Avis juridique important
ARREST VAN HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (VIERDE KAMER) VAN 22 MEI 1990. - JUERGEN SPARR TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - AMBTENAREN - VERGELIJKEND ONDERZOEK - BEROEPSERVARING VAN DUITSE "REFERENDAR". - ZAAK T-50/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde II-00207
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
1 . Ambtenaren - Aanwerving - Vergelijkend onderzoek - Beroepservaring van sollicitanten - Beoordelingscriteria
( Ambtenarenstatuut, bijlage III, artikel 5 )
2 . Ambtenaren - Aanwerving - Vergelijkend onderzoek - Beroepservaring van sollicitanten - Door "Referendar" vervulde periodes van opleiding en beroepswerkzaamheid - Gelijkstelling met periode van beroepservaring
( Ambtenarenstatuut, bijlage III, artikel 5 )
Samenvatting1 . Voor de uitlegging van de term beroepservaring dient men uitsluitend te rade te gaan met de doelstellingen van het betrokken vergelijkend onderzoek, zoals blijkende uit de algemene functieomschrijving in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek .
Enkel door de term beroepservaring overeenkomstig de voor alle vergelijkende onderzoeken geldende regels uit te leggen, kunnen discriminaties tussen de sollicitanten van verschillende nationaliteit worden voorkomen .
Wegens de verschillen tussen de postuniversitaire regelingen van de Lid-Staten zou een uitlegging aan de hand van het nationale recht van iedere sollicitant immers onvermijdelijk tot ongelijke behandeling leiden .
2 . Wanneer volgens de voorwaarden voor toelating tot de examens van een algemeen vergelijkend onderzoek voor de vorming van een aanwervingsreserve van administrateurs specialisatie - of bijscholingscursussen die tijdens de periode van beroepswerkzaamheid zijn gevolgd, met beroepservaing gelijkgesteld kunnen worden, is er geen reden om de afwisselende periodes van beroepsopleiding en beroepswerkzaamheid, die in het kader van de rechtenstudie in de Bondsrepubliek Duitsland door een "Referendar" tijdens zijn praktijkstage (" Vorbereitungsdienst ") worden vervuld, in hun geheel niet met een periode van beroepservaring gelijk te stellen .
PartijenIn zaak T-50/89,
J . Sparr, te Hamburg ( Bondsrepubliek Duitsland ), vertegenwoordigd door L . Schulze en G . Meyer, advocaten te Hamburg, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Recht, p/a Fulton Prebon SA, 25, rue Notre-Dame,
verzoeker,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door H . Etienne, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, bijgestaan door R . Wagner, ter beschikking van de juridische dienst van de Commissie gestelde Duitse rechter, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van het besluit van de jury van algemeen vergelijkend onderzoek COM/A/621 om verzoeker niet tot de examens van dat vergelijkend onderzoek toe te laten,
wijst
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG ( Vierde Kamer ),
samengesteld als volgt : D . A . O . Edward, kamerpresident, R . Schintgen en R . García-Valdecasas, rechters,
griffier : B . Pastor, hoofdadministrateur
gezien de stukken en na de mondelinge behandeling op 4 april 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrestDe aan het geding ten grondslag liggende feiten
1 Verzoeker heeft gesolliciteerd in het kader van algemeen vergelijkend onderzoek COM/A/621, dat in 1988 door de Commissie aan de hand van een examen is georganiseerd met het oog op de vorming van een aanwervingsreserve van administrateurs van de loopbaan A 7/6 .
2 Bij brief van 18 juli 1988 deelde het hoofd van de afdeling Aanwerving van de Commissie verzoeker mee, dat de jury hem niet tot het examen had toegelaten op grond dat zijn beroepservaring, getoetst aan de bijzondere voorwaarden van punt II, B, 2, b van de aankondiging van het vergelijkend onderzoek, onvoldoende was .
Volgens die voorwaarden moesten de sollicitanten, na voltooiing van een volledige universitaire studie, op de sluitingsdatum van de sollicitatietermijn beschikken over
"een beroepservaring van ten minste twee jaar ..., waarvan het niveau overeenstemt met dat van de in punt I genoemde functie en die verband houdt met een van de werkgebieden waarop dit vergelijkend onderzoek betrekking heeft; deze beroepservaring moet zijn opgedaan nadat het hierboven genoemde diploma ( onder a ) werd behaald en moet op het sollicitatieformulier worden gepreciseerd ".
Volgens punt I van de aankondiging bestond de betrokken functie in het aan de hand van algemene richtlijnen verrichten van scheppende werkzaamheden, studies en controle in verband met de activiteiten van de Gemeenschappen op een van de volgende gebieden : personeelszaken en beheer, buitenlandse betrekkingen, voorlichting en communicatie . Verzoeker had gekozen voor buitenlandse betrekkingen .
3 Op het moment van zijn sollicitatie was verzoeker "Referendar" - een titel die men in de Bondsrepubliek Duitsland verkrijgt wanneer men slaagt voor de "erste Staatspruefung" in de rechtswetenschap; dit examen wordt in de regel afgelegd na drieëneenhalf jaar universitaire studie - en vervulde hij als zodanig de "Vorbereitungsdienst", een praktijkstage die na tweeëneenhalf jaar toegang geeft tot de "zweite Staatspruefung ".
4 Onder verwijzing naar het Duitse recht en zonder de eigenlijke aard van de door verzoeker tijdens de stage verrichte werkzaamheden te onderzoeken, oordeelde de jury van het vergelijkend onderzoek, dat de door verzoeker als "Referendar" vervulde "Vorbereitungsdienst" een aanvullende opleiding was in de zin van punt II, B, 2, b van de aankondiging, die enkel als beroepsopleiding in aanmerking kan worden genomen indien zij is afgesloten met een diploma . De jury meende, dat enkel de "zweite Staatspruefung" een dergelijk afsluitend diploma kon opleveren .
5 Bij schrijven van 4 augustus 1988 diende verzoeker een klacht in tegen het hem bij brief van 18 juli 1988 meegedeelde jurybesluit . Deze klacht werd bij brief van 6 oktober 1988 door de Commissie afgewezen .
Het procesverloop
6 In deze omstandigheden heeft verzoeker bij op 3 november 1988 ter griffie van het Hof van Justitie neergelegd verzoekschrift beroep ingesteld tegen de Commissie, strekkende tot nietigverklaring van het besluit van 18 juli 1988 .
7 Verzoeker concludeert dat het den Hove behage :
1 ) a ) nietig te verklaren het afwijzend besluit van 18 juli 1988, in de vorm van het op verzoekers klacht genomen besluit van 6 oktober 1988;
b ) de Commissie van de Europese Gemeenschappen te gelasten, verzoeker toe te laten tot een selectieproef die overeenkomt met die van vergelijkend onderzoek COM/A/621 en die bovendien niet wordt afgenomen in het kader van of tegelijkertijd met een ander voor juristen openstaand aanwervingsexamen;
2 ) subsidiair, de Commissie van de Europese Gemeenschappen te gelasten, verzoeker toe te laten tot een selectieproef die overeenkomt met het parallel met vergelijkend onderzoek COM/A/621 georganiseerde vergelijkend onderzoek COM/A/622 voor adjunct-administrateurs en die bovendien niet wordt afgenomen in het kader van of tegelijkertijd met een ander voor juristen openstaand aanwervingsexamen;
3 ) verweerster te verwijzen in de kosten van het geding .
8 Verweerster concludeert dat het den Hove behage :
1 ) het beroep te verwerpen;
2 ) verzoeker in de kosten te verwijzen .
9 Een tegelijkertijd ingediend verzoek in kort geding om een voorlopige maatregel, inhoudende dat de Commissie zou worden gelast, primair, verzoeker toe te laten tot een selectieproef overeenkomend met die van vergelijkend onderzoek COM/A/621, en subsidiair, hem toe te laten tot een selectieproef overeenkomend met die van vergelijkend onderzoek COM/A/622, is afgewezen bij beschikking van de president van de Derde Kamer van het Hof van 13 december 1988 .
10 In repliek heeft verzoeker verscheidene onderdelen van het oorspronkelijke petitum laten vallen en enkel nog de vordering tot nietigverklaring van het besluit van 18 juli 1988 en de vordering tot verwijzing van verweerster in de kosten - punten 1 a en 3 van zijn conclusies - gehandhaafd .
11 De schriftelijke procedure heeft geheel voor het Hof plaatsgehad . Krachtens artikel 14 van het besluit van de Raad van 24 oktober 1988 tot instelling van een Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen, heeft het Hof de zaak bij beschikking van 15 november 1989 naar het Gerecht verwezen .
12 Op rapport van de rechter-rapporteur heeft het Gerecht besloten zonder instructie tot de mondelinge behandeling over te gaan . Het heeft partijen evenwel verzocht, vóór de terechtzitting een aantal vragen te beantwoorden - gestaafd met bewijsstukken - over de werkzaamheden die verzoeker tijdens zijn "Referendar"-stage in concreto heeft verricht, over de praktijk ter zake van de jury' s van eerdere vergelijkende onderzoeken en over de toepasselijke wettelijke bepalingen . Naar uit de door verzoeker overgelegde attesten is gebleken, is hij tijdens zijn "Vorbereitungsdienst" achtereenvolgens werkzaam geweest bij de Staatsanwaltschaft ( parket ) te Hamburg, het Amtsgericht Hamburg-Altona, de Oberfinanzdirection Hamburg, het advocatenkantoor Schoen & Pflueger te Hamburg, het Verwaltungsgericht Hamburg, het Hanseatische Oberlandesgericht te Hamburg, het Directoraat-generaal concurrentie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en het advocatenkantoor Schulze & Meyer te Hamburg .
13 Ter terechtzitting van 4 april 1990 zijn de vertegenwoordigers van partijen in hun pleidooien gehoord en hebben zij vragen van het Gerecht beantwoord .
Ten gronde
14 Formeel is het beroep gericht tegen het besluit van de Commissie van 18 juli 1988 . In feite gaat het hierbij om de brief waarmee de diensten van de Commissie verzoeker in kennis hebben gesteld van het door de jury te zijnen aanzien genomen besluit, welke brief geen voor beroep vatbare handeling is . Het Gerecht is echter van oordeel, dat er geen twijfel bestaat over het werkelijke voorwerp van het geding en dat het duidelijk is dat het beroep strekt tot nietigverklaring van het besluit van de jury van vergelijkend onderzoek COM/A/621 om verzoeker niet tot de examens van het vergelijkend onderzoek toe te laten .
15 Verzoeker baseert zijn beroep met name op schending van artikel 7 EEG-Verdrag, waartoe hij aanvoert, dat de jury de aankondiging van het vergelijkend onderzoek heeft uitgelegd met toepassing van Duits recht . Door te verklaren dat de als "Referendar" volbrachte stages enkel als beroepservaring kunnen worden erkend indien de betrokkene voor de "zweite Staatspruefung" is geslaagd, zou de Commissie een extra voorwaarde stellen waardoor verzoeker en alle andere Duitse sollicitanten worden gediscrimineerd ten opzichte van sollicitanten uit andere Lid-Staten .
16 Volgens verweerster hangt de kwalificatie van de in geding zijnde werkzaamheid in eerste instantie af van de wijze waarop zij naar het toepasselijke nationale recht, in casu het Duitse, wordt gekwalificeerd . Volgens het Duitse recht nu zijn de stages van een "Referendar" geen beroepswerkzaamheden in eigenlijke zin, maar vormen zij een aanvullende opleidingsperiode . De Commissie verwijst hiervoor naar het bepaalde in het "Deutsche Richtergesetz"; volgens paragraaf 5 hiervan verkrijgt men het recht op toegang tot de rechtersfunctie wanneer men, na het behalen van de "erste Staatspruefung", een met de "zweite Staatspruefung" afgesloten "Vorbereitungsdienst" van tweeëneenhalf jaar heeft volbracht . Ook voor het recht op toegang tot een functie bij het openbaar ministerie, tot de advocatuur, het notariaat en tot hogere ambtelijke functies wordt in de Bondsrepubliek Duitsland naar genoemde bepaling verwezen .
17 De Commissie leidt hieruit af, dat de door verzoeker tijdens de "Vorbereitungsdienst" als "Referendar" verrichte werkzaamheden als deel van een praktijkopleiding zijn te beschouwen en slechts als beroepservaring in aanmerking kunnen worden genomen indien de betrokkene voor de "zweite Staatspruefung" is geslaagd . Zij wijst het dan ook af, verzoekers "Referendar"-tijd te erkennen als beroepservaring in de zin van de aankondiging van het vergelijkend onderzoek .
18 Daar de aankondiging van het vergelijkend onderzoek voor de definitie van de vereiste beroepservaring nergens verwijst naar het nationale recht van de sollicitanten, is het Gerecht van oordeel, dat men voor de uitlegging van de term beroepservaring uitsluitend te rade dient te gaan met de doelstellingen van het betrokken vergelijkend onderzoek, zoals blijkende uit de algemene functieomschrijving in de bijlage bij de aankondiging . Enkel door die term overeenkomstig de voor alle vergelijkende onderzoeken geldende regels uit te leggen, kan men discriminaties tussen de sollicitanten van verschillende nationaliteit voorkomen . Wegens de verschillen tussen de postuniversitaire regelingen van de Lid-Staten zou een uitlegging aan de hand van het nationale recht van iedere sollicitant immers onvermijdelijk tot ongelijke behandeling leiden .
19 In casu stelt het Gerecht vast, dat algemeen vergelijkend onderzoek COM/A/621 is georganiseerd met het oog op de vorming van een aanwervingsreserve van administrateurs wier functie zou bestaan in het verrichten van scheppende werkzaamheden, studies en controle in verband met de activiteiten van de Gemeenschappen op het gebied van personeelszaken en beheer, buitenlandse betrekkingen of voorlichting en communicatie . In de functieomschrijving in de bijlage bij de aankondiging worden voor geen van die gebieden werkzaamheden vermeld waarvoor de sollicitanten zouden moeten beschikken over een specifieke bekwaamheid voor het uitoefenen van een juridisch beroep of de functie van rechter .
20 Volgens de bijzondere voorwaarden van de aankondiging van het vergelijkend onderzoek moet de sollicitant hetzij een beroepservaring hebben van ten minste twee jaar, hetzij met bewijsstukken gestaafde stages voor specialisatie en bijscholing dan wel met een diploma afgesloten aanvullende opleidingen hebben gevolgd . In afwijking van de uitlegging die in 1984 in een eerder vergelijkend onderzoek ( COM/A/403 ) aan een overeenkomstig geformuleerde voorwaarde was gegeven, heeft de jury van het onderhavige vergelijkend onderzoek de door verzoeker volbrachte "Vorbereitungsdienst" onder verwijzing naar het Duitse recht als aanvullende opleiding aangemerkt .
21 Enerzijds bestonden de werkzaamheden die verzoeker als "Referendar" in het kader van de "Vorbereitungsdienst" heeft verricht, weliswaar niet uitsluitend in dienstverrichtingen, maar maakten zij ook deel uit van een praktische voorbereiding op de eigenlijke beroepsuitoefening, doch anderzijds vormden zijn activiteiten als "Referendar" niet enkel een aanvullende opleiding, daar tijdens die "Vorbereitungsdienst" periodes van beroepsuitoefening werden afgewisseld met periodes van onderwijs .
22 Uit de op verzoek van het Gerecht door verzoeker overgelegde attesten blijkt, dat de werkaamheden die hij als "Referendar" tijdens zijn praktijkstage heeft verricht, zowel beroepswerkzaamheid als beroepsopleiding waren .
23 Volgens de aankondiging van het vergelijkend onderzoek konden tijdens de periode van beroepswerkzaamheid gevolgde specialisatie - of bijscholingscursussen met beroepservaring worden gelijkgesteld . Er is dan ook geen reden om de afwisselende periodes van beroepsopleiding en beroepswerkzaamheid, die een "Referendar" tijdens de "Vorbereitungsdienst" volbrengt, in hun geheel niet met een periode van beroepservaring gelijk te stellen .
24 Die werkzaamheden beantwoorden derhalve aan de strekking van de aankondiging van het vergelijkend onderzoek en moeten in aanmerking worden genomen bij de berekening van de periode van beroepswerkzaamheid, die in punt II, B, 2, b van de bijzondere voorwaarden van de aankondiging wordt verlangd .
25 Mitsdien moet het beroep gegrond worden verklaard .
26 Zonder dat behoeft te worden ingegaan op de overige middelen en argumenten van verzoeker, volgt uit het voorgaande, dat het bestreden besluit nietig moet worden verklaard .
Beslissing inzake de kostenKosten
27 Volgens artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof, dat ingevolge artikel 11, derde alinea, van het besluit van de Raad van 24 oktober 1988 van overeenkomstige toepassing is bij het Gerecht, moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen, voor zover dat is gevorderd . Daar verweerster in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen .
DictumHET GERECHT VAN EERSTE AANLEG ( Vierde Kamer )
rechtdoende :
1 ) Verklaart nietig het besluit van de jury van het algemeen vergelijkend onderzoek COM/A/621 om verzoeker niet tot de examens van dat vergelijkend onderzoek toe te laten .
2 ) Verwijst de Commissie in de kosten van het geding .
Top