Avis juridique important
83/626/EEG: Besluit van de Commissie van 12 december 1983 tot beëindiging van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van saccharine en zouten daarvan, van oorsprong uit China, de Republiek Korea en de Verenigde Staten van Amerika
Publicatieblad Nr. L 352 van 15/12/1983 blz. 0049 - 0050
*****
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 12 december 1983
tot beëindiging van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van saccharine en zouten daarvan, van oorsprong uit China, de Republiek Korea en de Verenigde Staten van Amerika
(83/626/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3017/79 van de Raad van 20 december 1979 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1580/82 (2), inzonderheid op artikel 9,
Na overleg in het kader van het in genoemde verordening bedoelde Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. Procedure
(1) Op 17 augustus 1979 heeft de Commissie een anti-dumpingprocedure ingeleid betreffende de invoer van saccharine en zouten daarvan van post 29.26 A van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomend met NIMEXE-code 29.26-11, van oorsprong uit China, Japan, de Republiek Korea en de Verenigde Staten van Amerika (3). Bovendien heeft de Commissie op 4 december 1979 een nieuw onderzoek ingeleid betreffende een nationaal anti-dumpingrecht dat op de invoer van saccharine en zouten daarvan uit de Republiek Korea door het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig de overgangsbepalingen van de Akte van Toetreding is ingesteld (4).
Na onderzoek van de feiten heeft de Commissie de in verband met de anti-dumpingprocedures betreffende de invoer van saccharine en zouten daarvan, van oorsprong uit China, Korea en de Verenigde Staten aangeboden prijsverbintenissen aanvaard en de procedure beëindigd (5). Japan bleek geen dumping toe te passen en de anti-dumpingprocedure betreffende dat land werd terzelfder tijd beëindigd.
(2) De Commissie ontving vervolgens een verzoek van Sherwin Williams Company uit Cleveland, Ohio, om de prijsverbintenis betreffende de invoer uit de Verenigde Staten te herzien. In het verzoek werd gesteld dat de uitvoer van de onderneming van saccharine naar het Verenigd Koninkrijk geen schade meer veroorzaakte voor de bedrijfstak in de Gemeenschap, aangezien deze niet concurrerend was in dezelfde marktsector. Tevens werd aangevoerd dat de bedrijfstak van de Gemeenschap wegens produktiemoeilijkheden niet meer in staat was de levering van saccharine op de markt van het Verenigd Koninkrijk te verzekeren. De Commissie besloot dat er voldoende positief bewijsmateriaal was om een onderzoek naar de door alle invoer waarvoor prijsverbintenissen golden veroorzaakte schade te rechtvaardigen en heropende de anti-dumpingprocedure betreffende saccharine en zouten daarvan, van oorsprong uit China, de Republiek Korea en de Verenigde Staten van Amerika (6).
(3) De Commissie heeft de naar haar weten betrokken exporteurs en importeurs, de vertegenwoordigers van de uitvoerende landen en de klager hiervan officieel in kennis gesteld en de rechtstreeks betrokken partijen in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en te verzoeken dit mondeling te mogen toelichten. Alle partijen hebben hun standpunt schriftelijk medegedeeld en zijn voorzover daarom gevraagd, gehoord.
(4) Met het oog op een voorlopige vaststelling van dumping en schade, heeft de Commissie alle gegevens die zij nodig achtte ingewonnen en ontvangen.
(5) Ten aanzien van de vaststelling van de schade, zoals hieronder vermeld, werd het niet nodig geacht de door de exporteurs betreffende dumping verstrekte gegevens te verifiëren.
(6) Ten einde de ontvangen gegevens over schade na te kunnen gaan, heeft de Commissie een onderzoek ingesteld ten kantore van de enige producent in de Gemeenschap, Boots Company PLC, Verenigd Koninkrijk.
B. Schade
(7) Het Verenigd Koninkrijk vormt de grootste afzonderlijke markt voor saccharine in de Gemeenschap. Boots PLC verkoopt vrijwel haar gehele produktie op deze markt. De uitvoer door de bij de anti-dumpingprocedure betrokken landen is eveneens voornamelijk op het Verenigd Koninkrijk gericht. De door de exporteurs gegeven verbintenissen waren ook tot het Verenigd Koninkrijk beperkt.
Het onderzoek van schade werd derhalve beperkt tot het Verenigd Koninkrijk.
(8) In 1982 bleek de grootste exporteur naar het Verenigd Koninkrijk Japan te zijn, een land waarop de herziening van de anti-dumpingprocedure niet van toepassing was. De invoer uit Japan bedroeg in 1982 225 ton terwijl de Verenigde Staten van Amerika 134 ton leverden, China 119 ton en Korea 26 ton.
(9) Uit de officiële statistieken bleek dat in 1982 de gemiddelde prijs per kg cif van saccharine en zouten daarvan, van oorsprong uit Japan, 27 % onder de prijzen bij invoer uit de Verenigde Staten van Amerika lag, 7 % onder die bij invoer uit Korea en 19 % onder die bij invoer uit China.
(10) De producent in de Gemeenschap was zelf koper van saccharine en zouten daarvan, van oorsprong uit Japan, en had derhalve toegang tot een goedkopere leveringsbron dan andere verbruikers aan wie de mogelijkheid tot aankopen in de Verenigde Staten van Amerika, China en Korea tegen een concurrerend prijsniveau werd onthouden omdat de minimumprijsverbintenissen op een hoger niveau liggen dan de feitelijke Japanse prijzen bij invoer.
(11) Wanneer de invoer tegen hogere prijzen geschiedt dan die welke de producent in de Gemeenschap voor invoer uit Japan betaalt, kan er toch niet staande worden gehouden dat door de betrokken invoer nog steeds schade wordt berokkend aan de bedrijfstak in de Gemeenschap.
(12) Akzo Chemie uit Nederland had om handhaving van de bestaande prijsverbintenissen verzocht omdat zij een project voor de produktie van saccharine in Amsterdam had. Dit is echter op zichzelf geen voldoende reden om de handhaving van deze prijsverbintenissen te rechtvaardigen, mede gezien het resultaat van het onderzoek naar aanmerkelijke schade voor de bestaande bedrijfstak in de Gemeenschap.
C. Conclusie
(13) De Commissie is onder deze omstandigheden van oordeel dat de prijsverbintenissen van de Chinese, Koreaanse en Amerikaanse exporteurs niet behoeven te worden gecontinueerd en dat de procedure kan worden beëindigd.
(14) In het Raadgevend Comité werd hiertegen geen bezwaar gemaakt,
BESLUIT:
Enig artikel
De anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van saccharine en zouten daarvan van oorsprong uit China, de Republiek Korea en de Verenigde Staten van Amerika wordt hierbij beëindigd.
Gedaan te Brussel, 12 december 1983.
Voor de Commissie
Wilhelm HAFERKAMP
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 339 van 31. 12. 1979, blz. 1.
(2) PB nr. L 178 van 22. 6. 1982, blz. 9.
(3) PB nr. C 207 van 17. 8. 1979, blz. 4.
(4) PB nr. C 303 van 4. 12. 1979, blz. 4.
(5) PB nr. L 331 van 9. 12. 1980, blz. 25 en 41.
(6) PB nr. C 119 van 4. 5. 1983, blz. 3.
Top