Belangrijke juridische mededeling
Conclusie van advocaat-generaal Mischo van 6 december 1990. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN KONINKRIJK BELGIE. - NIET-UITVOERING VAN RICHTLIJN 76/491 - HERHAALDE NIET-NAKOMING - ARTIKEL 5 EEG-VERDRAG. - ZAAK C-374/89.
Jurisprudentie 1991 bladzijde I-00367
Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Met het onderhavige beroep wordt in de eerste plaats beoogd te doen vaststellen, dat het Koninkrijk België artikel 1 van richtlijn 76/491/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende een communautaire informatie - en overlegprocedure inzake de prijzen van ruwe aardolie en aardolieprodukten in de Gemeenschap ( PB 1976, L 140, blz . 4 ) heeft geschonden .
2 . De Commissie betoogt dat de Belgische autoriteiten tussen het vierde kwartaal 1980 en het derde kwartaal 1986 herhaaldelijk hebben nagelaten, haar binnen de gestelde termijn alle door artikel 1 van die richtlijn voorgeschreven inlichtingen mee te delen . Vanaf eind 1988 herhaalde de geschiedenis zich . Daar dit door de Belgische regering niet wordt betwist, is het duidelijk dat voornoemde richtlijn niet is nagekomen .
3 . Het beroep strekt evenwel ook tot vaststelling dat artikel 5 EEG-Verdrag is geschonden .
4 . De Commissie betoogt namelijk, dat verweerder veelvuldige beloften heeft gedaan om aan zijn verplichtingen te voldoen, maar zich daaraan alleen tijdens de verschillende door verzoekster ingeleide precontentieuze en contentieuze procedures heeft gehouden . Dit gedrag zou in strijd zijn met de krachtens artikel 5, eerste alinea, op de Lid-Staten rustende verplichting, de vervulling van de taak van de Gemeenschap te vergemakkelijken .
5 . Gezien de omstandigheden van het onderhavige geval geef ik het Hof in overweging, het verzoek van de Commissie toe te wijzen . Ofschoon volgens vroegere uitspraken van het Hof niet behoeft te worden nagegaan, of een Lid-Staat die de krachtens specifieke bepalingen van een richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, uit dien hoofde evenmin de krachtens artikel 5 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen is nagekomen ( 1 ), geloof ik dat de onderhavige situatie anders ligt en dat het inderdaad gaat om een afzonderlijke niet-nakoming .
6 . Om te beginnen moet worden vastgesteld, dat verweerder alleen onder rechtstreekse bedreiging met een beroep wegens niet-nakoming of een arrest van het Hof aan zijn verplichtingen heeft voldaan en dat hij zijn verplichtingen weer in de wind heeft geslagen zodra die bedreiging zich leek af te wenden . Verweerder hield met name op de inlichtingen op de voorgeschreven wijze te verstrekken, vlak na de beschikking waarbij het Hof de doorhaling van de zaak in het register had gelast; de Commissie had namelijk op dezelfde gronden al eerder beroep ingesteld, dat zij introk nadat verweerder de indruk had gewekt dat hij een einde aan de niet-nakoming zou maken ( zaak 277/86 ).
7 . Het is duidelijk, dat dit gedrag indruist tegen de verplichting "tot loyale samenwerking en bijstand" ( 2 ) die volgens de rechtspraak op de Lid-Staten rust ingevolge artikel 5 EEG-Verdrag, en dat het niet moet worden verward met de eenvoudige niet-naleving van de uit artikel 1 van de richtlijn voortvloeiende verplichtingen .
8 . Ik zou ook willen herinneren aan twee recente arresten van het Hof, volgens welke de herhaalde weigering van een Lid-Staat om de Commissie in het kader van precontentieuze en contentieuze procedures documenten of nadere inlichtingen te verstrekken, in strijd is met artikel 5 EEG-Verdrag ( 3 ). Dit bewijst dat onder bepaalde omstandigheden de niet-eerbiediging van artikel 5 EEG-Verdrag een bijkomende niet-nakoming kan vormen .
9 . Concluderend geef ik het Hof derhalve in overweging, vast te stellen dat het Koninkrijk België, door ondanks de inleiding van meerdere precontentieuze en contentieuze procedures herhaaldelijk na te laten, de Commissie binnen de gestelde termijn alle door artikel 1 van richtlijn 76/491/EEG voorgeschreven inlichtingen over de prijzen van ruwe aardolie en aardolieprodukten mee te delen, de krachtens die richtlijn en artikel 5 EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, en verweerder te verwijzen in de kosten van de procedure .
(*) Oorspronkelijke taal : Frans .
( 1 ) Arrest van 14 juni 1990, zaak C-48/89, Commissie/Italië, Jurispr . 1990, blz . I-2425, r.o . 14 .
( 2 ) Zie in het bijzonder de arresten van 10 februari 1983, zaak 230/81, Luxemburg/Parlement, Jurispr . 1983, blz . 255, en 15 januari 1986, zaak 44/84, Hurd, Jurispr . 1986, blz . 29 .
( 3 ) Zie de arresten van 22 september 1988, zaak 272/86, Commissie/Helleense Republiek, Jurispr . 1988, blz . 4875, en van 12 juli 1990, zaak C-35/88, Commissie/Helleense Republiek, Jurispr . 1990, blz.I-3125 .
Top