Nr. C 68/22 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 16. 3. 87
Advies over het voorstel voor een verordening van de Raad inzake een actie van de Gemeenschap op
het gebied van telecommunicatietechnologieën (RACE) (J)
(87/C 68/11)
De Raad heeft op 17 november 1986 besloten, overeenkomstig artikel 198 van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Economische Gemeenschap het Economische en Sociaal Comité om
advies te vragen over het bovengenoemde voorstel.
De Afdeling voor industrie, handel, ambacht en diensten was met de voorbereiding van de
desbetreffende werkzaamheden belast. Tijdens het verloop van de werkzaamheden heeft het
Economisch en Sociaal Comité de heer Nierhaus als algemeen rapporteur aangewezen.
Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 242e zitting (vergadering van 17 december 1986)
het volgende advies uitgebracht, dat met algemene stemmen is goedgekeurd:
I. Inleiding
1. Met het „Voorstel voor een verordening van de Raad
inzake een actie van de Gemeenschap op het gebied van
telecommunicatietechnologieën (RACE)" wordt het in feite
vanaf medio 1983 aangevangen beleid op het gebied van
onderzoek en ontwikkeling in de sector telematica op
E G-niveau in een uitgebreid programma gestructureerd en
intensiever voortgezet. Het Economisch en Sociaal Comité
heeft in dit verband meermaals advies uitgebracht over
afzonderlijke aspecten en projecten, en wel recentelijk nog op
17 september 1986 in zijn advies over het „Voorstel voor een
aanbeveling van de Raad betreffende de gecoördineerde
invoering van het Digitale Netwerk voor Geïntegreerde
Diensten" (ISDN) in de Europese Gemeenschap" (2).
De Commissie heeft in maart 1985 (doe. COM(85) 145 def.)
een Verslag ingediend over het uitgebreide project op langere
termijn voor een O & O-programma op het gebied van de
telecommunicatietechnologieën (RACE) en tegelijkertijd een
voorstel voor een besluit van de Raad inzake een voorberei-
dende actie voor een O & O-programma van de Gemeen-
schap op het gebied van de telecommunicatietechnologie
(RACE-definitiefase — doe. COM(85) 113 def.). Over deze
twee teksten heeft het Economisch en Sociaal Comité vorig
jaar advies (3) uitgebracht, waarin het principieel met dit
project heeft ingestemd.
2. De bedoeling van dit voorstel voor een verordening is,
een krachtige innovatiegolf op gang te brengen, ten einde
ervoor te zorgen dat de telecommunicatiesector en de van
deze ontwikkelingen afhankelijke dienstverleningssector op
de wereldmarkt een sterke positie krijgen. Een belangrijke
voorwaarde hiervoor — die tegelijk in politiek, technolo-
gisch en financieel opzicht een enorme uitdaging vormt — is
de gefaseerde invoering van de geïntegreerde breedbandcom-
municatie (IBC) met de gehele Gemeenschap bestrijkende
diensten die in het midden van de jaren '90 een feit moet zijn.
Hiervoor is op de EG-begroting een bedrag van 800 miljoen
Ecu uitgetrokken.
II. Algemene opmerkingen
Het Comité stemt uitdrukkelijk in met de plannen van de*
Commissie en met het voorstel voor een verordening. Deze
instemming is in hoofdzaak gebaseerd op de volgende feiten
en overwegingen:
(>) PB nr. C 304 van 28. 11. 1986, blz. 2.
(2) PB nr. C 328 van 26. 12. 1986.
(3) PB nr. C 188 van 29. 7. 1986.
1. De telecommunicatiesector is van vitaal belang voor de
ontwikkeling van het bedrijfsleven in de Gemeenschap. De
industriële vervaardiging van netcomponenten, die reikt van
het produceren van geavanceerde IC's via communicatiesoft-
ware tot terminals, is rechtstreeks van invloed op de verdere
ontwikkeling van bureaumatica en informatiediensten, wel-
ke sectoren globaal de belangrijkste groeisectoren (met
percentages van 8 a 10 %) in de volkshuishouding van de
Gemeenschap zijn.
2. Alleen wanneer men erin slaagt, de thans nog goede
startpositie van de Gemeenschap t.o.v. V.S. en Japan bij de
uitvoer van telecommunicatieapparatuur te verdedigen, kun-
nen de hiervan afhankelijke arbeidsplaatsen in de Gemeen-
schap worden behouden en uitgebreid. Met de geplande
investeringen van 500 miljard gedurende de komende tien
jaar in telecommunicatie-infrastructuur, -diensten en termi-
nals zullen in Europa echter alleen maar nieuwe banen
kunnen worden geschapen, wanneer de Europese industrie
erin slaagt zich in de internationale concurrentie staande te
houden. Zo niet zullen deze arbeidsplaatsen elders in de
wereld worden gecreëerd, waarbij de noodzaak om te
rationaliseren als gevolg van de daaruit voortvloeiende
invoer van high-tech-uitrusting ook nog eens ertoe zou leiden
dat arbeidsplaatsen teloor zouden gaan.
3. In de toekomstige informatiesamenleving zal de vraag
of men in internationaal verband zal kunnen blijven concur-
reren, op vrijwel alle gebieden ervan afhangen of men erin
slaagt, bij de produktie met behulp van de moderne infor-
matie- en communicatietechnologieën een gunstige prijs/
prestatieverhouding te bereiken.
4. Alleen wanneer het lukt om de compartimentering van
de telematicasector in nationale markten, hetgeen remmend
werkt op vraag en aanbod, te doorbreken, is het mogelijk om
een gunstige prijs/prestatieverhouding te bereiken en daar-
door een duurzaam internationaal concurrentievermogen.
Het RACE-project kan een wezenlijke bijdrage daartoe
leveren, indien de uitgetrokken begrotingsgelden consequent
worden besteed aan ontwikkelingen waarvan het grootste
integratie-effect mag worden verwacht.
III. Bijzondere opmerkingen
1. Met het RACE-programma wordt het ESPRIT-project
adequaat aangevuld. Terwijl in het ESPRIT-project het
accent ligt op de voortgezette ontwikkeling van de techno-
16. 3. 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 68/23
logische grondslagen van de micro-elektronica en op bevor-
dering van de toepassing daarvan op het vlak van beheer en
produktie, ligt het accent in het RACE-programma op
onderzoek en ontwikkeling van de communicatietechnolo-
gie, ten einde bij te dragen tot verwezenlijking van een goed
functionerend geïntegreerd breedbandnet met voldoende
capaciteit dat de gehele Gemeenschap bestrijkt. Er zijn echter
ook O & O-gebieden in de programma's, waarop overlap-
pingen mogelijk zijn (b.v. afzonderlijke in deel II van de
definitiefase vervatte projecten). Daarom moeten volgens het
Comité de doelstellingen en taken van de diverse projecten
duidelijk worden beschreven. Het stemt het Comité in dit
verband vooral tot voldoening dat gegevens zullen worden
uitgewisseld tussen de experts van de diverse projecten, ten
einde direct gebruik te kunnen maken van de uitkomsten van
de onderlinge raakvlakken vertonende projecten.
2. Het Comité vestigt met name de aandacht op de
enorme investeringen die de exploitanten van netten en
aanbieders van diensten in de beginfase van het te verwezen-
lijken geïntegreerde breedbandnet moeten opbrengen. Over
dit probleem dient in het bijzonder te worden nagedacht, ten
einde enerzijds ervoor te zorgen dat de ontwikkelingen in alle
regio's van de Gemeenschap zoveel mogelijk in hetzelfde
tempo plaatsvinden, zonder dat anderzijds de belastingsbe-
taler of de gebruikers wegens de hoge ontwikkelingskosten te
veel moeten betalen.
3. Tevens moet worden nagegaan of de reclame voor en
het verstrekken van informatie over de geïntegreerde breed-
banddiensten, wat de nieuwe diensten en de verbetering van
reeds bestaande diensten betreft, al in dit stadium kunnen
worden geïntensiveerd. Dit geldt zowel voor particulieren als
voor de commerciële sector, aangezien de acceptatie van deze
diensten en bijgevolg het aantal gebruikers een essentiële
factor zullen zijn bij het bepalen van de hoogte van de
kosten.
4. Het Comité wijst er ook in dit verband nogmaals op dat
het zaak is om de te verwachten sociale gevolgen van de
invoering van geïntegreerde breedbandnetwerken reeds
tegelijk met de verdere ontwikkeling op technologisch gebied
te onderzoeken en de Commissie in dit opzicht oplossingen
dient te bedenken, hoewel in verband met het ingewikkelde
karakter van deze ingrijpende verandering op technologisch
gebied thans slechts hier en daar een begin daarvan te
onderkennen valt. Het gaat hierbij om de volgende zaken:
— kwantitatieve en kwalitatieve effecten op de afzonderlijke
arbeidsplaatsen en op de arbeidsmarkt in zijn geheel in de
Gemeenschap;
— zorgen voor een tijdige opleiding en voortgezette oplei-
ding van de benodigde specialisten;
— beschermen van persoonlijke gegevens en van het
auteursrecht (b.v. bij de programmatuur);
— de behoefte aan de nieuwe diensten bij particulieren
(viditel, kabeltelevisie, beeldtelefoon) en de eventuele
effecten daarvan op de samenleving.
Gedaan te Brussel, 17 december 1986.
4 .1 . Bij reeds bestaande of nog te creëren programma's op
dit gebied dient een permanente coördinatie plaats te vinden,
ten einde ervoor te zorgen dat er een nauwe samenhang
bestaat tussen technisch-economische ontwikkelingen en
oplossingen van sociale problemen.
5. Naar het oordeel van het Comité moet men vooral oog
hebben voor de problemen die voortvloeien uit het gefaseerd
overschakelen van de analoge transmissietechnologie via
smalbandige digitale netten naar de algemene invoering van
breedbandnetten. Alleen indien de problemen met betrek-
king tot een goed werkende transmissiesoftware en het
opstellen van de desbetreffende normen voor interfaces met
prioriteit worden aangepakt, kan men zich volgens het
Comité aan het voorgestelde, tot 1995 lopende tijdschema
houden.
6. Het Comité betreurt in dit verband ten zeerste dat
tijdens de jongste zitting van de Raad over de binnenmarkt
geen overeenstemming kon worden bereikt over projecten
inzake het opstellen van gemeenschappelijke normen op het
gebied van de informatie- en telecommunicatietechnolo-
gieën. Het Comité doet met klem een beroep op de Raad om
er zo snet mogelijk voor te zorgen dat deze voorwaarde voor
een succesvol EG-technologiebeleid, die al lang verwezenlijkt
had moeten zijn, te scheppen.
7. Het Comité benadrukt, hoe noodzakelijk het is dat bij
aanbestedingen vooral ook rekening wordt gehouden met
kleine en middelgrote bedrijven en met universiteiten. Tevens
dienen — waar dit maar enigszins mogelijk is — de minder
ontwikkelde regio's van de Gemeenschap te worden betrok-
ken bij de stimuleringsprojecten, ten einde zoveel mogelijk te
vermijden dat bij de verwezenlijking van de gehele Gemeen-
schap omvattende diensten ongelijke situaties ontstaan. In
dit verband dient het STAR-programma geïntensiveerd te
worden voortgezet.
8. De nationale telecommunicatiediensten, die vrijwel
volledig onder invloed van de overheid staan en waarin de
gang van zaken nagenoeg volledig door de overheid wordt
bepaald, nemen een sleutelpositie in waar het gaat om het
met succes verwezenlijken van dit ambitieuze programma.
De Gemeenschap kan bij een project als RACE alleen maar
impulsen geven om te komen tot integratie van de activiteiten
van de afzonderlijke Lid-Staten. Waar het echter op aan-
komt, is dat de regeringen van alle Lid-Staten de politieke
bereidheid tonen om zich volledig in te zetten voor het
gestelde doel, nl. het in 1995 te verwezenlijken goed
functionerende en de gehele Gemeenschap bestrijkende
breedbandnet met geïntegreerde diensten en daartoe gebruik
te maken van de beschikbare mogelijkheden op het vlak van
personeel en financiële middelen.
9. Het Comité spreekt de verwachting uit dat het evenals
de Raad en het Parlement de krachtens artikel 9 van het
voorstel voor een verordening op te stellen verslagen over het
functioneren en de resultaten van het programma ont-
vangt.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
A. MARGOT
Full & Egal Universal Law Academy