Avis juridique important
87/116/EEG: Beschikking van de Commissie van 23 december 1986 betreffende het door België overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 355/77 van de Raad ingediende specifieke programma inzake de verwerking en de afzet van vis en visserijprodukten in België voor de periode 1986-1990 (Slechts de teksten in de Nederlandse en de Franse taal zijn authentiek)
Publicatieblad Nr. L 049 van 18/02/1987 blz. 0031 - 0033
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 23 december 1986
betreffende het door België overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 355/77 van de Raad ingediende specifieke programma inzake de verwerking en de afzet van vis en visserijprodukten in België voor de periode 1986-1990
(Slechts de tekst in de Nederlandse en in de Franse taal is authentiek)
(87/116/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 355/77 van de Raad van 15 februari 1977 inzake een gemeenschappelijke actie ter verbetering van de voorwaarden inzake verwerking en afzet van landbouw- en visserijprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3768/85 (2), en met name op artikel 5,
Overwegende dat de Regering van België op 30 april 1986 een specifiek programma inzake de verwerking en de afzet van vis en visserijprodukten in België heeft ingediend en dat zij laatstelijk op 28 oktober 1986 aanvullende gegevens over dit programma heeft verstrekt;
Overwegende dat dit programma aan artikel 2 van genoemde verordening beantwoordt;
Overwegende dat dit programma bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeen- schappelijk visserijbeleid en dat het de in artikel 3 van die verordening bedoelde gegevens bevat;
Overwegende dat dit programma moet harmoniëren met de bij Beschikkingen 85/112/EEG (3) en 85/481/EEG (4) door de Commissie goedgekeurde meerjarige oriëntatieprogramma's voor herstructurering, modernisering en ontwikkeling van de visserij, alsmede voor ontwikkeling van de aquicultuur;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het gezamenlijk advies van het Permanent Comité voor de landbouwstructuur en het Permanent Comité voor de visserijstructuur,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Het specifieke programma inzake de verwerking en afzet van vis en visserijprodukten in België dat de Regering van België op 30 april 1986 heeft ingediend en laatstelijk op 28 oktober 1986 heeft aangevuld en waarvan de belangrijkste gegevens zijn opgenomen in bijlage I, wordt goedgekeurd onder voorbehoud van het bepaalde in bijlage II.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België.
Gedaan te Brussel, 23 december 1986.
Voor de Commissie
António CARDOSO E CUNHA
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 51 van 23. 2. 1977, blz. 1.
(2) PB nr. L 362 van 31. 12. 1985, blz. 8.
(3) PB nr. L 44 van 14. 2. 1985, blz. 44.
(4) PB nr. L 287 van 29. 10. 1985, blz. 29.
BIJLAGE I
BELANGRIJKSTE GEGEVENS OVER HET IN HET KADER VAN VERORDENING (EEG) Nr. 355/77 DOOR DE REGERING VAN BELGIË OPGESTELDE PROGRAMMA INZAKE EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ACTIE TER VERBETERING VAN DE VERWERKING VAN VIS EN DE AFZET VAN VISSERIJPRODUKTEN
1. Inhoud van het programma
Bevordering van de verwerking en de afzet van vis en visserijprodukten met inbegrip van zoetwatervis.
2. Afbakening van het gebied waarvoor het programma geldt
Het gehele grondgebied van België.
3. Looptijd van het programma
Het programma loopt van 1 januari 1986 tot en met 31 december 1990.
4. Doel van het programma
Binnen het algemene kader van de ontwikkeling van de verwerkings- en afzetstructuur zal het accent worden gelegd op de volgende maatregelen:
- Voor zeevis:
- verbetering van de infrastructuur, met inbegrip van de visafslagen;
- modernisering van verwerkings- en verpakkingsinstallaties, met inbegrip van rookinstallaties;
- uitbreiding van gebouwen voor de plaatsing van verwerkingsapparatuur.
- Voor zoetwatervis:
- constructie van gebouwen voor de geïntegreerde verwerking (schoonmaken, roken, verpakken enz.);
- aankoop van transportmiddelen voor levende vis;
- bouw van voorzieningen voor de valorisatie van bijprodukten (eieren, afval enz.).
5. Raming van de investeringen
Om de gestelde doeleinden te bereiken zal gedurende de looptijd van het programma een bedrag van in totaal 700 miljoen Bfr. (15,2 miljoen Ecu) worden geïnvesteerd, waarvan 500 miljoen Bfr. (10,9 miljoen Ecu) voor zoutwatervis en 200 miljoen Bfr. (4,3 miljoen Ecu) voor zoetwatervis. Gedurende de looptijd van het programma zal nationale steun worden verleend voor in totaal 56 miljoen Bfr. (1,2 miljoen Ecu). Dit bedrag zal in ongeveer gelijke jaarlijkse gedeelten worden toegekend.
Verdeling van de investeringen over de verschillende maatregelen:
- investeringen voor gebouwen voor verwerking en koeling: 350 miljoen Bfr.
- investeringen voor verwerkingsapparatuur: 210 miljoen Bfr.
- investeringen voor transportmiddelen en andere: 140 miljoen Bfr.
De financiële gegevens en de verdeling over de verschillende maatregelen zijn indicatief.
BIJLAGE II
SLOTCONCLUSIES
1. De Commissie constateert dat het programma dat de Regering van België heeft ingediend als kader voor toekomstige financiering door de Gemeenschap en de Lid-Staat, een adequate basis vormt ter bevordering van de verwerking en afzet van visserijprodukten.
De Commissie wijst er in dit verband op dat bij de bevordering van de verwerking en afzet van visserijprodukten terdege rekening moet worden gehouden met de verwachte ontwikkeling van de bestanden en met de gevolgen en doeleinden van de meerjarige oriëntatieprogramma's voor de visserijvloot en de aquicultuur.
2. Aangezien de communautaire structuurmaatregelen voor de herstructurering van de visserijvloot en de ontwikkeling van de aquicultuur einde 1986 aflopen, behoudt de Commissie zich het recht voor deze programma's te zijner tijd opnieuw te bekijken, opdat de voor 1987 en daaropvolgende jaren vast te stellen structuurmaatregelen voor de visserijvloot en de aquicultuur adequaat worden bestudeerd in samenhang met de sector verwerking en afzet van visserijprodukten.
3. Voor wat forellen en karpers betreft, kan de Commissie het programma alleen aanvaarden op voorwaarde dat de geplande investering leidt tot een beduidend hogere toegevoegde waarde van het eindprodukt. De geraamde investering dient vergezeld te gaan van een gedetailleerde marktanalyse waaruit duidelijk blijkt dat voor deze produkten een levensvatbare en stabiele markt bestaat.
In verband met paling en zalm wordt de aandacht van de Belgische autoriteiten gevestigd op de kweek van deze soorten in andere Lid-Staten, die zou kunnen leiden tot een verschuiving van de invoerstromen die momenteel worden gekenmerkt door een grote invoer uit derde landen.
4. Verder zullen de investeringen betreffende voor menselijke consumptie bestemde en niet in bijlage II van het Verdrag opgenomen produkten worden onderzocht, in het bijzonder rekening houdende met het bepaalde in artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 355/77. De in deze produkten verwerkte hoeveelheid vis moet betekenisvol zijn.
5. Gezien de situatie op de markt voor op traditionele wijze vervaardigde sardinenconserven in de Gemeenschap, legt de Commissie er de nadruk op dat bij de uitvoering van deze programma's geen steun mag worden verleend voor investeringen die leiden tot een verhoging van de produktiecapaciteit voor produkten van dit type.
6. De Commissie wijst erop dat opneming van investeringsramingen in dit programma niet betekent dat ook automatisch financiële bijstand van de Gemeenschap wordt verleend.
Top