Avis juridique important
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 6 maart 2003. - Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Franse Republiek. - Nietnakoming - Vrij verkeer van goederen - Maatregelen van gelijke werking - Aanduiding van geografische herkomst - Regionale keurmerken. - Zaak C-6/02.
Jurisprudentie 2003 bladzijde I-02389
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
1. Beroep wegens niet-nakoming - Onderzoek van gegrondheid door Hof - In aanmerking te nemen situatie - Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn
(Art. 226 EG)
2. Lidstaten - Verplichtingen voortvloeiend uit gemeenschapsrecht - Niet-nakoming - Rechtvaardiging op basis van interne orde - Ontoelaatbaarheid
(Art. 226 EG)
PartijenIn zaak C-6/02,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door H. van Lier en J. Adda als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Franse Republiek, vertegenwoordigd door G. de Bergues en A. Colomb als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Franse Republiek, door de nationale juridische bescherming van de benaming Salaisons d'Auvergne" alsmede van de regionale keurmerken Savoie", Franche-Comté", Corse", Midi-Pyrénées", Normandie", Nord-Pas-de-Calais", Ardennes de France", Limousin", Languedoc-Roussillon" en Lorraine" te handhaven, de krachtens artikel 28 EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: J.-P. Puissochet, kamerpresident, C. Gulmann (rapporteur) en F. Macken, rechters,
advocaat-generaal: J. Mischo,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 5 december 2002,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij op 10 januari 2002 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG het Hof verzocht om vaststelling dat de Franse Republiek, door de nationale juridische bescherming van de benaming Salaisons d'Auvergne" alsmede van de regionale keurmerken Savoie", Franche-Comté", Corse", Midi-Pyrénées", Normandie", Nord-Pas-de-Calais", Ardennes de France", Limousin", Languedoc-Roussillon" en Lorraine" (hierna tezamen: betrokken benamingen") te handhaven, de krachtens artikel 28 EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Het rechtskader
De communautaire regeling
2 Ingevolge artikel 28 EG zijn kwantitatieve invoerbeperkingen en maatregelen van gelijke werking tussen de lidstaten verboden. Volgens artikel 30 EG zijn invoerbeperkingen welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van met name bescherming van de industriële en commerciële eigendom, evenwel geoorloofd voorzover zij geen middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten vormen.
3 Artikel 2, lid 2, sub b, van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 208, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 535/97 van de Raad van 17 maart 1997 (PB L 83, blz. 3; hierna: verordening nr. 2081/92"), bepaalt:
In deze verordening wordt verstaan onder:
[...]
b) ,geografische aanduiding': de naam van een streek, van een bepaalde plaats of, in uitzonderlijke gevallen, van een land, die wordt gebruikt in de benaming van een landbouwproduct of levensmiddel:
- dat afkomstig is uit die streek, die bepaalde plaats of dat land
en
- waarvan een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk aan deze geografische oorsprong kan worden toegeschreven en waarvan de productie en/of de verwerking en/of de bereiding in het bepaalde geografische gebied geschieden."
4 De bescherming van een geografische aanduiding overeenkomstig verordening nr. 2081/92 gaat in vanaf het ogenblik waarop de Commissie deze aanduiding na afloop van de procedure van de artikelen 5 tot en met 7 van deze verordening registreert.
5 Artikel 17, lid 1, van verordening nr. 2081/92 bepaalt dat [b]innen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening [...] de lidstaten de Commissie mee[delen], welke van hun wettelijk beschermde benamingen of, in de lidstaten waar geen beschermingssysteem bestaat, welke van hun door het gebruik algemeen gangbaar geworden benamingen zij krachtens deze verordening willen laten registreren". De Commissie registreert deze benamingen voorzover zij voldoen aan de criteria van de artikelen 2 en 4 van deze verordening. De lidstaten kunnen de nationale bescherming van de meegedeelde benamingen handhaven totdat een besluit over de registratie is genomen.
6 Artikel 5, lid 5, van verordening nr. 2081/92 luidt als volgt:
De lidstaat gaat na of de [registratie]aanvraag gerechtvaardigd is en zendt de aanvraag, alsmede het in artikel 4 bedoelde productdossier en de andere documenten waarop zijn besluit gebaseerd is, naar de Commissie indien hij van mening is dat aan de eisen van deze verordening is voldaan.
Op nationaal niveau, mogen door deze lidstaat slechts voorlopig een bescherming in de zin van onderhavige verordening, alsook in voorkomend geval een aanpassingsperiode voor de aldus toegezonden benaming worden toegestaan vanaf de datum van de toezending ervan; zij mogen in dezelfde omstandigheden eveneens voorlopig worden toegestaan in het kader van een verzoek tot wijziging van het productdossier.
De voorlopige nationale bescherming houdt op te bestaan vanaf de datum waarop een besluit inzake de registratie overeenkomstig deze verordening wordt genomen. Bij dit besluit kan een tot maximaal vijf jaar beperkte aanpassingsperiode worden ingesteld, op voorwaarde dat de desbetreffende ondernemingen de betrokken producten legaal in de handel hebben gebracht en de betrokken benamingen gedurende ten minste vijf jaar vóór de bij artikel 6, lid 2, bedoelde datum van bekendmaking zonder onderbreking hebben gebruikt.
Alleen de betrokken lidstaat is verantwoordelijk voor de gevolgen van een dergelijke nationale bescherming, ingeval de benaming niet zou worden geregistreerd in de zin van deze verordening.
De door de lidstaten krachtens de tweede alinea getroffen maatregelen hebben alleen op nationaal vlak uitwerking en mogen het intracommunautaire handelsverkeer niet belemmeren.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een benaming die ook een in een andere lidstaat gelegen gebied aanduidt, wordt de betrokken lidstaat geraadpleegd alvorens er een besluit genomen wordt."
De nationale regeling
7 Na de inwerkingtreding van verordening nr. 2081/92 heeft de Franse regering loi nº 94-2 relative à la reconnaissance de qualité des produits agricoles et alimentaires (wet nr. 94-2 inzake de erkenning als kwaliteitsproducten van landbouwproducten en levensmiddelen) van 3 januari 1994 (JORF van 4 januari 1994, blz. 131; hierna: wet nr. 94-2") vastgesteld. Artikel L. 115-23-1 van de Code de la consommation, zoals gewijzigd bij deze wet (hierna: Code de la consommation"), bepaalt:
[...]
[...] Het keurmerk of het conformiteitscertificaat mag slechts een geografische vermelding bevatten indien deze als beschermde geografische aanduiding is geregistreerd.
Wanneer de bestuurlijke instantie echter een aanvraag tot registratie van deze geografische vermelding als beschermde geografische aanduiding heeft ingediend, mag het keurmerk of het conformiteitscertificaat deze vermelding bevatten, ook in de bijzondere kenmerken, totdat een besluit over de registratie is genomen.
[...]
De landbouwproducten en levensmiddelen die vóór de bekendmaking van wet nr. 94-2 inzake de erkenning als kwaliteitsproducten van landbouwproducten en levensmiddelen van 3 januari 1994 over een landbouwkeurmerk of een conformiteitscertificaat beschikten, mogen gedurende een periode van acht jaar te rekenen vanaf de bekendmaking van die wet verder een geografische herkomstvermelding dragen zonder over een beschermde geografische aanduiding te beschikken."
De precontentieuze procedure
8 Overeenkomstig de procedure van artikel 169 EG-Verdrag (thans artikel 226 EG) heeft de Commissie, na de Franse Republiek te hebben aangemaand om haar opmerkingen in te dienen, deze lidstaat bij brief van 28 april 1999 een met redenen omkleed advies gezonden. In dit advies stelde de Commissie met name dat deze lidstaat, door de nationale juridische bescherming van de betrokken benamingen te handhaven, de krachtens artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. De Commissie verzocht de Franse Republiek, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van dit advies de nodige maatregelen te nemen om aan dit advies te voldoen. Gelet op de door de Franse autoriteiten naar aanleiding van dit advies verstrekte informatie heeft de Commissie geoordeeld dat de Franse Republiek niet aan de in het advies gestelde eisen voldeed, en heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
Ten gronde
9 De Commissie betoogt dat de overeenstemming van de door de Franse regeling ingestelde keurmerken met het gemeenschapsrecht moet worden beoordeeld aan de hand van de artikelen 28 EG en 30 EG, met name uitgelegd tegen de achtergrond van de bepalingen van verordening nr. 2081/92.
10 Wat de benaming Salaisons d'Auvergne" betreft, merkt de Commissie op dat de Franse autoriteiten hebben meegedeeld dat voor deze benaming een aanvraag tot registratie als geografische aanduiding zal worden ingediend op grond van artikel 5 van verordening nr. 2081/92. De Commissie betwijfelt echter of een dergelijke benaming kan worden geregistreerd, aangezien deze verordening het mogelijk maakt een benaming voor een bepaald product of levensmiddel te registreren, maar niet een benaming voor een categorie producten zoals salaisons" (met nitrietzout of nitraat behandelde vleeswaren). Aangezien voor de benaming Salaisons d'Auvergne" geen registratieaanvraag werd ingediend, kunnen de Franse autoriteiten in elk geval niet op goede gronden aanvoeren dat artikel 5, lid 5, van deze verordening hun de mogelijkheid biedt deze benaming voorlopig en op nationaal niveau te beschermen in afwachting van een communautair besluit inzake de registratie ervan.
11 Wat de andere betrokken benamingen betreft, herinnert de Commissie eraan dat hoewel artikel L. 115-23-1 van de Code de la comsommation bepaalt dat een keurmerk slechts een geografische vermelding [mag] bevatten indien deze als beschermde geografische aanduiding is geregistreerd", dit artikel voorziet in een overgangsperiode van acht jaar te rekenen vanaf de bekendmaking van wet nr. 94-2, tijdens welke periode de producten en levensmiddelen die vóór de bekendmaking van deze wet over een keurmerk beschikten, verder een geografische herkomstvermelding mogen dragen zonder over een beschermde geografische aanduiding te beschikken. De Commissie verklaart dat zij zich bewust is van de technische moeilijkheden waarmee de marktdeelnemers en de bevoegde regionale instanties in het kader van de herziening van de regeling inzake keurmerken kunnen worden geconfronteerd. Zij kan evenwel geen overgangsperiode van acht jaar aanvaarden, die neerkomt op een schending van de artikelen 28 EG en 30 EG.
12 De Commissie betoogt dat de Franse bepalingen betreffende de betrokken benamingen gevolgen kunnen hebben voor het vrije verkeer van goederen tussen de lidstaten, met name voorzover zij de verhandeling van binnenlandse goederen begunstigen ten nadele van die van ingevoerde goederen. Door de toepassing van deze bepalingen wordt een verschil in behandeling tussen die twee categorieën van goederen gecreëerd en gehandhaafd.
13 De betrokken benamingen delen de consument mee dat het aldus aangeduide landbouwproduct of levensmiddel uit een bepaalde streek afkomstig is. Sedert de inwerkingtreding van verordening nr. 2081/92, die juist tot doel heeft op exclusieve wijze de voorwaarden vast te stellen waaronder een benaming kan worden beschermd die een verband legt tussen landbouwproducten en levensmiddelen en een bepaalde geografische oorsprong, kunnen oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen slechts binnen het door deze verordening gecreëerde kader worden beschermd.
14 In haar verweerschrift betwist de Franse regering niet dat ten gevolge van de vaststelling van wet nr. 94-2 haar nationale recht niet in overeenstemming was met het gemeenschapsrecht.
15 In dupliek voert de Franse regering echter aan dat de niet-nakoming is beëindigd door de vaststelling van een nieuw juridisch kader. Dienaangaande betoogt zij:
- de benaming Salaisons d'Auvergne" werd geschrapt bij artikel 6 van het besluit van de minister van Landbouw, Voedselzaken, Visserij en Plattelandszaken en van de staatssecretaris belast met Midden- en Kleinbedrijf, Handel, Ambacht, Vrije Beroepen en Verbruik van 12 augustus 2002 houdende wijziging van besluiten inzake regionale keurmerken (JORF van 11 september 2002, blz. 15051; hierna: gezamenlijk besluit");
- wat het regionale keurmerk Savoie" betreft, volgt uit artikel 1 van het gezamenlijk besluit dat de benamingen jésus, rosette", pur jus de pomme de Savoie" en plants de vigne de Savoie" zijn geschrapt;
- hoewel voor het regionale keurmerk Franche-Comté" formeel geen wijziging noodzakelijk was, volgt uit artikel 2 van het gezamenlijk besluit dat de vermelding morbier au lait cru" niet meer op de lijst van beschermde benamingen voorkomt;
- het regionale keurmerk Corse" is afgeschaft bij besluit van de minister van Landbouw, Voedselzaken, Visserij en Plattelandszaken van 12 augustus 2002 houdende afschaffing van een algemene regeling inzake landbouwkeurmerken (JORF van 11 september 2002, blz. 15051);
- de afschaffing van het regionale keurmerk Midi-Pyrénées" vloeit voort uit artikel 3 van het gezamenlijk besluit;
- wat het regionale keurmerk Nord-Pas-de-Calais" betreft, komen overeenkomstig artikel 4 van het gezamenlijk besluit alleen de benamingen waarvan de aanvraag tot registratie als geografische aanduiding in behandeling is, nog voor op de lijst van beschermde benamingen;
- de bepalingen betreffende het regionale keurmerk Ardennes de France" zijn bij artikel 5 van het gezamenlijk besluit afgeschaft;
- de tot het regionale keurmerk Lorraine" behorende benamingen zijn als geografische aanduidingen geregistreerd bij verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 (PB L 148, blz. 1);
- wat de regionale keurmerken Normandie", Limousin" en Languedoc-Roussillon" betreft, diende het nationale recht niet te worden gewijzigd om het in overeenstemming te brengen met het gemeenschapsrecht.
16 Dienaangaande zij eraan herinnerd dat volgens vaste rechtspraak het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn (zie met name arrest van 7 november 2002, Commissie/Spanje, C-352/01, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 6).
17 In het onderhavige geval betwist de Franse Republiek evenwel niet dat zij niet de nodige maatregelen heeft genomen om binnen de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn aan het gemeenschapsrecht te voldoen.
18 Bovendien kan een lidstaat zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van zijn uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen (zie met name arrest van 19 maart 2002, Commissie/Ierland, C-13/00, Jurispr. blz. I-2943, punt 21).
19 Mitsdien is het beroep gegrond.
20 Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Franse Republiek, door niet binnen de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn de nationale juridische bescherming van de betrokken benamingen te beëindigen, de krachtens artikel 28 EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kostenKosten
21 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Franse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
DictumHET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn de nationale juridische bescherming van de benaming Salaisons d'Auvergne" alsmede van de regionale keurmerken Savoie", Franche-Comté", Corse", Midi-Pyrénées", Normandie", Nord-Pas-de-Calais", Ardennes de France", Limousin", Languedoc-Roussillon" en Lorraine" te beëindigen, is de Franse Republiek de krachtens artikel 28 EG op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Franse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Top