Belangrijke juridische mededeling
Conclusie van advocaat-generaal Lenz van 7 maart 1990. - OFFICE NATIONAL DE L'EMPLOI TEGEN ANTONIO DI CONTI. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: COUR DU TRAVAIL DE LIEGE - BELGIE. - SOCIALE ZEKERHEID - WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN. - ZAAK C-163/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-01829
Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
A - De feiten
1 . Het Arbeidshof te Luik heeft het Hof gevraagd, of een werkloze migrerend werknemer, die zijn verblijf in België meer dan drie maanden heeft onderbroken, volgens artikel 69, lid 4, van verordening ( EEG ) nr . 1408/71 ( 1 ) automatisch opnieuw recht op uitkeringen heeft, zodra hij gedurende ten minste drie maanden werkzaamheden in België heeft uitgeoefend, dan wel bovendien opnieuw de Belgische wachttijd - in casu 300 arbeidsdagen of daarmee gelijkgestelde dagen binnen een periode van achttien maanden ( 2 ) - moet hebben vervuld .
2 . De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening ( hierna : RVA ), appellant in het hoofdgeding, is de laatste opvatting toegedaan; de Commissie heeft tijdens de schriftelijke behandeling de eerste stelling verdedigd, terwijl geïntimeerde in het hoofdgeding meent, dat zijn recht op uitkering herleeft, wanneer zijn verzekeringsdekking gedurende meer dan drie maanden, doch minder dan drie jaar is onderbroken . De Commissie heeft zich ter terechtzitting bij deze laatste zienswijze aangesloten .
3 . Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, inzonderheid de beschrijving van de juridische context, verwijs ik naar het rapport ter terechtzitting . Hierna zullen de feiten enkel worden weergegeven voor zover dat noodzakelijk lijkt voor de redenering die aan de door mij voorgestelde oplossing ten grondslag ligt .
B - Beoordeling rechtens
4 . Het aanvankelijke standpunt van de Commissie sneed volgens mij geen hout . Het sloot weliswaar aan bij de in artikel 69, lid 4, gebruikte bewoordingen (" opnieuw recht krijgen "), doch waar het aan het herleven geen perken stelde, zou daaruit zijn voortgevloeid dat volgens de Belgische wettelijke regeling de sociale verzekering van een migrerend werknemer ook na tien of twintig jaar herleeft mits hij maar na zijn terugkeer gedurende minstens drie maanden opnieuw werkzaamheden heeft uitgeoefend, terwijl hij in alle andere Lid-Staten na het verlies van zijn rechten ingevolge artikel 69, lid 2, de voorwaarden voor een nieuw recht op werkloosheidsuitkeringen zou moeten vervullen . Met een dergelijke uitlegging zou België om zijn genereuze wettelijke regeling worden bestraft, en wel op grond van een uitzonderingsbepaling, die met de bijzondere situatie in dat land dient rekening te houden, doch die bij deze uitlegging averechts zou werken .
5 . Zo een absurd resultaat kan niet het doel zijn van artikel 69, lid 4 .
6 . Met de opvatting van de RVA kan ik evenmin instemmen . Om te beginnen is zij in tegenspraak met de bewoordingen van de betrokken bepaling . Daarin is sprake van "opnieuw", en niet van "nieuw ". Volgens de uitlegging van de RVA echter zouden de voorwaarden voor een nieuw recht op uitkeringen moeten zijn vervuld, in elk geval zou de werkloze drie maanden moeten hebben gewerkt . Was dit de bedoeling geweest, dan is niet in te zien waarom in plaats van het woord "nieuw", het woord "opnieuw" is gebruikt .
7 . Deze uitlegging ware ook in strijd met het doel van artikel 69 : de migrerend werknemer die binnen het in artikel 69, lid 2, bedoelde tijdvak van drie maanden terugkeert, een voordeel te verlenen, door zijn rechten te handhaven ofschoon hij niet ter beschikking staat van de diensten voor arbeidsbemiddeling van de bevoegde staat .
8 . Weliswaar kan hij volgens de rechtspraak van het Hof ( 3 ) geen aanspraak op uitkeringen meer doen gelden indien hij niet vóór het verstrijken van de termijn van drie maanden terugkeert, doch dit betekent niet, dat hij in een slechtere positie mag komen te verkeren dan indien hij niet van de in artikel 69, lid 2, geboden mogelijkheid gebruik had gemaakt . Een dergelijke uitlegging is onverenigbaar met het doel van verordening nr . 1408/71, die verplaatsingen binnen de Gemeenschap niet wil bemoeilijken, doch wil mogelijk maken zonder dat de migrerend werknemer daarvan nadelen ondervindt .
9 . Enkel de uitlegging die aanvankelijk alleen door Di Conti, doch ter terechtzitting ook door de Commissie is voorgesteld, is met de bewoordingen en het doel van de verordening in overeenstemming . In die uitlegging herleeft de aanspraak op werkloosheidsuitkering van een migrerend werknemer, wanneer hij na meer dan drie maanden doch vóór het verstrijken van de termijn van drie jaar ( 4 ) naar België is teruggekeerd en aldaar tevoren gedurende drie maanden werkzaamheden heeft uitgeoefend . Deze uitlegging, volgens welke de aanspraak - zoals in artikel 69, lid 4, voorzien - herleeft, houdt rekening met de bewoordingen van dat artikel .
10 . Bovendien wordt de toegang tot de genereuze Belgische regeling in zoverre bemoeilijkt, dat niet alleen aan de Belgische voorwaarde met betrekking tot de termijn van drie jaar moet zijn voldaan, maar ook overeenkomstig artikel 69, lid 4, gedurende drie maanden werkzaamheden moeten zijn uitgeoefend .
11 . Dit nadeel zou - naar ons is uiteengezet - als tegenwicht zijn bedoeld voor het voordeel dat de werkloze migrerend werknemer ontleent aan de omstandigheid dat zijn rechten gedurende drie maanden worden gehandhaafd zonder dat hij zich ter beschikking van de arbeidsmarkt van de bevoegde staat moet houden . Deze overweging was, naar ons is verklaard, doorslaggevend voor de vaststelling van artikel 69, lid 4 . Dit betekent dat de besproken uitlegging in overeenstemming is met de ontstaansgeschiedenis .
12 . Zij is ten slotte ook in overeenstemming met de rechtspraak in het arrest-Testa, volgens welke artikel 69 een autonome, van de regels van nationaal recht afwijkende regeling schept .
13 . Uit dat arrest kan evenwel niet worden opgemaakt, dat artikel 69 ook een autonome regeling bevat wat de materiële voorwaarden voor het verkrijgen van het recht op uitkeringen betreft; daaromtrent heeft de gemeenschapsregeling in beginsel niets voorzien . Derhalve kan ook niet worden aangenomen, dat in artikel 69, lid 4, een exhaustieve regeling voor België is neergelegd .
C - Conclusie
14 . Gelet op een en ander, geef ik het Hof in overweging, de vraag van het Arbeidshof te Luik te beantwoorden als volgt :
"Artikel 69, lid 4, van verordening nr . 1408/71 bevat een specifieke bepaling in verband met artikel 123 van het Koninklijk Besluit van 20 december 1963 . In de daarin bedoelde situatie maakt dit artikel het opnieuw verkrijgen van het recht op werkloosheidsuitkering, dat wegens te late terugkeer uit een andere Lid-Staat ingevolge artikel 69, lid 2, op zichzelf teniet is gegaan, uitsluitend afhankelijk van de voorwaarde, dat gedurende ten minste drie maanden werkzaamheden zijn uitgeoefend ."
(*) Oorspronkelijke taal : Duits .
( 1 ) In de versie van verordening ( EEG ) nr . 2000/83 ( PB 1983, L 230, blz . 39 ).
( 2 ) Artikelen 118 tot en met 122 van het Koninklijk Besluit van 20.12.1963 betreffende de arbeidsvoorziening en werkloosheid
( 3 ) Arrest van 19 juni 1980, gevoegde zaken 41/79, 121/79 en 796/79, Testa, Jurispr . 1980, blz . 1979 .
( 4 ) Zie artikel 123, lid 1, van het Koninklijk Besluit van 20.12.1963, zoals gewijzigd bij het Koninklijk Besluit van 12.4.1983 .
Top