Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF VAN 14 JUNI 1990. - MICHAEL WEISER TEGEN CAISSE NATIONALE DES BARREAUX FRANCAIS. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: TRIBUNAL D'INSTANCE DE PARIS 5EME - FRANKRIJK. - AMBTENAREN - OVERSCHRIJVING VAN PENSIOENRECHTEN. - ZAAK C-37/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-02395
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
Ambtenaren - Pensioenen - Pensioenrechten verworven vóór indiensttreding bij Gemeenschappen - Overschrijving naar communautair stelsel - Persoonlijke werkingssfeer - Niet in loondienst uitgeoefende beroepen - Uitsluiting - Gelijke behandeling - Schending
( Ambtenarenstatuut, bijlage VIII, artikel 11, lid 2 )
SamenvattingDe werkingssfeer van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut, dat ambtenaren van de Gemeenschappen de mogelijkheid biedt pensioenrechten die zij in een nationaal stelsel hebben verworven, naar het gemeenschappelijk pensioenstelsel te doen overschrijven, is beperkt tot beroepen die in loondienst worden uitgeoefend, en omvat geen werkzaamheden die worden gekenmerkt door economische en persoonlijke zelfstandigheid .
Bijgevolg kan iemand die als zelfstandige, bij voorbeeld als advocaat, werkzaam is en die werkzaamheid beëindigt om gemeenschapsambtenaar te worden, bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht niet verlangen, dat te zijnen aanzien toepassing wordt gegeven aan artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut .
Deze bepaling is echter ongeldig, voor zover zij voorziet in ongelijke behandeling tussen enerzijds ambtenaren die hun pensioenrechten in een nationaal stelsel in loondienst hebben verworven, en anderzijds degenen die ze als zelfstandige hebben verworven .
PartijenIn zaak C-37/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het tribunal d' instance de Paris ( vijfde arrondissement ), in het aldaar aanhangig geding tussen
M . Weiser, ambtenaar van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, wonende te Luxemburg,
en
Caisse nationale des barreaux français, te Parijs,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, F . A . Schockweiler en M . Zuleeg, kamerpresidenten, G . F . Mancini, T . F . O' Higgins, J . C . Moitinho de Almeida en M . Díez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal : M . Darmon
griffier : J . A . Pompe, adjunct-griffier
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- M . Weiser, vertegenwoordigd door J . Rooy, advocaat te Parijs,
- Caisse nationale des barreaux français, vertegenwoordigd door R . Collin, advocaat te Parijs, en F . Herbert, advocaat te Brussel,
- de regering van de Franse Republiek, vertegenwoordigd door E . Belliard en C . Chavance als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door S . van Raepenbusch als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van partijen in het hoofdgeding, van de Franse regering en de Commissie, alsmede van de Raad, vertegenwoordigd door J . Carbery als gemachtigde, ter terechtzitting van 30 januari 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 13 februari 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij vonnis van 26 januari 1989, ingekomen ten Hove op 16 februari daaraanvolgend, heeft het tribunal d' instance de Paris ( vijfde arrondissement ) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen ( hierna : "Statuut ").
2 Deze vraag is gerezen in een geding tussen M . Weiser, ambtenaar van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, en de Caisse nationale des barreaux français ( hierna : "Caisse ").
3 Weiser stond van 1967 tot 1984 ingeschreven bij de balie te Parijs en betaalde uit dien hoofde pensioenbijdragen aan de Caisse . Na zijn aanstelling in vaste dienst als ambtenaar van het Hof van Justitie in 1985, verzocht hij om overschrijving naar de Gemeenschappen van de pensioenrechten die hij in Frankrijk had verworven op grond van de door hem van 1967 tot 1984 betaalde bijdragen .
4 Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut bepaalt, dat de ambtenaar die in dienst van de Gemeenschappen treedt na de dienst bij een overheidsorgaan, een nationale of internationale organisatie of een onderneming te hebben beëindigd, bij zijn aanstelling in vaste dienst aan de Gemeenschappen kan doen betalen hetzij de actuariële tegenwaarde van de rechten op ouderdomspensioen, die hij bij het overheidsorgaan, de organisatie of de onderneming heeft verworven, hetzij de afkoopsom die hem bij zijn vertrek verschuldigd is door het pensioenfonds van het overheidsorgaan, de organisatie of de onderneming .
5 Tegen de afwijzing door de Caisse van zijn verzoek om overschrijving van pensioenrechten ging Weiser in beroep bij het tribunal d' instance de Paris ( vijfde arrondissement ), dat het Hof de volgende prejudiciële vraag heeft voorgelegd :
"Kan een Franse advocaat die zijn beroep opgeeft om ambtenaar van de Europese Gemeenschappen te worden, toepassing te zijnen aanzien verlangen van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen?"
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven, voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
7 Alvorens de gestelde vraag te beantwoorden, moet eerst worden vastgesteld, wat de draagwijdte is van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut . Volgens de letter van deze bepaling komt het recht op overschrijving van pensioenrechten toe aan ambtenaren die tevoren in dienst zijn geweest bij een overheidsorgaan, een nationale of internationale organisatie of een onderneming .
8 Uit de tekst zelf van artikel 11, lid 2, blijkt, dat de ambtenaar vóór zijn indiensttreding bij de Gemeenschappen in "dienst" moet zijn geweest "bij" een overheidsorgaan, een organisatie of een onderneming . Dit kan slechts slaan op werkzaamheden die, krachtens een statutaire regeling of een overeenkomst, in loondienst en niet als zelfstandige zijn verricht .
9 De werkingssfeer van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut is bijgevolg beperkt tot beroepen die in loondienst worden uitgeoefend, en omvat geen werkzaamheden die worden gekenmerkt door economische en persoonlijke zelfstandigheid, zoals de werkzaamheden van een advocaat .
10 Uit het voorgaande volgt, dat iemand die als zelfstandige, bij voorbeeld als advocaat, werkzaam is en die werkzaamheid beëindigt om gemeenschapsambtenaar te worden, bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht niet kan verlangen, dat te zijnen aanzien toepassing wordt gegeven aan artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen .
11 Verzoeker in het hoofdgeding, de Commissie en de Raad hebben echter aangevoerd, dat een dergelijke letterlijke uitlegging van de in geding zijnde bepaling afstuit op het beginsel van gelijke behandeling . Ook de Franse regering heeft verklaard, dat wanneer de vrije beroepen van de werkingssfeer van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut worden uitgesloten, dit moeilijk verenigbaar is met dat algemene beginsel van gemeenschapsrecht .
12 Volgens 's Hofs rechtspraak is de mogelijkheid om pensioenrechten over te schrijven, een door het Statuut toegekend subjectief recht, waarop beroep kan worden gedaan zowel tegenover Lid-Staten als tegenover de instellingen van de Gemeenschap ( zie arrest van 20 oktober 1981, zaak 137/80, Commissie/België, Jurispr . 1981, blz . 2393 ).
13 De vraag is dus, of het in overeenstemming is met het beginsel van gelijke behandeling om ambtenaren naargelang van hun arbeidsverleden verschillend te behandelen . Dat beginsel vormt immers een fundamenteel recht, waaraan ook de gemeenschapsautoriteiten zich hebben te houden wanneer zij regels opstellen voor het communautaire openbare ambt, en op de eerbiediging waarvan het Hof heeft toe te zien ( zie laatstelijk de arresten van 18 april 1989, zaak 130/87, Retter, Jurispr . 1989, blz . 865, en 14 februari 1990, zaak C-137/88, Schneemann e.a ., Jurispr . 1990, blz . I-369 ).
14 Dienaangaande moet erop worden gewezen, dat de gemeenschapswetgever bij de vaststelling van regels voor de overschrijving naar het gemeenschappelijk stelsel van pensioenrechten die door gemeenschapsambtenaren krachtens een nationaal stelsel zijn verworven, gehouden is het beginsel van gelijke behandeling te eerbiedigen . Hij moet derhalve regels vermijden waardoor ambtenaren ongelijk worden behandeld, tenzij de situatie van betrokkenen bij hun indiensttreding bij de Gemeenschappen een verschillende behandeling rechtvaardigt wegens de bijzondere kenmerken van de regeling waaronder de pensioenrechten zijn verworven, of wegens het ontbreken van dergelijke rechten .
15 Het enkele feit dat sommige ambtenaren vóór hun indiensttreding bij de Gemeenschappen als werknemer pensioenrechten hebben verworven en andere als zelfstandige, vormt voor de toepassing van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut geen verschil op grond waarvan het gerechtvaardigd is dat de enen hun pensioenrechten wel kunnen overschrijven en de anderen niet, althans wanneer beide categorieën waren aangesloten bij pensioenstelsels die, evenals verplichte stelsels, kenmerken vertonen die zich lenen voor toepassing van het bepaalde in artikel 11 van bijlage VIII bij het Statuut .
16 Doordat het enkel van toepassing is op ambtenaren die in loondienst werkzaam zijn geweest, resulteert artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut in een verschillende regeling van persoonlijke situaties die, gelet op de aard en het doel van die bepaling, geen verschillen vertonen die een dergelijk verschil in behandeling kunnen rechtvaardigen .
17 Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut is derhalve ongeldig voor zover het met betrekking tot de overschrijving van pensioenrechten van een nationaal stelsel naar het gemeenschappelijk stelsel voorziet in ongelijke behandeling van enerzijds ambtenaren die die rechten in loondienst hebben verworven, en anderzijds degenen die ze als zelfstandige hebben verworven . Het staat aan de gemeenschapswetgever hieruit de noodzakelijke consequenties te trekken .
18 Mitsdien moet op de gestelde vraag worden geantwoord, dat iemand die als zelfstandige, bij voorbeeld als advocaat, werkzaam is en die werkzaamheid beëindigt om gemeenschapsambtenaar te worden, bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht niet kan verlangen, dat te zijnen aanzien toepassing wordt gegeven aan artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, en dat deze bepaling ongeldig is voor zover zij met betrekking tot de overschrijving van pensioenrechten van een nationaal stelsel naar het gemeenschappelijk stelsel voorziet in ongelijke behandeling van enerzijds ambtenaren die die rechten in loondienst hebben verworven, en anderzijds degenen die ze als zelfstandige hebben verworven .
Beslissing inzake de kostenKosten
19 De kosten door de Franse regering, de Raad en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
DictumHET HOF VAN JUSTITIE,
uitspraak doende op de door het tribunal d' instance de Paris ( vijfde arrondissement ) bij vonnis van 26 januari 1989 gestelde vraag, verklaart voor recht :
Iemand die als zelfstandige, bij voorbeeld als advocaat, werkzaam is en die werkzaamheid beëindigt om gemeenschapsambtenaar te worden, kan bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht niet verlangen, dat te zijnen aanzien toepassing wordt gegeven aan artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen .
Deze bepaling is echter ongeldig, voor zover zij met betrekking tot de overschrijving van pensioenrechten van een nationaal stelsel naar het gemeenschappelijk stelsel voorziet in ongelijke behandeling van enerzijds ambtenaren die die rechten in loondienst hebben verworven, en anderzijds degenen die ze als zelfstandige hebben verworven .
Top