Avis juridique important
BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN DE DERDE KAMER VAN HET HOF VAN 13 DECEMBER 1988. - JUERGEN SPARR TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - VOORLOPIGE MAATREGELN. - ZAAK 321/88 R.
Jurisprudentie 1988 bladzijde 06405
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
++++
Kort geding - Voorlopige maatregelen - Voorwaarden - Maatregelen die uitspraak ten gronde niet prejudiciëren
( Reglement voor de procesvoering, artikel 83, paragraaf 2 )
PartijenIn zaak 321/88 R,
J . Sparr, vertegenwoordigd door Schulze en Meyer, advocaten te Hamburg, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Recht, c/o Fulton Prebon SA, 25, rue Notre-Dame,
verzoeker,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door H . Étienne, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een verzoek om voorlopige maatregelen, strekkende tot toelating van verzoeker tot een selectieproef overeenkomend met die van vergelijkend onderzoek COM/A/621 ( administrateurs A 7/A 6 ), subsidiair tot een selectieproef overeenkomend met die van vergelijkend onderzoek COM/A/622 ( adjunct-administrateurs A 8 ),
geeft
de president van de Derde kamer van het Hof van Justitie
van de Europese Gemeenschappen,
rechtdoende krachtens de artikelen 9, paragraaf 4, en 96 van het Reglement voor de procesvoering,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift, ingeschreven ter griffie van het Hof op 14 november 1988, heeft J . Sparr een beroep ingesteld dat ertoe strekt a ) nietig te doen verklaren het op 6 oktober 1988 bevestigde besluit van 18 juli 1988, waarbij de directeur van de dienst Aanwerving van de Commissie hem ter kennis heeft gebracht dat hij niet was toegelaten tot de examens van algemeen vergelijkend onderzoek COM/A/621 voor de vorming van een aanwervingsreserve van administrateurs in de loopbaan A 7/A 6 ( aankondiging van vergelijkend onderzoek, PB 1988, C 54, blz . 21 ), b ) de Commissie te gelasten verzoeker toe te laten, primair, tot een selectieproef overeenkomend met die van vergelijkend onderzoek COM/A/621 en, subsidiair, tot een selectieproef overeenkomend met die van vergelijkend onderzoek COM/A/622 voor adjunct-administrateurs van rang A 8 ( PB 1988, C 54, blz . 26 ), dat parallel met vergelijkend onderzoek COM/A/621 was georganiseerd, en c ) daarenboven te gelasten, dat die selectieproeven niet plaatsvinden tegelijk met een ander aanwervingsexamen waaraan juristen kunnen deelnemen .
2 Het bestreden besluit is genomen op grond dat verzoeker niet zou voldoen aan de in punt II, B, sub 2, b, van de aankondiging van algemeen vergelijkend onderzoek gestelde voorwaarden . Deze voorwaarden luiden als volgt :
" Op de voor de indiening van de sollicitaties vastgestelde sluitingsdatum moeten de kandidaten
a ) een volledige universitaire opleiding hebben genoten ( academische graad ) ( bij de beoordeling van het diploma houdt de jury rekening met de uiteenlopende onderwijsstructuren );
b ) een beroepservaring van ten minste twee jaar bezitten, waarvan het niveau overeenstemt met dat van de in punt I genoemde functie en die verband houdt met een van de werkgebieden waarop dit vergelijkend onderzoek betrekking heeft; deze beroepservaring moet zijn opgedaan nadat het hierboven genoemde diploma ( onder a ) werd behaald ..."
3 Luidens punt I van de aankondiging van vergelijkend onderzoek bestaan de te begeven functies in het aan de hand van algemene richtlijnen verrichten van scheppende werkzaamheden, studies en controle in verband met een van de drie in de aankondiging vermelde activiteitsgebieden van de Gemeenschappen . Verzoeker koos daaruit het gebied van de buitenlandse betrekkingen .
4 Op het tijdstip van zijn sollicitatie was verzoeker "Referendar", welke titel in de Bondsrepubliek Duitsland - in beginsel na drie jaar universitaire opleiding - wordt verkregen wanneer men voor het "Erste juristische Staatsexamen" is geslaagd, en volgde hij een praktijkopleiding (" Referendarzeit "), die na tweeëneenhalf jaar toegang geeft tot het "Zweite juristische Staatsexamen", dat de universitaire studie afsluit . Uit de processtukken blijkt, dat verzoeker sedert 1984 "Referendar" is, doch het tweede staatsexamen nog niet heeft afgelegd .
5 De Commissie was van opvatting, dat de Referendarzeit een voorbereidende opleiding vormt, die niet kan worden aangemerkt als beroepservaring in de zin van punt II, B, sub 2, b, van de aankondiging van vergelijkend onderzoek, voor zover zij niet is afgesloten door het met goed gevolg afgelegde tweede staatsexamen .
6 Bij afzonderlijke akte van dezelfde datum heeft verzoeker het Hof krachtens artikel 83, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering verzocht, ter voorkoming van onherstelbare schade in de tijd die tot de uitspraak van het arrest in de hoofdzaak zal verstrijken, de ten dele reeds in de hoofdzaak gevorderde maatregelen voorlopig vast te stellen en de Commissie te gelasten verzoeker toe te laten, primair, tot een selectieproef overeenkomend met die van vergelijkend onderzoek COM/A/621 en, subsidiair, tot een selectieproef overeenkomend met die van vergelijkend onderzoek COM/A/622, en aan die maatregelen nader te bepalen voorwaarden te verbinden ten einde hun doeltreffendheid en objectiviteit te zijnen aanzien te verzekeren .
7 De Commissie concludeert tot afwijzing van het verzoek om voorlopige maatregelen .
8 Volgens artikel 83, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering dient het verzoek de omstandigheden te vermelden waaruit blijkt van het spoedeisend karakter van het verzoek, alsmede de middelen, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan de gevraagde voorlopige maatregelen aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomen .
9 Of in casu aan die voorwaarden is voldaan, kan in het midden blijven, want verzoekers primaire alsook zijn subsidiaire vordering strekt er niet toe, van het Hof maatregelen te verkrijgen waardoor zijn positie tot de uitspraak van het arrest in de hoofdzaak veilig wordt gesteld, doch veeleer maatregelen waarbij het Hof de administratie, in welker plaats het zich overigens niet kan stellen, gelast positieve besluiten te nemen die verzoeker rechtstreeks de - hem door het in de hoofdzaak bestreden besluit onthouden - mogelijkheid zouden bieden aan het algemeen vergelijkend onderzoek deel te nemen, waardoor het beroep tegen dat besluit zonder voorwerp zou geraken . Zo de weigering om verzoeker tot het vergelijkend onderzoek toe te laten, nietig wordt verklaard, is de Commissie overeenkomstig artikel 176 EEG-Verdrag gehouden de maatregelen te treffen welke nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof . Het Hof kan de gevraagde maatregelen dus niet gelasten zonder inbreuk te maken op de uitsluitende bevoegdheid van de administratie en de beslissing over het door verzoeker in de hoofdzaak gevorderde te prejudiciëren .
10 Uit het voorgaande volgt, dat het verzoek in kort geding moet worden afgewezen .
DictumDe president van de Derde kamer,
rechtdoende bij voorraad,
de advocaat-generaal gehoord,
beschikt :
1 ) Het verzoek in kort geding wordt afgewezen .
2 ) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden .
Luxemburg, 13 december 1988 .
Top