Avis juridique important
82/860/EEG: Beschikking van de Commissie van 10 december 1982 inzake een procedure op grond van artikel 85 van het EEG-Verdrag (IV/30.077 - Cafeteros de Colombia) (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 360 van 21/12/1982 blz. 0031 - 0035
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 10 december 1982
inzake een procedure op grond van artikel 85 van het EEG-Verdrag
(IV/30.077 - Cafeteros de Colombia)
(Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
(82/860/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening nr. 17 van de Raad van 6 februari 1962 (1) - eerste verordening over de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het EEG-Verdrag -, laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van Griekenland, en met name op de artikelen 3 en 6,
Gezien de aanmelding ingediend door de Federación Nacional de Cafeteros de Colombia op 29 april 1980, aangevuld op 2 maart 1981, in overeenstemming met artikel 4 van Verordening nr. 17,
Gezien het besluit van de Commissie van 20 juli 1982 om de procedure in te leiden,
Na de betrokken onderneming in de gelegenheid te hebben gesteld haar standpunt kenbaar te maken ter zake van de punten van bezwaar welke de Commissie in aanmerking heeft genomen conform artikel 19, lid 1, van Verordening nr. 17 en conform Verordening nr. 99/63/EEG van de Commissie van 25 juli 1963 over het horen van belanghebbenden en derden overeenkomstig artikel 19, leden 1 en 2, van Verordening nr. 17 van de Raad (2),
Geraadpleegd het Adviescomité voor Mededingingsregelingen en Economische Machtsposities,
In overweging van het volgende:
I. DE FEITEN
(1) Nadat haar inlichtingen hadden bereikt over de afzet van ongebrande koffie in de Europese Economische Gemeenschap, heeft de Commissie kennis verkregen inzake leverantiecontracten welke voor het jaar 1978 door de Federación Nacional de Cafeteros de Colombia (hierna FNC te noemen) waren gesloten met haar klanten binnen de Europese Economische Gemeenschap.
(2) Naar aanleiding daarvan heeft ten kantore van de FNC te Brussel op 25 april 1979 een verificatie plaatsgevonden en heeft de Commissie afschrift ontvangen van de leverantiecontracten voor 1979, welke waren gesloten tussen de FNC enerzijds en haar afnemers anderzijds.
(3) De FNC heeft de leveringscontracten op 29 april 1980 aangemeld met het verzoek aan de Commissie haar een negatieve verklaring, dan wel een vrijstelling, krachtens artikel 85, lid 3, van het EEG-Verdrag te verlenen.
A. De markt voor ongebrande koffie
(4) De in de Europese Economische Gemeenschap verbruikte ongebrande koffie wordt geïmporteerd uit Afrika of Latijns-Amerika. Er zijn drie belangrijke typen ongebrande koffie: de »Arabica", de »Robusta" en de »Mild Arabica". Colombia, de tweede koffieproducent ter wereld na Brazilië, is de voornaamste producent van ongebrande koffie van het type »Mild Arabica".
(5) De FNC meent dat de Colombiaanse koffie 19,68 % van de EEG-markt inneemt. In 1978 vertegenwoordigde de Colombiaanse koffie 33,58 % van de in de Bondsrepubliek Duitsland, 14,69 % van de in Denemarken, 4,37 % van de in Frankrijk, 2,34 % van de in Italië, 28,34 % van de in Nederland, 1,31 % in het Verenigd Koninkrijk en 16,10 % van de in België en Luxemburg geïmporteerde koffie.
(6) Wegens de onevenwichtigheid die aan de dag trad in de behoeften van de koffieproducerende en die van de koffieconsumerende landen, is onder auspiciën van de Verenigde Naties door de betrokken Staten in 1962 een Internationale Koffieovereenkomst gesloten welke in 1968 en 1976 is gewijzigd.
(7) De Internationale Koffieovereenkomst heeft onder andere ten doel de produktie en het verbruik van koffie duurzaam in evenwicht te brengen, en een redelijk prijspeil te verzekeren gezien de dikwijls buitensporige schommelingen van vraag en aanbod op wereldniveau.
(8) Alle Lid-Staten van de Gemeenschap zijn tot de Overeenkomst toegetreden en de Gemeenschap heeft zelf de Overeenkomst ondertekend.
B. De Federación Nacional de Cafeteros de Colombia
(9) De Colombiaanse Regering heeft in 1940 bij decreet het Nationale Koffiefonds opgericht als instrument ter vergemakkelijking van de afzet van Colombiaanse koffie op zowel de nationale als de buitenlandse markt. Krachtens artikel 10 van dit decreet wordt een rechtspersoon opgericht die onder andere ten doel heeft dit fonds te beheren. De FNC, die in 1927 was opgericht, is in 1940 met het beheer van dit fonds belast. Het is een semi-overheidslichaam met rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht, waarin alle koffieproducenten van Colombia zijn georganiseerd en welks taak is omschreven bij decreet nr. 2630 van 9 november 1960. De voornaamste taak bestaat uit het organiseren van de afzet van ongebrande koffie uit Colombia op de buitenlandse markten.
(10) Artikel 20 van de statuten bepaalt dat het doel van de FNC is, de koffiesector in Colombia te verdedigen en te stimuleren. Een van haar voornaamste taken, als omschreven in hetzelfde lid, alinea 11, is de aankoop van ongebrande koffie bij producenten in Colombia en de verkoop daarvan op de binnenlandse en buitenlandse markt.
(11) De zetel van de FNC, welker personeel wordt benoemd door en afhankelijk is van het Colombiaanse Ministerie van Buitenlandse Betrekkingen, is gevestigd in Bogota in Colombia, maar de Federatie heeft bureaus ingericht in het buitenland en met name in de Europese Economische Gemeenschap, in Italië, in Denemarken en in België.
(12) De FNC regelt de afzet van alle ongebrande koffie uit Colombia. Daartoe sluit zij met in de Europese Economische Gemeenschap gevestigde branders jaarlijkse standaardovereenkomsten. Over deze overeenkomsten gaat de onderhavige procedure.
(13) De contracten zijn dezelfde, ongeacht of de koffie wordt verkocht door de FNC zelf, dan wel door een particuliere exporteur, die zelf de waar in Colombia heeft verkregen. In beide gevallen bevat de overeenkomst dezelfde clausules inzake de wederverkoop van de koffie. Zij laten de brander daarentegen vrij in de keuze van de verkoper (FNC of particuliere exporteur) en de vrije onderhandeling over de verkoopprijs, indien de laatste een particuliere exporteur is.
(14) In Frankrijk en België heeft het grote aantal kleine branders de FNC ertoe gebracht dezelfde contracten te sluiten met twee verkoopmaatschappijen: SACA in Parijs en INSTALLE te Antwerpen. De lijst van de branders waaraan deze verkoopmaatschappijen ongebrande koffie uit Colombia mogen leveren, is limitatief door de FNC opgesteld. Bepaalde belangrijke branders uit deze landen sluiten echter hun overeenkomsten rechtstreeks met de FNC.
C. De inhoud van de betrokken overeenkomsten
(15) De essentiële inhoud van de jaarlijkse leverantiecontracten welke de FNC met de branders en de erkende verkopers sluit, kan als volgt worden
(16) a) De standaardovereenkomst omvat twee prijsstelsels, naar gelang van de herkomst van de ongebrande Colombiaanse koffie.
(17) Enerzijds betaalt de brander die de koffie rechtstreeks bij de FNC koopt, zijn Colombiaanse koffie met 4 US-cents per pond boven de gemiddelde koers voor niet-Colombiaanse milde koffie ten tijde van de overeenkomst, zoals die is vastgesteld volgens de International Coffee Agreement (ICO) Indicator Prices, die dagelijkse indicatieprijzen zijn, opgesteld door de Internationale Koffieorganisatie. (18) Anderzijds geniet de brander, wanneer de ongebrande Colombiaanse koffie bij een particuliere exporteur is gekocht, een aanpassing van de prijs welke hij heeft betaald, indien de gemiddelde prijs voor niet-Colombiaanse milde koffie lager ligt dan de prijs welke hij voor de Colombiaane milde koffie heeft betaald, opdat dit prijsverschil beperkt blijft tot 4 US-cents per pond.
(19) b) De overeenkomst houdt tevens een prijsgarantie in de tijd en een rabattensysteem in, ongeacht wat de herkomst van de koffie is.
(20) Enerzijds waarborgt de FNC gedurende vijfenveertig dagen na de datum van het cognossement een aanpassing aan de prijsverlaging voor Colombiaanse ongebrande koffie.
(21) Anderzijds is een hoeveelheidsrabat van toepassing op elke geregistreerde bestelling. De bestelde hoeveelheid vindt haar plaats in één van de door de FNC in haar verkoopcontracten vastgestelde tranches (bij voorbeeld: van 1 - 15 000 zakken, 75 001 - 100 000 zakken, of van 600 001 - 700 000 zakken). Voor elke tranche wordt een rabat over de gehele bestelling, waarover het contract gaat, toegepast, dat kan gaan tot 5 US-dollar per zak. Zo zal het steeds in het belang van een koper zijn, een zo groot mogelijk aantal zakken aan te kopen, ten einde een groter rabat over zijn totale aantal zakken te ontvangen.
(22) De voordelen worden uniform toegekend aan alle branders en verkopers waarmee de FNC een overenkomst sluit, ongeacht de plaats waar zij binnen de gemeenschappelijke markt zijn gevestigd.
(23) c) De leverantiecontracten die met de branders worden gesloten bevatten een clausule (clausule 15), die hen verplicht de ongebrande koffie in hun branderijen te gebruiken. Daarmee wordt uitgesloten dat de ongebrande koffie wordt doorverkocht aan een andere brander, en in de overeenkomsten voor 1978 en 1979 wordt zulk een verbod zelfs uitdrukkelijk onder de sanctie van onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst gesteld in geval van niet-naleving (clausule 15 van 1978 en clausule 14 van 1979).
(24) De leverantiecontracten met de verkoper bevatten eveneens een clausule (clausule 15), die hen verplicht de koffie slechts te verkopen aan een vooraf aangeduide groep branders in respectievelijk Fankrijk en België en bepaalt dat deze branders niet het recht hebben om de ongebrande koffie door te verkopen.
(25) Bovendien behoudt de FNC zich een recht van toezicht voor met betrekking tot de inachtneming van deze clausule, en leidt iedere inbreuk tot onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst.
(26) Op grond van de aanmelding van de bovengenoemde verkoopovereenkomsten heeft de Commissie de FNC een brief gezonden, waarin haar te verstaan werd gegeven dat de genoemde clausules inbreuken op artikel 85, lid 1, van het EEG-Verdrag zouden kunnen bevatten en de Federatie werd uitgenodigd deze te wijzigen. Na deze brief heeft de FNC voorgesteld, in de overeenkomsten van 1981 de volgende clausules op te nemen:
(27) Ten aanzien van de rechtstreeks met de branders gesloten contracten: »All coffee covered by this Agreement is intended for use in the roasting plant(s) of the buyer. In order to sell any quantity of this coffee in green form, the buyer must obtain previous authorization from FNC. In presenting his request, the buyer should indicate: name of possible purchaser, number of lot and other identification marks, quantity, and reasons for making the sale. This authorization will not be unreasonably withheld.".
(28) Ten aanzien van de overeenkomsten met de verkopers:
»All coffee covered by this Agreement is to be sold by the buyer in green form, to a group of clients previously authorized by FNC and listed in a separate letter. If one of the authorized clients wants to resell any quantity of this coffee in green form, the buyer must obtain previous authorization from FNC. In presenting his request, the buyer must indicate names of both authorized client who wants to resell and prospective purchaser, together with number of lot and other identification marks, quantity, and reasons for making the resale. The authorization from FNC will not be unreasonably withheld.".
(29) Hoewel de diensten van de Commissie de FNC hebben doen weten dat deze voorstellen hun nog niet verenigbaar leken met artikel 85, lid 1, van het EEG-Verdrag, hebben de vertegenwoordigers van de FNC de Commissie, ten vervolge op de verrichte aanmelding, de definitieve overeenkomsten toegezonden welke voor 1981 waren gesloten en de bovengenoemde clausules omvatten.
De overeenkomsten voor 1982 hielden dezelfde clausule in als voor de contracten van 1981.
(30) In het antwoord op de mededeling van de punten van bezwaar, dat op 22 september 1982 bij de Commissie binnenkwam, deelde de FNC mede dat zij, gezien de bezwaren van de Commissie, had besloten de clausule houdende het verbod van wederverkoop van ongebrande Colombiaanse koffie met ingang van 1 januari 1983 te schrappen.
II. JURIDISCHE BEOORDELING
A. Toepasselijkheid van artikel 85, lid 1, van het EEG-Verdrag
(31) Volgens artikel 85, lid 1, van het EEG-Verdrag zijn onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt en verboden alle overeenkomsten tussen ondernemingen welke de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken en ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst.
(32) De FNC is een onderneming in de zin van artikel 85, lid 1. Zij verkoopt namelijk de ongebrande koffie waarvan zij eigenares is en sluit commerciële contracten met de kopers van ongebrande Colombiaanse koffie.
(33) Enkele clausules in de tussen de FNC en de branders of de verkopers gesloten contracten hebben ten doel en ten gevolge dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt beperkt, en wel om de volgende redenen.
a) Beperking van de mededinging
1. Beperking van de wederverkoop
(34) Clausule 15 (clausule 14 voor het jaar 1979) in de met de branders of de verkopers gesloten contracten schijft voor dat alle onder de contracten vallende ongebrande koffie in het eerste geval wordt gebrand door de koper en in het tweede door de erkende branders.
(35) Dit staat gelijk met een verbod aan iedere brander om ongebrande koffie te kopen met het oog op wederverkoop in ongebrande staat, zoals is vermeld in de contracten voor 1978, 1979 en 1980; de verkopers kunnen zelf de koffie in deze staat alleen verkopen aan de branders uit hun eigen groep.
(36) De contracten voor 1978 en 1979 gaven bovendien aan dat de niet-naleving van deze regel zou leiden tot hun onmiddellijke ontbinding.
Voor 1981 en 1982 kan de wederverkoop eerst worden aanvaard na voorafgaande goedkeuring van de FNC. Dit komt ten aanzien van de beperking van de mededinging op hetzelfde neer omdat het een unilateraal vetorecht ten voordele van de FNC oplevert.
(37) Het feit dat de nieuwe clausule 15 bepaalt dat »deze goedkeuring niet op onredelijke wijze zal worden geweigerd" betekent namelijk niet dat de FNC haar vetorecht prijsgeeft.
Met andere woorden, deze overeenkomsten verbieden of beperken iedere verkoop van ongebrande koffie door een brander aan een andere brander en door een verkoper aan een niet-erkende brander.
(38) Iedere mededinging op de markt voor door de FNC verhandelde ongebrande koffie uit Colombia is derhalve zo niet non-existent, dan toch op aanzienlijke wijze ongunstig beïnvloed.
(39) Deze beperking van de economische vrijheid der branders en verkopers beperkt de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 85, lid 1, van het EEG-Verdrag.
2. Bijkomend effect van het rabattenstelsel
(40) Gezien de aard van het rabattenstelsel wist de FNC dat de branders naar alle waarschijnlijkheid gebundelde aankopen zouden hebben gedaan (voor bepaalde collega's, zowel als ter dekking van eigen behoeften) dankzij welke zij betere prijzen konden verkrijgen, indien de overeenkomsten hen daartoe vergunning hadden gegeven.
(41) De gebundelde aankopen zouden de branders zowel de gelegenheid geven tot verkrijging van de ongebrande koffie voor eigen gebruik als tot de afzet ervan op de markt tegen gunstiger condities, die in de verkoopprijs voor gebrande koffie hadden kunnen worden doorberekend.
(42) De onder punt 1 geanalyseerde beperking van de concurrentie werd dus nog ernstiger als gevolg van het feit dat de verkoopprijs voor de consumenten er eveneens invloed van ondervindt.
b) Ongunstige beïnvloeding van de handel tussen Lid-Staten
(43) Clausule 15 van de betrokken contracten houdt een exportverbod in; zij beïnvloedt bijgevolg de handel tussen Lid-Staten ongunstig.
(44) Via de in haar overeenkomsten opgenomen clausule 15 maakt de FNC iedere interpenetratie van de markt voor ongebrande Colombiaanse koffie zeer moeilijk of zelfs onmogelijk. Zij slaagt er op die wijze in de markt voor ongebrande koffie te compartimenteren in evenveel geïsoleerde eenheden als er kopers van Colombiaanse koffie zijn, te meer omdat zij het is die de afzet van alle ongebrande Colombiaanse koffie, welke aan de branders binnen de Europese Economische Gemeenschap wordt verkocht, organiseert.
(45) Het betrokken verbod heeft merkbare invloed op het handelsverkeer in ongebrande koffie tussen de Lid-Staten, omdat de Colombiaanse ongebrande koffie 19,68 % van de in de Europese Economische Gemeenschap verkochte ongebrande koffie vertegenwoordigt en voor bepaalde landen, zoals de Bondsrepubliek Duitsland, tot een derde van de import van ongebrande koffie kan vertegenwoordigen. (46) Deze situatie heeft dus ten gevolge dat de handel tussen Lid-Staten ongunstig wordt beïnvloed in de zin van artikel 85, lid 1, van het EEG-Verdrag.
B. Niet-toepasselijkheid van artikel 85, lid 3, van het EEG-Verdrag
(47) Volgens artikel 85, lid 3, van het EEG-Verdrag kunnen de bepalingen van artikel 85, lid 1, buiten toepassing worden verklaard voor elke overeenkomst of groep van overeenkomsten tussen ondernemingen die bijdragen tot verbetering van de produktie of van de verdeling der produkten of tot bevordering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen beperkingen op te leggen welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn, of de mogelijkheid te geven voor een wezenlijk deel van de betrokken produkten de mededinging uit te schakelen.
(48) Het wederverkoopverbod in de overeenkomsten tussen de FNC en de branders en verkopers draagt niet bij tot verbetering van de verdeling van de Colombiaanse koffie in de Europese Economische Gemeenschap, omdat het veeleer het aantal afzetkanalen die voor de kopers van dit produkt in de Europese Economische Gemeenschap openstaan, vermindert.
(49) Zulk een wederverkoopverbod kan niet bijdragen tot verwezenlijking van één van de andere doelstellingen bedoeld in artikel 85, lid 3,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Clausule 15 (clausule 14 voor 1979) van de jaarlijkse overeenkomst tussen de Federación Nacional de Cafeteros de Colombia en de in de Europese Economische Gemeenschap gevestigde branders enerzijds en INSTALLE en SACA anderzijds, voor 1978, 1979, 1980, 1981 en 1982 vormt een inbreuk op artikel 85, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.
Artikel 2
Het verzoek om vrijstelling krachtens artikel 85, lid 3, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap wordt afgewezen.
Artikel 3
De Federación Nacional de Cafeteros de Colombia mag zulk een clausule niet meer opnemen in door haar later met de in de Europese Economische Gemeenschap gevestigde branders of met INSTALLE en SACA te sluiten overeenkomsten.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot de Federación National de Cafeteros de Colombia, Avenida Jimenez no. 7-65, Bogota - DE 1, Colombia.
Gedaan te Brussel, 10 december 1982.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Lid van de Commissie
(1) PB nr. 13 van 21. 2. 1962, blz. 204/62.
(2) PB nr. 127 van 20. 8. 1963, blz. 2268/63.
Top