Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF (ZESDE KAMER) VAN 27 JUNI 1990. - FIRMA OTTO LINGENFELSER TEGEN BONDSREPUBLIEK DUITSLAND. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: VERWALTUNGSGERICHT FRANKFURT AM MAIN - DUITSLAND. - LANDBOUW - DISTILLATIE VAN WIJN - REGELING - TERMIJN - GELDIGHEID. - ZAAK C-118/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-02637
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Wijn - Steun voor preventieve distillatie van tafelwijnen - Betaling van minimumaankoopprijs door distilleerder aan producent - Bevoegdheid van Commissie betalingstermijn vast te stellen - Termijn niet in acht genomen - Verlies van volledig steunbedrag - Evenredigheidsbeginsel - Schending
( Verordening nr . 337/79 van de Raad, artikel 11, lid 5, zoals gewijzigd bij verordening nr . 2144/82; verordening nr . 2499/82 van de Commissie, artikel 9, leden 1 en 2, derde alinea )
SamenvattingDe in artikel 9, lid 1, van verordening nr . 2499/82 van de Commissie betreffende de preventieve distillatie van tafelwijn vastgestelde termijn waarbinnen de distilleerder de minimumaankoopprijs aan de producent moet betalen, beoogt te verzekeren dat de producent een winst maakt die vergelijkbaar is met die welke hij bij een normale verkoop zou maken . Hiermee is dus een bepaling tot uitvoering van de regeling inzake de distillatie van tafelwijn gegeven, die als zodanig door de bij verordening nr . 333/79 van de Raad aan de Commissie verleende machtiging wordt gedekt .
Een overschrijding van de aldus vastgestelde termijn, die niet tot gevolg heeft dat de transactie verloopt onder voorwaarden die zo sterk afwijken van de bij normale handelstransacties geldende voorwaarden, dat de producent erdoor wordt afgeschrikt zijn wijn ter distillatie aan te bieden, kan echter niet worden geacht het eigenlijke doel van de distillatieregeling in gevaar te brengen . Een bepaling die iedere termijnoverschrijding, hoe gering ook, met het verlies van het gehele steunbedrag sanctioneert, moet derhalve worden geacht onevenredig te zijn aan het met de invoering van de termijn nagestreefde doel . Artikel 9, lid 2, derde alinea, van verordening nr . 2499/82 is dus ongeldig voor zover het in een dergelijke sanctie voorziet .
PartijenIn zaak C-118/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main, in het aldaar aanhangig geding tussen
Firma Otto Lingenfelser, te Achern-Grossweier ( Bondsrepubliek Duitsland ),
en
Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door het Bundesamt fuer Ernaehrung und Forstwirtschaft,
om een prejudiciële beslissing over de geldigheid van artikel 9, lid 2, derde alinea, van verordening ( EEG ) nr . 2499/82 van de Commissie van 15 september 1982 tot vaststelling van de bepalingen inzake de preventieve distillatie voor het wijnoogstjaar 1982/1983 ( PB 1982, L 267, blz . 16 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Zesde Kamer ),
samengesteld als volgt : C . N . Kakouris, kamerpresident, F . A . Schockweiler, G . F . Mancini, T . F . O' Higgins en M . Díez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal : M . Darmon
griffier : D . Louterman, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door :
- Firma Otto Lingenfelser, vertegenwoordigd door E . Hezel en R . Hezel, advocaten te Buehl/Baden,
- het Bundesamt fuer Ernaehrung und Forstwirtschaft, vertegenwoordigd door U . Holzhauser, Rechtsreferentin, als gemachtigde,
- de Commissie, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur D . Booss als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de ter terechtzitting van 8 februari 1990 gemaakte opmerkingen van de firma Otto Lingenfelser, vertegenwoordigd door F . Montag, advocaat te Keulen, het Bundesamt fuer Ernaehrung und Forstwirtschaft, vertegenwoordigd door regeringsadviseur H . Lausch, en de Commissie,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 27 maart 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij beschikking van 16 maart 1989, ingekomen bij het Hof op 10 april daaraanvolgend, heeft het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de geldigheid van artikel 9, lid 2, derde alinea, van verordening ( EEG ) nr . 2499/82 van de Commissie van 15 september 1982 tot vaststelling van de bepalingen inzake de preventieve distillatie voor het wijnoogstjaar 1982/1983 ( PB 1982, L 267, blz . 16 ).
2 Deze vraag is gerezen in een geding tussen de firma Otto Lingenfelser ( hierna : Lingenfelser ) en het Bundesamt fuer Ernaehrung und Forstwirtschaft ( hierna : het Bundesamt ), het Duitse interventiebureau in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, over de terugvordering van steun die voor de preventieve distillatie van wijn was toegekend .
3 Artikel 9, lid 1, van verordening nr . 2499/82, die is vastgesteld op basis van verordening ( EEG ) nr . 339/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt ( PB 1979, L 54, blz . 1 ) in de redactie van verordening ( EEG ) nr . 2144/82 van de Raad van 27 juli 1982 ( PB 1982, L 227, blz . 1 ), bepaalt, dat de distilleerder de voor elke wijnsoort vastgestelde minimumaankoopprijs uiterlijk negentig dagen na het binnenbrengen van de wijn in de distilleerderij aan de producent moet betalen .
4 Ingevolge artikel 9, lid 2, derde alinea, van deze verordening moet de distilleerder aan het interventiebureau het bewijs leveren, dat hij de minimumaankoopprijs binnen de termijn van negentig dagen heeft betaald . Wordt dat bewijs niet binnen honderdtwintig dagen na de datum van overlegging van het bewijs van de distillatie geleverd, worden de uitgekeerde bedragen door het interventiebureau teruggevorderd .
5 Na te hebben vastgesteld, dat Lingenfelser bij de betaling van drie partijen wijn de termijn van negentig dagen had overschreden, vorderde het Bundesamt het volledige steunbedrag terug .
6 Het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main, waarbij tegen het besluit van het Bundesamt beroep is ingesteld, heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag voorgelegd :
"Is artikel 9, lid 2, derde alinea, van verordening ( EEG ) nr . 2499/82 van de Commissie van 15 september 1982 tot vaststelling van de bepalingen inzake de preventieve distillatie voor het wijnoogstjaar 1982/1983 ( PB 1982, L 267, blz . 16 ) geldig voor zover het bepaalt, dat wanneer de distilleerder de in die verordening nader omschreven minimumaankoopprijs niet binnen 90 dagen aan de producent heeft betaald, de steun weer wordt teruggevorderd?"
7 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
8 In hun bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen hebben Lingenfelser en het Bundesamt de geldigheid van artikel 9, lid 2, derde alinea, van verordening nr . 2499/82 met name bestreden met het betoog, dat het verlies van het volledige steunbedrag in geval van overschrijding van de betalingstermijn schending van het evenredigheidsbeginsel oplevert . Tijdens de mondelinge behandeling heeft Lingenfelser bovendien aangevoerd, dat de invoering van een termijn van negentig dagen voor de betaling van de aankoopprijs niet wordt gedekt door de bij verordening nr . 337/79 verleende machtiging .
9 Wat betreft de vraag, of de vaststelling van een termijn waarbinnen de distilleerder de aankoopprijs aan de producent moet betalen, onder de in het kader van verordening nr . 337/79 door de Raad aan de Commissie verleende machtiging valt, zij erop gewezen dat deze verordening volgens de derde overweging van haar considerans ten doel heeft, in de wijnbouwsector de markt te stabiliseren en de betrokken landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren . In verband hiermee dient, aldus de negende overweging van de considerans van de verordening, onder bepaalde omstandigheden preventieve distillatie te worden toegestaan tegen een aankoopprijs die de produktie van wijn van ontoereikende kwaliteit niet stimuleert .
10 Artikel 11 van deze verordening, waarin de voorwaarden voor preventieve distillatie zijn vastgelegd, bepaalt in het vijfde lid, dat het besluit om tot distillatie over te gaan alsmede de uitvoeringsbepalingen van de regeling worden vastgesteld volgens de zogenoemde beheerscomitéprocedure .
11 Wanneer in artikel 9, lid 1, van de op verordening nr . 337/79 - met name de artikelen 11, lid 5, en 65 daarvan - gebaseerde verordening nr . 2499/82 een termijn wordt vastgesteld waarbinnen de distilleerder de minimumaankoopprijs aan de producent moet betalen, waarmee blijkens de elfde overweging van de considerans, wordt beoogd te verzekeren, dat de producent een winst maakt die vergelijkbaar is met die welke hij bij een normale verkoop zou maken, dan is hiermee een bepaling tot uitvoering van de betrokken regeling gegeven, die als zodanig door de bij verordening nr . 337/79 verleende machtiging wordt gedekt .
12 Voor de beantwoording van de vraag, of de in geding zijnde bepaling zich met het evenredigheidsbeginsel verdraagt, moet volgens vaste rechtspraak worden nagegaan, of de sanctie verder gaat dan wat passend en noodzakelijk is ter bereiking van het met de geschonden regeling beoogde doel ( arresten van 20 februari 1979, zaak 122/78, Buitoni, Jurispr . 1979, blz . 677, en 17 mei 1984, zaak 15/83, Denkavit, Jurispr . 1984, blz . 2171 ). Met name moet worden nagegaan, of de middelen waarmee de bepaling het gestelde doel tracht te bereiken, in een redelijke verhouding staan tot het belang van dit doel, en of zij noodzakelijk zijn om het te bereiken ( arresten van 23 februari 1983, zaak 66/82, Fromançais, Jurispr . 1983, blz . 395, en 1 oktober 1985, zaak 125/82, BDBL, Jurispr . 1985, blz . 3039 ).
13 De vaststelling van een termijn waarbinnen de aankoopprijs door de distilleerder aan de producent moet worden betaald, heeft blijkens de elfde overweging van de considerans van verordening nr . 2499/82 ten doel ervoor te zorgen, dat de gewaarborgde minimumprijs over het algemeen binnen zodanige termijnen aan de producent wordt betaald, dat deze een winst maakt die vergelijkbaar is met die welke hij bij een normale verkoop zou maken . De vaststelling van een termijn voor de betaling van de aankoopprijs door de distilleerder aan de producent moet voor laatstgenoemde derhalve een stimulans zijn om wijn ter distillatie aan te bieden, die het hoge kwaliteitsniveau van de op de markt gebrachte wijnen nadelig dreigt te beïnvloeden .
14 Onder deze omstandigheden kan een overschrijding van de betalingstermijn, die niet tot gevolg heeft dat de transactie verloopt onder voorwaarden die zo sterk afwijken van de bij normale handelstransacties geldende voorwaarden, dat de producent erdoor wordt afgeschrikt, zijn wijn ter distillatie aan te bieden, niet worden geacht het eigenlijke doel van de distillatieregeling in gevaar te brengen . Ter terechtzitting is overigens gebleken, dat in de Bondsrepubliek Duitsland de betalingstermijnen bij gewone handelstransacties dikwijls langer zijn dan de in artikel 9, lid 1, van verordening nr . 2499/89 gestelde termijn . Een bepaling die iedere termijnoverschrijding, hoe gering ook, met het verlies van het gehele steunbedrag sanctioneert, moet derhalve worden geacht onevenredig te zijn aan het met de invoering van de termijn nagestreefde doel .
15 Mitsdien moet op de door het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main gestelde vraag worden geantwoord, dat artikel 9, lid 2, derde alinea, van verordening nr . 2499/82 ongeldig is voor zover het bepaalt, dat iedere overschrijding van de termijn waarbinnen de distilleerder de minimumaankoopprijs aan de producent moet betalen, het verlies van het volledige steunbedrag tot gevolg heeft .
Beslissing inzake de kostenKosten
16 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening harer opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslisen .
DictumHET HOF VAN JUSTITIE ( Zesde Kamer ),
uitspraak doende op de door het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main bij beschikking van 16 maart 1989 gestelde vraag, verklaart voor recht :
Artikel 9, lid 2, derde alinea, van verordening ( EEG ) nr . 2499/82 van de Commissie van 15 september 1982 tot vaststelling van de bepalingen inzake de preventieve distillatie voor het wijnoogstjaar 1982/1983, is ongeldig voor zover het bepaalt, dat iedere overschrijding van de termijn waarbinnen de distilleerder de minimumaankoopprijs aan de producent moet betalen, het verlies van het volledige steunbedrag tot gevolg heeft .
Top