Avis juridique important
82/952/EEG: Beschikking van de Commissie van 24 november 1982 betreffende de steun van de Franse Regering aan de Vereveningsfondsen in de sector varkensvlees (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 386 van 31/12/1982 blz. 0029 - 0030
++++
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 24 november 1982
betreffende de steun van de Franse Regering aan de Vereveningsfondsen in de sector varkensvlees
( Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek )
( 82/952/EEG )
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , en met name op artikel 93 , lid 2 , eerste alinea ,
Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 2759/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2966/80 ( 2 ) , en met name op artikel 21 ,
Na , overeenkomstig het bepaalde in artikel 93 , lid 2 , eerste alinea , alle belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken ( 3 ) , en gezien deze opmerkingen ,
I
Overwegende dat de Commissie , na kennis te hebben gekregen van een ontwerp-steunmaatregel ten behoeve van de Vereveningsfondsen in de sector varkensvlees , de Franse Regering op 8 mei en 12 juni 1981 heeft verzocht haar krachtens artikel 93 , lid 3 , van het Verdrag het genoemde ontwerp mede te delen ;
Overwegende dat de voorgenomen steunmaatregel betrekking had op de uitkering aan de Vereveningsfondsen van een steunbedrag van 146 miljoen Ffr . ten einde de kaspositie van de genoemde organen te saneren ;
Overwegende dat voornoemde steun krachtens artikel 21 van Verordening ( EEG ) nr . 2759/75 onder de toepassing van de artikelen 92 tot en met 94 van het Verdrag valt ;
Overwegende dat bij gebreke van een antwoord van de Franse Regering de Commissie na een eerste onderzoek op basis van de documenten waarover zij aanvankelijk beschikte en op grond waarvan zij niet kon oordelen of de maatregel op grond van artikel 92 van het Verdrag kon worden toegestaan , op 29 juni 1981 de procedure van artikel 93 , lid 2 , van het Verdrag heeft ingeleid en zij uit dien hoofde de belanghebbenden heeft aangemaand hun opmerkingen mede te delen ;
II
Overwegende dat de Franse Regering in haar antwoord van 7 augustus 1981 op het schrijven waarin zij werd aangemaand haar opmerkingen mede te delen , heeft aangevoerd dat deze uitkering van uitzonderlijke aard was en ten doel had de Fondsen in staat te stellen het hoofd te bieden aan ernstige financieringsmoeilijkheden als gevolg van de daling van de marktprijzen ;
Overwegende dat verschillende Lid-Staten en andere belanghebbenden hun opmerkingen aan de Commissie hebben medegedeeld ; dat allen van oordeel zijn dat de Franse maatregelen de mededinging vervalsen en het handelsverkeer in de Lid-Staten ongunstig beïnvloeden waardoor zij strijdig zijn met het algemeen belang en met de gemeenschappelijke marktordeningen ;
III
Overwegende dat vroeger weliswaar is toegestaan dat voorschotten werden gegeven aan de Vereveningsfondsen doch dat toekenning van steun à fonds perdu een noviteit is , die onrechtstreeks hetzelfde effect sorteert als een steunmaatregel waarbij aan de varkenshouders die bij deze Fondsen zijn aangesloten een prijsgarantie wordt gegeven ;
Overwegende dat deze maatregel aan de betrokken producenten gunstiger produktievoorwaarden en afzetmogelijkheden verschaft ten opzichte van de producenten in de overige Lid-Staten die niet voor soortgelijke steun in aanmerking komen ;
Overwegende dat daardoor het handelsverkeer tussen de Lid-Staten ongunstig wordt beïnvloed en dat de betrokken maatregel derhalve beantwoordt aan de criteria van artikel 92 , lid 1 , van het Verdrag ;
Overwegende dat in het kader van een gemeenschappelijke marktordening in de betrokken sector de Lid-Staten bovendien niet meer gemachtigd zijn unilateraal nationale steunmaatregelen te nemen ;
Overwegende dat , gezien de voorafgaande opmerkingen , de door de Franse Regering aangevoerde economische overwegingen niet in aanmerking kunnen worden genomen ;
Overwegende dat de in artikel 92 , lid 1 , vervatte verbodsbepaling niet kan worden opgeheven op grond van lid 2 van genoemd artikel , waarvan de uitzonderingen in dit geval duidelijk niet van toepassing zijn ;
Overwegende dat de in lid 3 van artikel 92 bedoelde uitzonderingen strikt moeten worden geïnterpreteerd bij het onderzoek van elke nationale of gewestelijke maatregel ; dat zij met name alleen mogen worden toegestaan in gevallen waarvoor de Commissie kan constateren dat de steun noodzakelijk is voor de verwezenlijking van één van de in deze bepalingen omschreven doeleinden ;
Overwegende dat het toestaan van deze uitzonderingen voor steunmaatregelen die geen dergelijke tegenprestatie inhouden , neerkomt op het aanvaarden van belemmeringen van het handelsverkeer tussen de Lid-Staten en van uit communautair oogpunt niet te verantwoorden concurrentiedistorties , alsmede van daaraan verbonden ongewettigde voordelen voor bepaalde Lid-Staten ;
Overwegende dat in dit geval niet kan worden geconstateerd dat er een dergelijke tegenprestatie bestaat ;
Overwegende dat de Franse Regering namelijk niet heeft kunnen aantonen dat de betrokken steun voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een van de in artikel 92 , lid 3 , van het EEG-Verdrag bedoelde uitzonderingen en dat ook de Commissie geen grond voor deze maatregel heeft kunnen vinden ;
Overwegende dat de maatregel duidelijk niet bestemd is om de economische ontwikkeling te bevorderen van een gebied waar de levensstandaard abnormaal laag is of waar er geen ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst en dat het ook geen maatregel is die bestemd is om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de Franse economie op te heffen ; dat bijgevolg artikel 92 , lid 3 , sub a ) en b ) , van het Verdrag niet van toepassing is ;
Overwegende dat deze steunmaatregel bovendien voor de betrokken landbouwers een steun voor de bedrijfsvoering vormt die van zuiver conservatoire aard is ; dat de Commissie zich steeds tegen een dergelijke steun heeft verzet daar deze steun niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in artikel 92 , lid 3 , sub c ) , van het Verdrag bedoelde uitzondering omdat hij , wegens zijn zeer geringe doelmatigheid , de ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling niet kan vergemakkelijken ;
Overwegende dat , gezien de voorafgaande overwegingen , voornoemde steunmaatregel niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een van de in artikel 93 , lid 3 , van het Verdrag bedoelde uitzonderingen ,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN :
Artikel 1
De door Frankrijk toegekende steun in de vorm van een uitkering van 146 miljoen Ffr . aan de Vereveningsfondsen in de sector varkensvlees is onverenigbaar met de bepalingen van artikel 92 van het Verdrag .
Artikel 2
Frankrijk doet de Commissie binnen een termijn van één maand mededeling van de maatregelen die zullen worden genomen om de in artikel 1 bedoelde bepalingen na te leven .
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot de Franse Republiek .
Gedaan te Brussel , 24 november 1982 .
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
( 1 ) PB nr . L 282 van 1 . 11 . 1975 , blz . 1 .
( 2 ) PB nr . L 307 van 18 . 11 . 1980 , blz . 5 .
( 3 ) PB nr . C 187 van 28 . 7 . 1981 , blz . 2 .
Top