Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF (VIERDE KAMER) VAN 3 JUNI 1992. - PARMA HANDELSGESELLSCHAFT MBH TEGEN HAUPTZOLLAMT BAD REICHENHALL. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: FINANZGERICHT MUENCHEN - DUITSLAND. - MORELLEN (ZURE KERSEN OP SIROOP) - DEFINITIE. - ZAAK C-246/90.
Jurisprudentie 1992 bladzijde I-03467
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
Landbouw ° Gemeenschappelijke ordening der markten ° Op basis van fruit en groenten verwerkte produkten ° Beschermende maatregelen tegen invoer van zure kersen ° Zure kersen op siroop ° Definitie ° Verwijzing naar postonderverdelingen 20.06 B II a 8 en 20.06 B II b 8 GDT ° Zure kersen in vloeistof verkregen door verhitten van zure kersen in water, waardoor vloeistof suikergehalte van meer dan 9 % heeft ° Daaronder begrepen ° Berekening van minimumprijs bij invoer ° Inaanmerkingneming van gewicht van siroop
(Verordening nr. 1626/85 van de Commissie, art. 1, lid 1, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1712/85)
SamenvattingArtikel 1, lid 1, van verordening nr. 1626/85 houdende beschermende maatregelen inzake de invoer van morellen, zoals in de Duitse, Griekse, Engelse, Franse, Italiaanse en Nederlandse versie gewijzigd bij verordening nr. 1712/85, moet aldus worden uitgelegd, dat morellen (zure kersen) in een vloeistof die is verkregen door het verhitten van de zure kersen in water, waardoor deze vloeistof een suikergehalte van meer dan 9 % heeft, als "zure kersen op siroop" in de zin van verordening nr. 1626/85 moeten worden aangemerkt en op grond daarvan onder de postonderverdelingen 20.06 B II a 8 en 20.06 B II b 8 van het GDT moeten worden ingedeeld.
Voor de berekening van de minimumprijs bij invoer van morellen (zure kersen) op siroop moet worden uitgegaan van het gewicht van de zure kersen, inclusief dat van de siroop.
PartijenIn zaak C-246/90,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Finanzgericht Muenchen in het aldaar aanhangig geding tussen
Parma Handelsgesellschaft mbH
en
Hauptzollamt Bad Reichenhall,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 1626/85 van de Commissie van 14 juni 1985 houdende beschermende maatregelen inzake de invoer van morellen (PB 1985, L 156, blz. 13), zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1712/85 van de Commissie van 21 juni 1985 tot wijziging van de Duitse, Griekse, Engelse, Franse, Italiaanse en Nederlandse versie van verordening (EEG) nr. 1626/85 (PB 1985, L 163, blz. 46),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, C. N. Kakouris en M. Diez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal: G. Tesauro
griffier: J. A. Pompe, adjunct-griffier
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
° Parma Handelsgesellschaft mbH, vertegenwoordigd door H. Glashoff en H. Kuehle, fiscaal adviseurs,
° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur R. Barents, in wiens plaats later haar juridisch adviseur J. Sack is getreden, als gemachtigden, bijgestaan door R. Hayder, ambtenaar van het Bundesministerium fuer Wirtschaft, in het kader van uitwisseling met nationale ambtenaren ter beschikking van de juridische dienst van de Commissie gesteld,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Parma Handelsgesellschaft mbH ter terechtzitting van 14 januari 1992,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 26 februari 1992,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij beschikking van 10 juli 1990, ingekomen bij het Hof op 13 augustus daaraanvolgend, heeft het Finanzgericht Muenchen krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 1626/85 van de Commissie van 14 juni 1985 houdende beschermende maatregelen inzake de invoer van morellen (PB 1985, L 156, blz. 13), zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1712/85 van de Commissie van 21 juni 1985 tot wijziging van de Duitse, Griekse, Engelse, Franse, Italiaanse en Nederlandse versie van verordening (EEG) nr. 1626/85 (PB 1985, L 163, blz. 46).
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen Parma Handelsgesellschaft mbH (hierna: "Parma") en Hauptzollamt Bad Reichenhall ° Zollamt Autobahn (hierna: "Hauptzollamt") over een door het Hauptzollamt op grond van genoemde verordening toegepaste compenserende heffing.
3 Ter bescherming tegen de invoer van bepaalde zure kersen, waaronder "morellen (zure kersen) op siroop", stelt verordening nr. 1626/85 een "minimumprijs bij invoer" vast. Artikel 1, lid 1, van deze verordening voorziet voor morellen (zure kersen) zonder toegevoegde suiker in een lagere minimumprijs dan voor zure kersen op siroop.
4 Voor de definitie van het begrip "morellen (zure kersen)" verwijst verordening nr. 1626/85 naar het gemeenschappelijk douanetarief (hierna: "GDT"). Het voor het bodemgeding relevante GDT was dat van verordening (EEG) nr. 3400/84 van de Raad van 27 november 1984 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1984, L 320, blz. 1). Artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1626/85 definieert zure kersen als volgt:
"(...)
ex 20.06 Op andere wijze bereide of verduurzaamde vruchten, ook indien met toegevoegde suiker:
B. II. Zonder toegevoegde alcohol
a) met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van meer dan 1 kg:
ex 8. Morellen (zure kersen) op siroop
b) met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van 1 kg of minder:
ex 8. Morellen (zure kersen) op siroop
(...)".
5 Artikel 1, lid 2, bepaalt, dat wanneer de minimumprijs bij invoer niet in acht wordt genomen, de in de bijlage aangegeven compenserende heffing wordt toegepast.
6 Blijkens de verwijzingsbeschikking gaf Parma tussen 29 juli en 3 september 1985 verschillende partijen uit Joegoslavië ingevoerde zogeheten gestoomde zure kersen (Dunstsauerkirschen) ter inklaring aan. In sommige douaneaangiften werden deze goederen omschreven als "op andere wijze bereide of verduurzaamde vruchten, zonder toegevoegde alcohol, zonder toegevoegde suiker, met een eigen suikergehalte van meer dan 9 en minder dan 13 %, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van 1 kg of meer". In andere aangiften werden dezelfde goederen omschreven als "vruchten zonder toegevoegde suiker".
7 Van mening, dat het ging om "zure kersen op siroop" waarvoor minder dan de minimumprijs was betaald, paste het Hauptzollamt bij beschikking van 18 september 1985, op 17 juli 1989 na bezwaar van Parma gewijzigd, voor al deze partijen goederen compenserende heffingen toe en vorderde het uiteindelijk in totaal 67 638,14 DM na.
8 Van deze beschikking kwam Parma in beroep bij het Finanzgericht Muenchen, met het betoog, dat zij geen zure kersen op siroop, maar zure kersen in water had ingevoerd. Zij stelde, dat zure kersen op siroop in de zin van verordening nr. 1626/85 zure kersen zijn, waaraan met het oog op de verduurzaming suikersiroop is toegevoegd. Bovendien mocht voor de berekening van de minimumprijs slechts worden uitgegaan van het gewicht van de kersen zelf, daar het gewicht van het water niet bij de berekening van het gewicht van de zure kersen, maar bij de berekening van het gewicht van de verpakking in aanmerking moet worden genomen.
9 Van oordeel, dat de oplossing van het geschil afhangt van de uitlegging van verordening nr. 1626/85, heeft het Finanzgericht Muenchen de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vragen:
"1. Moet artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1626/85, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1712/85, aldus worden uitgelegd, dat morellen (zure kersen) in een vloeistof die is verkregen door het verhitten van de zure kersen in water, waardoor deze vloeistof een suikergehalte van meer dan 9 % heeft, als zure kersen op siroop onder post 20.06 B II a 8 of onder post 20.06 B II b 8 van het gemeenschappelijk douanetarief moeten worden ingedeeld?
2. Moet artikel 1, lid 1, van genoemde verordening aldus worden uitgelegd, dat voor de berekening van de minimumprijs bij invoer van morellen (zure kersen) op siroop moet worden uitgegaan van het gewicht van de zure kersen, inclusief dat van de siroop?"
10 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, de relevante bepalingen van het gemeenschapsrecht, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
De eerste vraag
11 Volgens aanvullende aantekening 3 bij hoofdstuk 20 GDT worden de produkten bedoeld bij post 20.06 geacht "toegevoegde suiker" te bevatten, indien hun suikergehalte meer bedraagt dan de hierna vermelde gewichtspercentages, naar gelang van de soort van de vruchten:
° ananas, druiven: 13 %
° andere vruchten, gemengde vruchten daaronder begrepen: 9 %.
12 Parma is van mening, dat deze bepaling eigenlijk buiten beschouwing moet blijven. Haars inziens betreft post 20.06 B II a GDT in het algemeen vruchten met toegevoegde suiker, terwijl artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1626/85, waarin "zure kersen op siroop" uitdrukkelijk onder de categorie vruchten "met toegevoegde suiker" worden ingedeeld, de toepassing van de minimumprijsregeling beoogt te beperken tot zure kersen op suikersiroop. Het verschil tussen dergelijke zure kersen en de zure kersen waarom het in het hoofdgeding gaat, ligt niet in het suikergehalte, doch in het feit, dat aan "zure kersen op siroop" daadwerkelijk suiker is toegevoegd.
13 Deze uitlegging kan niet worden aanvaard.
14 Verordening nr. 1626/85 geeft geen definitie van "suikersiroop". Zij verwijst voor de omschrijving van de betrokken produkten naar de posten 20.06 B II a 8 en b 8 GDT. Deze verwijzing moet aldus worden verstaan, dat zij de gehele normatieve context daarvan omvat: de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur van het GDT, de aantekeningen bij elk hoofdstuk van het GDT en de Toelichtingen bij de Nomenclatuur van de Internationale Douaneraad (hierna: "IDR-Nomenclatuur").
15 Deze bepalingen en toelichtingen geven niet alleen geen definitie van suikersiroop in de door Parma aangegeven zin, doch wijzen zelfs in een andere richting. Zo wordt bij voorbeeld sub B van de Toelichtingen bij de IDR-Nomenclatuur betreffende post 17.02 GDT, die onder meer "suikerstroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen" betreft, gezegd, dat die post "stroop van alle soorten suiker (andere dan de waterige oplossingen van chemisch zuivere suikers als bedoeld bij post 29.43) omvat, mits zij niet zijn gearomatiseerd en evenmin kleurstoffen bevatten". Voorts wordt daar verklaard, dat die post van het GDT eveneens de siropen omvat die reeds zijn genoemd in onderdeel A, waar als voorbeelden glucose die in natuurlijke staat voorkomt in fruit, en fructose worden genoemd. Bijgevolg sluiten deze toelichtingen, die niets zeggen over de oorsprong van de in de siropen aanwezige suiker, de uit het eigen suikergehalte van de zure kersen ontstane siropen niet uit.
16 Post 20.06 GDT, waarnaar artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1626/85 verwijst, betreft vruchten met of zonder toegevoegde suiker. Het criterium om uit te maken, of aan zure kersen op siroop suiker is toegevoegd, is evenwel te vinden in aanvullende aantekening 3 bij hoofdstuk 20 GDT, volgens welke deze produkten worden geacht "toegevoegde suiker" te bevatten, indien hun suikergehalte meer dan 9 % bedraagt.
17 Op dezelfde wijze definieert artikel 1, lid 2, sub c, van verordening (EEG) nr. 1599/84 van de Commissie van 5 juni 1984 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de produktiesteunregeling voor verwerkte produkten op basis van groenten en fruit (PB 1984, L 152, blz. 16), een soortgelijk produkt, namelijk "kersen op siroop", als "kersen, al dan niet ontpit, die een warmtebehandeling hebben ondergaan, in hermetisch afgesloten recipiënten met een opgiet van suikersiroop verpakt zijn en onder post 20.06 B II a 8 of 20.06 B II b 8 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen"; in artikel 1, lid 2, sub p, wordt "suikersiroop" omschreven als "een vloeistof bestaande uit water en suiker, met na homogenisering een totaal suikergehalte van ten minste 9 % voor kersen op siroop".
18 Uit bovengenoemde bepalingen blijkt, dat de gemeenschapswetgever uitgaat van het totale suikergehalte van de vloeistof waarin de zure kersen zich bevinden, een betrouwbaar en gemakkelijk hanteerbaar criterium omdat het op een wezenlijk bestanddeel en een objectieve eigenschap van het produkt berust. Het moeilijk hanteerbare criterium van de herkomst van de suiker voldoet daarentegen niet aan de vereisten inzake rechtszekerheid en gemakkelijke controle.
19 Voorts betoogt Parma, dat de vloeistof waarin de zure kersen zich bevinden en waaraan naderhand geen suiker is toegevoegd, enkel dient voor de pasteurisatie en om de zure kersen tijdens het vervoer en de opslag tegen uitdroging en schokken te beschermen. Een dergelijke vloeistof heeft op zichzelf voor de eindverbruiker geen enkele waarde als voedingsmiddel.
20 Dit betoog kan evenmin worden aanvaard. Het gebruik waarvoor een produkt is bestemd, kan voor de tariefindeling ervan slechts een rol spelen, indien de omschrijving van de post of de hierop gegeven toelichting dit criterium uitdrukkelijk vermeldt (zie met name het arrest van 18 april 1991, zaak C-219/89, Wesergold, Jurispr. 1991, blz. I-1895, r.o. 9). Bij de betrokken posten is dat niet het geval.
21 Mitsdien moet artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1626/85, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1712/85, aldus worden uitgelegd, dat morellen (zure kersen) in een vloeistof die is verkregen door het verhitten van de zure kersen in water, waardoor deze vloeistof een suikergehalte van meer dan 9 % heeft, als "zure kersen op siroop" in de zin van verordening nr. 1626/85 moeten worden aangemerkt en op grond daarvan onder de postonderverdelingen 20.06 B II a 8 en 20.06 B II b 8 van het GDT moeten worden ingedeeld.
De tweede vraag
22 Volgens Parma is de vloeistof waarin de kersen zich bevinden, geen verpakking, doch een zelfstandig, waardeloos produkt, dat dient voor de pasteurisatie en ter bescherming van de zure kersen. Deze vloeistof mag dus niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van het gewicht van de zure kersen.
23 Dit betoog kan niet worden aanvaard.
24 Zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen heeft verklaard, wordt in algemene bepaling A 1 van het GDT gezegd, dat de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken wettelijk bepalend zijn. Deze algemene bepaling moet ook worden toegepast wanneer een niet tot het GDT behorende verordening voor haar toepassing naar het GDT verwijst.
25 Artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1626/85 heeft betrekking op post 20.06 GDT, waarin het in het hoofdgeding aan de orde zijnde produkt niet als "zure kersen", maar als "zure kersen op siroop" wordt aangeduid. Bijgevolg moet bij de berekening van de minimumprijs rekening worden gehouden met het gewicht van de siroop.
26 Deze uitlegging strookt ook met de rechtspraak van het Hof, volgens welke het beslissend criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken, zoals deze in de tekst van de posten en de onderverdelingen van het GDT en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn vastgelegd (zie met name het arrest van 7 mei 1991, zaak C-120/90, Post, Jurispr. 1991, blz. I-2391, r.o. 11). Zoals gezegd, kan het gebruik waarvoor een produkt is bestemd, voor de tariefindeling ervan slechts een rol spelen, indien de omschrijving van de post of de hierop gegeven toelichting dit criterium uitdrukkelijk vermeldt (zie hierboven r.o. 20).
27 Mitsdien moet op de tweede vraag van de verwijzende rechter worden geantwoord, dat artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1626/85, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1712/85, aldus moet worden uitgelegd, dat voor de berekening van de minimumprijs bij invoer van morellen (zure kersen) op siroop moet worden uitgegaan van het gewicht van de zure kersen, inclusief dat van de siroop.
Beslissing inzake de kostenKosten
28 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
DictumHET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
uitspraak doende op de door het Finanzgericht Muenchen bij beschikking van 10 juli 1990 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Artikel 1, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1626/85 van de Commissie van 14 juni 1985 houdende beschermende maatregelen inzake de invoer van morellen, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1712/85 van de Commissie van 21 juni 1985 tot wijziging van de Duitse, Griekse, Engelse, Franse, Italiaanse en Nederlandse versie van verordening (EEG) nr. 1626/85, moet aldus worden uitgelegd, dat morellen (zure kersen) in een vloeistof die is verkregen door het verhitten van de zure kersen in water, waardoor deze vloeistof een suikergehalte van meer dan 9 % heeft, als "zure kersen op siroop" in de zin van verordening (EEG) nr. 1626/85 moeten worden aangemerkt en op grond daarvan onder de postonderverdelingen 20.06 B II a 8 en 20.06 B II b 8 van het GDT moeten worden ingedeeld.
2) Artikel 1, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1626/85 moet aldus worden uitgelegd, dat voor de berekening van de minimumprijs bij invoer van morellen (zure kersen) op siroop moet worden uitgegaan van het gewicht van de zure kersen, inclusief dat van de siroop.
Top