Avis juridique important
80/1359/EEG: Beschikking van de Commissie van 30 december 1980 tot machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland om de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 384 van 31/12/1980 blz. 0042 - 0043
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 30 december 1980 tot machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland om de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek) (80/1359/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 70/457/EEG van de Raad van 29 september 1970 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 79/967/EEG van de Raad van 12 november 1979 (2), en met name op artikel 15, leden 2 en 3, en op lid 7,
Gezien het door de Bondsrepubliek Duitsland gedane verzoek,
Overwegende dat krachtens artikel 15, lid 1, van voornoemde richtlijn zaaizaad en pootgoed van rassen die in 1978 in ten minste één van de Lid-Staten officieel zijn toegelaten en die overigens voldoen aan de bepalingen van de richtlijn, na 31 december 1980 in de Gemeenschap aan geen enkele handelsbeperking ten aanzien van het ras meer zijn onderworpen;
Overwegende evenwel dat in artikel 15, lid 2, van voornoemde richtlijn is bepaald dat een Lid-Staat die daarom verzoekt, kan worden gemachtigd de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen te verbieden;
Overwegende dat de Bondsrepubliek Duitsland om een dergelijke machtiging heeft verzocht voor een aantal rassen van verschillende gewassen;
Overwegende dat de betrokken haver- en maïsrassen en, voor wat de cultuur- of gebruikswaarde betreft, het ras Kawerita (suikerbieten) in de Bondsrepubliek Duitsland niet aan een officieel onderzoek te velde zijn onderworpen met het oog op het Duitse verzoek;
Overwegende dat voor het genoemde suikerbietenras in de Bondsrepubliek Duitsland om officiële toelating is verzocht, voor zover het zaaizaad ervan bestemd is voor verkoop in een ander land (artikel 4, lid 2, sub b), van voornoemde richtlijn) ; dat zelfs de aanvrager derhalve niet heeft gesteld dat dit ras voor de Bondsrepubliek Duitsland voldoende cultuur- of gebruikswaarde bezit ; dat dit ras bijgevolg kan worden geacht in de Bondsrepubliek Duitsland op grond van het geheel van zijn hoedanigheden inzake cultuur- of gebruikswaarde niet de resultaten op te leveren die worden verkregen met een vergelijkbaar in dit land toegelaten ras (artikel 15, lid 3, sub c), eerste geval, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat de betrokken haverrassen van de wintervorm zijn ; dat de betrokken maïsrassen een FAO-rijpheidsklasse-index van meer dan 350 hebben ; dat algemeen bekend is dat de wintervormen van haver met een FAO-rijpheidsklasse-index van meer dan 350 nog niet geschikt zijn om in de Bondsrepubliek Duitsland te worden verbouwd voor alle gebruiksvormen (artikel 15, lid 3, sub c), tweede geval, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat derhalve in alle opzichten moet worden voldaan aan het verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende al deze rassen ; dat voorts rekening dient te worden gehouden met het feit dat het ras Kawerita in de Bondsrepubliek Duitsland officieel is toegelaten voor zover het zaaizaad ervan bestemd is voor verkoop in een ander land;
Overwegende dat voor de overige gevallen het verzoek momenteel door de Commissie grondig wordt onderzocht ; dat het onmogelijk is om binnen de in artikel 15, lid 1, van de richtlijn bedoelde termijn het onderzoek af te sluiten voor het ras Optimon (suiberbieten) en voor (1)PB nr. L 225 van 12.10.1970, blz. 1. (2)PB nr. L 293 van 20.11.1979, blz. 16. het hierna genoemde ras waarop Beschikking 80/447/EEG van de Commissie (1) betrekking heeft : Brio (aardappelen);
Overwegende dat het derhalve dienstig lijkt om voor de de Bondsrepubliek Duitsland de bovenbedoelde termijn met een adequate periode te verlengen om een volledig onderzoek van het verzoek voor deze rassen mogelijk te maken (artikel 15, lid 7, van bovengenoemde richtlijn);
Overwegende dat het Duitse verzoek op geen andere rassen betrekking heeft;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuinen bosbouw,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
1. De Bondsrepubliek Duitsland wordt gemachtigd om op haar hele grondgebied de handel te verbieden in zaaizaad van de volgende in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen van 1981 vermelde rassen:
I. Suikerbieten
Kawerita
II. Granen >PIC FILE= "T0013328">
2. Voor het ras Kawerita (suikerbieten) is de in lid 1 bedoelde machtiging slechts geldig voor zover het betrokken zaaizaad niet bestemd is voor verkoop in een ander land.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde machtiging zal worden ingetrokken zodra wordt geconstateerd dat de voorwaarden voor de verlening ervan niet meer zijn vervuld.
Artikel 3
De Bondsrepubliek Duitsland deelt de Commissie mede met ingang van welke datum en op welke wijze zij van de in artikel 1 bedoelde machtiging gebruik maakt. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis.
Artikel 4
Voor de onderstaande rassen wordt de in artikel 15, lid 1, van Richtlijn 70/457/EEG bedoelde termijn, die op 31 december 1980 afloopt, voor de Bondsrepubliek Duitsland verlengd tot en met 31 maart 1981.
I. Suikerbieten
Optimon
II. Aardappelen
Brio
Artikel 5
Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Gedaan te Brussel, 30 december 1980.
Voor de Commissie
Finn GUNDELACH
Vice-Voorzitter (1)PB nr. L 110 van 19.4.1980, blz. 25.
Top