Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
In zaak 1/88 SA,
betreffende een verzoek om toestemming tot het leggen van derden-beslag onder de Commissie van de Europese Gemeenschappen,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, T . Koopmans en R . Joliet, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, G . F . Mancini, C . N . Kakouris, F . A . Schockweiler, G . C . Rodríguez Iglesias en M . Díez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal : C . O . Lenz
griffier : J.-G . Giraud
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 2 juni 1988, heeft de NV Generale Bank, vennootschap naar Belgisch recht, gevestigd te Brussel, vertegenwoordigd door J . M . Raxhon, advocaat te Verviers, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van C . Turk, advocaat aldaar, 4, rue Nicolas Welter, het Hof verzocht :
- primair, voor recht te verklaren dat artikel 1 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen ( hierna : het Protocol ) niet van toepassing is op de uitvoering van het door verzoekster gelegde executoriaal derden-beslag, en dat de betrokken procedure van executoriaal derden-beslag derhalve mag worden voortgezet;
- subsidiair, het normale verloop van de procedure van executoriaal derden-beslag alsmede de betaling van de door de Gemeenschappen aan de Belgische Staat verschuldigde gelden toe te staan .
2 Luidens artikel 1 van het Protocol kunnen "de eigendommen en bezittingen van de Gemeenschappen zonder toestemming van het Hof van Justitie niet worden getroffen door enige dwangmaatregel van bestuursrechtelijke of gerechtelijke aard ". Deze bepaling dient te voorkomen, dat de werking en de onafhankelijkheid van de Gemeenschappen worden geschaad .
3 Verzoekster heeft van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel een verstekvonnis verkregen waarbij de Belgische Staat is veroordeeld tot betaling van een bedrag van 123 781 944 BFR, vermeerderd met kosten en interessen . Na dat vonnis samen met een betalingsbevel aan de Belgische Staat te hebben betekend, heeft zij op 13 januari 1988 executoriaal derden-beslag gelegd onder de Commissie van de Europese Gemeenschappen . Volgens het beslagexploot heeft dit derden-beslag betrekking op alle bedragen, gelden, waarden of voorwerpen die de Europese Gemeenschappen de Belgische Staat uit welken hoofde ook verschuldigd zijn of zullen zijn .
4 Bij brief van 5 april 1988 deelde de Commissie mee, dat zij zonder toestemming van het Hof van Justitie geen derden-beslag onder haar handen kon dulden en dat zij bijgevolg geen rekening zou houden met het door verzoekster gelegde beslag; daarop heeft verzoekster het onderhavige verzoek ingediend .
5 In haar bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen betoogt de Commissie met name, dat het beslag, zoals in het officiële beslagexploot geformuleerd, betrekking had op alle door de Gemeenschappen aan de Belgische Staat verschuldigde bedragen en bijgevolg een belemmering vormde voor de werking van de Gemeenschappen . De Gemeenschappen, aldus de Commissie, waren de Belgische Staat belangrijke bedragen verschuldigd, met name ter zake van de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de taken van het Europees Sociaal Fonds, de bijdragen van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling .
6 Toen partijen op 18 oktober 1988 door de met de instructie van de zaak belaste kamer van het Hof werden verhoord, verklaarde verzoekster dat zij het derden-beslag voortaan uitdrukkelijk en onherroepelijk zou beperken tot de bedragen die de Europese Gemeenschappen de Belgische Staat aan huur verschuldigd waren . Na dit verhoor heeft zij de Commissie die beperking officieel meegedeeld en haar verzoek aan het Hof gewijzigd in die zin, dat zij het Hof verzoekt, ofwel voor recht te verklaren dat geen toestemming vereist is, ofwel haar toestemming te verlenen uitsluitend voor de ter zake van huur verschuldigde bedragen . De Commissie heeft het Hof evenwel meegedeeld, haar bezwaren te handhaven .
7 Voor een nadere uiteenzetting van de voorgeschiedenis van het geschil en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
8 In de eerste plaats moet worden ingegaan op verzoeksters primaire vordering, die inhoudt dat in een geval als het onderhavige geen toestemming van het Hof vereist is, omdat het executoriaal derden-beslag naar zijn aard geen belemmering kan vormen voor de werking van de Europese Gemeenschappen . Daar het beslag uitsluitend betrekking heeft op bedragen die de Gemeenschappen de Belgische Staat in ieder geval verschuldigd zijn en die dus reeds tot het vermogen van die Staat behoren, zou het de werking van de Gemeenschappen geenszins kunnen schaden .
9 Dit argument kan niet worden aanvaard . Ook al is derden-beslag volgens het toepasselijke nationale recht als een beslag op een tot het vermogen van de schuldenaar behorend goed te beschouwen, dit neemt niet weg, dat het een dwangmaatregel in de zin van artikel 1 van het Protocol kan vormen . Immers, volgens vaste rechtspraak van het Hof kan elk beslag onder de Gemeenschappen onder bepaalde omstandigheden de werking en de onafhankelijkheid van de Gemeenschappen hinderen .
10 Derhalve moet verzoeksters primaire vordering worden afgewezen .
11 Bijgevolg moet worden ingegaan op de subsidiaire vordering, die, zoals zij door verzoekster na het verhoor is gewijzigd, ertoe strekt van het Hof toestemming te verkrijgen om derden-beslag te leggen op de bedragen die de Europese Gemeenschappen de Belgische Staat ter zake van huur verschuldigd zijn .
12 De Commissie is van mening dat die toestemming, ook al is zij beperkt tot de ter zake van huur verschuldigde bedragen, niet mag worden verleend wegens de hinder die zij voor de werking van de Gemeenschappen kan meebrengen .
13 Dit argument kan niet worden aanvaard . Weliswaar kan de werking van de Gemeenschappen worden gehinderd door dwangmaatregelen die een weerslag hebben op de financiering van het gemeenschappelijk beleid of de uitvoering van door de Gemeenschappen opgestelde actieprogramma' s, maar een dergelijke hinder kan zich niet voordoen wanneer het derden-beslag betrekking heeft op huurgelden die de Gemeenschappen de Belgische Staat in zijn hoedanigheid van eigenaar van gebouwen verschuldigd zijn en waarvan het bedrag is vastgesteld in een onder het privaatrecht vallende huuurovereenkomst .
14 Subsidiair voert de Commissie aan, dat de beperking van het derden-beslag tot de bedragen die de Gemeenschappen de Belgische Staat ter zake van huur verschuldigd zijn, derden onbekend zal blijven . Zolang de kennisgeving van het beslag op de griffie van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel wordt bewaard, zou de Commissie het risico lopen dat zij ten opzichte van de andere schuldeisers van de Belgische Staat verantwoording moet afleggen voor het gebruik van alle volgens het oorspronkelijke exploot van 13 januari 1988 onder het beslag vallende bedragen .
15 Deze bezwaren vormen geen geldige reden om verzoekster de gevraagde toestemming te weigeren . Immers, zoals het Hof in zijn beschikking van 17 juni 1987 ( zaak 1/87 SA, Universe Tankship, Jurispr . 1987, blz . 2807 ) heeft gesteld, dient het Hof zich met betrekking tot derden-beslagen te beperken tot het onderzoek van de vraag, of een dergelijke maatregel, gelet op de gevolgen die het toepasselijke nationale recht eraan verbindt, de goede werking en de onafhankelijkheid van de Europese Gemeenschappen kan belemmeren . Indien evenwel de Commissie of derden-schuldeisers tot de overtuiging komen dat hun financiële belangen door een derden-beslag, of door de gedeeltelijke opheffing daarvan, kunnen worden geschaad, dan kunnen zij gebruik maken van de beroepswegen die hun krachtens het toepasselijke nationale recht openstaan .
16 Bijgevolg moet verzoekster toestemming worden verleend om derden-beslag te leggen onder de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor het bedrag van haar vordering op de Belgische Staat, blijkende uit het aan de Commissie betekende vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, met dien verstande dat het beslag zich enkel mag uitstrekken tot de bedragen die de Europese Gemeenschappen de Belgische Staat ter zake van huur verschuldigd zijn .
17 Het verzoek wordt afgewezen voor het overige .
Beslissing inzake de kostenKosten
18 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Aangezien in casu beide partijen op bepaalde punten in het ongelijk zijn gesteld, dient elk der partijen de eigen kosten te dragen .
DictumHET HOF VAN JUSTITIE,
beschikt :
1 ) Het wordt verzoekster toegestaan derden-beslag te leggen onder de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor het bedrag van haar vordering op de Belgische Staat, blijkende uit het aan de Commissie betekende vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, met dien verstande dat het beslag zich enkel mag uitstrekken tot de bedragen die de Europese Gemeenschappen de Belgische Staat ter zake van huur verschuldigd zijn .
2 ) Het verzoek wordt afgewezen voor het overige .
3 ) Elk der partijen zal de eigen kosten dragen .
Luxemburg, 11 april 1989 .
Top