Avis juridique important
ARREST VAN HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (DERDE KAMER) VAN 26 SEPTEMBER 1990. - ALFONSO PIEMONTE TEGEN RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - AMBTENAREN - REISKOSTEN VAN MET KINDEREN TEN LASTE GELIJKGESTELDE PERSONEN - VOORWAARDEN VOOR VERGOEDING. - ZAAK T-52/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde II-00513
Pub.RJ bladzijde Pub somm
Samenvatting
Partijen
Dictum
++++
1 . Ambtenaren - Statuut - Toepassing - Conclusie van College van hoofden van administratie - Niet-verbindendheid voor tot aanstelling bevoegd gezag
( Ambtenarenstatuut, artikel 110, derde alinea )
2 . Ambtenaren - Kostenvergoeding - Reiskosten van standplaats naar plaats van herkomst - Reiskosten voor met kinderen ten laste gelijkgestelde personen - Voorwaarde - Woonplaats in standplaats van ambtenaar
( Ambtenarenstatuut, artikel 71; bijlage VII, artikel 8, lid 1 )
3 . Ambtenaren - Gelijke behandeling - Begrip - Forfaitaire reiskostenvergoeding - Toekenningsvoorwaarden - Verschillende voorwaarden voor kinderen ten laste en voor daarmee gelijkgestelde personen - Toelaatbaarheid
( Ambtenarenstatuut, bijlage VII, artikel 8, lid 1 )
Samenvatting1 . Een conclusie van het college van hoofden van administratie in het kader van het in artikel 110, derde alinea, van het statuut voorziene "regelmatig overleg tussen de diensten van de instellingen", vastgesteld om te komen tot een eenvormige administratieve praktijk bij de uitlegging van een bepaling van het statuut, bindt het tot aanstelling bevoegd gezag niet, wanneer het individuele besluiten neemt waarmee die bepaling wordt toegepast .
2 . De ambtenaar die recht heeft op de kostwinnerstoelage, heeft aanspraak op de forfaitaire vergoeding van de reiskosten van de standplaats naar de plaats van herkomst voor met een kind ten laste gelijkgestelde personen, indien deze personen het grootste deel van het jaar wonen in de standplaats van de ambtenaar dan wel op enige afstand daarvan, afhankelijk van de huisvestings - en vervoermogelijkheden .
Deze uitlegging, die strookt met de letter van artikel 8, lid 1, van bijlage VII bij het statuut, wordt bevestigd door het doel van deze bepaling, te weten de ambtenaar en de personen te zijnen laste ten minste eenmaal per jaar in staat te stellen naar de plaats van herkomst van de ambtenaar te reizen, ten einde aldaar familiebanden en sociale en culturele betrekkingen in stand te houden . De mogelijkheid voor de ambtenaar om zijn persoonlijke banden in stand te houden met de plaats waar hij zijn voornaamste belangen heeft, is een algemeen beginsel van het Europese ambtenarenrecht .
Het statuut beoogt aldus de reis mogelijk te maken voor alle gezinsleden in ruime zin, die wegens de indiensttreding van de ambtenaar bij de Gemeenschappen gedwongen waren hun plaats van herkomst te verlaten . Zo gezien is de reiskostenvergoeding geen gezinstoelage, bedoeld als een tegemoetkoming voor de ambtenaar in verband met de kosten die hij voor met een kind ten laste gelijkgestelde personen moet maken, maar een uitkering ter dekking van de kosten die hij bij de uitoefening van zijn functie maakt, zoals wordt bevestigd door het feit, dat genoemd artikel 8 is opgenomen in afdeling 3 van bijlage VII, waarin de uitvoeringsvoorwaarden van het in artikel 71 van het statuut genoemde grondbeginsel van vergoeding van deze kosten worden bepaald .
3 . Ofschoon het algemene gelijkheidsbeginsel een van de fundamentele beginselen van het gemeenschapsrecht is, is het volgens vaste rechtspraak van het Hof slechts van toepassing op personen die zich in gelijke of vergelijkbare omstandigheden bevinden .
De administratie schendt dit beginsel niet wanneer zij aan de forfaitaire reiskostenvergoeding voor met kinderen ten laste gelijkgestelde personen de voorwaarde verbindt, dat zij in de standplaats van de ambtenaar wonen, terwijl zij deze voorwaarde niet stelt voor kinderen ten laste . De kinderen van de ambtenaar, die tot het gezin in enge zin behoren en voor wie een vermoeden van samenwoning bestaat, bevinden zich namelijk niet in dezelfde omstandigheden als de met kinderen ten laste gelijkgestelde personen, die slechts deel uitmaken van het gezin in ruime zin .
( De rechtsoverwegingen van dit arrest zijn identiek aan die van het arrest van 26 september 1990, zaak T-48/89, Beltrante e.a ., Jurispr . 1990, blz . II-0000 )
Partijenin zaak T-52/89,
A . Piemonte, ambtenaar van de Raad van de Europese Gemeenschappen, wonende te Overijse ( België ), vertegenwoordigd door F . Decoster, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij Fiduciaire Myson SARL, 6-8, rue Origer,
verzoeker,
ondersteund door
Fédération de la fonction publique européenne, te Brussel, vertegenwoordigd door G . Vandersanden, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij A . Schmitt, advocaat aldaar, 62, avenue Guillaume,
interveniënte,
tegen
Raad van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A . A . Dashwood, directeur van zijn juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij J . Kaeser, directeur van de juridische dienst van de Europese Investeringsbank, 100, boulevard Konrad-Adenauer,
verweerder,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van het bij nota van 6 mei 1988 meegedeelde besluit van de Raad waarbij de forfaitaire betaling van reiskosten wordt geweigerd voor met kinderen ten laste gelijkgestelde personen die niet in de standplaats van de ambtenaar wonen .
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG ( Derde Kamer ),
samengesteld als volgt : A . Saggio, kamerpresident, C . Yeraris en B . Vesterdorf, rechters,
Dictumrechtdoende :
1 ) Verwerpt het beroep .
2 ) Verstaat dat elk der partijen de eigen kosten zal dragen .
Top