22.12.86 l^ublikatieblad van de Europese Cemeenschappen ^r.C^28B4éó
Advies van het Economisch en Sociaal Comité inzake het voorstel voor een beschikking van
de R a^ad tot vaststelling van een actieprogramma„VESfor Europee ^98^1989^ tot bevorder
rmg van de uitwisseling van jongerenmdeCemeenschap^
^86BC^28B1^
De Raad heeft op 24 maart 1986 besloten, het Economisch en Sociaal Comité om advies te
vragen intake bovengenoemd voorstel
De Afdeling voor sociale vraagstukken, die met de voorbereiding van de desbetreffende
werkzaamheden was belast, heeft haar advies oplB^ juli 1986 goedgekeurd,Rapporteur was
deheerSchwar^,
Idet Economisch en SociaalComité heeft tijdens ^ijn2^9e^itting^vergadering van l^sep
tember 1986^ het volgende advies uitgebracht, dat met algemene stemmen is goedgekeurd.
1, Algemene opmerkingen
1.1, Het Comitéstemtinmethetonderhavigeac
tieprogramma ter bevordering van de uitwissehng van
jongeren in de Cemeenschap — „^ES for Europee
198^1989—,dat moet worden gezien in het licht van
het in juni 198^ door de Europese Raad in Milaan
goedgekeurde verslag van hetaddiocDcomitéAdonino
betreffende „een Europa van de burgers^ en in het
licht van de sindsdien gedane Comett en Erasmus
voorstellen. Laatstgenoemde voorstellen bullen te ^a
men met de lopende uitwisselingsprogramma^ voor
werkende jongerenen hetprogramma ,,^ES for Eu^
rope^de scala maatregelen ten behoeve van alle jonge
ren in de Cemeenschap compleet maken,
1.2, Id^ et Comité beaamt dat het oogmerk en de doel
stellingenvan„^ESforEurope^in overeenstemming
^ijn met de bestaande beleidsonderdelen van de Ce
meenschap „een Europa van de burgers ,„voorberei
ding van jongeren op het volwassenen en beroeps
leven ,„verklaring over de Europese Unieled, , in die
^in dat de^e de bases van het informele leerproces
versterken enhetgevoel van solidariteit enEuropees
bewustzijn bij jongeren in alle LidStaten bevorderen,
1,^, Idet Comité onderschrijft de volgende essentiële
aspecten van het voorstel„^ES for Europe^,^
— verbetering van dekwaliteit en dekwantiteit van
jongerenuitwisselingen in de Cemeenschap geduD
rende een eerste fase van drie jaar ^198^1989^
— doelgroep^alle jongeren tussen 16 en 2^ jaan
^^ programma van bilaterale, multilaterale, wederkeri
ge enBof eenzijdige uitwisselingen van minimaalla
kweken tot maximaal enkele maandend
— goed onderbouwde leerervaring, die planning, voor^
bereiding en evaluatie omvat, ten einde uit de eerste
hand inlicht te krijgen in het economische, sociale
en culturele leven in andere LidStaten door recht
streeks contact met de plaatselijke gemeenschap in
het gastland.
^ ^ D n r , e ^ v ^ ^ , ^ , t ^ , D l ^ .
1,4, riet Comité dringt er bij de Commissie op aan,
te bevorderen dat plaatselijke initiatieven worden ontD
plooid door de^e internationale uitwisselingsprogramD
mafste laten lopen via jeugdclubs, jongerenorganisaties,
jeugdbewegingen e,d,
l,é .^ Door nationale ^coördinerende^ instanties in het
leven te roepen dient er in dit verband voor geborgd te
worden dat alle relevante informatie en mogelijkheden
toegankelijk wordengemaaktendatplaatselijkeres
pons wordt gestimuleerde genoemde instanties gouden
^o in bekere ^in als „eerlijk makelaar^voor de initiatief
nemers moeten optreden,
1,6, Idet is in het licht van de bestaande uitwisselings
programma^s^hoe gevarieerd van aard en qua spreiding
i^j ook mogen i^jn^ van essentieel belang dat„^ESfor
Europee niet als alternatief of als vervanging wordt
gezien, maar als een nieuw, e^tra element om Europa
een jeugdig elan te geven.
1,B5 riet Comité constateert dat het voorstel op een
pragmatische aanpak berust, welke een soepele toe
passing van het programma mogelijk moet maken en
tegelijkertijd aan de wens tegemoet komt jonge Eu
ropeanen daadwerkelijk dichter bij elkaar te brengen,
1.8, Idet Comité beseft dat het voorstelbelangrijke
consequenties voor de LidStaten heeft met betrekking
tot^
— de noodzaak het onderwijs in vreemde talen te
stimulerend
— de toewijding van de nodige middelend
— het instellen van doeltreffende instanties^
— het wegnemen van administratieve en financiële hin
dernissen, met name voor werkloze jongeren, ^oals
bij voorbeeld het verlies van een sociale uitkering.
2, Bijzondere opmerkingen
2.1, riet Comité stemt in met de door de Commissie
overwogen uitwisselingsprogramma^.
Nr. C 328/46 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 22. 12. 86
2.2. Ten einde het specifiek communautaire karakter
van het programma meer nadruk te geven, zou het
Comité willen dat er, naast de nationale instanties,
de nodige instrumenten komen waardoor er onmid-
dellijk vanaf de start van de programma's voor
gezorgd kan worden dat de multilaterale uitwis-
selingen uitgebreid, gesteund en daadwerkelijk ge-
coördineerd worden,
2.3. Het Comité erkent dat de Commissie de natio-
nale instanties duidelijke richtsnoeren moet geven
ten aanzien van:
— de verspreiding van informatietechnieken ten einde
een zo groot mogelijke deelname van jongeren en
hun organisaties mogelijk te maken;
— de keuze van programma's op grond van inhoudelij-
ke kwaliteit en voorbereiding.
Op die manier zal kunnen worden gewaarborgd dat
overal in de Lid-Staten dezelfde voorzieningen worden
getroffen en dezelfde kansen worden geboden.
2.4. Aangezien niet wordt voorgesteld een Europees
orgaan in het leven te roepen, is enige bezorgdheid op
zijn plaats met betrekking tot de door de Commissie
voor het beheer van het „YES for Europe"-programma
geplande personeelsformatie (punt 7 van het Financieel
Overzicht). Het Comité spoort de Commissie ertoe aan,
te overwegen personeelsleden te detacheren om hen te
laten helpen bij de verspreiding van informatie, bij de
begeleiding en de beoordeling van programma's enz.
Ook dienen de voorlichtingsbureaus van de Gemeen-
schappen in de Lid-Staten goed te worden benut voor
het maken van publiciteit voor „YES for Europe".
2.5. Het Comité zou erop willen aandringen dat er
in de fase waarin de voorstellen aan herziening toe zijn,
overwogen wordt een Europese instantie in het leven
te roepen, ten einde te zorgen voor daadwerkelijke
coördinatie en uitbreiding van multilaterale jongeren-
uitwisseling, welke de kernelementen van „YES for
Europe" zijn.
2.6. De voor het „YES for Europe"-programma be-
nodigde financiële middelen mogen niet worden vrijge-
maakt door besparing op andere uitwisselingsprogram-
ma's ten behoeve van jongeren (b.v. die welke onder
auspiciën van het EG-Jongeren-forum, het Europees
Jongerencentrum en het Europees Jeugdfonds tot stand
komen).
Gedaan te Brussel, 17 september 1986.
2.7. Het Comité beveelt de oprichting aan van een
Europees adviescomité (waarvan ook sprake is in het
Erasmus-voorstel), dat mede toezicht zou kunnen hou-
den op de programma's, modellen zou kunnen selecte-
ren en jaarverslagen zou kunnen analyseren.
2.8. Ten behoeve van de flexibiliteit is er volgens het
Comité inderdaad behoefte aan individueel overleg over
prioriteiten bij het vaststellen van de wegingscoëfficiën-
ten. Daartoe lijken criteria in aanmerking te komen als
het percentage jongeren, gemiddelde afstand en kosten
van levensonderhoud.
2.9. Het Comité zou gaarne zien dat de Commissie
haar voorstel, jongeren „uit ten minste zes Lid-Staten"
samen te laten komen voor multilaterale uitwisseling in
de vorm van vrijwilligerswerkkampen, zou wijzigen.
Het lijkt veel realistischer en beter te stellen dat jongeren
uit ten minste vier Lid-Staten dienen deel te nemen.
2.10. Het Comité steunt het voorstel, te zorgen voor
opleidingscursussen op alle niveaus voor de organisato-
ren van jongerenuitwisselingen, b.v. jeugdwerkers. Het
is van essentieel belang zowel in de beginfase als daarna
de beroepsbekwaamheid te ontwikkelen, aangezien ver-
andering en vooruitgang van de jeugdleiders moeten
komen.
2.11. Het is duidelijk dat de Commissie ervan uitgaat
dat de eerste fase van drie jaar van „YES for Europe"
een gezamenlijke en zuiver Europese aangelegenheid ten
behoeve van alle jongeren in de Lid-Staten is. Het
Comité zou gaarne zien dat de Commissie, wanneer
na afloop van deze drie jaar het programma wordt
geëvalueerd, overweegt het Europese en internationale
werkterrein uit te breiden.
2.12. Het Comité juicht het toe dat jongeren moeten
worden aangemoedigd direct betrokken te zijn bij de
planning, voorbereiding, verwezenlijking en beoorde-
ling van uitwisselingsprogramma's. Het Comité beveelt
in dit verband aan de procedure voor het aanvragen
van steun zo eenvoudig mogelijk te maken.
2.13. In de beschikking wordt bepaald dat de Com-
missie na drie jaar een verslag over de tenuitvoerlegging
moet indienen bij de Raad en het Europese Parlement.
Dit verslag zou ook moeten worden voorgelegd aan het
Comité.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
Gerd MUHR
Full & Egal Universal Law Academy