Avis juridique important
85/542/EEG: Besluit van de Commissie van 12 december 1985 tot aanvaarding van een verbintenis in het kader van het anti-dumpingonderzoek betreffende de invoer van rolkettingen voor rijwielen, van oorsprong uit de Sovjetunie, en tot beëindiging van het onderzoek
Publicatieblad Nr. L 335 van 13/12/1985 blz. 0063 - 0064
*****
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 12 december 1985
tot aanvaarding van een verbintenis in het kader van het anti-dumpingonderzoek betreffende de invoer van rolkettingen voor rijwielen, van oorsprong uit de Sovjetunie, en tot beëindiging van het onderzoek
(85/542/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2176/84 van 23 juli 1984 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 10,
Na overleg in het kader van het in genoemde verordening bedoelde Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. Voorlopige maatregelen
(1) De Commissie heeft bij Verordening (EEG) nr. 2317/85 (2) een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld op de invoer van rolkettingen voor rijwielen, van oorsprong uit de Sovjetunie en de Volksrepubliek China.
B. Verdere procedure
(2) Na de instelling van het voorlopige anti-dumpingrecht zijn de exporteur in de Sovjetunie en bepaalde importeurs van het betrokken produkt op hun verzoek door de Commissie gehoord en maakten zij hun standpunt kenbaar.
(3) De exporteur in de Sovjetunie heeft desgevraagd gelegenheid gekregen vertegenwoordigers van de klagers te ontmoeten ten einde de standpunten van de betrokken partijen tegenover elkaar te stellen.
C. Dumping
(4) Sedert de instelling van het voorlopige anti-dumpingrecht zijn er geen nieuwe bewijzen inzake dumping ontvangen zodat de Commissie haar in Verordening (EEG) nr. 2317/85 uiteengezette bevindingen omtrent dumping definitief acht.
De voorlopige vaststellingen inzake dumping worden derhalve bevestigd.
D. Schade
(5) De exporteur in de Sovjetunie stelde dat ook door invoer van oorsprong uit andere niet Lid-Staten, die niet aan de anti-dumpingprocedure waren onderworpen, schade was veroorzaakt en dat alleen op de invoer uit de Sovjetunie en de Volksrepubliek China ingestelde rechten deze schade niet zouden kunnen opheffen, doch slechts marktaandelen naar andere exporteurs met lage prijzen zouden doen verschuiven.
De Commissie had deze factor in Verordening (EEG) nr. 2317/85 bij overweging 16 reeds bezien. Aangezien met betrekking tot de schade voor de bedrijfstak in de Gemeenschap geen nieuw bewijsmateriaal werd ontvangen en in het bijzonder geen bewijzen werden voorgelegd dat invoer uit andere niet Lid-Staten tegen lagere prijzen is verkocht dan die uit de Sovjetunie en de Volksrepubliek China of dat deze met dumping werd verricht, bevestigt de Commissie derhalve de bevindingen van Verordening (EEG) nr. 2317/85 inzake schade.
E. Belang van de Gemeenschap
(6) Één der betrokken partijen stelde dat de invoering van beschermende maatregelen niet in het belang van de Gemeenschap zou zijn aangezien dit de produktie van bepaalde rijwielen in de Gemeenschap minder concurrerend zou maken.
Met het oog op de verwaarloosbare invloed van een prijsstijging van rolkettingen voor rijwielen op de totale produktiekosten van rijwielen blijven de bevindingen van de Commissie in Verordening (EEG) nr. 2317/85 ten aanzien van het belang van de Gemeenschap evenwel ongewijzigd.
F. Verbintenis
(7) Nadat de exporteur uit de Sovjetunie was medegedeeld dat de voornaamste bevindingen uit het voorlopige onderzoek waren bevestigd, bood hij een verbintenis aan betreffende zijn uitvoer van rolkettingen voor rijwielen naar de Gemeenschap.
Als gevolg van deze verbintenis zal de prijs bij uitvoer worden verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan het voorlopig ingestelde anti-dumpingrecht, hetgeen voldoende is om de door de invoer met dumping berokkende schade op te heffen.
Onder deze omstandigheden wordt de aangeboden verbintenis aanvaardbaar geacht en kan het anti-dumpingonderzoek betreffende de invoer van rolkettingen voor rijwielen, van oorsprong uit de Sovjetunie, zonder de instelling van een definitief anti-dumpingrecht worden beëindigd.
In het Raadgevend Comité werd hiertegen geen bezwaar gemaakt.
De Raad zal overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 2176/84 een besluit nemen over de inning van de tot zekerheid voor het voorlopige recht gestorte bedragen.
BESLUIT:
Artikel 1
De verbintenis die is aangeboden door Avto-export, Moskou, Sovjetunie in het kader van het anti-dumpingonderzoek betreffende de invoer van rolkettingen voor rijwielen, vallende onder post ex 73.29 van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomende met NIMEXE-code ex 73.29-11, van oorsprong uit de Sovjetunie, wordt aanvaard.
Artikel 2
Het in artikel 1 bedoelde anti-dumpingzonderzoek wordt beëindigd.
Gedaan te Brussel, 12 december 1985.
Voor de Commissie
Willy DE CLERCQ
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 201 van 30. 7. 1984, blz. 1.
(2) PB nr. L 217 van 14. 8. 1985, blz. 7.
Top