Avis juridique important
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 13 juni 2002. - Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Franse Republiek. - Niet-nakoming - Telecommunicatie - Open Network - Universele dienst. - Zaak C-286/01.
Jurisprudentie 2002 bladzijde I-05463
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
1. Beroep wegens niet-nakoming - Onderzoek van gegrondheid door Hof - In aanmerking te nemen situatie - Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn
(Art. 226 EG)
2. Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging op basis van nationale rechtsorde - Ontoelaatbaarheid
(Art. 226 EG)
PartijenIn zaak C-286/01,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, aanvankelijk vertegenwoordigd door P. Nemitz en B. Mongin, vervolgens door H. van Lier, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Franse Republiek, aanvankelijk vertegenwoordigd door G. de Bergues en A. Bréville-Viéville, vervolgens door G. de Bergues en V. Dan als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden die nodig zijn voor de omzetting van richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat (PB L 101, blz. 24), met name van de artikelen 6, leden 3 en 4, 10, 21 en 26 hiervan, de krachtens artikel 32 van deze richtlijn en artikel 249 EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: F. Macken, kamerpresident, C. Gulmann (rapporteur) en J.-P. Puissochet, rechters,
advocaat-generaal: J. Mischo,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 23 april 2002,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 19 juli 2001, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden die nodig zijn voor de omzetting van richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat (PB L 101, blz. 24; hierna: richtlijn"), met name van de artikelen 6, leden 3 en 4, 10, 21 en 26 hiervan, de krachtens artikel 32 van deze richtlijn en artikel 249 EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 32, lid 1, eerste alinea, van de richtlijn moeten de lidstaten de nodige bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 30 juni 1998 aan deze richtlijn te voldoen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Na de Franse Republiek te hebben aangemaand om haar opmerkingen over de omzetting van de richtlijn in nationaal recht te maken, heeft de Commissie bij brief van 19 juli 1999 een met redenen omkleed advies aan deze lidstaat doen toekomen met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te nemen om haar verplichtingen ter zake na te komen.
4 Als antwoord op het met redenen omklede advies van de Commissie zonden de Franse autoriteiten de Commissie bij brief van 22 oktober 1999 een voorontwerp van decreet dat ertoe strekte de omzetting van de richtlijn te voltooien.
5 Op 19 januari 2001 stelden de Franse autoriteiten de Commissie in kennis van de goedkeuring van wet nr. 2001-1 van 3 januari 2001 houdende machtiging van de regering om gemeenschapsrichtlijnen bij besluit om te zetten en een aantal bepalingen van gemeenschapsrecht ten uitvoer te leggen (JORF van 4 januari 2001, blz. 93).
6 Toen de Commissie vaststelde dat uit de beschikbare gegevens niet viel op te maken of de nodige maatregelen om de richtlijn, met name de artikelen 6, 10, 21 en 26 ervan, in de Franse wetgeving om te zetten, definitief waren vastgesteld en in werking waren getreden, heeft zij op 19 juli 2001 het onderhavige beroep ingesteld.
7 De Franse regering betwist niet dat bij het verstrijken van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn nog niet alle bepalingen van de richtlijn waren omgezet. Zij stelt evenwel dat de omzetting bijna voltooid is.
8 Zo zijn volgens haar de artikelen 6, lid 3, en 10, lid 2, van de richtlijn omgezet bij de artikelen 17 tot en met 19 van besluit nr. 2001-670 van 25 juli 2001 tot aanpassing aan het gemeenschapsrecht van de Code de la propriété intellectuelle en de Code des postes et télécommunications (JORF van 28 juli 2001, blz. 12132, en rectificatie JORF van 20 oktober 2001, blz. 16564). Dit besluit is bij brieven van 1 augustus en 3 oktober 2001 aan de Commissie meegedeeld.
9 Verder betoogt de Franse regering dat de artikelen 10, lid 1, en 21 van de richtlijn thans zijn omgezet bij decreet nr. 2002-36 van 8 januari 2002 betreffende bepaalde standaardclausules in de voorwaarden van de machtigingen die worden verleend krachtens artikel L. 33-1 van de Code des postes et télécommunications (JORF van 10 januari 2002, blz. 585), dat op 31 januari 2002 aan de Commissie ter kennis was gebracht.
10 Artikel 6, lid 4, van de richtlijn is volgens de Franse regering nog niet in Frans recht omgezet omdat bepaalde raadplegingsprocedures dienen te worden gevolgd. Met betrekking tot artikel 26 van de richtlijn stelt de Franse regering dat zij heeft besloten, een associatiestructuur telefoonbemiddeling" op te zetten om geschillen met consumenten te regelen. Over het opzetten van deze structuur wordt nog steeds overleg gevoerd tussen alle belanghebbende partijen.
11 Het is vaste rechtspraak dat het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn, en het Hof kan geen rekening houden met sindsdien opgetreden wijzigingen (zie met name arrest van 7 februari 2002, Commissie/Italië, C-279/00, Jurispr. blz. I-1425, punt 10).
12 In casu staat vast dat de richtlijn niet binnen de in het met redenen omklede advies gestelde termijn is omgezet.
13 Verder heeft het Hof herhaaldelijk verklaard dat een lidstaat zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties kan beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen (zie met name arrest van 17 januari 2002, Commissie/België, C-423/00, Jurispr. blz. I-593, punt 16).
14 Derhalve moet worden vastgesteld dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden die nodig zijn voor de omzetting van de richtlijn, met name van de artikelen 6, leden 3 en 4, 10, 21 en 26 ervan, de krachtens artikel 32 van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kostenKosten
15 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Franse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
DictumHET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden die nodig zijn voor de omzetting van richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat, met name van de artikelen 6, leden 3 en 4, 10, 21 en 26 hiervan, is de Franse Republiek de krachtens artikel 32 van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Franse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Top