Avis juridique important
82/881/EEG: Besluit van de Commissie van 23 december 1982 houdende aanvaarding van de verbintenissen en beëindiging van de anti-dumpingprocedure inzake de invoer van perchloorethyleen van oorsprong uit Spanje, de Verenigde Staten van Amerika, Roemenië en Tsjechoslowakije
Publicatieblad Nr. L 371 van 30/12/1982 blz. 0047 - 0050
*****
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 23 december 1982
houdende aanvaarding van de verbintenissen en beëindiging van de anti-dumpingprocedure inzake de invoer van perchloorethyleen van oorsprong uit Spanje, de Verenigde Staten van Amerika, Roemenië en Tsjechoslowakije
(82/881/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3017/79 van de Raad van 20 december 1979 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1580/82 (2), inzonderheid op artikel 11,
Na overleg in het bij genoemde verordening ingestelde Raadgevend Comité,
Overwegende dat de Commissie in mei 1982 een klacht heeft ontvangen die door de Europese Raad van de Bonden van de Chemische Nijverheid (CEFIC) werd ingediend namens producenten in de Gemeenschap die een groot deel van de produktie van perchloorethyleen in de Gemeenschap verzorgen;
Overwegende dat de klacht bewijsmateriaal bevatte voor het bestaan van dumpingpraktijken en daaruit voortvloeiende aanzienlijke schade; dat deze gegevens voldoende werden geacht om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen; dat de Commissie derhalve in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (3) de inleiding van een anti-dumpingprocedure heeft aangekondigd inzake de invoer in de Gemeenschap van perchloorethyleen (post ex 29.02 A II b) van het gemeenschappelijk douanetarief, NIMEXE-code 29.02-35) van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, Spanje, Roemenië en Tsjechoslowakije, en een onderzoek heeft ingesteld;
Overwegende dat de Commissie de in- en exporteurs van wie bekend was dat zij belanghebbende zijn daarvan officieel in kennis heeft gesteld;
Overwegende dat de Commissie alle rechtstreeks betrokken partijen in de gelegenheid heeft gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en dit mondeling te mogen toelichten;
Overwegende dat alle exporteurs en het merendeel der importeurs van wie bekend was dat zij belanghebbende partij waren, gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid om hun standpunten schriftelijk kenbaar te maken; dat alle exporteurs, behalve de Spaanse, en verschillende der belangrijkste importeurs gelegenheid tot het geven van mondelinge toelichting gevraagd en verkregen hebben;
Overwegende dat op verzoek van de Tsjechoslowaakse exporteur, de Commissie een bijeenkomst heeft belegd tussen deze exporteur, diens distributeurs in de Gemeenschap en de klagers, met het oog op een vergelijking van de argumenten pro en contra;
Overwegende dat door of namens de verbruikers van perchloorethyleen in de Gemeenschap geen informatie is verschaft;
Overwegende dat de Commissie zich met het oog op een voorlopige vaststelling van dumping en schade beijverd heeft alle door haar nodig geachte gegevens te verzamelen en te verifiëren en ten kantore van de volgende maatschappijen controles heeft verricht:
- EG-producenten: Rumianca Spa, Milaan, Chemische Werke Huels AG, Marl, Solvay en Cie, Brussel, Solvay et Cie, Parijs;
- Exporteurs: PPG Industries Inc, Pittsburgh Pa;
- Importeurs: Kloeckner & Co Chemie, Duisburg, Société Commerciale Lambert-Rivière, Bagnolet;
Overwegende dat de Commissie op haar verzoek zeer gedetailleerde schriftelijke gegevens ontvangen heeft, enerzijds van alle klagende producenten uit de Gemeenschap over de geleden schade en de oorzaken daarvan, en anderzijds van de Amerikaanse exporteur en van bepaalde importeurs; dat de aldus ontvangen gegevens door de Commissie voor zover nodig zijn nagetrokken;
Overwegende dat de onderzoekperiode welke door de Commissie is aangehouden voor de vaststelling van mogelijke dumping, de 12 maanden vóór 30 april 1982 besloeg;
Overwegende dat voor de vaststelling van de door Spanje mogelijk gepleegde dumping de Commissie de normale waarde heeft vastgesteld op de grondslag van de gewogen gemiddelde verkoopprijs af-fabriek van perchloorethyleen, op de Spaanse binnenlandse markt verkocht aan afnemers zonder onderlinge zakelijke band;
Overwegende dat ten aanzien van de Verenigde Staten van Amerika het voorafgaand onderzoek tot vaststelling van dumping heeft aangetoond dat de prijs waartegen het door de Amerikaanse exporteur vervaardigde perchloorethyleen op de binnenlandse markt verkocht wordt, lager is dan het totaal der zowel vaste als variabele kosten die normaal bij de produktie ontstaan, zulks voor vrijwel alle verkopen in de onderzoekperiode; dat de Commissie bij het bepalen van de normale waarde voor de Verenigde Staten van Amerika derhalve is uitgegaan van de samengestelde waarde, verkregen door bovengenoemde onder de kostprijs liggende prijs, te corrigeren met het bedrag overeenstemmend met de ontstane verliezen;
Overwegende bovendien dat in het geval van de Verenigde Staten de Commissie op verzoek van de exporteur bepaalde aanpassingen in de bovengenoemde samengestelde normale waarde heeft aangebracht, in verband met de verschillen tussen de voorwaarden en wijzen van aflevering op de binnenlandse markt en op de uitvoermarkten;
Overwegende dat de Commissie er bij de vaststelling van mogelijke dumping door Roemenië en Tsjechoslowakije rekening mee heeft moeten houden dat deze landen geen markteconomie hebben; dat de Commissie derhalve haar vaststelling voor deze landen heeft moeten baseren op de normale waarde in een land met markteconomie; dat de klagers te dien aanzien de binnenlandse markt van de Verenigde Staten als referentiemarkt hadden voorgesteld;
Overwegende dat bij de besprekingen met de exporteurs van Roemenië en Tsjechoslowakije de vergelijkbaarheid van de Amerikaanse markt van perchloorethyleen en, a fortiori, de verwijzing naar de aangenomen normale waarde voor deze markt, zijn aangevochten, omdat de aldus vastgestelde prijzen niet representatief zouden zijn; dat is voorgesteld de Oostenrijkse markt als referentiemarkt te kiezen, maar dat dit voorstel door de Commissie wegens het ontbreken van voldoende gegevens omtrent de Oostenrijkse markt niet aanvaard is; dat daarenboven niet werd uitgesloten dat de binnenlandse Oostenrijkse prijzen door goedkope invoer beïnvloed zijn;
Overwegende derhalve dat de Commissie na onderzoek van de diverse haar bekende mogelijkheden, het wenselijk en billijk geacht heeft de voor Roemenië en Tsjechoslowakije geldende normale waarde op dezelfde basis vast te stellen als voor de Amerikaanse exporteur, met de nodige aanpassingen vanwege de verschillen in de voorwaarden en wijzen van verkoop, en de kwaliteitskenmerken van de produkten;
Overwegende dat voor de prijs bij uitvoer de Commissie voor Spanje en de Verenigde Staten de feitelijk betaalde of te betalen prijs bij uitvoer naar de Gemeenschap heeft aangehouden; dat voor Roemenië en Tsjechoslowakije waarvoor de Commissie niet over volledige en betrouwbare gegevens over de werkelijke prijzen bij uitvoer beschikt, de prijs bij uitvoer is vastgesteld op basis van de waarde franco-grens van de Gemeenschap volgens de officiële invoerstatistieken van de Gemeenschap; dat deze cijfers niet worden tegengesproken door de onvolledige gegevens over de prijzen bij uitvoer die de betrokken exporteurs en importeurs aan de Commissie hebben medegedeeld;
Overwegende dat voor Spanje de prijs af-fabriek van de verkopen voor uitvoer wordt gecorrigeerd met een belastingverlichting (»desgravación fiscal") van 11,875 % over de prijs bij uitvoer franco-grens, welke de Spaanse Regering aan de exporteur verleent; dat de Commissie niet over voldoende gegevens beschikt om na te gaan of deze aftrek al dan niet het bedrag van de rechten of heffingen overschrijdt waaraan het betrokken produkt onderworpen is bij bestemming voor binnenlands gebruik; dat de Commissie derhalve, mede omdat een klacht wegens subsidiëring te dien aanzien ontbreekt, met deze aftrek bij de berekening van de prijzen bij uitvoer rekening gehouden heeft door deze prijzen met het overeenkomende percentage te verhogen;
Overwegende dat de vaststelling van dumping voor de betrokken vier uitvoerende landen derhalve is geschied op basis van een vergelijking van de eerder omschreven normale waarden, in het stadium af-fabriek, met de prijzen bij uitvoer naar de voornaamste markten van de Gemeenschap in dezelfde fase, uit elk betrokken land gedurende de periode van onderzoek; dat waar nodig met gewogen gemiddelden een vergelijking op maandbasis is opgesteld; dat de Commissie, waar dienstig rekening heeft gehouden met factoren die de vergelijkbaarheid van de prijzen beïnvloeden, en met name met de verschillen in de technische kenmerken van het door de betrokken landen naar de Gemeenschap uitgevoerde perchloorethyleen; dat eveneens op basis van geverifieerde gegevens rekening is gehouden met de betalingsvoorwaarden en de transportkosten tot de grens van de Gemeenschap en met de bijkomende kosten;
Overwegende dat het inleidende onderzoek van de bovengenoemde gegevens het bestaan van dumpingpraktijken heeft aangetoond ten aanzien van de aan het onderzoek onderworpen invoer van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, Spanje, Roemenië en Tsjechoslowakije; Overwegende dat deze dumpingpraktijken naar gelang van het land van uitvoer en de betrokken Lid-Staat meer of minder aanzienlijk waren; dat de marges van dumping - gelijk aan het verschil tussen de hierboven vastgestelde normale waarden en de prijzen bij uitvoer van perchloorethyleen naar de Gemeenschap - de volgende percentages van de prijs franco-grens van de Gemeenschap, niet ingeklaard, beliepen:
- Spanje: van 70,4 % tot 101,8 % met gewogen gemiddelden van 82,6 %, 82,6 % en 80,0 % voor de verkopen op onderscheidenlijk de Duitse, Nederlandse en Belgische markt; of, bij aanpassing van de prijs bij uitvoer ter volledige doorberekening van de belastingaftrek, van 58,0 % tot 87,4 %, met gewogen gemiddelden van 69,5 %, 69,5 % en 67,1 % voor de verkopen in onderscheidenlijk Duitsland, Nederland en België;
- Verenigde Staten van Amerika: van 47,7 % tot 124,0 % met gewogen gemiddelden van 90,5 %, 89,7 %, 87,1 % en 57,2 % voor de verkopen op onderscheidenlijk de Franse, Italiaanse, Duitse en Britse markt;
- Roemenië: van 47,7 % tot 84,9 % met een gewogen gemiddelde van 67,9 % voor de verkopen op de Duitse markt;
- Tsjechoslowakije: van 62,4 % tot 113,1 % met een gewogen gemiddelde van 78,0 % voor de verkopen in Duitsland;
Overwegende dat ten aanzien van de door de invoer met dumping aan de communautaire industrie toegebrachte schade, uit de gegevens waarover de Gemeenschap beschikt blijkt dat de totale omvang van de invoer in de Gemeenschap van perchloorethyleen van oorsprong uit de aan dumping schuldig bevonden landen van 7 769 ton in 1977 tot 26 965 ton in 1981, en tot 5 061 ton in het eerste kwartaal van 1982 is gestegen; dat de gemiddelde jaarlijkse groei van deze invoer voor het tijdvak 1977-1981 dus uitkomt op 36,5 %; dat dienovereenkomstig het marktaandeel van deze invoer aanzienlijk is toegenomen, namelijk van 3,4 % in 1977 tot 13,6 % in 1981;
Overwegende dat de mate waarin de invoer waarvan is bewezen dat deze met dumping plaatsvond van Lid-Staat tot Lid-Staat verschilde; dat zij bijzonder sterk was in de Bondsrepubliek Duitsland die alleen al in 1981 11 600 ton, dat wil zeggen 43 % van de met dumping ingevoerde hoeveelheden, heeft afgenomen hetgeen het marktaandeel van deze invoer op de Duitse markt op 15,6 % heeft gebracht;
Overwegende dat het de Commissie ter beschikking staande bewijsmateriaal aantoont dat de wederverkoopprijzen in de Gemeenschap van de invoer met dumping tot 17 % onder de door de producenten van de Gemeenschap aangehouden prijzen lagen; dat daarenboven de wederverkoopprijzen van deze invoer onder het peil lag dat minimaal noodzakelijk was om de communautaire producenten hun produktiekosten te laten dekken;
Overwegende dat ten aanzien van de gevolgen van deze invoer voor de betreffende tak van industrie in de Gemeenschap, uit het bewijsmateriaal dat in het bezit is van de Commissie, blijkt dat de communautaire produktie van perchloorethyleen van 179 455 ton in 1977 tot 145 265 in 1981 is teruggevallen, dit wil zeggen 19 %, hetgeen veel meer is dan het percentage van de afname van het verbruik in de Gemeenschap in dezelfde periode; dat de gemiddelde bezettingsgraad van de produktiecapaciteit van 51,7 % in 1977 tot 55,7 % in 1981 en tot 59,8 % voor de eerste drie maanden van 1982 kon worden vergroot niet dan na een drastische vermindering van de produktiecapaciteit met ongeveer 24,8 % tussen 1977 en 1981; dat met name twee communautaire produktie-eenheden in 1981 en begin 1982 gedwongen waren te sluiten en een derde haar produktievermogen sterk heeft moeten inkrimpen;
Overwegende dat volgens de gegevens die ter beschikking van de Commissie staan het marktaandeel van de producenten in de Gemeenschap is teruggevallen van 95,0 % in 1977 tot 84,9 % in 1981; dat in termen van verschuiving van marktaandeel dit verlies procentueel vrijwel overeenkomt met de toename van de penetratiegraad van de invoer met dumping; dat de producenten in het eerste kwartaal van 1982 een deel van hun verloren marktaandeel konden terugwinnen, ten koste evenwel van een geleidelijke aanpassing van hun prijzen aan de wederverkoopprijzen van de gedumpte invoer;
Overwegende dat deze afbrokkeling van de prijzen van de communautaire producenten en de terugval in produktie hun rentabiliteit aanzienlijk hebben uitgehold, en wel zodanig dat vrijwel alle producenten in 1981 en vooral in het eerste kwartaal van 1982 voor perchloorethyleen merendeels zeer hoge verliezen hebben geleden;
Overwegende dat de Commissie de andere elementen onderzocht heeft die afzonderlijk of te zamen de communautaire produktie eveneens benadelen, en met name de prijzen en de omvang van de invoer ten aanzien waarvan niet werd gesteld dat dumping plaatsvond, het peil van het perchloorethyleenverbruik in de Gemeenschap, en ten slotte de invloed die op de prijsvorming voor perchloorethyleen in de Gemeenschap wordt uitgeoefend door de huidige aanbodssituatie voor chloor en het bestaan van overcapaciteit voor de produktie van perchloorethyleen;
Overwegende dat de omvang van de invoer van oorsprong uit niet van dumping beschuldigde landen in de onderzoekperiode gering is geweest en met name van 3 651 ton in 1977 tot 2 973 ton in 1981 is gedaald, hetgeen overeenkomt met een marktaandeel in de Gemeenschap van slechts 1,5 %; dat desalniettemin de achteruitgang van de markt in de Gemeenschap in 1982 kan zijn versterkt door bepaalde invoeren tegen lage prijzen ten aanzien waarvan niet wordt gesteld dat dumping heeft plaatsgevonden; Overwegende dat uit het bewijsmateriaal waarover de Commissie beschikt blijkt dat de totale communautaire vraag naar perchloorethyleen is teruggevallen van 226 240 ton in 1977 tot 197 777 ton in 1981, dit is een globale daling van 12,6 % over het betrokken tijdvak; dat hoewel deze daling ontegenzeggelijk van invloed is geweest op de communautaire industrie, het afzetverlies voor de producenten in de Gemeenschap op de interne markt tussen 1977 en 1981 de terugval in de vraag verre overschrijdt;
Overwegende dat de Commissie heeft kunnen nagaan dat, rekening houdende met de huidige aanbodssituatie voor chloor, dit produkt in de produktiekosten van de communautaire producenten gewaardeerd was op een redelijke prijs;
Overwegende dat de Commissie bij beoordeling van de gevolgen van de invoer met dumping ook rekening heeft gehouden met het feit dat het bestaan van overcapaciteit in de Gemeenschap voor de produktie van perchloorethyleen op de prijzen een druk uitoefent welke niet aan deze invoer kan worden toegerekend;
Overwegende dat de Commissie derhalve, hoewel zij onderkent dat bepaalde andere elementen dan invoer met dumping duidelijk schade berokkend hebben aan de producenten in de Gemeenschap, op grond van het haar ter beschikking staande bewijsmateriaal ervan overtuigd is dat de schade veroorzaakt door de toegenomen invoer met dumping en door de daaruit voortvloeiende druk op de prijzen niettemin, afzonderlijk genomen, als belangrijk moet worden beschouwd;
Overwegende dat in deze omstandigheden en om te vermijden dat gedurende het onderzoek schade toegebracht werd, de belangen van de Gemeenschap een onmiddellijk optreden vergen, bestaande uit de instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van perchloorethyleen van oorsprong uit Spanje, de Verenigde Staten van Amerika, Roemenië en Tsjechoslowakije; dat de Commissie van mening is dat een recht dat kleiner is dan de vastgestelde dumpingmarges voldoende moet zijn om de door de invoer met dumping aan de communautaire bedrijfstak toegebrachte schade op te heffen, zulks uitgaande van de prijs waarbij de communautaire producenten hun perchloorethyleen niet meer tegen verlies behoeven te verkopen;
Overwegende dat de betrokken exporteurs zijn ingelicht omtrent de voornaamste uitkomsten van dit onderzoek en hun opmerkingen ter zake hebben gemaakt; dat vervolgens verbintenissen zijn voorgesteld door Sociedad anónima Cros (Barcelona), PPG Industries Inc, Pittsburg, Chimimport-Export, Boekarest, en Chemapol, Praag, ten aanzien van de uitvoer van onderscheidenlijk Spanje, de Verenigde Staten van Amerika, Roemenië en Tsjechoslowakije;
Overwegende dat de voorgestelde prijsverhogingen de schadelijke gevolgen van de geconstateerde dumpingpraktijken zullen opheffen; dat deze verhogingen nimmer de vastgestelde gemiddelde dumpingmarges te boven gaan;
Overwegende dat de Commissie derhalve heeft bepaald dat het niet nodig was beschermende maatregelen te treffen tegen de invoer van perchloorethyleen van oorsprong uit Spanje de Verenigde Staten van Amerika, Roemenië en Tsjechoslowakije;
Overwegende dat in deze omstandigheden de aangeboden verbintenissen aanvaardbaar geacht worden, en dat de procedure dus kan worden beëindigd zonder het opleggen van anti-dumpingrechten;
Overwegende dat het Raadgevend Comité geen enkel bezwaar heeft gemaakt,
BESLUIT:
Enig artikel
1. De door de betrokken exporteurs aan de Commissie aangeboden prijsverbintenissen worden aanvaard.
2. De anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van perchloorethyleen van oorsprong uit Spanje, de Verenigde Staten van Amerika, Roemenië en Tsjechoslowakije wordt beëindigd.
Gedaan te Brussel, 23 december 1982.
Voor de Commissie
Étienne DAVIGNON
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 339 van 31. 12. 1979, blz. 1.
(2) PB nr. L 178 van 22. 6. 1982, blz. 9.
(3) PB nr. C 133 van 25. 5. 1982, blz. 12.
Top