Avis juridique important
ARREST VAN HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (VIJFDE KAMER) VAN 20 MAART 1991. - GEORGES-MARC ANDRE TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - AMBTENAAR - HERINDELING. - ZAAK T-109/89.
Jurisprudentie 1991 bladzijde II-00139
Pub.RJ bladzijde Pub somm
Samenvatting
Partijen
Dictum
++++
1 . Ambtenaren - Aanwerving - Indeling in salaristrap - Extra salarisanciënniteit - Inaanmerkingneming van beroepservaring - Beoordelingsvrijheid van administratie - Alleen met diploma afgesloten studies gelijkgesteld met beroepservaring
( Ambtenarenstatuut, art . 32, tweede alinea )
2 . Ambtenaren - Aanwerving - Aanstelling in rang en indeling in salaristrap - Interne richtlijn van instelling betreffende toepasselijke criteria - Rechtsgevolgen
Samenvatting1 . Voor de toekenning van een salarisanciënniteit bij de aanwerving van een ambtenaar beschikt het tot aanstelling bevoegd gezag in het kader van artikel 32, tweede alinea, van het Statuut over een beoordelingsvrijheid ten aanzien van alle aspecten die voor de erkenning van vroegere beroepservaring een rol kunnen spelen, zowel met betrekking tot de aard en de duur ervan als met betrekking tot de mate waarin er verband bestaat tussen die ervaring en hetgeen voor de te bekleden post vereist is ( zie arresten van 1 december 1983, zaak 190/82, Blomefield, Jurispr . 1983, blz . 3981; 12 juli 1984, zaak 17/83, Angelidis, Jurispr . 1984, blz . 2907; 5 februari 1987, zaak 280/85, Mouzourakis, Jurispr . 1987, blz . 589 ).
Het tot aanstelling bevoegd gezag gaat de grenzen van zijn beoordelingsvrijheid niet te buiten door te eisen dat studies moeten zijn afgesloten met een diploma om in aanmerking te kunnen worden genomen als eerdere beroepservaring . Door dit vereiste kunnen bovendien verschillen in behandeling bij aanwerving worden voorkomen .
2 . Een aan alle personeelsleden meegedeeld besluit van een communautaire instelling betreffende de vaststelling van de rang en de indeling in salaristrap bij aanwerving vormt een interne richtlijn, die als zodanig moet worden beschouwd als een indicatieve gedragsregel die de instelling zichzelf oplegt en waarvan zij niet zonder opgave van redenen kan afwijken, op straffe van schending van het beginsel van gelijke behandeling ( zie arrest van 1 december 1983, zaak 190/82, Blomefield, Jurispr . 1983, blz . 3981 ).
Partijenin zaak T-109/89,
G.-M . André, ambtenaar van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, wonende te Jambes ( België ), vertegenwoordigd door M . Campolini, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van V . Gillen, advocaat aldaar, Rue Aldringen 13,
verzoeker,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur J . Griesmar als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van G . Berardis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot vaststelling dat verzoeker recht heeft op indeling in salaristrap 3 van de rang B 4 vanaf zijn indiensttreding bij de Commissie .
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG ( Vijfde kamer ),
samengesteld als volgt : C . P . Briët, kamerpresident, D . Barrington en J . Biancarelli, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
Dictumrechtdoende :
1 ) Verwerpt het beroep .
2 ) Verstaat dat elk der partijen haar eigen kosten zal dragen .
Top