Avis juridique important
BESCHIKKING VAN HET HOF VAN 17 MEI 1989. - ITALIAANSE REPUBLIEK TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - NIET-ONTVANKELIJKHEID. - ZAAK 151/88.
Jurisprudentie 1989 bladzijde 01255
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
Beroep tot nietigverklaring - Voor beroep vatbare handelingen - Begrip - Handelingen die bindende rechtsgevolgen in het leven roepen - Advies van Commissie aan nationale instanties belast met toepassing van gemeenschapsregeling in het kader van gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten
( EEG-Verdrag, artikel 173 )
SamenvattingOm vast te stellen of maatregelen waartegen een beroep tot nietigverklaring is ingesteld, handelingen zijn als bedoeld in artikel 173 EEG-Verdrag, dient men te zien naar wat zij in wezen inhouden .
Als handelingen of besluiten die vatbaar zijn voor beroep tot nietigverklaring, zijn enkel te beschouwen maatregelen die bindende rechtsgevolgen in het leven roepen, welke de belangen van de verzoeker kunnen aantasten doordat zij zijn rechtspositie aanmerkelijk wijzigen .
Dat is niet het geval met een advies van de Commissie met betrekking tot de uitlegging van bepalingen van een verordening betreffende een steunregeling voor een produkt dat onder een gemeenschappelijke marktordening valt, wanneer de toepassing van de gemeenschapsregeling in de betrokken sector zaak is van de daartoe aangewezen nationale instanties en geen enkele bepaling van de betrokken verordening de Commissie bevoegd verklaart over de uitlegging ervan te beslissen; zoals in alle andere gevallen, kan zij dus enkel haar mening geven, zonder dat de nationale instanties daaraan gebonden zijn .
PartijenIn zaak 151/88,
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L . Ferrari Bravo, hoofd van de dienst Diplomatieke geschillen, als gemachtigde, bijgestaan door O . Fiumara, avvocato dello stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseurs F . Santaolalla en G . Marenco als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van de standpuntbepaling van de Commissie in haar telexbericht van 15 maart 1988, betreffende de in Italië gesloten overeenkomsten inzake sojabonen voor het verkoopseizoen 1987/1988,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, T . Koopmans, R . Joliet, T . F . O' Higgins en F . Grévisse, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, G . F . Mancini, C . N . Kakouris, F . A . Schockweiler, J . C . Moitinho de Almeida, G . C . Rodríguez Iglesias, M . Diez de Velasco en M . Zuleeg, rechters,
advocaat-generaal : J . Mischo
griffier : J.-G . Giraud
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 26 mei 1988, heeft de Italiaanse Republiek krachtens artikel 173, eerste alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van "het besluit van de Commissie, vervat in telex nr . 110836/2/UI/DAN, door de Commissie gezonden aan de AIMA - Azienda di Stato per gli interventi nel mercato agricolo ..."
2 In dat telexbericht stelde de Commissie de Italiaanse Republiek in kennis van haar standpunt met betrekking tot de toepassing van de gemeenschapsverordeningen betreffende de steun bij de produktie van sojabonen, in het bijzonder gelet op verordening nr . 2290/87 van de Commissie van 30 juli 1987 ( PB 1987, L 209, blz . 37 ), waarin was bepaald dat steunaanvragen niet vóór de begindatum van het verkoopseizoen waarvoor de tussen producenten en kopers gesloten contracten gelden, bij de bevoegde instantie mochten worden ingediend .
3 Het stelsel van steun bij de produktie van sojabonen is herzien bij verordening nr . 1491/85 van de Raad van 23 mei 1985 tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor sojabonen ( PB 1985, L 151, blz . 15 ). Volgens deze verordening wordt de steun uitgekeerd door de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de bonen zijn geoogst, en komen de uitgaven, door de Lid-Staten op grond van de krachtens deze verordening op hen rustende verplichtingen gedaan, ten laste van de Gemeenschap .
4 Ingevolge artikel 2, lid 2, van de verordening "wordt de steun toegekend aan elke natuurlijke of rechtspersoon die met al dan niet verenigde producenten van sojabonen een contract heeft gesloten dat voorziet in de betaling aan de producent van een prijs die ten minste gelijk is aan de in lid 3 bedoelde minimumprijs ".
5 De minimumprijs waartegen de handelaars de sojabonen van de producenten moeten kopen, wordt volgens lid 3 van artikel 2 vastgesteld op een bedrag dat de in artikel 1 van de verordening bedoelde "streefprijs" zo dicht mogelijk benadert . Deze streefprijs wordt jaarlijks voor elk verkoopseizoen vastgesteld "op een voor de producenten billijk niveau ..., waarbij rekening wordt gehouden met de voorzieningsbehoeften van de Gemeenschap ". Ingevolge artikel 2, lid 1, is het bedrag van de steun gelijk aan het verschil tussen de streefprijs en de wereldmarktprijs . De wereldmarktprijs en, bijgevolg, het bedrag van de steun worden tweemaal per maand vastgesteld ( artikelen 1 en 11 van verordening nr . 2329/85 van de Commissie van 12.8.1985 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bijzondere maatregelen voor sojabonen; PB 1985, L 218, blz . 16 ).
6 Ingevolge het bepaalde bij artikel 2, sub b, van verordening nr . 2194/85 van de Raad van 25 juli 1985 ( PB 1985, L 204, blz . 1 ) juncto artikel 7, lid 1, van verordening nr . 2329/85 van de Commissie moeten de tussen kopers en producenten gesloten contracten vóór een door elke Lid-Staat te bepalen datum worden overgelegd; die datum kan echter geen latere zijn dan de 15e augustus voorafgaande aan elk verkoopseizoen, dat loopt van 1 september tot 31 augustus van het daaropvolgende jaar ( artikel 1 van verordening nr . 1491/85 ).
7 Volgens artikel 4, lid 1, van verordening nr . 2194/85 van de Raad "is het bedrag van de steun het bedrag dat van toepassing is op de dag waarop de belanghebbende bij de bevoegde instantie van de Lid-Staat een aanvraag om steun indient ".
8 Om de ontwikkeling van de produktie van sojabonen rustiger en gelijkmatiger te doen verlopen, heeft de Raad bij verordening nr . 1921/87 van 2 juli 1987 ( PB 1987, L 183, blz . 19 ) met ingang van het verkoopseizoen 1987/1988 een gegarandeerde maximumhoeveelheid ingesteld, bij overschrijding waarvan het steunbedrag lager wordt .
9 Door deze laatste maatregel en door de verlaging van de streefprijs in ecu voor het seizoen 1987/1988 ontstond het gevaar, dat steunaanvragen vóór het begin van het seizoen, dat wil zeggen vóór 1 september 1987, zouden worden ingediend . De handelaren zouden dan recht hebben gehad op een hoger steunbedrag dan voor het komende seizoen voortvloeide uit die bijstelling van het steunbeleid voor de sojabonenproduktie .
10 Daarom heeft de Commissie bij verordening nr . 2290/87 van 30 juli 1987 artikel 12, lid 1, sub a, van zijn eerdere verordening nr . 2329/85 aangevuld met de bepaling, dat steunaanvragen voortaan niet meer vóór het begin van het verkoopseizoen konden worden ingediend .
11 Artikel 2 van verordening nr . 2290/87, in werking getreden op 31 juli 1987, bevatte evenwel overgangsmaatregelen waarover een geschil is ontstaan tussen de Italiaanse Republiek en de Commissie . Genoemd artikel bepaalt : "De in artikel 12, lid 1, onder a ), van verordening ( EEG ) nr . 2329/85 bedoelde steunaanvragen die verband houden met contracten betreffende in het verkoopseizoen 1987/1988 geoogste sojabonen en die vóór de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening zijn ingediend, worden geacht op 1 september 1987 te zijn ingediend of worden op verzoek van de belanghebbende geannuleerd tenzij de volgens de betrokken contracten te betalen prijs ten minste gelijk is aan de minimumprijs die geldt voor het verkoopseizoen 1986/1987 ."
12 In de maanden mei en juni 1987 werden in Italië koopcontracten voor sojabonen voor het seizoen 1987/1988 gesloten . Volgens die contracten was "de tussen partijen overeengekomen prijs de minimumprijs die door de EEG-verordening zal worden bepaald", waarbij "zuiver indicatief" werd aangetekend, dat die prijs voor het seizoen 1986/1987 78 000 LIT per 100 kg had bedragen . Op basis van die contracten werden de overeenkomstige steunaanvragen vóór eind juli 1987 ingediend .
13 In de loop van juli 1987, dus vóór de inwerkingtreding van verordening nr . 2290/87, kwamen de representatieve producenten - en kopersorganisaties overeen, dat de producenten een prijs van 78 158 LIT per 100 kg zouden ontvangen, dus meer dan in het voorgaande seizoen ( 1986/1987 ). Deze overeenkomst werd bevestigd door verklaringen van de kopers tegenover de AIMA en door een op 4 augustus 1987, dus na de inwerkingtreding van verordening nr . 2290/87, tussen bedoelde organisaties tot stand gekomen akkoord inzake de betalingsmodaliteiten van de overeengekomen prijs .
14 De individuele contracten tussen de verschillende producenten en kopers werden daarentegen niet gewijzigd .
15 De Italiaanse minister van Landbouw en de AIMA - respectievelijk in een nota van 6 augustus 1987, gericht aan de AIMA, en in een nota van 7 augustus 1987, gericht aan de betrokken beroepsorganisatie - wezen er hunnerzijds op, dat ingevolge artikel 2 van verordening nr . 2290/87 de belanghebbenden ofwel konden verzoeken om annulering van de steunaanvragen, ofwel om handhaving ervan op het oorspronkelijk voorziene bedrag, dit laatste op voorwaarde dat de kopers zich verplichtten, de producenten de minimumprijs van het seizoen 1986/1987 te betalen .
16 De Commissie was echter van oordeel, dat de in artikel 2 van verordening nr . 2290/87 voorziene afwijking enkel kon werken ten gunste van kopers wier contracten reeds vóór 31 juli 1987 bindend voorzagen in een prijs die ten minste gelijk was aan die van het seizoen 1986/1987, en dat de overeenkomsten en akkoorden van juli en augustus 1987 niet tot gevolg konden hebben, dat de reeds gesloten akkoorden vóór 31 juli 1987 in die zin werden gewijzigd . Na besprekingen met de AIMA in oktober 1987 deed de Commissie dan ook aan de Italiaanse regering weten, dat haar diensten van mening waren, "dat de betrokken contracten betreffende sojabonen, die in Italië voor het seizoen 1987/1988 zijn gesloten, onder de algemene regel van artikel 2 van verordening ( EEG ) nr . 2290/87 vallen, dat wil zeggen dat de steunaanvragen worden geacht op 1 september 1987 te zijn ingediend of op verzoek van de belanghebbenden worden geannuleerd . Behalve in de gevallen waarin de aanvraag wordt geannuleerd, is dus het te betalen steunbedrag het bedrag dat bij het begin van het seizoen 1987/1988 van toepassing is ."
17 De Italiaanse Republiek meende daarentegen, dat de contracten waarom het gaat, "een prijs inhouden die ten minste gelijk is aan de minimumprijs voor het verkoopseizoen 1986/1987", en dat zij derhalve vallen binnen de uitzondering van artikel 2 van verordening nr . 2290/87 en recht geven op steun tot het - aan die minimumprijs beantwoordende - bedrag dat gold op het tijdstip van indiening van de steunaanvragen .
18 In die omstandigheden heeft de Italiaanse Republiek het onderhavige beroep tot nietigverklaring ingesteld .
19 Tegen het beroep van de Italiaanse Republiek heeft de Commissie een exceptie van niet-ontvankelijkheid opgeworpen, op grond dat de bestreden handeling niet meer is dan een advies en dus niet het karkater heeft van een bezwarend besluit . Oordelende dat het voldoende was voorgelicht, heeft het Hof besloten, zonder mondelinge behandeling onverwijld over de exceptie te beslissen .
20 De door de Commissie opgeworpen exceptie, inhoudende dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de gewraakte telex slechts een eenvoudig advies over de uitlegging van verordening nr . 2290/87 bevatte en dus geen bezwarend besluit is, moet worden aanvaard .
21 Om vast te stellen of bestreden maatregelen handelingen zijn als bedoeld in artikel 173 van het Verdrag, dient men, volgens vaste rechtspraak van het Hof, te zien naar wat zij in wezen inhouden . Als handelingen of besluiten die vatbaar zijn voor beroep tot nietigverklaring, zijn echter enkel te beschouwen maatregelen die bindende rechtsgevolgen in het leven roepen, welke de belangen van de verzoeker kunnen aantasten doordat zij zijn rechtspositie aanmerkelijk wijzigen ( arrest van 11 november 1981, zaak 60/81, IBM, Jurispr . 1981, blz . 2639 ).
22 Het advies nu dat in het litigieuze telexbericht van de Commissie is vervat, brengt, zoals overigens ook de Italiaanse Republiek erkent, geen rechtsgevolgen teweeg, aangezien de toepassing van de gemeenschapsbepalingen inzake de steun bij de produktie van sojabonen zaak is van de daartoe aangewezen nationale instantie en geen enkele bepaling van de desbetreffende verordeningen de Commissie bevoegd verklaart over de uitlegging van die verordeningen te beslissen; zoals in alle andere gevallen kan zij enkel haar mening geven, zonder dat de nationale instanties daaraan gebonden zijn ( arresten van 10 maart 1978, zaak 132/77, Société pour l' exportation des sucres, Jurispr . 1978, blz . 1061; 27 maart 1980, zaak 133/79, Sucrimex en Westzucker, Jurispr . 1980, blz . 1299; 10 juni 1982, zaak 217/81, Interagra, Jurispr . 1982, blz . 2233 ).
23 Verder blijkt noch uit de bewoordingen noch uit de strekking van het gewraakte telexbericht, dat het enig rechtsgevolg teweeg beoogde te brengen; de Commissie heeft het uitdrukkelijk als een advies gekwalificeerd .
24 Het telexbericht in geding moet dus worden geplaatst in het kader van de samenwerking tussen de Commissie en de nationale organen die de gemeenschapsregeling inzake de steun bij de produktie van sojabonen hebben toe te passen .
25 Dit ware slechts anders wanneer de gemeenschapsregeling de communautaire autoriteiten een beslissingsbevoegdheid gaf die de ter zake van de uitvoering bevoegde nationale organen bond ( arrest van 26 februari 1986, zaak 175/84, Krohn Import-Export, Jurispr . 1986, blz . 753 ), doch dit is in casu niet het geval .
26 Mitsdien moet het beroep van de Italiaanse Republiek niet-ontvankelijk worden verklaard .
Beslissing inzake de kostenKosten
27 Volgens artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld . Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden veroordeeld .
DictumHET HOF VAN JUSTITIE
beschikt :
1 ) Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard .
2 ) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten .
Luxemburg, 17 mei 1989 .
Top