Avis juridique important
BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN DE TWEEDE KAMER VAN HET HOF VAN 13 JUNI 1989. - JOSE MARIA GONZALEZ HOLGUERA TEGEN EUROPEES PARLEMENT. - AMBTENAREN - VOORLOPIGE MAATREGELEN - OPSCHORTING TENUITVOERLEGGING. - ZAAK C-171/89 R.
Jurisprudentie 1989 bladzijde 01705
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
++++
Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Voorwaarden - Ernstige en onherstelbare schade
( Reglement voor de procesvoering, artikel 83, paragraaf 2 )
PartijenIn zaak 171/89 R,
J . M . Gonzalez Holguera, ambtenaar van het Europese Parlement, vertegenwoordigd door B . Moutrier, advocaat en procureur te Luxemburg, domicilie gekozen hebbende te diens kantore, 16, avenue de la Porte-Neuve,
verzoeker,
tegen
Europees Parlement, vertegenwoordigd door M . Pasetti Bombardella, juridisch adviseur, en M . Peter, afdelingshoofd bij de juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij zijn Secretariaat-generaal,
verweerder,
betreffende een verzoek in kort geding om opschorting van de officiële bekendmaking van de uitslag van de examens van een algemeen vergelijkend onderzoek,
geeft
de president van de Tweede kamer,
uitspraak doende krachtens artikel 91, lid 4, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de artikelen 9, paragraaf 4, 83 en volgende van het Reglement voor de procesvoering,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 17 mei 1989, heeft José Maria Gonzalez Holguera krachtens de artikelen 90 en 91 Ambtenarenstatuut beroep ingesteld tot nietigverklaring van het besluit van de jury om hem niet toe te laten tot de examens van het algemeen vergelijkend onderzoek op de grondslag van bewijsstukken en examens PE/126/LA ( PB 1988, C 114, blz . 19 ), door het Europese Parlement georganiseerd ter voorziening in het ambt van Spaanstalig taalkundig adviseur, alsmede van de examens van dat vergelijkend onderzoek en van de aanstelling die op basis van dat vergelijkend onderzoek zal plaatsvinden .
2 Bij op dezelfde dag ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift in kort geding heeft verzoeker het Hof verzocht, de opschorting te gelasten van de officiële bekendmaking van de uitslag van de examens van dat vergelijkend onderzoek .
3 Verzoeker, hoofdvertaler van de rang LA 5 bij het Europese Parlement, heeft zich voor dat vergelijkend onderzoek kandidaat gesteld .
4 Na de criteria voor de beoordeling van de schriftelijke bewijsstukken van de kandidaten te hebben vastgesteld en de bewijsstukken van ieder hunner te hebben onderzocht, deelde de jury bij besluit van 21 november 1988 verzoeker mee, dat zij hem niet tot de schriftelijke examens kon toelaten wegens zijn gebrek aan ervaring op het gebied van vertaling en revisie .
5 Op de klacht, door verzoeker op 6 december 1988 ingediend overeenkomstig artikel 90, lid 2, van het Statuut, antwoordde de voorzitter van de jury bij brief van 19 december 1988, dat enkel de kandidaten die in het kader van een regelmatig uitgeoefende hoofdwerkzaamheid ten minste drie jaar ervaring als vertaler en bovendien twee jaar ervaring als reviseur hadden opgedaan, voldeden aan de in de aankondiging van het algemeen vergelijkend onderzoek gestelde voorwaarden .
6 Bij een brief die het Europese Parlement verklaart op 2 maart 1989 te hebben geregistreerd, diende verzoeker bij de voorzitter van deze instelling een tweede klacht in, waarin hij onder meer stelde, dat de jury van een eerder vergelijkend onderzoek zijn beroepservaring anders had gewaardeerd en hem had toegelaten tot een intern vergelijkend onderzoek ter voorziening in het ambt van hoofd van de Spaanse vertaalafdeling . De jury van het onderhavige concours had dan ook haar strengere beoordeling van zijn beroepservaring in voldoende mate en bijzonder moeten motiveren .
7 Zonder het antwoord op deze klacht af te wachten, heeft verzoeker krachtens artikel 91, lid 4, van het Statuut een beroep ten gronde en het onderhavige verzoek in kort geding ingediend .
8 Bij brief van 17 mei 1989 heeft de voorzitter van het Europese Parlement de tweede klacht afgewezen, op grond dat de toelatingsvoorwaarden voor de twee vergelijkende onderzoeken verschillend waren en dat de jury van het onderhavige vergelijkend onderzoek geen rekening behoefde te houden met de wijze waarop andere jury' s voorheen verzoekers ervaring hadden beoordeeld, en dat zij haar beoordeling dus ook niet omstandig behoefde te motiveren .
9 Volgens vaste rechtspraak ( zie met name de beschikking van 17 januari 1985, zaak 293/84, R . Sorani, Jurispr . 1985, blz . 251 ) kunnen maatregelen tot opschorting van de tenuitvoerlegging van handelingen van de instellingen slechts in overweging worden genomen indien de omstandigheden, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan zij worden gevorderd, ze aanvankelijk gerechtvaardigd doen voorkomen . Daarenboven moeten die maatregelen spoedeisend zijn in die zin, dat het noodzakelijk is dat zij nog vóór de beslissing ten gronde worden genomen en effect sorteren, om te voorkomen dat de partij die erom verzoekt, ernstige en onherstelbare schade lijdt .
10 Dienaangaande stelt verzoeker, dat zijn beroep ten gronde gerechtvaardigd is en dat, zo de uitslag van de examens van het vergelijkend onderzoek werd gepubliceerd en iemand op de vacante post werd aangesteld, hij ernstige en onherstelbare schade zou lijden doordat hij dan niet in zijn rechten kan worden hersteld ingeval het besluit om hem niet tot de examens toe te laten, nietig wordt verklaard . Verzoeker verwijst naar de rechtspraak van het Hof ( met name het arrest van 21 maart 1985, zaak 108/84, de Santis, Jurispr . 1985, blz . 947 ), volgens welke aanstellingen die na een vergelijkend onderzoek hebben plaatsgevonden, niet nietig worden verklaard, ook wanneer besluiten van de jury om bepaalde kandidaten niet tot de examens toe te laten, wel nietig zijn verklaard .
11 Het Europese Parlement concludeert tot afwijzing van het verzoek in kort geding . De door verzoeker aangevoerde omstandigheden feitelijk en rechtens zouden de gevraagde voorlopige maatregelen niet als voorshands gerechtvaardigd doen voorkomen, aangezien de toelatingsvoorwaarden voor de twee vergelijkende onderzoeken niet vergelijkbaar waren . Evenmin zou verzoeker ernstige en onherstelbare schade lijden indien de uitslag van de examens van het vergelijkend onderzoek officieel bekend werden gemaakt en een geslaagde tot afdelingshoofd werd benoemd, aangezien de nietigverklaring van het jurybesluit de nietigheid zou meebrengen van het gehele vergelijkend onderzoek en dus ook van het eventuele besluit tot aanstelling van het afdelingshoofd .
12 Er zij aan herinnerd, dat de vordering in de hoofdzaak strekt tot nietigverklaring zowel van het bestreden jurybesluit als, bij wege van consequentie, van de examens van het vergelijkend onderzoek en van het eventuele besluit tot aanstelling van een geslaagde kandidaat .
13 Omdat het in geding zijnde algemeen vergelijkend onderzoek niet georganiseerd is met het oog op de vorming van een aanwervingsreserve, maar met het oog op de aanstelling van een enkele kandidaat op een bepaalde post, zou de eventuele nietigverklaring van het bestreden jurybesluit de - eveneens door verzoeker gevorderde - nietigverklaring impliceren van het intussentijd mogelijkerwijs genomen besluit tot aanstelling van de geslaagde kandidaat ( zie met name het arrest van 15 maart 1973, zaak 37/72, Marcato, Jurispr . 1973, blz . 361 ).
14 Hieruit volgt dat verzoeker, indien het bestreden jurybesluit nietig wordt verklaard, zal worden hersteld in zijn rechten zoals die bestonden voor de vaststelling van dat besluit, en dat er dus geen omstandigheden bestaan waaruit van spoedeisendheid blijkt .
15 Mitsdien moet het verzoek in kort geding worden afgewezen, met aanhouding van de beslissing omtrent de kosten .
DictumDe president van de Tweede kamer,
rechtdoende bij voorraad, de advocaat-generaal gehoord,
beschikt :
1 ) Het verzoek in kort geding wordt afgewezen .
2 ) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden .
Luxemburg, 13 juni 1989 .
Top