Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF (VIERDE KAMER) VAN 12 JULI 1990. - GERLACH & CO BV TEGEN INSPECTEUR DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: TARIEFCOMMISSIE - NEDERLAND. - GEMEENSCHAPPELIJK DOUANETARIEF - TOESTEL VOOR HET OVERBRENGEN VAN COMPUTERGEGEVENS OP MICROFILM. - ZAAK C-43/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-03219
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
Gemeenschappelijk douanetarief - Tariefposten - Toestel voor op microfilm of microfiche overbrengen van computergegevens, voornamelijk afkomstig van centrale computer - Indeling onder post 84.53 B
SamenvattingEen toestel met als functie het in leesbare karakters overzetten op microfilm of microfiche van gedecodeerde computergegevens, voornamelijk afkomstig van een centrale computer, vormt een van de eenheden van een automatische gegevensverwerkende machine en moet, gezien aantekening 3 B bij hoofdstuk 84 van het gemeenschappelijk douanetarief, worden ingedeeld onder post 84.53 B van dit tarief .
PartijenIn zaak C-43/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Tariefcommissie, in het aldaar aanhangig geding tussen
Gerlach & Co . BV
en
Inspecteur der invoerrechten en accijnzen,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van een aantal bepalingen van het gemeenschappelijk douanetarief en van verordening ( EEG ) nr . 551/81 van de Commissie van 25 februari 1981 betreffende de indeling van goederen onder post 90.07 A van het gemeenschappelijk douanetarief ( PB 1981, L 56, blz . 20 ), in verband met de tariefindeling van een toestel genaamd "COM-Recorder Aris II",
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vierde Kamer ),
samengesteld als volgt : C . N . Kakouris, kamerpresident, M . Díez de Velasco en P . Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal : W . Van Gerven
griffier : J . A . Pompe, adjunct-griffier
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- Gerlach & Co . BV, vertegenwoordigd door N . P . J . Ooyevaar, advocaat te Amsterdam,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R . Barents, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van Gerlach & Co . BV en van de Commissie ter terechtzitting van 2 mei 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 juni 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij uitspraak van 12 december 1988, ingekomen bij het Hof op 20 februari 1989, heeft de Tariefcommissie krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van een aantal bepalingen van het gemeenschappelijk douanetarief ( hierna : GDT ) in de redactie van verordening ( EEG ) nr . 3400/84 van de Raad van 27 november 1984 ( PB 1984, L 320, blz . 1 ), en van verordening ( EEG ) nr . 551/81 van de Commissie van 25 februari 1981 betreffende de indeling van goederen onder post 90.07 A van het gemeenschappelijk douanetarief ( PB 1981, L 56, blz . 20 ).
2 Deze vraag is gerezen in een geschil tussen de Nederlandse onderneming Gerlach & Co . BV ( hierna : Gerlach ) en de Inspecteur der invoerrechten en accijnzen ( hierna : de Inspecteur ) over de tariefindeling van een toestel, genaamd "COM-recorder Aris II", van oorsprong uit de Verenigde Staten, dat door Gerlach in 1983 in Nederland is ingevoerd .
3 Volgens Gerlach diende het toestel primair onder post 84.53 B ( automatische gegevensverwerkende machines ) en subsidiair onder post 84.54 B ( andere kantoormachines en -toestellen ) van het GDT te worden ingedeeld . De Inspecteur, die zich gebonden achtte aan verordening nr . 551/81 van de Commissie, deelde het toestel evenwel in onder post 90.07 A ( fotografietoestellen ) van het GDT .
4 Gerlach is tegen deze beslissing in beroep gekomen bij de Tariefcommissie, die de behandeling van de zaak heeft geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag heeft voorgelegd :
" Onder welke post(onderverdeling ) van het gemeenschappelijk douanetarief moet de - onder de feiten omschreven - COM-Recorder worden ingedeeld?"
5 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, de betrokken communautaire bepalingen en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven, voorzover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
6 Met zijn vraag wil de nationale rechter in wezen vernemen, of een toestel als de COM-Recorder Aris II, met als functie het overzetten van gedecodeerde computergegevens, voornamelijk afkomstig van een centrale computer, in leesbare karakters op microfilm of microfiche, onder verordening nr . 551/81 van de Commissie valt en bijgevolg moet worden ingedeeld onder post 90.07 A van het GDT, dan wel of het moet worden ingedeeld onder post 84.53 B .
7 Volgens de beschrijving in de verwijzingsuitspraak bestaat het betrokken toestel uit de volgende componenten : een controle-eenheid, een microcomputer, een acoustic/modem, twee diskette-drives, een controlepaneel, een filmhouder, een camera, een lens, een dia-inrichting, een optisch lasersysteem, een ontwikkeleenheid en een toetsenbord/printer . De volledige aanduiding van het toestel luidt als volgt :
" ARIS II Recorder 220 V, 50 Hz
Controller
plus 42 X lens/Software/KSR/Cables
1600/6250 ( STC ) Tape Drive-Standalone ".
8 Blijkens het dossier bestaat de functie van het betrokken toestel in het overzetten van gedecodeerde computergegevens in leesbare vorm op microfilm of microfiche . Het toestel bevat een inrichting, te vergelijken met een laserprinter, die de van een centrale computer komende gegevens omzet in leesbare karakters, en een inrichting, het microfilmgedeelte, waarin de door de laser gemaakte tekens door middel van een fotografietoestel op film worden gezet . De film wordt vervolgens ontwikkeld en op microfiche gezet . De waarde van het optische systeem is miniem vergeleken met de waarde van het gehele toestel .
9 Het toestel is speciaal ontworpen om rechtstreeks op een computer te worden aangesloten voor het ontvangen van gegevens . Het kan echter ook buiten de centrale verwerkingseenheid om gegevens ontvangen van magneetbanden; het toestel moet dan wel aangesloten blijven op de centrale computer, want het functioneert niet zelfstandig .
10 Uit het dossier blijkt eveneens, dat het betrokken toestel in de Lid-Staten verschillend wordt ingedeeld . De Engelse en Duitse douaneautoriteiten delen het in onder post 84.53 B van het GDT, terwijl de Franse, Belgische en Nederlandse autoriteiten indeling onder post 90.07 A van het GDT voorstaan op grond dat het toestel lijkt op de in verordening nr . 551/81 omschreven apparatuur . Post 90.07 A luidt als volgt :
" Fotografietoestellen; flitslichtapparaten en flitslampen en -buizen, voor de fotografie, met uitzondering van gasontladingslampen en -buizen bedoeld bij post 85.20 :
A . Fotografietoestellen
..."
Verordening nr . 551/81
11 Wat er verder ook van deze verordening moge zijn, zij heeft in elk geval uitsluitend betrekking op apparaten waarvan het wezenlijke kenmerk, in de zin van algemene regel 3 b voor de toepassing van de nomenclatuur van het GDT, wordt gevormd door de fotografie-inrichting . Blijkens de verwijzingsuitspraak en het dossier heeft de prejudiciële vraag echter betrekking op apparaten zoals de COM-Recorder Aris II, waarvan het wezenlijke kenmerk niet de fotografie-inrichting is . Bijgevolg is verordening nr . 551/81 van de Commissie niet relevant voor de indeling van apparaten als de onderhavige .
Post 84.53 B van het GDT
12 Blijkens de verwijzingsuitspraak heeft de nationale rechter een voorkeur voor indeling van dergelijke apparaten onder post 84.53 B . Gerlach en de Commissie delen deze opvatting .
13 Post 84.53 luidt als volgt :
" Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor; magnetische en optische schriftlezers, machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens, elders genoemd noch elders onder begrepen :
A . automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor, bestemd voor burgerluchtvaartuigen
B . andere ."
14 Aantekening 3 B bij hoofdstuk 84 van het GDT luidt :
"Automatische gegevensverwerkende machines kunnen voorkomen als apparatuur, bestaande uit een variabel aantal zich in afzonderlijke omhullingen bevindende eenheden welke deel uitmaken van het systeem . Een eenheid wordt als een deel van de complete apparatuur aangemerkt, indien zij aan alle hierna omschreven voorwaarden voldoet, te weten :
a ) zij moet ... op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten;
b ) zij moet speciaal zijn ontworpen om van een dergelijk systeem deel uit te maken ...
Dergelijke afzonderlijk aangeboden eenheden worden eveneens onder post 84.53 ingedeeld ."
15 In de toelichting op de IDR-nomenclatuur wordt bij post 84.53 gezegd :
" Digitale gegevensverwerkende machines bestaan gewoonlijk uit een aantal afzonderlijke, onderling verbonden eenheden . Als zodanig vormen zij dan een systeem . Een compleet digitaal gegevensverwerkend systeem dient ten minste te bestaan uit :
1 ) een centrale verwerkingseenheid ...;
2 ) een invoereenheid ...;
3 ) een uitvoereenheid, die de door de machine geleverde signalen omzet in een leesbare vorm ( gedrukte tekst, grafieken, visuele presentatie, enz .) of in gecodeerde gegevens voor verder gebruik ( verwerking, besturing, enz .)."
16 Een toestel als in de verwijzingsuitspraak beschreven is derhalve een uitvoereenheid als bedoeld in voormelde toelichting en vormt een deel van het complete systeem waaruit een automatische gegevensverwerkende machine bestaat . Een dergelijk toestel kan immers op de centrale verwerkingseenheid worden aangesloten en is speciaal ontworpen om van dit systeem deel uit te maken . Ook als het toestel afzonderlijk wordt aangeboden, moet het, gezien aantekening 3 B, onder post 84.53 worden ingedeeld .
17 Mitsdien moet op de vraag van de nationale rechter worden geantwoord, dat het gemeenschappelijk douanetarief aldus moet worden uitgelegd, dat een toestel als de COM-Recorder Aris II, met als functie het in leesbare karakters overzetten op microfilm of microfiche van gedecodeerde computergegevens, voornamelijk afkomstig van een centrale computer, een van de eenheden van een automatische gegevensverwerkende machine vormt en moet worden ingedeeld onder post 84.53 B van het gemeenschappelijk douanetarief .
Beslissing inzake de kostenKosten
18 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
DictumHET HOF VAN JUSTITIE ( Vierde Kamer ),
uitspraak doende op de bij uitspraak van 12 december 1988 door de Tariefcommissie gestelde vraag, verklaart voor recht :
Het gemeenschappelijk douanetarief moet aldus worden uitgelegd, dat een toestel als de COM-Recorder Aris II, met als functie het in leesbare karakters overzetten op microfilm of microfiche van gedecodeerde computergegevens, voornamelijk afkomstig van een centrale computer, een van de eenheden van een automatische gegevensverwerkende machine vormt en moet worden ingedeeld onder post 84.53 B van het gemeenschappelijk douanetarief .
Top