16. 3. 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 68/1
II
(Voorbereidende besluiten)
ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ
Advies inzake het voorstel voor een richtlijn van de Raad houdende vierde wijziging van Richt-
lijn 70/357/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der Lid-
Staten inzake oxidatie tegengaande stoffen waarvan het gebruik in levensmiddelen is toegestaan
(doe. COM(86) 384 def.)
(87/C 68/01)
Op 24 juli 1986 heeft de Raad van de Europese Gemeenschappen besloten, overeenkomstig artikel
100 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Economisch en
Sociaal Comité om advies te vragen inzake het bovengenoemde voorstel.
De Afdeling voor milieu, volksgezondheid en consumentenvraagstukken, die met de voorbereiding
van de werkzaamheden van het Comité belast was, heeft haar advies op 2 december 1986
goedgekeurd. Rapporteur was de heer Gardner.
Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 242e zitting (vergadering van 16 december 1986)
unaniem het volgende advies uitgebracht:
1. Het Comité aanvaardt het onderhavige voorstel, waar-
door nationale afwijkingen van de normale regels tot het
verleden zullen behoren; hiermee is een eerste kleine stap in
de richting van een gemeenschappelijke levensmiddelen-
markt gezet. Het alternatief zou een verder samenstel van
nationale afwijkingen zijn.
2. Er dient met nadruk op te worden gewezen dat het
onderhavige voorstel, in afwachting van de thans ter tafel
liggende additievenvoorstellen, van tijdelijke aard moet
worden geacht en opnieuw zou moeten worden bekeken
wanneer het zover is dat er gedetailleerde ontwerp-richtlijnen
kunnen worden opgesteld. Deze voorstellen zouden zo
spoedig mogelijk opgesteld en ingediend moeten worden.
3. In zijn voorgaande advies (*) vroeg het Comité om een
definitieve oplossing in de vorm van:
a) een positieve lijst van levensmiddelen waarin het additief
in kwestie mag worden gebruikt, alsmede opgave van de
toegestane hoeveelheden van het toevoegingsmiddel;
b) voorschriften voor een duidelijke etikettering.
3.1. Aan het eerste verzoek is de Commissie tegemoetge-
komen met het voorstel, artikel 9 in de basisrichtlijn op te
nemen. Dit artikel bepaalt nl. op welke voorwaarden de
stoffen in kwestie mogen worden gebruikt. Voorts komt de
Commissie met een gedetailleerde lijst van toegestane levens-
middelen en hoeveelheden.
3.2. Wat het tweede verzoek betreft, is er de etiketterings-
richtlijn (2), die, sedert het Comité bovengenoemd advies
heeft uitgebracht, is vastgesteld en in alle Lid-Staten toepas-
sing heeft gevonden. Op grond van de hierin vervatte
voorschriften dienen voedingsmiddelen te worden voorzien
van duidelijke etiketten, waarop de additieven met categorie
en specifieke benaming vermeld worden (in dit geval cal-
cium-dinatrium-EDTA, E 385.
4. Het Comité wenst ook de aandacht te vestigen op het
advies (3), inzake „De voltooiing van de interne markt:
communautaire wetgeving inzake levensmiddelen" (3). Hier-
in wordt de noodzaak onderstreept te verklaren dat additie-
ven veilig en technisch gezien ook inderdaad nodig zijn.
4 .1 . Hoe veilig calcium-dinatrium-EDTA — de stof waar
het hier om gaat — in het gebruik is, is nagegaan door het
Wetenschappelijk Comité voor levensmiddelen, dat een
aanvaardbare dagelijkse dosis heeft vastgesteld en aan het
gebruik van deze stof binnen de voorgestelde grenzen zijn fiat
heeft gegeven.
4.2. Het technische nut van het gebruik van dit additief is
door verscheidene Lid-Staten aangetoond. In het bijzonder
gaat het hier om:
(M PB nr. C 59 van 8. 3. 1978.
(2) PB nr . L 33 van 8. 2 . 1979 .
(3) PB nr. C 328 van 26. 12. 1986.
Nr. C 68/2 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 16. 3. 87
4.2.1. Bepaalde soorten mayonaise die in sommige
Lid-Staten worden geconsumeerd en waarin de olie, dank zij
het gebruik van calcium-dinatrium-EDTA, haar smaak
behoudt (hetzelfde geldt voor bepaalde gekruide sauzen).
4.2.2. Bepaalde peulvruchten in potten en blikken, die
met behulp van calcium-dinatrium-EDTA hun natuurlijke
kleur beter kunnen behouden.
5. In het ontwerp wordt geen rekening gehouden met een
beperkt maar effectief gebruik van calcium-dinatrium-
EDTA (tot 100 ppm) in magere margarine (halvarine). Door
het hoge watergehalte van dit soort margarine krijgen zware
metalen een kans, met als gevolg dat het bederf van de
gebruikte vette bestanddelen of olie in de hand wordt
gewerkt. Calcium-dinatrium-EDTA kan dit effect helpen
tegengaan.
5.1. Het Comité stelt voor dat de Commissie het Weten-
schappelijk Comité voor levensmiddelen vraagt deze kwestie
met spoed te bestuderen, zodat dit punt, bij een gunstig
advies van dit Comité, in het Commissiedocument aan de
orde kan worden gesteld.
Gedaan te Brussel, 16 december 1986.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
A. MARGOT
Advies inzake het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 64/433/EEG
inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers
vlees en het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 72/462/EEG inzake
gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens
en van vers vlees uit derde landen (1)
(87/C 68/02)
De Raad heeft op 27 oktober 1986 besloten, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 43 en 198
van het Verdrag tot oprichting van de EEG, het Economisch en Sociaal Comité om advies te vragen
inzake de bovengenoemde voorstellen.
De Afdeling voor de landbouw, die met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden was
belast, heeft haar advies op 4 december 1986 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Wiek, die
mondeling verslag uitbracht.
Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 242e zitting van 16 en 17 december 1986
(vergadering van 16 december) het volgende advies uitgebracht, dat met algemene stemmen is
goedgekeurd:
Het Comité keurt het voorstel van de Commissie goed, maar tekent hierbij het volgende aan:
Algemene opmerkingen
1.1. Het Comité vindt het juist dat de Commissie wijzi-
gingen op de richtlijnen inzake gezondheidsvraagstukken op
het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in
vers vlees en inzake gezondheidsvraagstukken en veterinair-
rechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en
varkens en van vers vlees uit derde landen voorstelt met het
doel, het intracommunautaire handelsverkeer verder te
harmoniseren en op deze wijze voor een beter functioneren
van de gemeenschappelijke markt, en in het bijzonder van de
(!) PB nr. C 276 van 1. 11. 1986, blz. 11.
gemeenschappelijke marktordening in deze sector, te zor-
gen.
1.2. Het Comité verwijst in dit verband naar vroegere
adviezen, en in het bijzonder naar zijn advies inzake doe.
81/496/EEG van 15 december 1981. Het is het er volledig
mee eens dat de bestaande communautaire wetgeving op dit
gebied versterkt, aangepast en aangevuld moet worden,
omdat dit tevens zal neerkomen op liberalisering van de
handel en een betere bescherming van de consument.
1.3. Het valt echter te betreuren dat, in strijd met de in
artikel 7 van Richtlijn 64/433/EEG vastgestelde termijn,
een jaar vertraging is opgelopen.
Full & Egal Universal Law Academy