Avis juridique important
BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN HET HOF VAN 26 APRIL 1989. - HELLEENSE REPUBLIEK TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - EOGFL - AFDELING GARANTIE - GOEDKEURING VAN REKENINGEN. - SAG C-32/89 R.
Jurisprudentie 1989 bladzijde 00985
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
++++
Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Voorlopige maatregelen - Voorwaarden - Ernstige en onherstelbare schade voor verzoeker
( EEG-Verdrag, artikelen 185 en 186; Reglement voor de procesvoering, artikel 83, lid 2 )
PartijenIn zaak 32/89 R,
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door K . Stavropoulos, F . Spathopoulos, I . Laios en M . Tsotsanis, respectievelijk juridisch medewerker van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dienst communautaire geschillen, juridisch medewerker van het Ministerie van Nationale Economie, juridisch adviseur van het Ministerie van Landbouw en juridisch medewerker van het Ministerie van Landbouw, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Griekse ambassade, 117, Val Sainte-Croix,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur D . Gouloussis als gemachtigde, bijgestaan door M . Vilaras, bij de Commissie gedetacheerd Grieks ambtenaar, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging van beschikking 88/630 van de Commissie van 29 november 1988 betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de Lid-Staten voor het begrotingsjaar 1986 hebben ingediend in verband met de door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven,
geeft
De president van het Hof
van de Europese Gemeenschappen
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 6 februari 1989, heeft de Helleense Republiek krachtens artikel 173, eerste alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van beschikking 88/630 van de Commissie van 29 november 1988 betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de Lid-Staten voor het begrotingsjaar 1986 hebben ingediend in verband met de door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven ( PB 1988, L 353, blz . 30 ).
2 Blijkens artikel 1 en de bijlage van deze beschikking heeft de Commissie van de door de Griekse autoriteiten ter goedkeuring gedeclareerde uitgaven ten belope van 168 406 791 240 DR slechts 161 532 024 085 DR erkend als komende ten laste van het EOGFL, zodat een bedrag van 6 874 767 155 DR ten laste van de Helleense Republiek werd gelaten .
3 Krachtens artikel 2 van de beschikking moet het aldus ten laste van de Lid-Staat gelaten bedrag binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de datum van kennisgeving van deze beschikking, worden gestort op de rekening, bedoeld in artikel 1 van verordening nr . 2776/88 van de Commissie van 7 september 1988 betreffende de gegevens die de Lid-Staten moeten verstrekken voor de boeking uit de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw ( EOGFL ) gefinancierde uitgaven ( PB 1988, L 249, blz . 9 ), dat wil zeggen de door de Lid-Staat bij zijn schatkist of een andere financiële instelling geopende rekening, waarop de Commissie overeenkomstig vorengenoemde verordening de financiële middelen ter beschikking van de Lid-Staat stelt, die nodig zijn om de door het EOGFL te financieren uitgaven te dekken .
4 Van deze beschikking is op 30 november 1988 kennis gegeven aan de Permanente Vertegenwoordiging van de Helleense Republiek .
5 Bij afzonderlijke akte, eveneens ter griffie van het Hof neergelegd op 6 februari 1989, heeft de Helleense Republiek krachtens de artikelen 185 en 186 EEG-Verdrag en de artikelen 83 en 84 van het Reglement voor de procesvoering verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging van vorengenoemde beschikking gedurende een jaar na de beschikking in kort geding, alsmede om onmiddellijke opschorting tot aan de uitspraak in kort geding, zulks bij wege van voorlopige maatregel .
6 Bij telexbericht van 7 februari 1989 heeft de President van het Hof de Commissie verzocht hem mee te delen, of zij ter uitvoering van deze beschikking het bedrag van 6 874 767 155 DR in mindering wilde brengen op haar betalingen aan de Helleense Republiek .
7 Bij brief van 9 februari 1989, die het Hof dezelfde dag is toegestuurd, heeft de Commissie te kennen gegeven, dat de in artikel 2 van de betrokken beschikking voorziene betaling was verricht : de Griekse autoriteiten hadden het bedrag van 6 874 767 155 DR in mindering gebracht op de uitgaven in de maand december 1988 in het dossier dat zij overeenkomstig artikel 3 van vorengenoemde verordening nr . 2776/88 op 26 januari 1989 bij de Commissie hadden ingediend ter bepaling van het voorschot op de boeking van de uitgaven voor die maand . In de beschikking van de Commissie van 31 januari 1989 betreffende de aan de Lid-Staten uit te betalen voorschotten op de boeking van de uitgaven in de maand december 1988, waarvan de Permanente Vertegenwoordiging van de Helleense Republiek op 2 februari 1989 is kennis gegeven, zou bijgevolg ten aanzien van de Helleense Republiek rekening zijn gehouden met deze aftrek en het aldus vastgestelde voorschot zou overeenkomstig artikel 4 van verordening nr . 2776/88 op 3 februari 1989 zijn uitbetaald .
8 Verzocht om een reactie op de door de Commissie verstrekte mededelingen, heeft de regering van de Helleense Republiek, na nog eens te hebben gewezen op het formele en voortdurende verzet van de bevoegde Griekse diensten tegen elke aftrek van het eindbedrag van de betrokken goedkeuring, haar verzoek in kort geding gehandhaafd en subsidiair om een voorlopige maatregel verzocht, waarbij de Commissie wordt gelast haar bij wijze van voorschot het afgetrokken en nog verschuldigde bedrag uit te betalen .
9 Verweerster heeft op 6 maart 1989 schriftelijke opmerkingen ingediend . Partijen zijn in hun mondelinge opmerkingen gehoord op 17 april 1989, nadat een daartoe op 13 maart 1989 vastgestelde terechtzitting op verzoek van verzoekster was uitgesteld .
10 Om te beginnen zij opgemerkt dat krachtens artikel 189, vierde alinea, EEG-Verdrag, de beschikkingen van de Commissie verbindend zijn in al hun onderdelen voor degenen tot wie zij uitdrukkelijk zijn gericht, en dat zij krachtens artikel 191, tweede alinea, EEG-Verdrag door hun kennisgeving aan degenen tot wie zij zijn gericht, van kracht worden .
11 Voorts heeft ingevolge artikel 185 EEG-Verdrag een bij het Hof van Justitie ingesteld beroep geen schorsende werking, doch kan het Hof, indien het van oordeel is dat de omstandigheden zulks vereisen, opschorting van de uitvoering van de bestreden handeling gelasten en kan het ingevolge artikel 186 EEG-Verdrag eveneens in zaken welke bij dit college aanhangig zijn gemaakt, de noodzakelijke voorlopige maatregelen gelasten .
12 Volgens artikel 83, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering kan slechts worden beslist, een dergelijke opschorting of dergelijke voorlopige maatregelen te gelasten, indien er omstandigheden zijn vermeld waaruit blijkt van het spoedeisend karakter, alsmede middelen, zowel feitelijk als rechtens, zijn aangevoerd, op grond waarvan de voorlopige maatregel waartoe wordt geconcludeerd, aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt .
13 Het is vaste rechtspraak van het Hof, dat de spoedeisendheid van het verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging of om andere voorlopige maatregelen moet worden getoetst aan de vraag of een voorlopige beslissing noodzakelijk is ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade voor de partij die om de voorlopige maatregel verzoekt, en dient deze partij het bewijs te leveren dat zij de uitslag van de procedure in de hoofdzaak niet kan afwachten zonder persoonlijk schade te lijden die voor haar ernstige en onherstelbare gevolgen zal hebben .
14 Ter zake betoogt de regering van de Helleense Republiek, dat de omstandigheid dat 6 874 767 155 DR niet zijn uitbetaald, zeer ernstige problemen zal opleveren bij de uitvoering van haar nationale begroting in de sector landbouw . Het risico zou bestaan, dat de nationale autoriteiten de Griekse producenten en exporteurs niet de door hen verwachte steun, restituties en compenserende bedragen kunnen uitbetalen, hetgeen een ernstige en onherstelbare schade zou opleveren voor deze producenten of exporteurs die zich gedwongen zouden zien bepaalde bepaalde winter - of lentegewassen niet te verbouwen of traditionele exportmarkten te laten vallen . Om te proberen deze situatie op te vangen, zouden de nationale autoriteiten de noodzakelijke financiële middelen moeten lenen, hetgeen niet gemakkelijk zou zijn, omdat de ter dekking van het begrotingstekort voor 1989 benodigde kredieten volgens de Wet op de middelen voor dit begrotingsjaar reeds 1 051 800 000 000 DR bedragen . In elk geval zou het een onherstelbare schade teweeg brengen voor de Griekse schatkist die een hoog bedrag aan rente over een dergelijk aanvullend krediet zou moeten betalen .
15 Om te beginnen zij opgemerkt, dat de Griekse nationale autoriteiten verplicht zijn de marktdeelnemers de uit de gemeenschapsverordeningen voortvloeiende steun, restituties en compenserende bedragen uit te betalen, aangezien deze verordeningen krachtens artikel 189, tweede alinea, EEG-Verdrag verbindend zijn in al hun onderdelen en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke Lid-Staat . De autoriteiten van een Lid-Staat kunnen zich niet wegens financiële moeilijkheden aan de verplichting onttrekken om dergelijke betalingen te verrichten .
16 De gestelde schade van de marktdeelnemers kan overigens niet worden aangemerkt als een schade die verzoekster "persoonlijk", als staat, zou lijden, noch als een onherstelbare schade, daar niet is aangetoond of zelfs maar gesteld, dat deze marktdeelnemers niet via de nationale beroepswegen een volledige schadevergoeding zouden kunnen krijgen van de eventueel geleden schade .
17 Voor de beoordeling van de ernst van de schade die de Griekse schatkist zou lijden, dient het betrokken bedrag te worden vergeleken met enige andere bedragen die in het dossier voorkomen . Dan blijkt, dat de uit hoofde van het betrokken begrotingsjaar erkende uitgaven meer dan 161 miljard DR bedragen, terwijl het litigieuze bedrag, dat wil zeggen de niet ten laste gebrachte uitgaven, ternauwernood 7 miljard DR bedraagt . Eveneens blijkt dat het voorschot dat de Commissie heeft uitbetaald voor de maand december 1988, dus slechts voor een maand, zelfs na aftrek van het litigieuze bedrag bijna 16 miljard DR bedroeg . Ten slotte voorziet de algemene begroting van de Griekse staat voor het begrotingsjaar 1989 een begrotingstekort van in totaal bijna 1 052 miljard DR . In die omstandigheden kan het betrokken bedrag niet worden aangemerkt als een schade die ernstig genoeg is om de voorlopige maatregelen waartoe wordt geconcludeerd, te rechtvaardigen .
18 Het feit dat het litigieuze bedrag bovenop een reeds aanzienlijk begrotingstekort komt, dat door rentedragende kredieten moet worden gedekt, kan evenmin als een schade worden aangemerkt, die voorlopige maatregelen rechtvaardigt .
19 Bovendien kan blijkens vaste rechtspraak van het Hof ( zie laatstelijk de beschikking van 24 september 1986, zaak 214/86 R, Helleense Republiek/Commissie, Jurispr . 1986, blz . 2631 ) de schade die verzoekster zou lijden doordat dit bedrag niet wordt uitbetaald, niet onherstelbaar worden geacht, daar de Commissie verplicht is haar het gehele bedrag te betalen, wanneer het Hof verzoekster uiteindelijk in de hoofdzaak in het gelijk zou stellen .
20 Waar verzoekster aldus geen omstandigheden heeft vermeld waaruit blijkt van het spoedeisend karakter van een voorlopige maatregel, behoeven de door de Commissie aangevoerde meer bijzondere middelen, volgens welke het verzoek, zoals aanvankelijk ingediend door verzoekster, zonder voorwerp zou zijn en het subsidiair ingediende verzoek erop zou neerkomen dat wordt geprejudicieerd op de in de hoofdzaak te geven beslissing, niet meer te worden onderzocht .
DictumDe president van het Hof,
uitspraak doende bij voorraad,
beschikt :
1 ) Het verzoek in kort geding wordt afgewezen .
2 ) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden .
Luxemburg, 26 april 1989 .
Top