Avis juridique important
82/949/EEG: Beschikking van de Commissie van 30 december 1982 tot machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland om de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 383 van 31/12/1982 blz. 0027 - 0028
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 30 december 1982
tot machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland om de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken
(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
(82/949/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 70/457/EEG van de Raad van 29 september 1970 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 80/1141/EEG (2), en met name op artikel 15, leden 2 en 3, en op lid 7,
Gezien het door de Bondsrepubliek Duitsland gedane verzoek,
Overwegende dat krachtens artikel 15, lid 1, van voornoemde richtlijn zaaizaad en pootgoed van rassen die in 1980 in ten minste één van de Lid-Staten officieel zijn toegelaten en die overigens voldoen aan de bepalingen van de richtlijn, na 31 december 1982 in de Gemeenschap aan geen enkele handelsbeperking ten aanzien van het ras meer zijn onderworpen;
Overwegende dat evenwel in artikel 15, lid 2, van voornoemde richtlijn is bepaald dat een Lid-Staat die daarom verzoekt, kan worden gemachtigd de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen te verbieden;
Overwegende dat de Bondsrepubliek Duitsland om een dergelijke machtiging heeft verzocht voor bepaalde rassen van zaaizaad en pootgoed;
Overwegende dat het ras Kawetanya (suikerbieten) en de haver- en maïsrassen in de Bondsrepubliek Duitsland niet aan officiële onderzoeken te velde zijn onderworpen met het oog op het Duitse verzoek;
Overwegende dat voor het genoemde suikerbietenras in de Bondsrepubliek Duitsland om officiële toelating is verzocht, voor zover het zaaizaad ervan bestemd is voor verkoop in een ander land (artikel 4, lid 2, sub b), van voornoemde richtlijn); dat zelfs de aanvrager derhalve niet heeft gesteld dat dit ras voor de Bondsrepubliek Duitsland voldoende cultuur- of gebruikswaarde bezit; dat dit ras bijgevolg kan worden geacht in de Bondsrepubliek Duitsland op grond van het geheel van zijn hoedanigheden inzake cultuur- of gebruikswaarde niet de resultaten op te leveren die worden verkregen met een vergelijkbaar in dit land toegelaten ras (artikel 15, lid 3, sub c), eerste geval, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat de betrokken haverrassen van de wintervorm zijn; dat de betrokken maïsrassen een FAO-rijpheidsklasse-index van meer dan 350 hebben; dat algemeen bekend is dat de wintervormen van haver en maïsrassen met een FAO-rijpheidsklasse-index van meer dan 350 nog niet geschikt zijn om in de Bondsrepubliek Duitsland te worden verbouwd voor alle gebruiksvormen (artikel 15, lid 3, sub c), tweede geval, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat voor het ras Checker (roodzwenkgras) aan de hand van de dossiers inzake de onderzoekresultaten kan worden geconstateerd dat genoemd ras in de Bondsrepubliek Duitsland volgens de nationale voorschriften met betrekking tot de toelating van de rassen in de Bondsrepubliek Duitsland, die op grond van de vigerende communautaire bepalingen van toepassing zijn, niet voldoende homogeen is wat een aantal eigenschappen betreft (artikel 15, lid 3, sub a), derde geval, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat derhalve in alle opzichten moet worden voldaan aan het verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende al deze rassen;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
1. De Bondsrepubliek Duitsland wordt gemachtigd om op haar gehele grondgebied de handel te verbieden in zaaizaad en pootgoed van de volgende in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen van 1983 vermelde rassen:
I. Suikerbieten:
Kawetanya
II. Voedergewassen:
Festuca rubra L.
Checker
III. Granen:
1. Avena sativa L.
Fringante
Joker
Kalott
Oyster
Rosette
2. Zea mays L.
1.2 // Aga // Maestrale // Albret // Marechal // Argo // Mark // Arlon // Monsone // Atlante // Monsur // Augusto 6666 // Montot // Antares // Nickerson 601 // Baio // Nickerson 702 // Banat // Oreas // Barn 394 // Orfeo // Cesare 606 // Padano // Cheyenne // Picco // Cobra // Pivot // Dekalb XL365 // Pratile // Dendor // Radar // Erik // Ribot // Ermes G 4449 // Scipio // Fany // Sirio // Sirio Frank // Splendid 7951 // Galba // Texas // Illini // Titan // Ilona // Traiano 74 // Imperator // Vulcano // Isar // Wonder Kelly 3002. // Lipari //
2. Voor het ras Kawetanya (suikerbieten) geldt deze machtiging slechts voor zover het zaaizaad ervan niet bestemd is voor verkoop in een ander land.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde machtiging zal worden ingetrokken zodra wordt geconstateerd dat de voorwaarden voor de verlening ervan niet meer zijn vervuld.
Artikel 3
De Bondsrepubliek Duitsland deelt de Commissie mede met ingang van welke datum en op welke wijze zij van de in artikel 1 verleende machtiging gebruik maakt. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Gedaan te Brussel, 30 december 1982.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 225 van 12. 10. 1970, blz. 1.
(2) PB nr. L 341 van 16. 12. 1980, blz. 27.
Top