Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF VAN 13 DECEMBER 1990. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN ITALIAANSE REPUBLIEK. - NIET-NAKOMING - NIET-OMZETTING VAN EEN RICHTLIJN IN NATIONAAL RECHT. - ZAAK C-240/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-04853
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikel 169 )
SamenvattingEen Lid-Staat kan zich niet beroepen op bepalingen, praktijken of situaties van zijn nationale rechtsorde om de niet-nakoming van door gemeenschapsrichtlijnen opgelegde verplichtingen en termijnen te rechtvaardigen .
PartijenIn zaak C-240/89,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridische adviseurs D . Gouloussis en G . Marenco als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Berardis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L . Ferrari Bravo, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, als gemachtigde, bijgestaan door P . G . Ferri, avvocato dello Stato, en door I . Braguglia, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, 5, rue Marie-Adelaïde,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen te treffen - de maatregelen betreffende de asbestwinning buiten beschouwing gelaten - ter uitvoering in de nationale rechtsorde van richtlijn 83/477/EEG van de Raad van 19 september 1983 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico' s van blootstelling aan asbest op het werk ( PB 1983, L 263, blz . 25 ), de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, G . F . Mancini, T . F . O' Higgins en J . C . Moitinho de Almeida, kamerpresidenten, C . N . Kakouris, F . A . Schockweiler, F . Grévisse, M . Zuleeg en P . J . G . Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal : F . G . Jacobs
griffier : J . A . Pompe, adjunct-griffier
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 20 november 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 november 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 31 juli 1989, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen te treffen - de maatregelen betreffende de asbestwinning buiten beschouwing gelaten - ter uitvoering in de nationale rechtsorde van richtlijn 83/477/EEG van de Raad van 19 september 1983 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico' s van blootstelling aan asbest op het werk ( PB 1983, L 263, blz . 25 ) de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen .
2 Artikel 18, lid 1, van richtlijn 83/477 bepaalt, dat de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om voor 1 januari 1987 aan deze richtlijn te voldoen en dat zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen . In hetzelfde lid is verder bepaald, dat deze datum voor wat de asbestwinning betreft wordt verschoven naar 1 januari 1990 . Luidens het tweede lid delen de Lid-Staten aan de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder de richtlijn vallende gebied vaststellen .
3 Toen de Commissie binnen de gestelde termijn geen mededeling van de Italiaanse Republiek ontving over de maatregelen die ter omzetting van deze richtlijn waren genomen, zond zij haar op 16 november 1987 een schriftelijke ingebrekestelling met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen ter zake te maken . De Commissie, die het antwoord van de Italiaanse Republiek van 5 februari 1988 onbevredigend achtte, bracht vervolgens op 18 januari 1989 een met redenen omkleed advies uit, en toen dit onbeantwoord bleef, stelde zij het onderhavige beroep in .
4 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van de zaak, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hieronder slechts weergegeven voor zover dit noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
5 De Italiaanse Republiek erkent in wezen, dat de voor omzetting van de richtlijn in het interne recht noodzakelijke maatregelen nog niet zijn genomen, doch betoogt, dat het Italiaanse recht reeds verschillende bepalingen kent die de bescherming van de gezondheid van de werknemers beogen te waarborgen, en dat de Italiaanse regering bij het parlement een voorstel voor een machtigingswet heeft ingediend ten einde de vele richtlijnen op het gebied van de gezondheid en de werknemersbescherming, waaronder de onderhavige richtlijn, bij presidentieel decreet te kunnen omzetten . Ter terechtzitting heeft zij erop gewezen, dat het betrokken voorstel is aangenomen als wet nr . 112, die op 30 juli 1990 is uitgevaardigd en gepubliceerd, doch dat zij nog enige tijd nodig heeft voor de uitvoering van de litigieuze richtlijn .
6 Hierbij dient de vaste rechtspraak van het Hof in herinnering te worden gebracht, dat een Lid-Staat zich niet kan beroepen op bepalingen, praktijken of situaties van zijn interne rechtsorde om de niet-nakoming van door richtlijnen opgelegde verplichtingen en termijnen te rechtvaardigen .
7 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen te treffen - de maatregelen betreffende de asbestwinning buiten beschouwing gelaten - om zich te voegen naar richtlijn 83/477/EEG van de Raad van 19 september 1983 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico' s van blootstelling aan asbest op het werk, de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen .
Beslissing inzake de kostenKosten
8 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen .
DictumHET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verstaat :
1 ) Door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen te treffen - de maatregelen betreffende de asbestwinning buiten beschouwing gelaten - om zich te voegen naar richtlijn 83/477/EEG van de Raad van 19 september 1983 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico' s van blootstelling aan asbest op het werk, is de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen .
2 ) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten van de procedure .
Top