Avis juridique important
82/947/EEG: Beschikking van de Commissie van 30 december 1982 tot machtiging van het Verenigd Koninkrijk om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 383 van 31/12/1982 blz. 0023 - 0024
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 30 december 1982
tot machtiging van het Verenigd Koninkrijk om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
(82/947/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 70/457/EEG van de Raad van 29 september 1970 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 80/1141/EEG (2), en met name op artikel 15, leden 2 en 3, en op lid 7,
Gezien het door het Verenigd Koninkrijk gedane verzoek,
Overwegende dat krachtens artikel 15, lid 1, van voornoemde richtlijn zaaizaad en pootgoed van rassen van landbouwgewassen die in 1980 in ten minste één Lid-Staat officieel zijn toegelaten en overigens aan de in dezelfde richtlijn vastgestelde voorwaarden voldoen, met ingang van 31 december 1982 in de Gemeenschap aan geen enkele handelsbeperking ten aanzien van het ras meer zijn onderworpen;
Overwegende evenwel dat in artikel 15, lid 2, van voornoemde richtlijn is bepaald dat een Lid-Staat die daarom verzoekt, kan worden gemachtigd de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen te verbieden;
Overwegende dat het Verenigd Koninkrijk voor een aantal rassen van verschillende soorten om een dergelijke machtiging heeft verzocht;
Overwegende dat de in deze beschikking genoemde rassen in het Verenigd Koninkrijk aan officiële onderzoeken te velde zijn onderworpen; dat deze onderzoeken in het Verenigd Koninkrijk tot de conclusie hebben geleid dat genoemde rassen in dit land niet voldoende onderscheidbaar zijn;
Overwegende dat voor de rassen Sally (rode klaver) en Pepite (gerst) aan de hand van de dossiers inzake onderzoekresultaten kan worden geconstateerd dat genoemde rassen in het Verenigd Koninkrijk, volgens de nationale voorschriften met betrekking tot de toelating van de rassen in het Verenigd Koninkrijk, die op grond van de vigerende communautaire bepalingen van toepassing zijn, niet onderscheidbaar zijn van andere in dit land toegelaten rassen (artikel 15, lid 3, sub a), eerste geval, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat voor het ras Campremy (zachte tarwe) aan de hand van de dossiers inzake de onderzoekresultaten kan worden geconstateerd dat dit ras in het Verenigd Koninkrijk, volgens de nationale voorschriften met betrekking tot de toelating van de rassen in het Verenigd Koninkrijk, die op grond van de vigerende communautaire bepalingen van toepassing zijn, niet voldoende homogeen is wat een aantal eigenschappen betreft (artikel 15, lid 3, sub a), derde geval, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat derhalve in alle opzichten kan worden voldaan aan het verzoek van het Verenigd Koninkrijk betreffende deze rassen;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd om op haar gehele grondgebied de handel te verbieden in zaaizaad van de volgende in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen van 1983 vermelde rassen:
I. Voedergewassen:
Trifolium pratense L.
Sally
II. Granen:
1. Hordeum vulgare L.
Pepite
2. Triticum aestivum L.
Campremy.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde machtiging zal worden ingetrokken zodra wordt geconstateerd dat de voorwaarden voor de verlening ervan niet meer zijn vervuld.
Artikel 3
Het Verenigd Koninkrijk deelt de Commissie mede vanaf welke datum en op welke wijze het van de in
artikel 1 bedoelde machtiging gebruik maakt. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk.
Gedaan te Brussel, 30 december 1982.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 225 van 12. 10. 1970, blz. 1.
(2) PB nr. L 341 van 16. 12. 1980, blz. 27.
Top