Avis juridique important
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 6 maart 2003. - Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Groot-Hertogdom Luxemburg. - Niet-nakoming - Niet-omzetting van richtlijn 97/66/EG binnen gestelde termijnen. - Zaak C-211/02.
Jurisprudentie 2003 bladzijde I-02429
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
1. Beroep wegens niet-nakoming - Onderzoek van gegrondheid door Hof - In aanmerking te nemen situatie - Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn
(Art. 226 EG)
2. Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging op basis van nationale rechtsorde - Ontoelaatbaarheid
(Art. 226 EG)
PartijenIn zaak C-211/02,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door C. Schmidt als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Groothertogdom Luxemburg, vertegenwoordigd door N. Mackel als gemachtigde,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector (PB 1998, L 24, blz. 1), de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, D. A. O. Edward (rapporteur) en A. La Pergola, rechters,
advocaat-generaal: S. Alber,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 10 december 2002,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij op 4 juni 2002 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector (PB 1998, L 24, blz. 1; hierna: de richtlijn") , de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Rechtskader
2 De richtlijn heeft ten doel om in alle lidstaten een gelijk niveau van bescherming van fundamentele rechten en vrijheden, met name het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens in de telecommunicatiesector te waarborgen, alsmede om te zorgen voor het vrije verkeer van dergelijke gegevens en van telecommunicatieapparatuur en -diensten in de Gemeenschap.
3 Artikel 15 van de richtlijn bepaalt dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 24 oktober 1998 te voldoen aan de bepalingen van de richtlijn, behoudens artikel 5, en om uiterlijk op 24 oktober 2000 te voldoen aan artikel 5, en de Commissie daarvan op de hoogte stellen.
Precontentieuze procedure
4 Overeenkomstig de procedure van artikel 226 EG heeft de Commissie, na het Groothertogdom Luxemburg in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken, deze lidstaat bij brieven van 23 juli 1999 en 25 juli 2001 twee met redenen omklede adviezen toegezonden, met het verzoek binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van elk van deze adviezen de nodige maatregelen te nemen om enerzijds te voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van de richtlijn, behoudens artikel 5 daarvan, en anderzijds aan zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 5. Omdat het Groothertogdom Luxemburg niet op deze met redenen omklede adviezen had gereageerd, heeft de Commissie onderhavig beroep ingesteld.
De niet-nakoming
5 De Luxemburgse regering betwist niet, dat zij de bepalingen van de richtlijn niet binnen de in deze richtlijn gestelde termijnen heeft omgezet. Zij merkt op dat de omzetting in behandeling is en verklaart om welke redenen daarbij deze vertraging is opgetreden.
6 Dienaangaande volstaat de vaststelling dat het bestaan van een niet-nakoming volgens vaste rechtspraak moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en dat het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening kan houden (zie onder meer arrest van 4 juli 2002, Commissie/Griekenland, C-173/01, Jurispr. blz. I-6129, punt 7).
7 Ook is het vaste rechtspraak dat een lidstaat zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties kan beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen (zie onder meer arrest van 13 juni 2002, Commissie/Frankrijk, C-286/01, Jurispr. blz. I-5463, punt 13).
8 Bijgevolg moet worden vastgesteld dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke bepalingen vast te stellen om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kostenKosten
9 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien het Groothertogdom Luxemburg in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
DictumHET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector, is het Groothertogdom Luxemburg de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Groothertogdom Luxemburg wordt verwezen in de kosten.
Top