Avis juridique important
BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG VAN 15 DECEMBER 1989. - RITA BUCCARELLO EN ANDEREN TEGEN EUROPEES PARLEMENT. - AMBTENAAR - OPSCHORTING TENUITVOERLEGGING. - ZAAK T-155/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde II-00019
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
++++
Kort geding - Voorlopige maatregelen - Voorwaarden - Ernstige en onherstelbare schade
( EEG-Verdrag, artikel 186; Reglement voor de procesvoering, artikel 83, paragraaf 2 )
PartijenIn zaak T-155/89 R,
R . Buccarello, bediende, woonachtig te Luxemburg,
P . Ravacchioli, bediende, woonachtig te Luxemburg,
R . Tiseni, bediende, woonachtig te Luxemburg,
R . Galtieri, bediende, woonachtig te Brussel,
G . Fortino, bediende, woonachtig te Brussel,
en
L . Parlavecchio, ambtenaar, woonachtig te Brussel,
vertegenwoordigd door C . Revoldini, advocaat te Luxemburg, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg te zijnen kantore, 21, rue Aldringen,
verzoekers,
tegen
Europees Parlement, vertegenwoordigd door F . Pasetti Bombardella, juridisch consult, en M . Peter, afdelingshoofd bij de juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij het secretariaat-generaal van het Europees Parlement, Kirchberg,
verweerder,
betreffende een verzoek om voorlopige maatregelen, strekkende tot opschorting van vergelijkend onderzoek PE/104/C,
geeft
DE PRESIDENT VAN HET GERECHT,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Gerecht op 10 november 1989, hebben verzoekers beroep ingesteld tot nietigverklaring van het door het Europees Parlement na een aankondiging in PB 1988, C 226, blz . 13, georganiseerde algemeen vergelijkend onderzoek PE/104/C voor de vorming van een reservelijst van Italiaanstalige typisten ( loopbaan C 5-4 ).
2 Bij afzonderlijke akte, ter griffie van het Gerecht neergelegd op 14 november 1989, hebben verzoekers krachtens artikel 186 EEG-Verdrag en artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof verzocht, vergelijkend onderzoek PE/104/C te schorsen .
3 Het Parlement heeft zijn opmerkingen ingediend op 23 november 1989 . Partijen hebben mondelinge opmerkingen gemaakt ter terechtzitting van 12 december 1989 .
4 Voor het onderzoek van de gegrondheid van dit verzoek in kort geding, dient een samenvattend overzicht van de feiten te worden gegeven die ten grondslag liggen aan het beroep in de hoofdzaak .
5 Blijkens het dossier werden de praktische en mondelinge examens van dit vergelijkend onderzoek op 26 oktober 1989 gelijktijdig afgenomen te Luxemburg en Rome . Het praktisch examen bestond uit de volgende proef : "Opmaken en in het net typen op een elektronische machine van een met de hand geschreven Italiaanse tekst . De getypte tekst zal een omvang van ongeveer 45 regels hebben . Puntenwaardering : 0 tot 30 punten . Worden minder dan 15 punten behaald, dan wordt de kandidaat afgewezen ."
6 In de aankondiging van het vergelijkend onderzoek werd onder I (" Functieomschrijving ") vermeld dat de geselecteerde kandidaten onder meer typewerk in het Italiaans en in voorkomend geval in een andere officiële taal van de Europese Gemeenschappen dienden te verrichten op verschillende soorten schrijfmachines . Eén van de voorwaarden voor toelating tot het vergelijkend onderzoek was een beroepservaring van ten minste twee jaar in een functie van gelijkwaardig niveau als de onder I omschreven functies .
7 Krachtens artikel 83, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof, van overeenkomstige toepassing in de procedure voor het Gerecht van eerste aanleg krachtens artikel 11, derde alinea, van het besluit van de Raad van 24 oktober 1988 ( besluit 88/591/EGKS, EEG, Euratom, tot instelling van een Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen, PB 1988, L 319, blz . 1, zoals gerectificeerd in PB 1989, L 241, blz . 4 ), dient de verzoeker een duidelijke omschrijving te geven van de omstandigheden waaruit het spoedeisende karakter van het verzoek blijkt, alsmede van de middelen, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan de voorlopige maatregel, waartoe wordt geconcludeerd, aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt .
8 Verzoekers verwijten het Europees Parlement in de eerste plaats dat het de kandidaten voor het vergelijkend onderzoek niet gelijk heeft behandeld, voor zover hun niet hetzelfde model schrijfmachine ter beschikking was gesteld . Ook merken verzoekers op dat de kandidaten te Luxemburg, anders dan bij de examens te Rome, waar gekwalificeerde personen de bediening en het gebruik van de machines hebben uitgelegd, geen enkele uitleg omtrent de schrijfmachines hebben ontvangen en zich van instructieboekjes in het Nederlands en Duits moesten bedienen, talen die sommigen van hen niet kenden . Omdat zij vrezen dat zij zullen worden uitgeschakeld op grond van een type-examen waarbij het beginsel van gelijke behandeling niet is geëerbiedigd, en aldus onherstelbare schade zullen lijden, menen verzoekers dat aan de wettelijke voorwaarden voor voorlopige maatregelen is voldaan .
9 Het Parlement concludeert tot verwerping van het verzoek om voorlopige maatregelen . In alle instellingen is het gebruikelijk dat aan de kandidaten schrijfmachines van verschillend merk ter beschikking worden gesteld en om praktische redenen en wegens het aantal kandidaten is het onmogelijk iedereen bij de praktische examens een identieke machine te geven . Verder is niet het merk van de machine van belang, doch het toetsenbord en daarom heeft de jury van het vergelijkend onderzoek ervoor gezorgd dat alle kandidaten over een machine konden beschikken met het door hen in het sollicitatieformulier aangegeven toetsenbord . Bovendien zijn in Luxemburg door een lid van de jury en door een medewerker van de "sectie vergelijkend onderzoek" vóór het begin van het examen alle noodzakelijke praktische toelichtingen gegeven . Daaruit volgt dat in de door verzoekers aangevoerde omstandigheden, feitelijk en rechtens, de gevraagde voorlopige maatregelen niet aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomen .
10 Anderzijds is het Europees Parlement van mening dat verzoekers geen ernstige en onherstelbare schade kunnen aanvoeren aangezien, zelfs indien de jury van het vergelijkend onderzoek haar werkzaamheden zou beëindigen en de kandidaten op de reservelijst zouden worden benoemd, verzoekers door een arrest van het Gerecht waarbij hun beroep ten principale gegrond zou worden verklaard, in hun rechten zouden kunnen worden hersteld .
11 Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie ( zie inzonderheid de beschikking van 13.6.1989, zaak 171/89 R, Gonzáles Holguera/Parlement, Jurispr . 1989, blz . 1705 ) kunnen maatregelen tot opschorting van de tenuitvoerlegging van handelingen van de instellingen slechts worden gelast indien zij spoedeisend zijn, in die zin dat het noodzakelijk is dat zij nog voor de beslissing ten gronde worden genomen en effect sorteren, om te voorkomen dat de partij die om deze maatregelen verzoekt, ernstige en onherstelbare schade lijdt .
12 Gesteld al dat tijdens het betrokken examen de kandidaten niet gelijk zijn behandeld, dan hebben verzoekers niet aangetoond hoe het vervolg van het vergelijkend onderzoek hun onherstelbare schade kan berokkenen . Het vergelijkend onderzoek waarvan verzoekers de nietigverklaring vorderen, is gericht op de vorming van een reservelijst voor Italiaanstalige typisten . De geldigheidsduur van deze reservelijst loopt af op 31 december 1991 en kan worden verlengd . Wanneer de werkzaamheden van de jury van het vergelijkend onderzoek mochten zijn beëindigd voor het Gerecht arrest heeft gewezen in het beroep ten gronde, en wanneer bepaalde kandidaten die op de reservelijst voorkomen, inmiddels mochten zijn benoemd, zou de eventuele nietigverklaring van het betrokken examen deze handelingen ongeldig maken . In dat geval zou het Parlement op grond van artikel 176 EEG-Verdrag de maatregelen moeten nemen welke nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Gerecht .
13 Indien het beroep gegrond wordt verklaard, zullen verzoekers dus in hun rechten worden hersteld, zodat uit geen enkele omstandigheid het spoedeisende karakter blijkt .
14 Uit voorgaande overwegingen volgt dat de voorwaarden op grond waarvan het verzoek om een voorlopige maatregel rechtens zou kunnen worden bewilligd, niet zijn vervuld en dat bijgevolg het verzoek dient te worden afgewezen .
DictumDE PRESIDENT VAN HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG
VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
uitspraak doende bij voorraad,
beschikt :
1 ) Het verzoek om voorlopige maatregelen wordt afgewezen .
2 ) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden .
Luxemburg, 15 december 1989 .
Top