Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF VAN 25 JULI 1991. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN GROOT-HERTOGDOM LUXEMBURG. - NIET-NAKOMING - VERPAKKINGEN VOOR VLOEIBARE LEVENSMIDDELEN - NIET-OMZETTING VAN EEN RICHTLIJN EN NIET-MEDEDELING VAN PROGRAMMA'S. - ZAAK C-252/89.
Jurisprudentie 1991 bladzijde I-03973
Pub.RJ bladzijde Pub somm
Samenvatting
Partijen
Dictum
++++
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
(EEG-Verdrag, art. 169)
SamenvattingVolgens vaste rechtspraak (zie met name het arrest van 19 februari 1991, zaak C-374/89, Commissie/België, Jurispr. 1991, blz. I-367) kan een Lid-Staat zich niet op bepalingen, praktijken of situaties van zijn nationale rechtsorde beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door het gemeenschapsrecht voorgeschreven verplichtingen en termijnen. Volgens diezelfde rechtspraak geven de bij de uitvoering van een communautaire handeling aan de dag getreden moeilijkheden een Lid-Staat niet het recht, zich eenzijdig van de nakoming zijner verplichtingen ontslagen te achten.
Partijenin zaak C-252/89,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Condou-Durande, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Berardis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Groothertogdom Luxemburg, vertegenwoordigd door C. Franck, eerste regeringsattaché bij het Ministerie van Ruimtelijke ordening en milieu, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij genoemd ministerie, Rue de Prague 5 A,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Groothertogdom Luxemburg, door na te laten de programma' s en de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor het volgen van richtlijn 85/339/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende verpakkingen voor vloeibare levensmiddelen (PB 1985, L 176, blz. 18) vast te stellen en aan de Commissie mee te delen, de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, G. F. Mancini, G. C. Rodríguez Iglesias en M. Díez de Velasco, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, C. N. Kakouris, R. Joliet, F. A. Schockweiler en P. J. G. Kapteyn, rechters,
(rechtsoverwegingen niet opgenomen)
rechtdoende, verstaat:
Dictum1. Door na te laten de programma' s en de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor het volgen van richtlijn 85/339/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende verpakkingen voor vloeibare levensmiddelen vast te stellen en aan de Commissie mee te delen, is het Groothertogdom Luxemburg de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2. Het Groothertogdom Luxemburg wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Top