verplicht zijn, de in artikel 6 van de maaswijdteverordening geregelde inspectieprocedure te volgen .
22 Wanneer de maaswijdte bij een meting met de hand te klein is gebleken, mag blijkens de bewoordingen van dat artikel enkel tot een meting met een gewicht worden overgegaan, indien de kapitein de volgens de eerste methode bepaalde maaswijdte betwist .
23 Gelijk de Commissie terecht heeft gesteld, leiden de twee meetmethoden niet noodzakelijkerwijs tot hetzelfde resultaat . De meting met de hand is wellicht minder nauwkeurig dan die met een gewicht, zij levert echter wél een representatieve steekproef op doordat er zestig mazen worden gemeten, terwijl er bij de meting met een gewicht maar twintig mazen hoeven te worden gemeten . Het is dus niet uitgesloten, dat de maaswijdte van een bepaald net bij meting met de hand groter blijkt te zijn dan bij meting met een gewicht . Aangezien de kapitein dus niet per definitie beter af is met meting met een gewicht en aangezien de maaswijdteverordening - zoals gezegd - ook de kapitein beoogt te beschermen, kan pas worden overgegaan tot meting met een gewicht nadat de meting met de hand volledig is uitgevoerd .
24 Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat de inspecteurs verplicht zijn de in artikel 6 van de maaswijdteverordening geregelde inspectieprocedure te volgen .
Beslissing inzake de kostenKosten
25 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening harer opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
DictumGHET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste Kamer ),
uitspraak doende op de door het Amtsgericht Bremerhaven bij beschikking van 25 oktober 1988 gestelde vragen, verklaart voor recht :
1 ) De Gemeenschap is bij uitsluiting bevoegd, de technische voorschriften voor de bepaling van de maaswijdte van visnetten vast te stellen . De technische voorschriften voor de bepaling van de maaswijdte, bedoeld in verordening ( EEG ) nr . 3094/86 van Raad van 7 oktober 1986 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden, zijn die welke zijn vervat in verordening ( EEG ) nr . 2108/84 van de Commissie van 23 juli 1984 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de bepaling van de maaswijdte van visnetten .
2 ) Behalve ter bescherming van de visbestanden strekt verordening ( EEG ) nr . 2108/84 van de Commissie ook ter bescherming van de kapitein van het geïnspecteerde vaartuig .
3 ) De inspecteurs zijn verplicht, de in artikel 6 van verordening ( EEG ) nr . 2108/84 van de Commissie geregelde inspectieprocedure te volgen .
Top