Nr. C 328/10 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 22. 12. 86
2.7. Bijlage
2.7.1. Het Comité wijst erop dat in de bijlage vier
groepen levensmiddelen zijn opgenomen waarvoor bij-
zondere bepalingen zullen worden vastgelegd; voor
twee van deze groepen — zuigelingenvoeding en op-
volgmelk — is echter al een op beide groepen betrekking
hebbend richtlijnvoorstel ingediend. De in de bijlage
gegeven informatie is dan ook verwarrend en kan wel-
Gedaan te Brussel, 17 september 1986.
1. Inleiding
1.1. De invoering van een uniform digitaal netwerk
voor geïntegreerde diensten voor de overdracht van
informatie in de Europese Gemeenschap vormt de
sleutel voor de verdere ontwikkeling van telematica in
de Gemeenschap, waarvan de economische en maat-
schappelijke impact thans nog nauwelijks te overzien
is. Alleen op deze manier kunnen op middellange en
lange termijn de hoofddoelstellingen van het commu-
nautaire beleid op het gebied van de telecommunicatie,
welke op 17 december 1984 door de Raad waren goed-
gekeurd, worden bereikt. Het betreft vooral:
— het creëren van een communautaire markt voor
telecommunicatieterminals en -apparatuur en
— betere ontwikkeling van moderne geavanceerde net-
werken en diensten op het gebied van telecommu-
nicatie.
l1) PB nr. C 157 van 24. 6. 1986, blz. 3.
licht door middel van een voetnoot worden gecor-
rigeerd.
2.7.2. Ten slotte zouden de in de verschillende com-
munautaire talen gebruikte termen voor het begrip „op-
volgmelk" moeten worden herzien en gestandaar-
diseerd, aangezien deze een aantal onderlinge afwij-
kingen vertonen.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
Gerd MUHR
1.2. Uit alle belangrijke documenten van de Commis-
sie op het gebied van telematica komt consequent en
meer of minder expliciet naar voren dat de invoering
van het ISDN in de Gemeenschap noodzakelijk is.
1.3. Het Economisch en Sociaal Comité heeft met
name in zijn adviezen inzake de mededeling van de
Commissie aan de Raad betreffende telecommunicatie
(doe. COM(84)277 def.), alsook over het rapport en
het voorstel voor een besluit van de Raad inzake een
voorbereidende actie voor RACE (doe. COM(85)113
def. en doe. COM(86)145 def.) met nadruk op de voor
de telecommunicatie uitermate belangrijke ontwikke-
ling van een digitaal netwerk voor geïntegreerde dien-
sten in de Gemeenschap gewezen.
1.4. Dit plan vormt een van de grote technologische
uitdagingen. Rond het jaar 2000 zou het project verwe-
zenlijkt moeten kunnen zijn. Hierbij dient stapsgewijze
te werk te worden gegaan en te worden voortgebouwd
op de bestaande telefooninfrastructuur. Er zullen hoge
investeringen mee gemoeid zijn.
1.5. Ook het feit dat vergelijkbare ontwikkelingen in
bij voorbeeld de EVA-landen een nauwere samen-
Advies van het Economisch en Sociaal Comité inzake het voorstel voor een aanbeveling van
de Raad betreffende de gecoördineerde invoering van het Digitale Netwerk voor geïntegreerde
diensten (ISDN) in de Europese Gemeenschap (*)
(86/C 328/05)
De Raad heeft op 9 juni 1986 besloten, overeenkomstig artikel 198 van het EEG-Verdrag het
Economisch en Sociaal Comité om advies te vragen inzake bovengenoemd voorstel.
De Afdeling voor industrie, handel, ambacht en dienstverlening, die met de voorbereiding
van de desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 3 september 1986
goedgekeurd. Rapporteur was de heer Nierhaus.
Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 239e zitting (vergadering van 17
september 1986) het volgende advies uitgebracht, dat met algemene stemmen is goedgekeurd.
22. 12. 86 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 328/11
werking tussen deze landen en de Gemeenschap moge-
lijk kunnen maken, onderstreept de betekenis van het
plan van de Commissie.
2. Algemene opmerkingen
2.1. Het Comité stemt nadrukkelijk in met het onder-
havige voorstel voor een aanbeveling van de Raad,
omdat dit
— de gebruikers belangrijke nieuwe mogelijkheden
biedt om in de groeiende behoefte aan informatie
te voorzien;
— de telematica-industrie grotere afzetmarkten in het
vooruitzicht stelt, zodat zij vooral in de concur-
rentiestrijd met de Verenigde Staten en Japan meer
kan produceren tegen een lagere prijs en op die
manier haar afzetmogelijkheden kan verbeteren;
— gezien de aanzienlijke investeringen ook positieve
gevolgen voor de werkgelegenheid kan hebben.
2.2. Wel is het Comité van mening dat het plan van
de Commissie, om in de Gemeenschap een digitaal
telecommunicatienetwerk voor geïntegreerde diensten
in te voeren, eerder gerealiseerd zou kunnen worden,
wanneer daartoe een richtlijn in plaats van een aanbeve-
ling zou worden uitgevaardigd.
2.3. De benodigde financiële middelen dienen voor-
namelijk door de nationale postdiensten bijeen te wor-
den gebracht; niettemin zullen ook de Lid-Staten zich
forse inspanningen moeten getroosten ten einde de om-
schakeling en de invoering van de nieuwe diensten zo
gelijktijdig mogelijk te laten plaatsvinden.
2.4. Los daarvan dringt het Comité er bij de Regerin-
gen der Lid-Staten op aan, het op basis van deze aanbe-
veling — zo mogelijk op internationaal niveau — eens
te worden over dragerdiensten, telediensten en extra
diensten met de daarvoor noodzakelijke specificaties
voor de overdrachtsprotocollen, interfaces en de nor-
men voor de apparatuur.
3. Bijzondere opmerkingen
3.1. Het Comité ziet daarom goede mogelijkheden
voor verdere ontwikkeling, aangezien alle Lid-Staten
het reeds nu over het basisdoel eens zijn, namelijk het
creëren van een ISDN met basistoegangen voor drie
kanalen (2 x 64 Kbit/s + 16 Kbit/s) resp. primaire
toegang voor tweede aansluitingen met 2 Mbit/s. Op
die manier kan het bestaande telefoonnet stapsgewijs
worden omgeschakeld, zodat zowel bedrijven als par-
ticulieren op basis van het bestaande telefoonnet van
de nieuwe diensten gebruik kunnen maken.
3.2. Gezien de grote investeringen die gemoeid zijn
met de omschakeling van analoge op digitale trans-
missie en overbrenging, bestaat het gevaar dat de reeds
bestaande kloof tussen de minder ontwikkelde gebieden
en de rest van de Gemeenschap nog groter wordt.
Daarom moet worden nagegaan of financiële middelen
van de Gemeenschap gericht gebruikt kunnen worden
om deze ontwikkeling in de Gemeenschap zo uniform
mogelijk te laten verlopen.
In dit verband wijst het Comité erop dat er op de voor
het STAR-programma te reserveren financiële middelen
niet mag worden bezuinigd, maar dat deze middelen in
zinvolle combinatie met de invoering van het ISDN
dienen te worden aangewend.
3.3. Het Comité wijst vooral op de mogelijkheden
die het midden- en kleinbedrijf door het creëren van
betaalbare basistoegangen tot dit netwerk voor geïn-
tegreerde diensten worden geboden. De hoge snelheid
waarmee gegevens worden overgedragen en gebruikt,
alsmede de talrijke technische mogelijkheden versterken
de concurrentiepositie van het midden- en kleinbedrijf
ten opzichte van grote ondernemingen. Dit heeft tot
gevolg dat het midden- en kleinbedrijf gelijke economi-
sche kansen krijgt.
3.4. De invoering van het ISDN zal ook de kwalifica-
tie-eisen voor de betrokken werknemers wijzigen. De
Commissie zou hier tijdig op moeten inspelen. In dit
verband dienen in de Lid-Staten adequate mogelijkhe-
den voor (voortgezette) opleiding te worden geschapen,
ondersteund door daarop afgestemde projecten van de
Gemeenschap.
3.5. Het voorstel betreft de ontwikkeling en de invoe-
ring van een smalband-ISDN als een voortbouwen op
het bestaande analoge telefoonnet. Hoewel dit een grote
technologische uitdaging vormt en hiermee hoge in-
vesteringskosten gemoeid zijn, is dit toch waarschijnlijk
slechts een etappe op de weg naar een gemeenschappe-
lijk breedband-ISDN. Een breedbandnetwerk biedt niet
alleen meer mogelijkheden voor individuele commu-
nicatie (b.v. beeldtelefoon, video-vergaderingen), maar
ook voor volledige integratie van de massamedia als
radio en televisie. Aangezien dit ingrijpende technische,
economische en maatschappelijke gevolgen heeft, dringt
het Comité erop aan, in de Gemeenschap reeds nu te
discussiëren over de doelstellingen en de gevolgen op
dit terrein. In ieder ge- al dienen deze doelstellingen in
een vroeg stadium te worden vastgelegd, aangezien zij
wezenlijke gevolgen voor de strategie van de net-
werkuitbreiding hebben. Zo is het bij voorbeeld de
vraag of deelnetten op grotere schaal als boomstructuur
voor tv-transmissie moeten worden opgebouwd.
3.6. De ombouw van het telefoonnet tot ISDN en tot
het volledig geïntegreerde breedbandnet brengt naast
economische mogelijkheden ook grote maatschappelij-
ke risico's met zich, zoals inbreuk op de persoonlijke
levenssfeer (b.v. rationaliseringseffecten door thuis-
Nr. C 328/12 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 22. 12. 86
bankieren, samenvoeging van persoonlijke gegevens uit
verscheidene databanken, telefonische overbrenging
van data, automatische omzetting van menselijke stem
in geschreven taal, controle van kijkgedrag). Aan de
andere kant kan deze ontwikkeling technisch gesproken
ook een betere bescherming van persoonlijke gegevens
tot gevolg hebben.
3.6.1. Het Comité dringt erop aan dat de verant-
woordelijke instanties meer informatie geven en meer
dan tot nog toe in de openbaarheid over dit onderwerp
moeten discussiëren, ten einde angstgevoelens en wan-
trouwen bij de bevolking weg te nemen en het noodza-
kelijke juridische kader voor de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer en van persoonlijke gegevens
verder uit te bouwen. De politieke uitvoerbaarheid van
de nieuwe mogelijkheden die het ISDN biedt, zal ook
afhangen van de manier waarop deze problemen wor-
den opgelost. Bij de in de aanbeveling gevraagde inten-
sivering van commerciële activiteiten moet aan deze
opvatting uiterst vroegtijdig — op basis van solide
juridische en sociale regelingen — extra aandacht wor-
den besteed.
Gedaan te Brussel, 17 september 1986.
Het Comité stemt in met dit richtlijnvoorstel, doch
tekent hierbij het volgende aan:
1. Krachtens afdeling VIII van de van 20 december
1985 daterende richtlijn van de Raad tot coördinatie
van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen be-
treffende bepaalde instellingen voor collectieve beleg-
C1) PB nr. C 129 van 28. 5. 1986, blz. 5.
3.6.2. Aan de andere kant ziet het Comité als gevolg
van de verdere ontwikkeling van geïntegreerde net-
werken mogelijkheden voor onder meer betere op-
sporingsmethoden en bescherming van natuurlijke
hulpbronnen (b.v. besparing van papier door elektroni-
sche catalogi en overzichten, energiebesparing op lange
termijn door het vervangen van tv-zenders, het vervan-
gen van koper door silicium). Ook aan deze aspecten
zou in de commerciële concepten aandacht moeten wor-
den besteed.
3.7. Het Comité ziet evenals de Commissie in dat de
acceptatie van de nieuwe diensten nauw samenhangt
met de tarifering. Tijdens de overgangsfase van het
analoge naar het digitale net zouden de tarieven niet
mogen stijgen, hoewel er in die fase grotere investerin-
gen moeten worden gedaan. Een niet te rechtvaardigen
verhoging van tarieven zou een aanzienlijk obstakel
vormen voor een door de vraag bepaalde marktont-
wikkeling en bijgevolg een daling van de kosten per
eenheid op grond van hoge produktiecijfers voor
eindapparatuur bemoeilijken.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
G. MUHR
ging in effecten (icbe's) dienen deze beleggings-
instellingen in andere Lid-Staten dan hun Lid-Staat van
vestiging, wanneer zij hun participatiebewijzen verhan-
delen, aan een aantal verplichtingen te voldoen. De
koper van participatiebewijzen van een beleggings-
instelling kan op basis van artikel 2 van het Verdrag
van Brussel van 27 september 1968 tussen de Lid-Staten
van de Europese Gemeenschap betreffende de rechterlij-
ke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen
in burgerlijke en handelszaken geschillen die betrekking
hebben op de naleving van de in afdeling VIII van de
richtlijn vervatte bepalingen voor het gerecht brengen
Advies van het Economisch en Sociaal Comité inzake het voorstel voor een richtlijn van de
Raad tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG ten aanzien van de rechterlijke bevoegdheid
inzake uit de verhandeling van rechten van deelneming in bepaalde instellingen voor collectieve
belegging in effecten (icbe's) voortvloeiende geschillen (*)
(86/C 328/06)
De Raad heeft op 7 mei 1986 besloten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 198 van
het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Economisch en
Sociaal Comité om advies te vragen inzake bovengenoemd voorstel.
De Afdeling voor industrie, handel, ambacht en dienstverlening, die met de voorbereiding van
de desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 9 juli 1986 goedgekeurd.
Rapporteur was de heer De Bruyn.
Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 239e zitting (vergadering van 17 sep-
tember 1986) het volgende advies uitgebracht, dat met algemene stemmen is goedgekeurd.
Full & Egal Universal Law Academy