Nr. C 328/8 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 22. 12. 86
Advies van het Economisch en Sociaal Comité inzake het voorstel voor een richtlijn van de
Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake materia-
len en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (x)
(86/C 328/03)
De Raad heeft op 29 april 1986 besloten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 198 van
het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Economisch en
Sociaal Comité om advies te vragen inzake bovengenoemd voorstel.
De Afdeling voor milieu, volksgezondheid en consumptie, die met de voorbereiding van de
desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 1 en 2 september 1986
goedgekeurd. Rapporteur was de heer Antonsen.
Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 239e zitting (vergadering van 17 sep-
tember 1986) het volgende advies uitgebracht, dat met algemene stemmen is goedgekeurd.
1. Algemene opmerkingen
1.1. Het Comité stemt in met het Commissievoorstel,
onder voorbehoud van de volgende opmerkingen.
1.2. Het Comité heeft bedenkingen ten aanzien van
de voorgestelde procedure waarbij het Raadgevend
Comité zou worden ingeschakeld; opmerkingen hier-
over zijn evenwel opgenomen in zijn advies inzake
de „Voltooiing van de interne markt: communautaire
wetgeving inzake levensmiddelen".
2. Bijzondere opmerkingen
2.1. Artikel 2
Het Comité is er verheugd over dat de Commissie zoveel
nadruk legt op de volksgezondheid en onderstreept dat
het noodzakelijk is de volksgezondheid te behandelen
als een zaak van het allergrootste belang.
2.2. Artikel 2
De Engelse en de Duitse versie na het tweede gedach-
tenstreepje („bring about an unacceptable change in the
composition of the foodstuffs or a deterioration in the
organoleptic characteristics thereof") lijken niet parallel
te lopen. Ook in de huidige Richtlijn 76/893/EEG is dit
het geval.
2.3. Artikel 2
Het woord „onaanvaardbaar" is vaag en zou nader
gespecificeerd moeten worden.
(*) PB nr. C 124 van 23. 5. 1986, blz. 10.
2.4. Artikel 3
Het Comité vindt dat duidelijk aangegeven moet wor-
den dat er naast voorschriften inzake de migratie ook
voorschriften betreffende de samenstelling kunnen wor-
den toegepast. Er dient ervoor te worden gezorgd dat
artikel 3 niet zo wordt toegepast dat het een handels-
belemmering vormt.
2.5. Artikel 5
Het Comité vestigt er de aandacht op dat bij de aandui-
dingen rekening gehouden moet worden met de behoef-
ten van blinden en slechtzienden.
2.6. Artikel 9
Het Comité vindt dat er in dit artikel een termijn moet
worden aangegeven na afloop waarvan Richtlijn 76/
893/EEG vervalt. Deze termijn moet zijn afgestemd op
de in artikel 10 vermelde termijnen.
2.7. Bijlage 1
Het Comité stelt voor dat de Commissie „oppervlak-
tebekledingen verkregen uit was van paraffine of uit
microkristallijne was" aan deze lijst toevoegt, aangezien
deze krachtens artikel 1 van Richtlijn 82/71 l/EEG niet
als kunststof worden aangemerkt.
2.8. Bijlage II, punt 2
Het Comité is van mening dat de woorden „passende"
en „adequate" niet duidelijk zijn en niet aangeven welke
proeven en welke toxicologische beoordelingen in de
praktijk noodzakelijk zouden kunnen zijn. (In de Afde-
lingsvergaderingen heeft de Commissie evenwel verwe-
zen naar rapporten van het Wetenschappelijk Comité
voor de menselijke voeding, derde reeks, 1977: To-
xicologische evaluatie van een stof op materialen en
voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanra-
king te komen.)
Gedaan te Brussel, 17 september 1986.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
Gerd MUHR
Full & Egal Universal Law Academy