Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 12 DECEMBER 1990. - VANDEMOORTELE NV TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - VERORDENING NR. 2200/87 VAN DE COMMISSIE - INHOUDING OP BETALINGEN INZAKE VOEDSELHULP. - ZAAK C-172/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-04677
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
Landbouw - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Voedselhulp - Uitvoering - Aanbestedingsregeling - Waarborgregeling - Te late levering - Sanctie - Inhouding op leveringszekerheid bij vrijgave daarvan - Inhouding op voor levering van goederen verschuldigd bedrag - Onwettigheid
( Verordening nr . 2200/87 van de Commissie, artikelen 18, lid 2, en 22, sub 2 )
SamenvattingAl dan niet strafrechtelijke sancties kunnen slechts worden opgelegd indien daarvoor een duidelijke en eenduidige rechtsgrondslag bestaat . Derhalve moet worden nietig verklaard de beslissing van de Commissie om in het kader van de voedselhulp op het aan een verkoper voor de levering van goederen verschuldigde bedrag een inhouding wegens te late levering te verrichten, ofschoon artikel 18, lid 2, van verordening nr . 2200/87 slechts in een inhouding op dat bedrag voorziet voor het geval de goederen of de verpakking ervan niet beantwoorden aan hetgeen was overeengekomen, en artikel 22, sub 2, van diezelfde verordening voorziet in de mogelijkheid - waarvan de Commissie in het onderhavige geval geen gebruik had gemaakt - om als sanctie voor de te late levering een inhouding te verrichten op de zekerheid bij de vrijgave daarvan .
PartijenIn zaak C-172/89,
Vandemoortele NV, gevestigd te Izegem ( België ), vertegenwoordigd en bijgestaan door J . Steenbergen en W . Dejonghe, advocaten te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van A . May, advocaat aldaar, 31, Grand-Rue,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur R . C . Fischer als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Berardis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van de bij telexbericht van 15 maart 1989 meegedeelde beslissing van de Commissie betreffende inhoudingen op betalingen inzake voedselhulp,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Derde Kamer ),
samengesteld als volgt : J . C . Moitinho de Almeida, kamerpresident, F . Grévisse en M . Zuleeg, rechters,
advocaat-generaal : F . G . Jacobs
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van de vertegenwoordigers van partijen ter terechtzitting van 2 mei 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 juni 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 17 mei 1989, heeft Vandemoortele NV, gevestigd te Izegem ( België ), verzocht om nietigverklaring van de bij telexbericht van 15 maart 1989 meegedeelde beslissing van de Commissie betreffende de inhouding van 56 463 ECU op het bedrag dat aan verzoekster verschuldigd was voor een levering in het kader van de communautaire voedselhulp .
2 Bij verordening ( EEG ) nr . 941/88 van 8 april 1988 betreffende de levering van geraffineerde koolzaadolie aan Bangladesh als voedselhulp ( PB 1988, L 92, blz . 26 ), schreef de Commissie een aanbesteding uit overeenkomstig het bepaalde in haar verordening ( EEG ) nr . 2200/87 van 8 juli 1987 tot vaststelling van algemene voorschriften voor de beschikbaarstelling in de Gemeenschap van produkten voor levering als communautaire voedselhulp ( PB 1987, L 204, blz . 1 ). De voorwaarden voor de aanbesteding waren vermeld in de bijlage bij genoemde verordening nr . 941/88 .
3 Verzoekster werd aangewezen voor de levering van 2 000 ton geraffineerde koolzaadolie uiterlijk op 31 juli 1988 te leveren "franco loshaven - lossing inbegrepen" te Chittagong . Op 29 april 1988 stelde verzoekster overeenkomstig de aanbestedingsvoorwaarden een leveringszekerheid gelijk aan 10 % van het bedrag van de offerte uitgedrukt in ecu . Deze zekerheid werd vervolgens vrijgegeven bij het stellen van de voorschotzekerheid bedoeld in artikel 18, lid 5, van verordening nr . 2200/87 . Deze laatste zekerheid werd vrijgegeven op 30 januari 1989 .
4 Als gevolg van motorpech bereikte het schip dat de koolzaadolie aan boord had genomen, de haven van bestemming, Chittagong, pas op 28 september 1988, dat wil zeggen 59 dagen te laat .
5 Bij de eindafrekening verrichtte de Commissie een inhouding ten belope van 56 463 ECU, zijnde 1/1000 van het totale offertebedrag per dag vertraging, krachtens artikel 22, punt 2, sub b, derde streepje, van verordening nr . 2200/87, volgens hetwelk op de leveringszekerheid een inhouding wordt toegepast ten belope van 1/1000 van het totale offertebedrag per dag vertraging bij de terbeschikkingstelling of de inlading voor leveringen "franco laadhaven", bij de aankomst in de loshaven voor leveringen "franco loshaven" of bij de aankomst op de uiteindelijke plaats van bestemming voor leveringen "franco bestemming ".
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van de zaak, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
7 Verzoekster voert drie middelen aan : schending van verordening nr . 2200/87, schending van het beginsel van het gewettigd vertrouwen en schending van het evenredigheidsbeginsel .
Schending van verordening nr . 2200/87
8 Verzoekster betoogt, dat geen enkele bepaling van verordening nr . 2200/87 de Commissie de mogelijkheid biedt wegens te late levering inhoudingen toe te passen op het voor de levering te betalen bedrag . Door de omstreden inhouding toe te passen op het verschuldigde bedrag, zou de Commissie de werkingssfeer van artikel 22, punt 2, sub b, derde streepje, van genoemde verordening zonder rechtsgrondslag hebben uitgebreid, daar die bepaling slechts voorziet in inhoudingen op de leveringszekerheid bij de vrijgave daarvan .
9 Gelijk het Hof in zijn arrest van 25 september 1984 ( zaak 117/83, Koenecke, Jurispr . 1984, blz . 3291 ) heeft overwogen, kunnen - al dan niet strafrechtelijke - sancties slechts worden opgelegd indien daarvoor een duidelijke en eenduidige rechtsgrondslag bestaat . Om het middel te beoordelen, moet worden nagegaan, of verordening nr . 2200/87 een dergelijke rechtsgrondslag verstrekt .
10 Artikel 22, punt 2, van verordening nr . 2200/87 voorziet slechts in inhoudingen bij de vrijgave van de in artikel 12 bedoelde leveringszekerheid .
11 De omstreden inhouding is evenwel niet toegepast bij de vrijgave van de leveringszekerheid, maar bij de betaling . Volgens artikel 18, lid 2, kan bij de betaling slechts rafactie worden toegekend, wanneer bij de levering is vastgesteld, dat de kwaliteit of de verpakking van de goederen niet met de voorschriften overeenstemt .
12 De Commissie betoogde, dat zij bij leveringen "franco loshaven" of "franco bestemming" op het ogenblik van de vrijgave van de leveringszekerheid en de voorschotzekerheid meestal niet wist, of de levering te laat zal plaatsvinden, en dat de onmogelijkheid om de inhouding op een later tijdstip toe te passen, dus tot gevolg had, dat geen enkele sanctie kon worden opgelegd voor een vertraging van minder dan zestig dagen . Artikel 20, volgens hetwelk alle financiële gevolgen van de gehele of gedeeltelijke niet-levering van de goederen onder de vastgestelde voorwaarden ten laste van de leverancier komen, geldt immers slechts voor vertraging van meer dan zestig dagen .
13 Dit argument had een uitlegging als die welke door de Commissie wordt voorgestaan, kunnen schragen, indien de betrokken regeling, gezien haar bewoordingen, voor uitlegging vatbaar was . Het argument vormt op zichzelf evenwel geen voldoende rechtvaardigingsgrond voor het opleggen van een sanctie onder andere voorwaarden dan die welke in die regeling duidelijk worden gesteld .
14 Mitsdien heeft de beslissing om de omstreden inhouding na de vrijgave van de leveringszekerheid toe te passen, geen rechtsgrondslag en moet zij derhalve worden nietig verklaard .
15 Bijgevolg behoeven de twee andere middelen niet te worden onderzocht .
Beslissing inzake de kostenKosten
16 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Daar de Commissie in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen .
DictumHET HOF VAN JUSTITIE ( Derde Kamer ),
rechtdoende :
1 ) Verklaart nietig de bij telexbericht van 15 maart 1989 meegedeelde beslissing van de Commissie betreffende de inhouding van 56 463 ECU op het bedrag dat aan verzoekster verschuldigd was voor een levering in het kader van de communautaire voedselhulp .
2 ) Verwijst de Commissie in de kosten van het geding .
Top