Avis juridique important
BESCHIKKING VAN HET HOF (VIJFDE KAMER) VAN 17 JANUARI 1992. - SOFRIMPORT SARL TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - COMMUNAUTAIRE VRIJWARINGSMAATREGELEN - NIET-CONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID - AFDOENING ZONDER BESLISSING. - ZAAK C-152/88.
Jurisprudentie 1992 bladzijde I-00153
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
++++
Procedure - Kosten - Afdoening zonder beslissing
(Reglement voor de procesvoering, art. 69, lid 6)
PartijenIn zaak C-152/88,
Sofrimport SARL, vennootschap naar Frans recht, gevestigd te Parijs, vertegenwoordigd door H. J. Bronkhorst, advocaat te 's Gravenhage, en E. H. Pijnacker Hordijk, advocaat te Amsterdam, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij J. Loesch, advocaat aldaar, Rue Zithe 8,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P. Oliver, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R. Hayder, representant van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van de verordeningen (EEG) nrs. 962/88 en 984/88 van de Commissie van 12 respectievelijk 14 april 1988 houdende schorsing van de afgifte van invoercertificaten voor tafelappelen van oorsprong uit Chili (PB 1988, L 95, blz. 10, en L 98, blz. 37), en van verordening (EEG) nr. 1040/88 van de Commissie van 20 april 1988 tot vaststelling van de hoeveelheden tafelappelen van oorsprong uit derde landen die mogen worden ingevoerd, en tot wijziging van verordening (EEG) nr. 962/88 (PB 1988, L 102, blz. 23), alsmede een beroep tot schadevergoeding,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: R. Joliet, kamerpresident, Sir Gordon Slynn, J. C. Moitinho de Almeida, G. C. Rodríguez Iglesias en M. Zuleeg, rechters,
advocaat-generaal: G. Tesauro
griffier: J.-G. Giraud
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest1 Bij tussenarrest van 26 juni 1990 heeft het Hof (Vijfde kamer) onder aanhouding van de beslissing omtrent de kosten nietigverklaard de verordeningen (EEG) nrs. 962/88 en 984/88 van de Commissie van 12 respectievelijk 14 april 1988, alsmede verordening (EEG) nr. 1040/88 van de Commissie van 20 april 1988, voor zover deze betrekking hebben op goederen die naar de Gemeenschap onderweg zijn, en de Europese Economische Gemeenschap veroordeeld tot vergoeding van de schade die verzoekster als gevolg van de toepassing van de verordeningen (EEG) nrs. 962/88, 984/88 en 1040/88 heeft geleden.
2 Het Hof nodigde partijen uit, binnen een termijn van twaalf maanden, bij beschikking van het Hof van 11 juli 1991 verlengd tot 31 december 1991, het bedrag van de te betalen vergoeding in gemeen overleg op basis van objectieve gegevens vast te stellen.
3 Voorts bepaalde het Hof, dat over dat bedrag 8 % rente verschuldigd was, te rekenen vanaf de datum van uitspraak van het arrest.
4 Bij op 21 november 1991 ter griffie neergelegde brief heeft de Commissie het Hof doen weten, dat partijen tot een akkoord waren gekomen en dat de met verzoekster overeengekomen vergoeding haar in oktober 1991 was uitbetaald. Bij op 21 november 1991 ter griffie van het Hof ingekomen fax heeft verzoekster bevestigd, dat een akkoord over de te betalen schadevergoeding tot stand was gekomen.
5 Het Hof stelt derhalve vast, dat, afgezien van de proceskosten, het geschil tussen partijen in deze zaak is bijgelegd, en dat bijgevolg geen beslissing meer nodig is over het bedrag van de schadevergoeding.
6 Wat de kosten betreft, bepaalt artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering, dat de in het ongelijk gestelde partij in de kosten wordt verwezen; volgens lid 6 van hetzelfde artikel beslist het Hof, wanneer het geding zonder voorwerp is geraakt, vrijelijk over de kosten.
7 Nu door het arrest van 26 juni 1990 en door het tussen partijen bereikte akkoord gevolg is gegeven aan de vordering van verzoekster, dient de verwerende instelling te worden verwezen in de kosten, daaronder begrepen die welke op het kort geding zijn gevallen.
DictumHET HOF VAN JUSITITIE (Vijfde kamer)
beschikt:
1) Over het bedrag van de schadevergoeding in zaak C-152/88 behoeft niet meer te worden beslist.
2) De Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt verwezen in de kosten, daaronder begrepen die welke op het kort geding zijn gevallen.
Luxemburg, 17 januari 1992.
Top