3 1 . 12. 82 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. C 3 4 6 / 1 3
— deze context - voor zover dit op afzonderlijke
onderdelen mogelijk en zinvol is - in de concrete
opzet van de stimuleringsprogramma's voor het twee-
de gedeelte van het besluit van de Raad wordt
geïntegreerd.
2. Bijzondere opmerkingen
2 . 1 . In verband met het geringe bedrag dat voor
financiële bijstand is uitgetrokken en dat ca. 5 % van het
totale bedrag van de programma's van de Lid-Staten
uitmaakt, moet men zich absoluut op enkele hoofdpunten
concentreren, ten einde doeltreffende impulsen voor de
verdere ontwikkeling te geven. Hierbij moeten projecten
centraal staan die in nationale programma's onvoldoende
aan bod komen, aangezien deze projecten de gemeen-
schappelijke markt dienen te stimuleren. Volgens het
Comité voldoen de voorgestelde projecten aan deze
voorwaarde.
2.2. Verdere ontwikkeling van de programmeertalen,
in het bijzonder de internationale standaardisatie, is een
prioritaire taak voor de software-industrie in de komende
jaren. De programmeertaal ADA biedt daarvoor werke-
lijk goede vooruitzichten, met name voor het systeem-
programmeren. Volgens het Comité moeten evenwel bij
de selectie van de projecten de in bepaalde industriesec-
toren reeds bereikte resultaten een rol spelen om de
efficiency te vergroten. Om dezelfde reden dienen ont-
wikkelingen in de Lid-Staten in het oog te worden
gehouden en in het bijstandsconcept te worden geïnte-
greerd.
2 .3 . Door verlening van financiële bijstand moet
ervoor worden gezorgd dat de resultaten van de te steunen
projecten zo vroeg mogelijk schriftelijk worden vastge-
legd en verspreid, ten einde deze resultaten toegankelijk te
maken voor bedrijfsleven en wetenschap zodat zij hiervan
kunnen profiteren. Wat de modeltoepassingen betreft,
dienen vooral ook projecten financieel te worden
gesteund die gericht zijn op ontwikkeling van multiplica-
toren voor de opleiding en voortgezette opleiding van
specialisten op het gebied van de informatieverwer-
king.
2.4. Met de bevordering en ontwikkeling van trans-
nationale informatiesystemen wordt principieel inge-
stemd, aangezien zij een belangrijke voorwaarde zijn voor
het uitwisselen van informatie in de Gemeenschap en
daardoor ook voor een sterkere vervlechting van de
volkshuishoudingen.
2 .5 . Voor de keuze van terminals dienen bij de
ontwikkelingswerkzaamheden het ergonomisch aspect en
een op de gebruikers afgestemde conceptie van deze
apparatuur in aanmerking te worden genomen. In dit
opzicht liggen er bijzondere kansen, ook de punten van
het eerste deel van het stimuleringsprogramma (context
van de sector - zie paragraaf 1.5 van dit advies) verder te
behandelen.
2.6. Volgens het Comité is het van centrale betekenis
dat de problemen met betrekking tot het vertrouwelijke
karakter van de gegevens worden opgelost vooral bij
gedecentraliseerde informatiebanken. Alvorens aan deze
projecten wordt meegewerkt, moet ervoor worden
gezorgd dat het vertrouwelijke karakter van persoonlijke
gegevens consequent is gewaarborgd.
2.7. Om onjuiste investeringen te vermijden, dient de
reële behoefte nauwkeurig te worden onderzocht, voor-
dat een beslissing over steun ten behoeve van praktische
toepassingen wordt genomen.
Gedaan te Brussel, 25 november 1982.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
Francois CEYRAC
Advies inzake een voorstel voor een besluit van de Raad inzake een voorbereidende fase voor
een programma van de Gemeenschap voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van
informatietechnieken
De tekst waarop de adviesaanvrage betrekking heeft is bekendgemaakt in het Publikatieblad
van de Europese Gemeenschappen nr. C 314 van 30 november 1982, blz. 44.
A. JURIDISCHE GRONDSLAG VAN H E T ADVIES
Op 16 november 1982 heeft de Raad besloten het Economisch en Sociaal Comité overeen-
komstig de bepalingen van artikel 198 van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap over bovengenoemd voorstel te raadplegen.
Nr. C 3 4 6 / 1 4 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 3 1 . 12. 82
B. ADVIES VAN H E T E C O N O M I S C H EN SOCIAAL C O M I T É
Het Economisch en Sociaal Comité heeft beraadslaagd over zijn advies inzake voornoemd
onderwerp tijdens zijn op 24 en 25 november 1982 te Brussel gehouden 202e zitting.
Dit advies luidt als volgt:
HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ,
Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap, in het bijzonder artikel
198,
Gezien de adviesaanvrage van de Raad van de Europese
Gemeenschappen, d.d. 16 november 1982 inzake het
voorstel voor een besluit van de Raad inzake een voor-
bereidende fase voor een programma van de Gemeen-
schap voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van
informatietechnieken,
Gezien zijn besluit van 25 november 1982, de heer
Nierhaus tot algemeen rapporteur te benoemen (artikel
18 van het Reglement van Orde) ,
Gezien artikel 46 van zijn Reglement van Orde ,
Gezien het mondeling verslag van de heer Nierhaus,
Gezien de beraadslagingen tijdens zijn op 24 en 25
november 1982 gehouden 202 zitting (vergadering van
25 november),
BRENGT VOLGEND ADVIES UIT,
dat met meerderheid van stemmen (2 stemmen tegen) is
goedgekeurd.
1. Het Economisch en Sociaal Comité is ingenomen
met het voornemen van de Commissie, een Europees
strategisch programma voor O & O op het gebied van de
informatietechnieken (Esprit) ten uitvoer te leggen. In dit
verband stemt het in met de onderhavige ontwerp-be-
schikking van de Raad inzake een O Sc O-maatregel voor
16 proefprojecten ter voorbereiding van Esprit.
2. Het Comité herinnert eraan dat het soortgelijke
activiteiten altijd positief heeft beoordeeld, gaande van de
communautaire activiteiten van 1974 op het gebied van
wetenschap en technologie tot en met de verschillende
actieprogramma's die de laatste jaren het licht hebben
gezien, inzake intensivering van nieuwe communicatie-
en informatietechnieken.
3 . Het Comité leidt zijn standpunt over de betekenis
van de nieuwe technieken af uit het inzicht dat deze:
— wezenlijke veranderingen in de toekomstige economi-
sche structuren en produktieprocessen zullen bewerk-
stelligen;
— daarom tijdig moeten worden onderzocht op de
economische en sociale gevolgen hiervan, en
— vooral van doorslaggevende betekenis zijn voor de
concurrentiepositie van de communautaire industrie
in de nabije en de verdere toekomst.
4 . Het Comité onderstreept dat het in een later
stadium een uitvoerig advies inzake het geplande Euro-
pese programma voor O & O op het gebied van informa-
tietechnieken (Esprit) zal uitbrengen, zodra concrete
gegevens over de technische bijzonderheden van het
gehele programma beschikbaar zijn.
5. Het Comité stemt met het besluit van de Raad
inzake proefprojecten op het gebied van informatietech-
nieken in omdat deze zijns inziens een belangrijke impuls
kan geven tot de geplande start van Esprit, zodat uiterlijk
begin 1984 een aanvang met de werkzaamheden van dit
programma kan worden gemaakt.
Gedaan te Brussel, 25 november 1982.
De Voorzitter
van het Economisch en Sociaal Comité
Fran^ois CEYRAC
Full & Egal Universal Law Academy