Arrêt de la Cour
Zaak C‑398/03
Procedure ingeleid door E. Gavrielides Oy
(verzoek van de Helsingin hallinto-oikeus om een prejudiciële beslissing)
„Richtlijn 90/642/EEG – Maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen – Wijnrankbladeren”
Samenvatting van het arrest
Landbouw – Harmonisatie van wetgevingen – Residuen van bestrijdingsmiddelen in en op producten van plantaardige oorsprong – Richtlijn 90/642 – Toepasselijkheid op niet in bijlagen bij richtlijn genoemd product – Voorwaarde – Voorafgaande wetenschappelijke beoordeling – Niet-toepasselijkheid van richtlijn op wijnrankbladeren wegens ontbreken van beoordeling
(Richtlijn 90/642 van de Raad)
De omstandigheid dat een product niet wordt genoemd in de bijlagen bij richtlijn 90/642 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit, sluit als zodanig niet uit dat deze richtlijn op dat product van toepassing is. Dienaangaande dient te worden onderzocht of het betrokken product, in de context van de regeling inzake maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen, kan worden gelijkgesteld met een product of een productgroep waarop richtlijn 90/642 uitdrukkelijk betrekking heeft. Bij dat onderzoek moet rekening worden gehouden met het algemene doel van deze richtlijn, dat erin bestaat recht te doen zowel aan de noodzaak om planten en plantaardige producten doeltreffend tegen schadelijke organismen en onkruid te beschermen teneinde de opbrengst van de plantaardige productie in de Gemeenschap en de communautaire landbouwproductie te waarborgen, als aan de noodzaak om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van bestrijdingsmiddelen.
Een niet in de bijlagen bij richtlijn 90/642 genoemd product kan derhalve slechts worden ingedeeld in een groep of subgroep van producten die in die bijlage worden vermeld, nadat het niet genoemde product is onderworpen aan een wetenschappelijke beoordeling waarbij de twee uit het algemene doel van deze richtlijn voortvloeiende vereisten tegen elkaar zijn afgewogen, en die aantoont dat, gelet op dit dubbele vereiste, op het betrokken product de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen mogen worden toegepast die zijn vastgesteld voor de groep of subgroep van producten waarmee het zou moeten worden gelijkgesteld.
Hieruit volgt dat richtlijn 90/642 niet van toepassing is op wijnrankbladeren – die niet bij de in de bijlagen bij de richtlijn vermelde producten worden genoemd –, aangezien de gunstige en ongunstige effecten van bestrijdingsmiddelen op wijnrankbladeren tot op heden niet wetenschappelijk zijn beoordeeld.
(cf. punten 22‑24, 26)
ARREST VAN HET HOF (Vierde kamer)
2 december 2004(1)
„Richtlijn 90/642/EEG – Maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen – Wijnrankbladeren”
In zaak C‑398/03,betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG,ingediend door de Helsingin hallinto-oikeus (Finland) bij beslissing van 22 september 2003, ingekomen bij het Hof op 24 september 2003, in de procedure die aldaar aanhangig is gemaakt door
E. Gavrielides Oy,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),,
samengesteld als volgt: K. Lenaerts (rapporteur), kamerpresident, J. N. Cunha Rodrigues en K. Schiemann, rechters,
advocaat-generaal: J. Kokott,
griffier: L. Hewlett, hoofdadministrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 16 september 2004,
– E. Gavrielides Oy, vertegenwoordigd door E. Gavrielides,
– de Griekse regering, vertegenwoordigd door K. Marinou en V. Kontolaimos als gemachtigden,
– de Finse regering, vertegenwoordigd door A. Guimaraes-Purokoski als gemachtigde,
– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E. Paasivirta, B. Doherty en P. Aalto als gemachtigden,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 23 september 2004,
het navolgende
ARREST
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (PB L 350, blz. 71), zoals gewijzigd bij richtlijn 2000/42/EG van de Commissie van 22 juni 2000 (PB L 158, blz. 51; hierna: „richtlijn 90/642”).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen de vennootschap E. Gavrielides Oy (hierna: „Gavrielides”) en de Finse douaneautoriteiten, naar aanleiding van besluiten waarbij deze autoriteiten bezwaar hebben gemaakt tegen de invoer van wijnrankbladeren in Finland door Gavrielides.
Het rechtskader
3 Artikel 1, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 90/642 bepaalt:
„Deze richtlijn geldt voor de in kolom 1 van bijlage I vermelde productgroepen, van welke producten in kolom 2 voorbeelden worden gegeven, voorzover de producten in deze groepen of de in kolom 3 aangegeven delen van die producten bestrijdingsmiddelenresiduen kunnen bevatten.”
4 Artikel 3, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 90/642 bepaalt:
„De gehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op de producten, of, in voorkomend geval, de delen van producten, van de groepen, als bedoeld in artikel 1, mogen vanaf het tijdstip waarop ze in het verkeer worden gebracht de maximumgehalten die zijn vastgesteld in de in bijlage II bedoelde lijst niet overschrijden.”
5 Bijlage I bij richtlijn 90/642 bevat een lijst van de in artikel 1 van deze richtlijn bedoelde productgroepen en producten.
6 Kolom 1 van deze bijlage bevat onder meer de groep besvruchten en kleinfruit. Als tot deze groep behorende producten worden in kolom 2 tafel‑ en wijndruiven genoemd. Luidens kolom 3 zijn de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen van toepassing op het „gehele product, zonder kroontje en steeltje”.
7 Kolom 1 van die bijlage bevat voorts de groep bladgroenten en verse kruiden. Als tot deze groep behorende producten worden in kolom 2 verse kruiden genoemd. Luidens kolom 3 zijn de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen van toepassing op het „gehele product na verwijdering van rotte buitenste bladeren, wortels en eventueel aarde”.
8 Bijlage II bij richtlijn 90/642 vermeldt de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen voor de verschillende in artikel 1 van deze richtlijn bedoelde producten of delen van producten. Als behorend tot de groep besvruchten en kleinfruit worden daar onder meer tafel‑ en wijndruiven genoemd alsook, als behorend tot de groep bladgroenten en verse kruiden, de subgroep verse kruiden. Deze laatste bevat een opsomming van producten, namelijk kervel, bieslook, peterselie en bladselderij, alsmede een rubriek „Andere”.
9 Het maximumgehalte aan chloorpyrifos is in deze bijlage II voor tafel‑ en wijndruiven op 0,5 mg/kg en voor verse kruiden op 0,05 mg/kg vastgesteld.
10 In dezelfde bijlage is het maximumgehalte aan fenarimol voor tafel‑ en wijndruiven op 0,3 mg/kg en voor verse kruiden op 0,02 mg/kg vastgesteld.
11 Richtlijn 90/642 is in Fins recht omgezet bij besluit nr. 896/1999 van het Finse ministerie van Handel en Industrie betreffende de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelen in fruit en groenten, granen en eieren alsmede producten op basis van eieren.
12 Artikel 3, lid 1, van dit besluit verwijst voor de vaststelling van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen naar een in bijlage bij dit besluit gevoegde lijst van stoffen. Deze lijst neemt als toegestane maximumgehalten aan chloorpyrifos en fenarimol voor druiven respectievelijk verse kruiden, de in de punten 9 en 10 van dit arrest genoemde waarden over.
De aan het geding ten grondslag liggende feiten en de prejudiciële vragen
13 Gavrielides wilde in maart 2002 een partij rolletjes van met rijst gevulde wijnrankbladeren en in juli 2002 een partij wijnrankbladeren in pekel in Finland invoeren.
14 Het laboratorium van de Finse douane heeft monsters van deze producten genomen om hun gehalte aan bestrijdingsmiddelenresiduen te meten. In de gevulde wijnrankbladeren heeft het 0,28 mg/kg chloorpyrifos en in de wijnrankbladeren in pekel 0,11 mg/kg chloorpyrifos en 0,14 mg/kg fenarimol aangetroffen.
15 Op grond van de resultaten van dit onderzoek hebben de Finse douaneautoriteiten, van oordeel dat wijnrankbladeren voor de toepassing van de regeling inzake maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen behoorden tot de groep bladgroenten en verse kruiden, binnen welke zij met verse kruiden gelijkgesteld zouden moeten worden, bij besluiten van 29 juli en 12 augustus 2002 de invoer, de uitvoer, het bezit met het oog op wederverkoop, de aanbieding en elke andere vorm van overdracht van deze producten verboden met de overweging dat de in of op deze producten aangetroffen gehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen de vastgestelde maximumgehalten aan residuen van chloorpyrifos en fenarimol in of op verse kruiden overschreden.
16 Gavrielides heeft bij de Helsingin hallinto-oikeus (administratieve rechtbank te Helsinki) beroep ingesteld tot nietigverklaring van deze besluiten van de Finse douaneautoriteiten.
17 De Helsingin hallinto-oikeus heeft vastgesteld dat de nationale regeling gelijk is aan de betrokken gemeenschapsregeling. Deze rechterlijke instantie is derhalve van oordeel dat de oplossing van het geschil afhangt van de vraag of richtlijn 90/642 aldus moet worden uitgelegd dat zij de maximumgehalten voor residuen van chloorpyrifos en fenarimol in of op wijnrankbladeren dwingend vastlegt.
18 Bij gebreke aan rechtspraak over deze vraag heeft de Helsingin hallinto-oikeus besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende prejudiciële vragen te stellen:
„1) Dient artikel 1, lid 1, van richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit, zoals nadien gewijzigd, aldus te worden uitgelegd dat de richtlijn van toepassing is op wijnrankbladeren?
2) Zo de richtlijn van toepassing is:
a) Dient bijlage I bij de richtlijn aldus te worden uitgelegd, dat wijnrankbladeren moeten worden ingedeeld in de productgroep Bladgroenten en verse kruiden, en bijlage II aldus dat wijnrankbladeren moeten worden ingedeeld in de categorie ‚Andere [kruiden]’?
b) In welke productgroep en in welke categorie dienen wijnrankbladeren te worden ingedeeld wanneer zij niet in de categorie ‚Andere [kruiden]’ moeten worden ingedeeld?”
Beoordeling door het Hof
19 Het staat vast dat wijnrankbladeren noch in richtlijn 90/642 noch in de bijlagen daarvan worden genoemd.
20 Met de gestelde vragen wenst de verwijzende rechterlijke instantie in wezen te vernemen of richtlijn 90/642, ook al worden wijnrankbladeren daarin niet vermeld, aldus moet worden uitgelegd dat zij mede op wijnrankbladeren van toepassing is en zo ja, in welke productgroep en in welke rubriek dit product moet worden ingedeeld.
21 In dit verband moet worden opgemerkt dat artikel 1, lid 1, van richtlijn 90/642, dat de werkingssfeer van deze richtlijn definieert, de producten die vallen onder de in bijlage I bij de richtlijn behorende productgroepen kwalificeert als „voorbeelden”. Bovendien draagt de eerste kolom in bijlage II bij deze richtlijn het opschrift: „Groepen en voorbeelden van afzonderlijke producten waarop de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen van toepassing zijn”, en bevat een behoorlijk aantal van de in deze bijlage genoemde groepen of subgroepen van producten aan het eind van een productopsomming een rubriek „Andere”.
22 Zoals de Finse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen stellen en anders dan Gavrielides en de Griekse regering primair betogen, sluit de omstandigheid dat een product niet in de bijlagen bij richtlijn 90/642 wordt genoemd, als zodanig dus niet uit dat deze richtlijn op dat product van toepassing is. Onderzocht dient echter nog te worden of het betrokken product, in de context van de regeling inzake maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen, kan worden gelijkgesteld met een product of een productgroep waarop richtlijn 90/642 uitdrukkelijk betrekking heeft.
23 Bij dat onderzoek moet rekening worden gehouden met het algemene doel van deze richtlijn, dat volgens de eerste zes overwegingen van de considerans hiervan en zoals ook de advocaat-generaal in de punten 32 en 33 van haar conclusie heeft opgemerkt, erin bestaat recht te doen zowel aan de noodzaak om planten en plantaardige producten doeltreffend tegen schadelijke organismen en onkruid te beschermen teneinde de opbrengst van de plantaardige productie in de Gemeenschap en de communautaire landbouwproductie te waarborgen, als aan de noodzaak om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van bestrijdingsmiddelen.
24 Bijgevolg kan, zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen verklaart, een niet in de bijlagen bij richtlijn 90/642 genoemd product slechts worden ingedeeld in een groep of subgroep van producten die in die bijlage worden vermeld, nadat het niet‑genoemde product is onderworpen aan een wetenschappelijke evaluatie waarbij de twee in het voorgaande punt bedoelde vereisten tegen elkaar zijn afgewogen en die aantoont dat, gelet op dit dubbele vereiste, op het betrokken product de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen mogen worden toegepast die zijn vastgesteld voor de groep of subgroep van producten waarmee het zou moeten worden gelijkgesteld.
25 Deze noodzaak van een voorafgaande wetenschappelijke evaluatie wordt bevestigd in de dertiende overweging van de considerans van richtlijn 90/642, volgens welke de vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen „een langdurig technisch onderzoek” vergt.
26 Met betrekking tot het hoofdgeding moet worden opgemerkt dat, volgens de door de Commissie verstrekte indicaties, de gunstige en ongunstige effecten van bestrijdingsmiddelen op wijnrankbladeren tot op heden niet wetenschappelijk zijn geëvalueerd, zodat deze bladeren niet, zoals de Finse regering zou wensen, kunnen worden ingedeeld in de rubriek „Andere” van de subgroep verse kruiden, die deel uitmaakt van de groep bladgroenten en verse kruiden of, zoals Gavrielides en de Griekse regering subsidiair stellen, in de subgroep tafel‑ of wijndruiven, die deel uitmaakt van de groep besvruchten en kleinfruit.
27 Voorzover is beweerd dat wijnrankbladeren kunnen worden ingedeeld in de subgroep verse kruiden, moet worden toegevoegd dat deze bladeren in vergelijking tot de in de bijlagen I en II bij richtlijn 90/642 genoemde voorbeelden van verse kruiden, te weten kervel, bieslook, peterselie en bleekselderij, verschillen vertonen wat betreft de vorm, de wijze van consumptie en de wijze waarop zij worden geteeld en blootgesteld aan schadelijke organismen, welke verschillen, aangezien een wetenschappelijke grondslag thans ontbreekt, niet toestaan om er maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen op toe te passen die voor verse kruiden zijn vastgesteld.
28 Ter onderbouwing van haar betoog doet de Finse regering een beroep op een document met de titel „Classification of (minor) crops not listed in the Appendix of Council Directive 90/642/EEC” [indeling van (minder belangrijke) gewassen die niet in de bijlage bij richtlijn 90/642/EEG van de Raad worden genoemd], waarin wijnrankbladeren op de bladzijden 107 en 108 worden gelijkgesteld met verse kruiden.
29 Dit document is een bijlage bij een oriënterend stuk van de Commissie van 22 juli 1997 met de titel: „Guidelines for the generation of data concerning residues as provided in Annex II, part A, section 6 and Annex III, part A, section 8 of Directive 91/414/EEC concerning the placing of plant protection products on the market” (richtsnoeren voor het genereren van data inzake residuen als bedoeld in bijlage II, deel A, punt 6, en bijlage III, deel A, punt 8, bij richtlijn 91/414/EEG betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen).
30 Het document waarop de Finse regering zich beroept doet aan bovenstaande analyse echter niet af.
31 Dit document brengt enkel, zoals blijkt uit de door de Commissie verstrekte indicaties, het standpunt van de diensten van de Commissie tot uitdrukking, en niet dat van het permanente comité voor gewasbescherming, dat zich hierover nog niet heeft uitgesproken. De aldus voorgestelde gelijkstelling berust derhalve niet op enige wetenschappelijke evaluatie.
32 Blijkens de titel van het oriënteringsdocument van 22 juli 1997, waarvan het ingeroepen document een bijlage is, moet die vergelijking worden gezien in een bepaald rechtskader, te weten richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230, blz. 1).
33 Bijlage I bij deze richtlijn bevat een lijst van werkzame stoffen die mogen worden gebruikt als basis voor gewasbeschermingsmiddelen. Anders dan richtlijn 90/642 stelt zij echter geen maximumgehalten vast voor de werkzame stoffen waarvoor zij geldt. Zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen betoogt, is in artikel 4, lid 1, van richtlijn 91/414 het beginsel neergelegd dat gewasbeschermingsmiddelen die dergelijke stoffen bevatten, slechts in het verkeer mogen worden gebracht nadat zij zijn toegelaten door de betrokken lidstaat, die, wanneer hij voorlopig maximumgehalten aan residuen heeft vastgesteld, deze gehalten met het oog op een onderzoek naar de aanvaardbaarheid ervan aan de Commissie moet meedelen.
34 In dit kader heeft de gelijkstelling van wijnrankbladeren met verse kruiden in het in punt 28 van dit arrest genoemde document, blijkens de titel van de „Richtsnoeren” waarbij dat document een bijlage vormt, betrekking op de gegevens die worden verstrekt bij de indiening van een dossier voor opneming van een nieuwe werkzame stof in bijlage I bij richtlijn 91/414 of van een dossier voor toelating van een gewasbeschermingsmiddel, welke gegevens overeenkomstig bijlage II, deel A, punt 6, en bijlage III, deel A, punt 8, van richtlijn 91/414 zijn verkregen bij proeven onder toezicht met betrekking tot het gedrag van de residuen van de betrokken werkzame stof of van het betrokken product in of op behandelde producten, levensmiddelen en diervoeders.
35 Een dergelijke gelijkstelling, die, in de context van richtlijn 91/414, enkel bedoeld is voor het verzamelen van gegevens over de resultaten van onderzoeken naar het gedrag van residuen van werkzame stoffen of van gewasbeschermingsmiddelen op de behandelde levensmiddelen of producten, kan, bij gebreke van een wetenschappelijke grondslag, niet worden toegepast op de vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen, de materie waarop richtlijn 90/642 betrekking heeft.
36 Hieruit volgt dat in de context van richtlijn 90/642 wijnrankbladeren niet kunnen worden gelijkgesteld met verse kruiden.
37 Voorzover is beweerd dat wijnrankbladeren kunnen worden gelijkgesteld met druiven, moet in de eerste plaats nog worden opgemerkt dat de subgroep „tafel‑ en wijndruiven” enerzijds „tafeldruiven” en anderzijds „wijndruiven” omvat. Hij bevat niet een rubriek „Andere”. Dit betekent dat de opsomming van de producten van deze subgroep limitatief is, zodat het niet mogelijk is andere producten, zoals wijnrankbladeren, ermee gelijk te stellen.
38 Wat in de tweede plaats de groep „besvruchten en kleinfruit” betreft, waartoe de subgroep „tafel‑ en wijndruiven” behoort, moet worden opgemerkt dat de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen volgens de bewoordingen van kolom 3 van bijlage I bij richtlijn 90/642 gelden voor het „gehele product”. Door deze precisering is het onmogelijk, dat voormelde productgroep delen van een plant, zoals wijnrankbladeren, omvat die niet aan de betrokken bes of het betrokken kleinfruit vastzitten.
39 In de derde plaats wordt deze uitlegging gesteund door de verschillen tussen wijnrankbladeren en druiven. Behalve dat de wijze waarop zij worden geconsumeerd sterk verschilt, onderscheiden deze twee producten zich namelijk, zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen naar voren brengt, qua vorm en derhalve wat betreft de hoeveelheid bestrijdingsmiddelenresiduen die zij vasthouden, alsmede wat betreft de omstandigheden waaronder zij worden geoogst en derhalve de duur van hun blootstelling aan schadelijke organismen.
40 In de context van richtlijn 90/642 kunnen wijnrankbladeren niet met tafel‑ en wijndruiven worden gelijkgesteld.
41 Gelet op het voorgaande moet worden vastgesteld dat richtlijn 90/642 niet op wijnrankbladeren van toepassing is.
42 Derhalve dient aan de verwijzende rechterlijke instantie te worden geantwoord dat richtlijn 90/642 niet op wijnrankbladeren van toepassing is.
Kosten
43 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof van Justitie (Vierde kamer) verklaart voor recht:
Richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit, zoals gewijzigd bij richtlijn 2000/42/EG van de Commissie van 22 juni 2000, is niet op wijnrankbladeren van toepassing.
ondertekeningen
1 – Procestaal: Fins. Top
Full & Egal Universal Law Academy