Avis juridique important
87/118/EEG: Beschikking van de Commissie van 29 december 1986 tot machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 049 van 18/02/1987 blz. 0035 - 0036
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 29 december 1986
tot machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken
(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
(87/118/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 70/457/EEG van de Raad van 29 september 1970 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 86/155/EEG (2), en met name op artikel 15, lid 2,
Gezien het door de Bondsrepubliek Duitsland gedane verzoek,
Overwegende dat, onverminderd het bepaalde in artikel 15, lid 1, tweede zin, van voornoemde richtlijn betreffende de in Spanje officieel toegelaten rassen, krachtens artikel 15, lid 1, eerste zin, van die richtlijn, voor zaaizaad of pootgoed van rassen van landbouwgewassen die in 1984 in ten minste één van de Lid-Staten officieel zijn toegelaten en die overigens aan de in die richtlijn gestelde voorwaarden voldoen, met ingang van 31 december 1986 in de Gemeenschap geen enkele handelsbeperking ten aanzien van het ras meer geldt; dat dit krachtens artikel 15, lid 5, van voornoemde richtlijn, ook geldt voor zaaizaad en pootgoed van rassen waarover in die bepaling bedoelde mededelingen zijn gedaan respectievelijk verklaringen zijn afgelegd; dat voor bepaalde in Spanje officieel toegelaten rassen van haver en maïs verklaringen in die zin zijn afgelegd in het Permanent Comité voor teeltmateriaal;
Overwegende dat evenwel in artikel 15, lid 2, van voornoemde richtlijn is bepaald dat de Lid-Staat die daarom verzoekt, kan worden gemachtigd de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen te verbieden;
Overwegende dat de Bondsrepubliek Duitsland voor een aantal rassen van haver en maïs om een dergelijke machtiging heeft verzocht;
Overwegende dat de betrokken haverrassen winterrassen zijn; dat de betrokken maïsrassen een FAO-rijpheidsklasse-index van meer dan 350 hebben; dat algemeen bekend is dat de winterrassen van haver en de maïsrassen met een FAO-rijpheidsklasse-index van meer dan 350 nog niet geschikt zijn om in de Bondsrepubliek Duitsland te worden verbouwd voor alle gebruiksvormen (artikel 15, lid 3, sub c), tweede geval, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat derhalve in alle opzichten moet worden voldaan aan het verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende deze rassen;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De Bondsrepubliek Duitsland wordt gemachtigd om op haar hele grondgebied de handel te verbieden in zaaizaad van de volgende in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen van 1987 vermelde rassen:
Granen:
1. Avena sativa L.
AC 1,
Blancanieves,
Blenda,
Cartuja,
Nina,
PA 101,
PA 102,
PA 105,
Prevision,
Roja de Argelia,
Saia 6;
2. Zea mays L.
A 90 B,
AD 55,
AD 64,
AD 73,
AD 81,
AD 81 A,
AD 85,
Adour 52,
Adour 54,
Adour 62,
Adour 510,
AE 501,
AE 601,
AE 701,
AE 704,
AE 705,
AE 707,
AE 801,
AE 802,
AE 7020,
AE 8004,
Albufera W 401,
Aneto 9604,
Augusta,
Biga 752,
C 277,
CGS 491,
CGS 691,
Cortes,
Delfos 753,
DK 84,
DK 222,
DK 373,
DK 805,
DK 834,
DK 872,
DMB 7-14,
DMB 11-4,
Domino 440,
Domino 450,
E 10,
E 22,
E 31,
Fructis G 4302,
G Super,
G 4295,
G 4408,
G 4430,
G 4444,
G 4503,
G 4507,
G 4519,
G 4574,
G 4740,
G 4776,
G 5050,
H 734256,
Inia 9512,
Jennifer,
Kansas 1859,
KT 657,
Marina 751,
Max,
Metro,
Moncayo,
Montenegro,
Mundial,
M 538,
M 650,
M 655,
M 770,
Nella PR 3198,
Nobil,
Orellana,
Pizarro,
PN 9635,
Pollema P 3320,
1.2 // Prolific 754, PR 519, PR 3551, PR 3593, PS 431, PS 469, PS 551, PS 734, PX 95, PX 675, P 3194, P 3311, P 3543, P 3780, // RU 51 S, RU 71 D, RX 94, RX 114, S 338, Toba G 4544, XL 72, XL 72 AA, XL 365, XL 380, XL 805, X 170, X 190, X 300.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde machtiging zal worden ingetrokken zodra wordt geconstateerd dat de voorwaarden voor de verlening ervan niet meer zijn vervuld.
Artikel 3
De Bondsrepubliek Duitsland deelt de Commissie mede vanaf welke datum en op welke wijze zij van de in artikel 1 bedoelde machtiging gebruik maakt. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Gedaan te Brussel, 29 december 1986.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 225 van 12. 10. 1970, blz. 1.
(2) PB nr. L 118 van 7. 5. 1986, blz. 23.
Top