Nr. C 3 4 6 / 1 2 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3 1 . 12. 82
Advies inzake een voorstel voor een besluit van de Raad houdende wijziging van Besluit
7 9 / 7 8 3 / E E G van de Raad van 11 september 1979 tot vaststelling van een meerjaren-
programma ( 1 9 7 9 - 1983) op het gebied van de informatica
De tekst waarop de adviesaanvrage betrekking heeft is bekendgemaakt in het Publikatieblad
van de Europese Gemeenschappen nr. C 193 van 26 juli 1982, blz. 4.
A. JURIDISCHE GRONDSLAG VAN H E T ADVIES
Op 23 juli 1982 heeft de Raad besloten het Economisch en Sociaal Comité overeen-
komstig de bepalingen van artikel 198 van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap over bovengenoemd voorstel te raadplegen.
B. ADVIES VAN H E T E C O N O M I S C H EN SOCIAAL COMITÉ
Het Economisch en Sociaal Comité heeft beraadslaagd over zijn advies inzake voornoemd
onderwerp tijdens zijn op 24 en 25 november 1982 te Brussel gehouden 202e zitting.
Dit advies luidt als volgt:
HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ,
Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, in het bijzonder artikel
198,
Gezien de op 30 juli 1982 gedateerde adviesaanvrage van
de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het
voorstel voor een besluit van de Raad houdende wijziging
van Besluit 7 9 / 7 8 3 / E E G van de Raad van 11 september
1979 tot vaststelling van een meerjarenprogramma
( 1 9 7 9 - 1983) op het gebied van de informatica.
Gezien het op 9 augustus 1982 door zijn Voorzitter
genomen besluit, de Afdeling voor industrie, handel,
ambacht en dienstverlening met het opstellen van een
advies en een rapport inzake dit onderwerp te be-
lasten.
Gezien het door voornoemde Afdeling tijdens haar
vergadering van 3 november goedgekeurde advies,
Gezien het door de rapporteur, de heer Nierhaus, mon-
deling uitgebrachte verslag,
Gezien de beraadslagingen tijdens zijn op 24 en 1>
november 1982 gehouden 202e zitting (vergadering
van 25 november),
BRENGT VOLGEND ADVIES UIT.
dat met algemene stemmen is goedgekeurd.
1. Algemene opmerkingen
1.1. Uit het onderhavige ontwerp-besluit van de Raad
kan worden opgemaakt dat het bevorderen van de
informatica uitgaande van de overeengekomen doelstel-
lingen ook na 1982 dient te worden voortgezet. Het
Comité beseft van welke eminente betekenis voor de
toekomst deze technologische ontwikkeling voor de
interne en de externe economie van de Gemeenschap is.
en stemt daarom in principe met de uitbreiding van het
meerjarenprogramma in.
1.2. Het Comité ziet eveneens de noodzaak in, spe-
ciaal de praktische toepassing en het marktrijp maken van
nieuwe technologieën te stimuleren om de achterstand op
concurrentiegebied ten opzichte van de Verenigde Staten
en Japan in te lopen.
1.3. Er dient voor te worden gezorgd dat de informa-
ticafirma's in de Gemeenschap ook in de toekomst
gebruik kunnen maken van de know-how van soortgelij-
ke firma's uit derde landen, waarvan sommige aanzien-
lijke investeringen in een aantal Lid-Staten hebben
gedaan. In ieder geval dient erop te worden toegezien dat
de resultaten van door de Gemeenschap gesubsidieerd
onderzoek de Gemeenschap ook werkelijk ten goede
komen.
1.4. Aangezien de ontwikkeling van software momen-
teel en met grote waarschijnlijkheid ook in de nabije
toekomst knelpunten in de informaticatechnologie te zien
zal geven, wijst het Comité op de noodzaak, meer
aandacht aan de verdere ontwikkeling op dit gebied te
besteden.
1.5. Het Comité verwacht met betrekking tot de
werkzaamheden op O & O-gebied en ten aanzien van de
hiermee samenhangende context (structuurveranderin-
gen in de werkgelegenheid, gevolgen voor arbeidsvoor-
waarden en (na-)scholing, acceptatie van de technologie
door de werknemers, bescherming van gegevens enz.),
m.a .w. aangaande het eerste gedeelte van het program-
ma, dat:
— deze voort te zetten activiteiten in het kader van de
overeengekomen uitgaven meer aandacht krijgen;
— hiervoor op een later tijdstip ook meer geld zal
worden toegewezen, indien noodzakelijke nieuwe
taken zulks vereisen;
3 1 . 12. 82 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 3 4 6 / 1 3
— deze context - voor zover dit op afzonderlijke
onderdelen mogelijk en zinvol is - in de concrete
opzet van de stimuleringsprogramma's voor het twee-
de gedeelte van het besluit van de Raad wordt
geïntegreerd.
2. Bijzondere opmerkingen
2 . 1 . In verband met het geringe bedrag dat voor
financiële bijstand is uitgetrokken en dat ca. 5 % van het
totale bedrag van de programma's van de Lid-Staten
uitmaakt, moet men zich absoluut op enkele hoofdpunten
concentreren, ten einde doeltreffende impulsen voor de
verdere ontwikkeling te geven. Hierbij moeten projecten
centraal staan die in nationale programma's onvoldoende
aan bod komen, aangezien deze projecten de gemeen-
schappelijke markt dienen te stimuleren. Volgens het
Comité voldoen de voorgestelde projecten aan deze
voorwaarde.
2.2. Verdere ontwikkeling van de programmeertalen,
in het bijzonder de internationale standaardisatie, is een
prioritaire taak voor de software-industrie in de komende
jaren. De programmeertaal ADA biedt daarvoor werke-
lijk goede vooruitzichten, met name voor het systeem-
programmeren. Volgens het Comité moeten evenwel bij
de selectie van de projecten de in bepaalde industriesec-
toren reeds bereikte resultaten een rol spelen om de
efficiency te vergroten. Om dezelfde reden dienen ont-
wikkelingen in de Lid-Staten in het oog te worden
gehouden en in het bijstandsconcept te worden geïnte-
greerd.
2 .3 . Door verlening van financiële bijstand moet
ervoor worden gezorgd dat de resultaten van de te steunen
projecten zo vroeg mogelijk schriftelijk worden vastge-
legd en verspreid, ten einde deze resultaten toegankelijk te
maken voor bedrijfsleven en wetenschap zodat zij hiervan
kunnen profiteren. Wat de modeltoepassingen betreft,
dienen vooral ook projecten financieel te worden
gesteund die gericht zijn op ontwikkeling van multiplica-
toren voor de opleiding en voortgezette opleiding van
specialisten op het gebied van de informatieverwer-
king.
2.4. Met de bevordering en ontwikkeling van trans-
nationale informatiesystemen wordt principieel inge-
stemd, aangezien zij een belangrijke voorwaarde zijn voor
het uitwisselen van informatie in de Gemeenschap en
daardoor ook voor een sterkere vervlechting van de
volkshuishoudingen.
2 .5 . Voor de keuze van terminals dienen bij de
ontwikkelingswerkzaamheden het ergonomisch aspect en
een op de gebruikers afgestemde conceptie van deze
apparatuur in aanmerking te worden genomen. In dit
opzicht liggen er bijzondere kansen, ook de punten van
het eerste deel van het stimuleringsprogramma (context
van de sector - zie paragraaf 1.5 van dit advies) verder te
behandelen.
2.6. Volgens het Comité is het van centrale betekenis
dat de problemen met betrekking tot het vertrouwelijke
karakter van de gegevens worden opgelost vooral bij
gedecentraliseerde informatiebanken. Alvorens aan deze
projecten wordt meegewerkt, moet ervoor worden
gezorgd dat het vertrouwelijke karakter van persoonlijke
gegevens consequent is gewaarborgd.
2.7. Om onjuiste investeringen te vermijden, dient de
reële behoefte nauwkeurig te worden onderzocht, voor-
dat een beslissing over steun ten behoeve van praktische
toepassingen wordt genomen.
Gedaan te Brussel, 25 november 1982.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
Francois CEYRAC
Advies inzake een voorstel voor een besluit van de Raad inzake een voorbereidende fase voor
een programma van de Gemeenschap voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van
informatietechnieken
De tekst waarop de adviesaanvrage betrekking heeft is bekendgemaakt in het Publikatieblad
van de Europese Gemeenschappen nr. C 314 van 30 november 1982, blz. 44.
A. JURIDISCHE GRONDSLAG VAN H E T ADVIES
Op 16 november 1982 heeft de Raad besloten het Economisch en Sociaal Comité overeen-
komstig de bepalingen van artikel 198 van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap over bovengenoemd voorstel te raadplegen.
Full & Egal Universal Law Academy