Avis juridique important
ARREST VAN HET HOF (ZESDE KAMER) VAN 7 APRIL 1992. - COMPAGNIA ITALIANA ALCOOL SAS DI MARIO MARIANO & CO TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - ALCOHOL UIT WIJNBOUWPRODUKTEN - BIJZONDERE OPENBARE INSCHRIJVING - WEIGERING OM GEVOLG TE GEVEN AAN OFFERTES - VOORWAARDEN INZAKE ZEKERHEID - NIET-CONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID. - ZAAK C-358/90.
Jurisprudentie 1992 bladzijde I-02457
Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
++++
1. Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Wijn - Distillatie - Afzet van alcohol - Stelsel van openbare inschrijving - Bevoegdheid van Commissie om in kader van inschrijvingsprocedure niet in te gaan op geldige offertes - Beschikking houdende weigering - Motivering - Draagwijdte van verplichting
(EEG-Verdrag, art. 190; verordening van de Raad nr. 3877/88, art. 2; verordening van de Commissie nr. 1780/89, art. 23)
2. Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Wijn - Distillatie - Afzet van alcohol - Stelsel van openbare inschrijving - Aan deelnemende ondernemingen gestelde zekerheidsvoorwaarden - Uitsluiting van ondernemingen die niet in staat zijn daaraan te voldoen - Geen discriminatie
(Verordeningen van de Raad nrs. 822/87, art. 40, lid 3, en 3877/88, art. 1, lid 2)
Samenvatting1. De Commissie heeft in het kader van de afzet van alcohol uit wijnbouwprodukten die in het bezit is van de interventiebureaus, de bevoegdheid geen gevolg te geven aan een bijzondere openbare inschrijving waarvoor geldige offertes zijn ingediend, wanneer zij van mening is, dat de afzet van het betrokken produkt gevaar van marktverstoring oplevert. Deze bevoegdheid vloeit voort uit artikel 2 van verordening nr. 3877/88 en artikel 23 van verordening nr. 1780/89, evenals uit de bij verordening nr. 3877/88 aan de Commissie opgelegde verplichting om ervoor te zorgen, dat de afzet van alcohol uit wijnbouwprodukten de markten voor alcohol en gedistilleerde dranken niet verstoort, geen extra moeilijkheden veroorzaakt in andere sectoren waarin het betrokken produkt wordt gebruikt, en geen nadelige invloed uitoefent op de concurrentie met produkten die door alcohol zouden kunnen worden vervangen.
Wanneer de Commissie beslist geen gevolg te geven aan een bijzondere openbare inschrijving waarvoor geldige offertes zijn ingediend, mag zij zich op straffe van schending van het motiveringsvereiste van artikel 190 EEG-Verdrag er niet toe beperken, enkel zuiver feitelijke factoren te vermelden die op haar besluit van invloed zijn geweest. Aangezien het gaat om een gebied waaromtrent de Commissie een ruime bevoegdheid voor het beoordelen van ingewikkelde economische situaties is verleend, moet zij ook aangeven, in hoeverre die factoren invloed hebben gehad op de beoordeling van het gevaar voor marktverstoring.
2. De Commissie moet ingevolge verordening nr. 3877/88 voorkomen, dat de afzet van alcohol de markten verstoort. Het is dan ook normaal, dat zij de ondernemingen die wensen deel te nemen aan de met het oog op deze afzet georganiseerde bijzondere openbare inschrijvingen, strikte zekerheidsvoorwaarden oplegt. Dergelijke zekerheidsvoorwaarden houden noodzakelijkerwijs in, dat ondernemingen die niet in staat zijn daaraan te voldoen, van de inschrijving worden uitgesloten. Een dergelijke uitsluiting vormt geen schending van het beginsel van gelijke behandeling als omschreven in artikel 40, lid 3, van verordening nr. 822/87 en artikel 1, lid 2, van verordening nr. 3877/88, daar zij eigen is aan elke zekerheidsvoorwaarde.
PartijenIn zaak C-358/90,
Compagnia italiana alcool SAS di Mario Mariano & Co., vennootschap naar Italiaans recht, te Napels (Italië), vertegenwoordigd door E. H. Pijnacker Hordijk, advocaat te Amsterdam, en H. J. Bronkhorst, advocaat bij de Hoge Raad der Nederlanden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij L. Frieden, advocaat aldaar, Avenue Guillaume 62,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door C. Docksey, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij R. Hayder, representant van de juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep strekkende tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 18 oktober 1990 houdende weigering om gevolg te geven aan de offertes in het kader van bijzondere openbare inschrijving nr. 5/90 EG geregeld bij verordening (EEG) nr. 2575/90 van de Commissie van 5 september 1990 tot opening van een bijzondere openbare inschrijving voor de verkoop van alcohol uit wijnbouwprodukten die in het bezit is van de interventiebureaus, voor gebruik als motorbrandstof in de Gemeenschap (PB 1990, L 243, blz. 22), en tot vergoeding van de schade voortvloeiend uit die beschikking en uit de organisatie van bijzondere openbare inschrijving nr. 7/90 EG geregeld bij verordening (EEG) nr. 3389/90 van de Commissie van 26 november 1990 tot opening van een bijzondere openbare inschrijving voor de verkoop van alcohol uit wijnbouwprodukten die in het bezit is van de interventiebureaus, voor gebruik als motorbrandstof in de Gemeenschap (PB 1990, L 327, blz. 19),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: F. A. Schockweiler, kamerpresident, P. J. G. Kapteyn, G. F. Mancini, C. N. Kakouris en M. Diez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: J. A. Pompe, adjunct-griffier
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 13 november 1991,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 januari 1992,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 7 december 1990, heeft de vennootschap Compagnia italiana alcool SAS di Mario Mariano & Co. (hierna: "CIA"), krachtens artikel 173 EEG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 18 oktober 1990 houdende weigering om gevolg te geven aan de offertes in het kader van de bijzondere openbare inschrijving nr. 5/90 EG geregeld bij verordening (EEG) nr. 2575/90 van de Commissie van 5 september 1990 tot opening van een bijzondere openbare inschrijving voor de verkoop van alcohol uit wijnbouwprodukten die in het bezit is van de interventiebureaus, voor gebruik als motorbrandstof in de Gemeenschap (PB 1990, L 243, blz. 22), en krachtens artikel 178 EEG-Verdrag om vergoeding van de schade voortvloeiend uit die beschikking en uit de organisatie van bijzondere openbare inschrijving nr. 7/90 EG geregeld bij verordening (EEG) nr. 3389/90 van de Commissie van 26 november 1990 tot opening van een bijzondere openbare inschrijving voor de verkoop van alcohol uit wijnbouwprodukten die in het bezit is van de interventiebureaus, voor gebruik als motorbrandstof in de Gemeenschap (PB 1990, L 327, blz. 19).
2 De artikelen 35 en 36 van verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB 1987, L 84, blz. 1), betreffen de distillatie van bepaalde wijnprodukten. Volgens artikel 37 mag de afzet van de door die distillatie verkregen produkten die de interventiebureaus onder zich hebben, niet leiden tot verstoring van de markten van alcohol en gedistilleerde dranken in de Gemeenschap, en dient deze afzet daarom plaats te vinden in andere sectoren, met name in die van de brandstoffen, telkens wanneer een dergelijke verstoring zich dreigt voor te doen.
3 Artikel 39 van verordening nr. 822/87 betreft de verplichte distillatie van tafelwijn. Artikel 40, lid 3, bepaalt daarover het volgende:
"De door het interventiebureau overgenomen produkten of de bij de verwerking daarvan verkregen produkten worden afgezet door middel van een openbare veiling of door verkoop bij inschrijving. De afzet dient in zodanige omstandigheden plaats te vinden dat:
- de alcohol op de markten voor de diverse gebruiksdoeleinden normaal kan worden afgezet,
- iedere verstoring van de markt van alcohol en van gedistilleerde dranken wordt vermeden,
- aan de kopers gelijke toegang tot de goederen en een gelijke behandeling worden gewaarborgd."
4 De algemene voorschriften voor de afzet van alcohol die is verkregen bij distillatie als bedoeld in de artikelen 35, 36 en 39 van verordening nr. 822/87 en die in het bezit is van de interventiebureaus, zijn vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 3877/88 van de Raad van 12 december 1988 (PB 1988, L 346, blz. 7) en bepalen, dat deze door distillatie verkregen produkten moeten worden afgezet volgens de procedure van openbare inschrijving.
5 Volgens artikel 1, lid 2, van verordening nr. 3877/88 moeten de voorwaarden die bij de openbare inschrijving worden gesteld, alle gegadigden een gelijke behandeling waarborgen, ongeacht de plaats in de Gemeenschap waar zij zijn gevestigd. In artikel 1, lid 4, wordt de deelneming aan procedures van openbare inschrijving evenwel beperkt tot gegadigden die een waarborg hebben gesteld als garantie dat zij hun verplichtingen zullen nakomen.
6 Artikel 2 van dezelfde verordening bepaalt, dat de Commissie voor elk van de openbare inschrijvingen, waaraan bijzondere voorwaarden kunnen worden gesteld, volgens de beheerscomitéprocedure van artikel 83 van verordening nr. 822/87 kan beslissen, al dan niet op de ontvangen biedingen in te gaan, met name om marktverstoringen te voorkomen.
7 Verordening (EEG) nr. 1780/89 van de Commissie van 21 juni 1989 stelt de uitvoeringsbepalingen vast voor de afzet van alcohol die is verkregen bij distillatie als bedoeld in de artikelen 35, 36 en 39 van verordening nr. 822/87 en die in het bezit is van de interventiebureaus (PB 1989, L 178, blz. 1). De verordening onderscheidt drie vormen van openbare inschrijving voor de afzet van deze alcohol: de permanente openbare inschrijving, de gewone openbare inschrijving en de bijzondere openbare inschrijving. Volgens artikel 1, lid 2, van de verordening wordt onder openbare inschrijving verstaan, het via een oproep tot mededinging laten concurreren van de gegadigden, waarbij wordt gegund aan de hoogstbiedende wiens aanbieding aan de verordening beantwoordt.
8 In de vijfde overweging van de considerans van deze verordening wordt te dezen verklaard, dat aangezien de openbare inschrijving als doel heeft dat de beste prijs wordt gehaald, de Commissie, wanneer zij besluit op de offertes in te gaan, dient toe te wijzen aan de hoogste bieder. Volgens de daaropvolgende overweging kan de Commissie ook besluiten niet op de offertes in te gaan, om de mededingingspositie van de produkten die door alcohol zouden kunnen worden vervangen, niet ongunstig te beïnvloeden.
9 Titel III van verordening nr. 1780/89 bevat bepalingen betreffende de bijzondere openbare inschrijving. Iedere bijzondere openbare inschrijving moet worden gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Het bericht van bijzondere openbare inschrijving vermeldt de voorwaarden voor de offerte en bepaalt de termijn voor het indienen ervan. Artikel 18 van verordening nr. 1780/89 bepaalt in dit verband, dat iedere openbare inschrijving betrekking heeft op twee partijen, die in een vastgestelde volgorde moeten worden afgehaald, en dat de inschrijving de prijs van de eerste partij betreft, terwijl de prijs van de tweede partij wordt bepaald door op de voor de eerste partij overeengekomen prijs een in het bericht van openbare inschrijving vast te stellen coëfficiënt toe te passen.
10 Artikel 23, lid 1, van de verordening bepaalt, dat de Commissie binnen vijftien werkdagen na de uiterste datum voor het indienen van de offertes kan besluiten in te gaan op de offertes, of niet in te gaan op de offertes.
11 Wanneer de Commissie besluit op de offertes in te gaan, moet zij ingevolge artikel 23, lid 2, van verordening nr. 1780/89 de hoogste offerte aanvaarden. Artikel 24 bepaalt, dat de koper binnen twintig dagen na de datum waarop hij de in artikel 23, lid 3, bedoelde kennisgeving heeft ontvangen, zich door elk betrokken interventiebureau een verklaring van toewijzing laat verstrekken, en tegelijk het bewijs overlegt, dat hij bij elk betrokken interventiebureau de honoreringszekerheid heeft gesteld, die moet waarborgen dat de alcohol van de eerste partij voor de in het bericht van openbare inschrijving aangegeven doeleinden wordt gebruikt.
12 De artikelen 25 tot en met 28 van verordening nr. 1780/89 hebben betrekking op de tijdschema' s en regelingen voor de afhaling van de alcohol. Volgens artikel 26, lid 1, kan met de afhaling van de tweede partij pas worden begonnen na de afhaling van de eerste partij. Artikel 26, lid 2, bepaalt, dat de koper, voordat hij de tweede partij afhaalt, het bewijs overlegt, dat hij de honoreringszekerheid voor die partij heeft gesteld.
13 Van oordeel, dat rekening moest worden gehouden met de kosten van de in de verwerkingsbedrijven uit te voeren investeringen voor het gebruik van wijnalcohol in de sector motorbrandstoffen binnen de Gemeenschap, wijzigde de Commissie verordening nr. 1780/89 bij verordening (EEG) nr. 2568/90 van 5 september 1990 (PB 1990, L 243, blz. 11).
14 De bij verordening nr. 2568/90 aangebrachte wijzigingen betreffen onder meer de artikelen 24 en 26 van verordening nr. 1780/89. De gewijzigde versie van artikel 24, lid 2, tweede streepje, bepaalt, dat de koper het bewijs overlegt, dat hij een honoreringszekerheid heeft gesteld die moet waarborgen dat de toegewezen hoeveelheid alcohol voor de in het bericht van openbare inschrijving aangegeven doeleinden wordt gebruikt, tenzij de Commissie heeft besloten, die zekerheid te vervangen door de verplichting voor de koper om zich tot het eindgebruik van de alcohol door een bureau voor internationale verificaties te laten controleren, alsook dat hij de afhaalzekerheid heeft gesteld, die moet waarborgen dat de alcohol van de eerste partij binnen de gestelde termijn wordt afgehaald. Het gewijzigde artikel 26 bepaalt, dat de koper, voordat hij de tweede partij afhaalt, hetgeen niet mag plaatsvinden voordat de eerste partij is afgehaald, ook het bewijs dient over te leggen, dat hij voor de tweede partij de afhaalzekerheid heeft gesteld.
15 Deze nieuwe bepalingen zijn enerzijds strikter en anderzijds soepeler dan de oorspronkelijke bepalingen. Zij zijn strikter in twee opzichten: de honoreringszekerheid moet worden gesteld voor de totale toegewezen hoeveelheid alcohol en de koper moet bovendien afhaalzekerheden stellen. Zij zijn soepeler voor zover de honoreringszekerheid kan worden vervangen door controle.
16 Op 5 september 1990 besloot de Commissie bij verordeningen nrs. 2575/90 (reeds aangehaald) en (EEG) 2576/90 (PB 1990, L 243, blz. 24), twee bijzondere openbare inschrijvingen, respectievelijk nummer 5/90 EG en nummer 6/90 EG, te openen voor hoeveelheden alcohol die in het bezit waren van het Italiaanse en het Franse interventiebureau. Bij deze verordeningen werd de honoreringszekerheid vervangen door de verplichting voor de koper om zich te onderwerpen aan controle door een bureau voor internationale verificaties. In het bericht van inschrijving voor de inschrijvingen nrs. 5/90 EG en 6/90 EG (PB 1990, C 224, blz. 10 en 15) werd de afhaalzekerheid voor de eerste partij vastgesteld op 40 ECU per hectoliter alcohol.
17 Voor inschrijving nr. 5/90 EG ontving de Commissie van CIA een offerte van 4,52 ECU per hectoliter. Voor inschrijving nr. 6/90 EG werden verschillende offertes ingediend. De door CIA ingediende offerte van 4,40 ECU per hectoliter was evenwel ongeldig, omdat CIA de termijn voor het indienen van offertes niet in acht had genomen. Om dezelfde reden waren de door de Amerikaanse onderneming Union Carbide voor de twee inschrijvingen ingediende offertes ongeldig.
18 Op 18 oktober 1990 besloot de Commissie overeenkomstig het door het Beheerscomité voor wijn gegeven advies niet in te gaan op de voor de bijzondere inschrijvingen nrs. 5/90 EG en 6/90 EG ontvangen offertes. Deze beschikking werd gegeven gezien de voor de eerste partij ontvangen offertes en gelet op de situatie op de wereldmarkt voor brandstoffen op dat tijdstip.
19 Op 26 november 1990 besloot de Commissie bij verordeningen nrs. 3389/90 (reeds aangehaald) en (EEG) 3390/90 (PB 1990, L 327, blz. 21) twee nieuwe bijzondere inschrijvingen te organiseren voor dezelfde hoeveelheden alcohol als die waarop de inschrijvingen nrs. 5/90 EG en 6/90 EG betrekking hadden. Deze nieuwe inschrijvingen waren respectievelijk genummerd 7/90 EG en 8/90 EG.
20 Overwegende, dat het voor een vereenvoudiging van het stelsel van zekerheden dienstig was, voor te schrijven, dat één enkele honoreringszekerheid wordt gesteld om zowel de afhaling als het gebruik van de alcohol voor de aangegeven doeleinden te waarborgen, en voorts, dat de prijs die voor de toegewezen alcohol moet worden betaald, beter op de ontwikkeling van de brandstofprijzen op de wereldmarkt moet worden afgestemd, wijzigde de Commissie bij verordening (EEG) nr. 3391/90 van 26 november 1990 (PB 1990, L 327, blz. 23) nogmaals de voorwaarden betreffende de verkoop bij bijzondere openbare inschrijving.
21 Deze nieuwe wijzigingen hadden eveneens betrekking op de artikelen 24 en 26 van verordening nr. 1780/89. Volgens de nieuwe versie van artikel 24 kan de honoreringszekerheid, die voor de totale toegewezen hoeveelheid alcohol moet worden gesteld, niet meer worden vervangen door controle van een bureau voor internationale verificaties. Anderzijds eist het gewijzigde artikel 26 niet meer, dat een afhaalzekerheid wordt gesteld.
22 Volgens het bericht van inschrijving voor de inschrijvingen nrs. 7/90 EG en 8/90 EG (PB 1990, C 296, blz. 9 en 14), werd de honoreringszekerheid vastgesteld op 90 ECU per hectoliter alcohol voor de totale toe te wijzen hoeveelheid.
23 Op 22 januari 1991 besloot de Commissie, voor elk van deze inschrijvingen een offerte van 3 ECU per hectoliter te aanvaarden. Inschrijving nr. 7/90 EG werd gegund aan de vennootschap IMA en inschrijving nr. 8/90 EG aan de vennootschap Palma, eigendom van Palfin, een van de moedermaatschappijen van CIA. De Commissie had voor laatstgenoemde inschrijving ook een offerte ontvangen van de andere moedermaatschappij van CIA. Deze offerte was evenwel ongeldig. Union Carbide had niet deelgenomen aan deze twee inschrijvingen.
24 Het eerste deel van het beroep van CIA strekt tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 18 oktober 1990 om de offerte van CIA voor bijzondere inschrijving nr. 5/90 EG niet te aanvaarden. Het tweede deel van het beroep van CIA strekt tot vergoeding van de schade die deze stelt te hebben geleden als gevolg van deze beschikking en van de garantievoorwaarden die de Commissie had gesteld voor bijzondere inschrijving nr. 7/90 EG, die betrekking had op dezelfde hoeveelheden alcohol als inschrijving nr. 5/90 EG.
25 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het geding, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
Het verzoek tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 18 oktober 1990
26 CIA stelt, dat de beschikking van de Commissie van 18 oktober 1990 willekeur oplevert, daar de Commissie daarmee de grenzen heeft overschreden van de beoordelingsvrijheid die haar bij genoemde verordeningen nrs. 822/87 en 3877/88 is verleend, en met name het daarin geformuleerde beginsel van gelijke behandeling heeft geschonden. Haar offerte voor inschrijving nr. 5/90 EG voldeed aan alle in het bericht van inschrijving gestelde voorwaarden en er was dan ook geen reden om deze niet te aanvaarden.
27 Volgens CIA wist de Commissie al van tevoren, aan welke onderneming zij de inschrijving wilde gunnen, namelijk aan de Amerikaanse vennootschap Union Carbide. Toen evenwel bleek, dat CIA en niet Union Carbide de beste offerte had ingediend, gaf de Commissie de bestreden beschikking. De door de Commissie tijdens de procedure voor het Hof naar voren gebrachte argumenten om deze discriminatie te verhullen, zijn onderling tegenstrijdig, ongegrond en tardief.
28 De Commissie stelt daarentegen, dat het haar vrij staat, een offerte voor een inschrijving al dan niet te aanvaarden op grond van feitelijke omstandigheden die in de inschrijvingsvoorwaarden niet zijn vermeld. In het onderhavige geval heeft zij met name rekening gehouden met de als gevolg van de Golfcrisis instabiele situatie op de brandstoffenmarkt, met de noodzaak dat de toegewezen alcohol voor de aangegeven doeleinden wordt gebruikt en met het feit, dat de garantievoorwaarden voor inschrijving nr. 5/90 EG niet doeltreffend zouden zijn, indien de partijen aan CIA zouden worden toegewezen. Met betrekking tot dit laatste wijst de Commissie erop, dat de moedermaatschappijen slechts in beperkte mate voor CIA gehouden zijn.
29 Haars inziens kan een op basis van dergelijke objectieve criteria gegeven beschikking niet in strijd worden geacht met het beginsel van gelijke behandeling en is de identiteit van de inschrijvers geenszins van invloed geweest op de beschikking. De onpartijdigheid van de Commissie blijkt bovendien uit het feit, dat de partijen alcohol van inschrijving nr. 8/90 EG zijn toegewezen aan de Palmagroep, die wordt gecontroleerd door een van de moedermaatschappijen van CIA, en uit de omstandigheid dat die moedermaatschappijen, doorgaan met succes, aan andere door de Commissie georganiseerde inschrijvingen hebben deelgenomen.
30 Voor de beoordeling van de wettigheid van de bestreden beschikking moet in de eerste plaats worden nagegaan, of de Commissie het recht heeft, geen gevolg te geven aan een bijzondere openbare inschrijving wanneer een gegadigde niet alleen de hoogste offerte indient, maar ook voldoet aan de zekerheidsvoorwaarden die in het bericht van inschrijving van die openbare inschrijving zijn gespecificeerd.
31 Verordening nr. 3877/88 legt de Commissie de verplichting op, ervoor te zorgen dat de afzet van alcohol uit wijnbouwprodukten de markten voor alcohol en gedistilleerde dranken die in de Gemeenschap worden geproduceerd, niet verstoort, geen extra moeilijkheden veroorzaakt in andere sectoren waarin het betrokken produkt wordt gebruikt, en geen nadelige invloed uitoefent op de concurrentie met produkten die door alcohol zouden kunnen worden vervangen.
32 Artikel 2 van verordening nr. 3877/88 verleent de Commissie daarom de bevoegdheid, al dan niet op de ontvangen biedingen in te gaan.
33 Artikel 23 van verordening nr. 1780/89 bepaalt, op welke wijze deze bevoegdheid moet worden uitgeoefend. Blijkens het tweede lid van dat artikel is de Commissie enkel dan verplicht de hoogste offerte te aanvaarden wanneer zij besluit op de offertes in te gaan.
34 Bijgevolg kan de Commissie, wanneer zij van mening is, dat er gevaar voor marktverstoring bestaat, besluiten geen gevolg te geven aan een bijzondere openbare inschrijving waarvoor geldige offertes zijn ingediend.
35 Vervolgens moet worden onderzocht, of de Commissie de betrokken partijen alcohol in feite aan een bepaalde onderneming wilde toewijzen, terwijl zij economische overwegingen aanvoerde ter rechtvaardiging van haar besluit om niet op de ontvangen offertes in te gaan.
36 CIA heeft niet aangetoond, dat de Commissie van tevoren had besloten, de partijen alcohol van bijzondere openbare inschrijving nr. 5/90 EG aan een bepaalde onderneming toe te wijzen. Voorts waren de offertes van Union Carbide voor de inschrijvingen nrs. 5/90 EG en 6/90 EG ongeldig, nam Union Carbide niet deel aan de inschrijvingen nrs. 7/90 EG en 8/90 EG, namen de moedermaatschappijen van CIA doorgaans met succes deel aan andere inschrijvingen en is het contract in inschrijving nr. 8/90 EG bovendien toegewezen aan de vennootschap Palma, eigendom van een van de moedermaatschappijen van CIA.
37 In die omstandigheden is niet bewezen, dat de Commissie bij het geven van de bestreden beschikking van 18 oktober 1990 misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid.
38 CIA stelt voorts, dat de bestreden beschikking niet voldoet aan het motiveringsvereiste van artikel 190 EEG-Verdrag, aangezien de beschikking CIA noch het Hof in staat stelt, na te gaan, of de Commissie de grenzen van haar beoordelingsvrijheid in acht heeft genomen. De beschikking verklaart niet, waarom het gunnen van de betrokken contracten tot een verstoring van de markt kon leiden.
39 De Commissie geeft toe, dat de motivering van haar beschikking summier is, maar stelt, dat deze voldoet aan de vereisten van artikel 190 EEG-Verdrag. De bestreden beschikking geeft twee redenen: de "ontvangen offertes" en de "situatie op de wereldmarkt voor motorbrandstoffen". Uit deze elementen, gezien in de algehele context waarin de beschikking is gegeven, kon CIA als gespecialiseerde onderneming in de betrokken sector, duidelijk opmaken, waarom niet op de offertes voor inschrijving nr. 5/90 EG was ingegaan. Subsidiair voert de Commissie aan, dat de eventuele onvolledigheid van de motivering in casu geen schending van wezenlijke vormvoorschriften oplevert.
40 Dienaangaande moet allereerst worden opgemerkt, dat de bij artikel 190 EEG-Verdrag vereiste motivering volgens vaste rechtspraak van het Hof de redenering van de communautaire instantie duidelijk en ondubbelzinnig moet doen uitkomen ten einde de belanghebbenden in kennis te stellen van de redenen voor de genomen maatregel, zodat dezen hun rechten kunnen verdedigen en het Hof zijn toezicht kan uitoefenen. Voorts moet voor het motiveringsvereiste niet alleen acht worden geslagen op de tekst van de betrokken maatregel, maar ook op de context waarin zij is genomen, en op het geheel van rechtsregels die de betrokken materie beheersen.
41 Wat de tekst van de bestreden beschikking betreft, behoeft er slechts op te worden gewezen, dat de verwijzingen naar de "ontvangen offertes" en de "huidige situatie op de wereldmarkt voor motorbrandstoffen" zuiver feitelijke vaststellingen zijn, die op zichzelf niets zeggen, daar er altijd een situatie op de wereldmarkt voor motorbrandstoffen is, en het heel normaal is, dat de Commissie offertes ontvangt voor haar inschrijvingen.
42 Met betrekking tot de algemene context waarin de Commissie haar beschikking heeft gegeven, moet worden opgemerkt, dat verordening nr. 3877/88 de Commissie een ruime bevoegdheid verleent voor het beoordelen van ingewikkelde economische situaties, en dat deze bij de uitoefening van die bevoegdheid rekening moet houden met factoren die tot verstoring van de markt kunnen leiden. Wanneer de Commissie over een zo ruime bevoegdheid beschikt, moet zij niet alleen de factoren aangeven die op haar besluit van invloed zijn geweest, maar ook hoever die invloed ging (zie arrest van 21 november 1991, zaak C-269/90, Technische Universitaet Muenchen, Jurispr. 1991, blz. I-5469, r.o. 27).
43 In de tweede plaats had bijzondere openbare inschrijving nr. 5/90 EG, vergeleken met eerdere bijzondere openbare inschrijvingen, betrekking op zeer grote hoeveelheden alcohol, en voldeed de door CIA voor die inschrijving ingediende offerte aan alle door de Commissie gestelde voorwaarden. In die omstandigheden had CIA er een gewettigd belang bij, naar behoren te worden geïnformeerd over de gronden waarop de Commissie had besloten die offerte niet te aanvaarden.
44 Uit voorgaande overwegingen volgt, dat de motivering van de beschikking van de Commissie van 18 oktober 1990 houdende weigering om gevolg te geven aan bijzondere openbare inschrijving nr. 5/90 EG, niet voldoet aan de vereisten van artikel 190 EEG-Verdrag, zodat de beschikking moet worden nietigverklaard.
Het verzoek om schadevergoeding
45 Volgens CIA hebben de beschikking om geen gevolg te geven aan bijzondere openbare inschrijving nr. 5/90 EG, en de voorwaarden die de Commissie voor inschrijving nr. 7/90 EG heeft gesteld, tot gevolg gehad, dat zij voor lange tijd werd uitgesloten van toegang tot de markt voor uit interventie afkomstige alcohol voor gebruik in de sector motorbrandstoffen. De uit deze uitsluiting voortvloeiende schade moet worden vergoed, aangezien alle door het Hof voor niet-contractuele aansprakelijkheid van de Gemeenschap gestelde voorwaarden zijn vervuld.
46 Volgens vaste rechtspraak van het Hof zijn die voorwaarden, schade, een causaal verband tussen de gestelde schade en de gedraging van de instelling, en onrechtmatigheid van die gedraging. Nagegaan moet worden, of in casu aan die voorwaarden is voldaan, allereerst met betrekking tot de beschikking van 18 oktober 1990 om geen gevolg te geven aan de inschrijving en vervolgens met betrekking tot de door de Commissie in bijzondere openbare inschrijving nr. 7/90 EG gestelde zekerheidsvoorwaarden.
47 Wat de beschikking van 18 oktober 1990 betreft, zij eraan herinnerd, dat de onwettigheid waar het om gaat, enkel voortvloeit uit het niet-voldoen aan het motiveringsvereiste van artikel 190 EEG-Verdrag. Los van de vraag, of een dergelijke onwettigheid de aansprakelijkheid van de Gemeenschap kan meebrengen, bestaat er geen causaal verband tussen de schade die CIA stelt te hebben geleden, en het motiveringsgebrek. Indien dat gebrek niet had bestaan, zou de door CIA gestelde schade dezelfde zijn geweest.
48 Met betrekking tot de zekerheidsvoorwaarden voor inschrijving nr. 7/90 EG moet worden nagegaan, of de Commissie onwettig heeft gehandeld door deze voorwaarden te stellen.
49 Naar CIA stelt, betrof inschrijving nr. 7/90 EG dezelfde hoeveelheden alcohol als inschrijving nr. 5/90 EG. De ongeldigheid van de beschikking om geen gevolg te geven aan de offertes in inschrijving nr. 5/90 EG, zou daarom automatisch de ongeldigheid meebrengen van de beschikking om de daaraanvolgende inschrijving te organiseren. Voorts zijn de offertevoorwaarden voor inschrijving nr. 7/90 EG, met name de voorwaarde inzake de waarborg van 90 ECU per hectoliter, in strijd met verordening nr. 2568/90, in het bijzonder met de vijfde overweging van de considerans daarvan, waarin wordt gesteld dat het dienstig is een lagere zekerheid te stellen. Ten slotte staan de offertevoorwaarden voor inschrijving nr. 7/90 EG niet alleen niet in verhouding tot de voorwaarden voor eerdere inschrijvingen, in het bijzonder die voor inschrijving nr. 5/90 EG, maar zijn zij ook in strijd met artikel 40, lid 3, van verordening nr. 822/87 en artikel 1, lid 2, van verordening nr. 3877/88, aangezien zij in de praktijk kleine en middelgrote ondernemingen van de betrokken inschrijvingen uitsluiten.
50 De Commissie is daarentegen van mening, dat haar voorraad alcohol haar in staat stelde, haar verplichtingen uit inschrijving nr. 7/90 EG na te komen en de betrokken hoeveelheden alcohol te leveren, zelfs indien zij in geval van nietigverklaring van de beschikking inzake inschrijving nr. 5/90 EG verplicht zou zijn de in de latere inschrijving aangeboden hoeveelheden te verkopen. De nieuwe zekerheidsvoorwaarden waren eenvoudiger en zij hielden rekening met de door de Golfcrisis veroorzaakte instabiliteit van de markt. De Commissie ontkent, dat deze voorwaarden niet in verhouding stonden tot de beoogde doelen. De zekerheid van 90 ECU per hectoliter was niet veel hoger dan de in 1986 geëiste honoreringszekerheid van 80 ECU. Ten slotte was het voor ondernemingen als CIA beslist niet onmogelijk, aan de zekerheidsvoorwaarden te voldoen, aangezien deze onderneming wordt gecontroleerd door twee grote groepen, die regelmatig grote hoeveelheden alcohol distilleren.
51 Met betrekking tot de wettigheid van inschrijving nr. 7/90 EG moet allereerst worden opgemerkt, dat de vraag of de nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 18 oktober 1990 inzake inschrijving nr. 5/90 EG noodzakelijkerwijs de nietigheid van inschrijving nr. 7/90 EG meebrengt, enkel rijst indien de nietigheidsgrond erin bestond, dat de Commissie verplicht was de in inschrijving nr. 5/90 EG aangeboden partijen aan CIA toe te wijzen. De nietigverklaring van de beschikking berust evenwel enkel op een formeel gebrek, namelijk het ontbreken van een motivering die aan het vereiste van artikel 190 EEG-Verdrag voldoet.
52 Vervolgens moet worden onderzocht, of de zekerheidsvoorwaarden die de Commissie voor inschrijving nr. 7/90 EG heeft gesteld, wel in verhouding stonden tot de beoogde doelen, en niet in strijd waren met het beginsel van gelijke behandeling, zoals dat in artikel 40, lid 3, van verordening nr. 822/87 en artikel 1, lid 2, van verordening nr. 3877/88 is geformuleerd.
53 Dienaangaande mag niet uit het oog worden verloren, dat de Commissie moet voorkomen dat de afzet van alcohol uit wijnbouwprodukten de markten verstoort. De Commissie moet derhalve omzichtig te werk gaan en de inschrijvingen aldus organiseren, dat dergelijke verstoringen niet optreden. Het stellen van strikte zekerheidsvoorwaarden is dan ook doorgaans een aanwijzing, dat de Commissie haar taak naar behoren vervult.
54 Dergelijke zekerheidsvoorwaarden houden noodzakelijkerwijs in, dat ondernemingen die niet in staat zijn daaraan te voldoen, worden uitgesloten. Een dergelijke uitsluiting, die eigen is aan elke zekerheidsvoorwaarde, vormt geen schending van het beginsel van gelijke behandeling waarop verzoekster zich kan beroepen.
55 De zekerheid van 90 ECU per hectoliter, die in inschrijving nr. 7/90 EG voor alle te koop aangeboden alcohol werd geëist, vormde weliswaar een aanzienlijke financiële drempel voor deelneming, maar een onoverkomelijke hindernis was het niet. Bovendien stond het bedrag van 90 ECU per hectoliter niet buiten verhouding tot het bedrag van 80 ECU per hectoliter, dat voor de in 1986 gehouden inschrijvingen werd geëist, terwijl de mogelijkheid om voor alle te koop aangeboden partijen één enkele zekerheid te eisen, reeds in verordening nr. 2568/90 voorkwam.
56 Derhalve is niet aangetoond, dat de voor inschrijving nr. 7/90 EG gestelde zekerheidsvoorwaarden discriminerend of overdreven waren. De Commissie heeft dan ook niet onwettig gehandeld door deze inschrijving te organiseren en de aangeboden partijen alcohol te verkopen.
57 Het onderdeel van het beroep van CIA betreffende de vergoeding van de schade die deze stelt te hebben geleden, moet derhalve worden verworpen.
58 Uit al het voorafgaande volgt, dat de beschikking van de Commissie van 18 oktober 1990 betreffende de verkoop van alcohol bij bijzondere openbare inschrijving nr. 5/90 EG, moet worden nietigverklaard, en dat het beroep voor het overige moet worden verworpen.
Beslissing inzake de kostenKosten
59 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien de Commissie grotendeels in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.
DictumHET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende:
1) Verklaart nietig de beschikking van de Commissie van 18 oktober 1990 betreffende de verkoop van alcohol bij bijzondere openbare inschrijving nr. 5/90 EG.
2) Verwerpt het beroep voor het overige.
3) Verwijst de Commissie van de Europese Gemeenschappen in de kosten van het geding.
Top