Arrêt de la Cour
Zaak C-67/02
Commissie van de Europese Gemeenschappen
tegen
Ierland
«Niet-nakoming – Artikel 5 van richtlijn 79/923/EEG – Kwaliteit van schelpdierwater – Programma ter vermindering van verontreiniging»
Arrest van het Hof ((Vierde kamer) van 11 september 2003 I - 0000
Samenvatting van het arrest
Beroep wegens niet-nakoming – Onderzoek van gegrondheid door Hof – In aanmerking te nemen situatie – Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn
(Art. 226 EG)
ARREST VAN HET HOF (Vierde kamer)
11 september 2003 (1)
„Niet-nakoming – Artikel 5 van richtlijn 79/923/EEG – Kwaliteit van schelpdierwater – Programma ter vermindering van verontreiniging”
In zaak C-67/02,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Shotter als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door D. O'Hagan als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat Ierland, door niet voor al zijn aangewezen schelpdierwateren programma's vast te stellen overeenkomstig artikel 5 van richtlijn 79/923/EEG van de Raad van 30 oktober 1979 inzake de vereiste kwaliteit van schelpdierwater (PB L 281, blz 47), de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),,
samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, A. La Pergola (rapporteur) en S. von Bahr, rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 28 februari 2002, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat Ierland, door niet voor al zijn aangewezen schelpdierwateren programma's vast te stellen overeenkomstig artikel 5 van richtlijn 79/923/EEG van de Raad van 30 oktober 1979 inzake de vereiste kwaliteit van schelpdierwater (PB L 281, blz 47; hierna: richtlijn), de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 4 van de richtlijn bepaalt:
1. De lidstaten wijzen binnen twee jaar na de kennisgeving van deze richtlijn voor het eerst schelpdierwater aan.
2. De lidstaten kunnen nadien tot verdere aanwijzingen overgaan.
3. De lidstaten kunnen met name wegens bij de aanwijzing niet voorziene factoren overgaan tot de herziening van de aanwijzing van bepaalde wateren, waarbij zij rekening houden met het in artikel 8 neergelegde beginsel.
3 Artikel 5 van de richtlijn luidt als volgt: De lidstaten stellen programma's op teneinde de verontreiniging te verminderen en er zorg voor te dragen dat de aangewezen wateren binnen zes jaar na de aanwijzing overeenkomstig artikel 4, voldoen aan de waarden die de lidstaten krachtens artikel 3 hebben vastgesteld, alsmede aan de opmerkingen in de kolommen G en I van de bijlage.
4 Ierland heeft de richtlijn geïmplementeerd bij de Quality of Shellfish Waters Regulations (besluit inzake de kwaliteit van de schelpdierwateren) van 18 juli 1994 (SI 1994, nr. 200). Bij hetzelfde besluit werden tevens de overeenkomstig artikel 4 van de richtlijn vereiste aanwijzingen gedaan. Hieruit volgt dat Ierland de programma's overeenkomstig artikel 5 binnen zes jaar na deze datum moest vaststellen.
5 Overeenkomstig de procedure van artikel 226, eerste alinea, EG heeft de Commissie, na Ierland te hebben aangemaand zijn opmerkingen te maken, deze lidstaat bij brief van 25 juli 2001 een met redenen omkleed advies toegezonden met het verzoek de in artikel 5 van de richtlijn bedoelde programma's ter vermindering van verontreiniging binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving van dit advies op te stellen. Omdat uit de informatie die de Ierse autoriteiten de Commissie naar aanleiding van dit advies hebben verstrekt, bleek dat Ierland niet alle maatregelen had genomen die nodig zijn om te voldoen aan de bepalingen van de richtlijn met betrekking tot het opstellen van de in het genoemde artikel 5 bedoelde programma's, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
6 In haar verzoekschrift betoogt de Commissie dat Ierland, door niet voor al zijn schelpdierwateren programma's vast te stellen, de krachtens artikel 5 van de richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
7 In haar verweerschrift betwist de Ierse regering de verweten niet-nakoming niet. Zij vestigt echter de aandacht op de door de bevoegde autoriteiten opgestelde ontwerpen van programma's en vraagt het Hof, de procedure te schorsen teneinde de Commissie de mogelijkheid te geven deze te onderzoeken.
8 In repliek handhaaft de Commissie haar beroep tegen Ierland en betoogt zij dat deze ontwerpen van programma's in elk geval niet aan de eisen van de richtlijn voldoen.
9 In dupliek betwist Ierland niet dat het geen enkel programma overeenkomstig artikel 5 van de richtlijn heeft opgesteld, en wijst het op zijn voornemen om de ontwerpen aan te passen rekening houdend met de wensen van de Commissie.
10 Dienaangaande zij erop gewezen dat volgens vaste rechtspraak het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn, en dat het Hof geen rekening kan houden met sedertdien opgetreden wijzigingen (zie met name arrest van 6 juni 2002, Commissie/Frankrijk, C-177/01, Jurispr. blz. I-5137, punt 13).
11 Uit het voorgaande blijkt evenwel dat Ierland aan het einde van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn geen enkel programma ter vermindering van verontreiniging in de zin van artikel 5 had opgesteld.
12 Onder deze omstandigheden moet het beroep van de Commissie gegrond worden verklaard.
13 Bijgevolg moet worden vastgesteld dat Ierland, door niet voor al zijn aangewezen schelpdierwateren programma's vast te stellen overeenkomstig artikel 5 van de richtlijn, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Kosten
14 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet voor al zijn aangewezen schelpdierwateren programma's op te stellen overeenkomstig artikel 5 van richtlijn 79/923/EEG van de Raad van 30 oktober 1979 inzake de vereiste kwaliteit van schelpdierwater, is Ierland de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Ierland wordt verwezen in de kosten.
Timmermans
La Pergola
von Bahr
Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 11 september 2003.
De griffier
De president van de Vierde kamer
R. Grass
C. W. A. Timmermans
1 – Procestaal: Engels. Top
Full & Egal Universal Law Academy