Avis juridique important
80/1360/EEG: Beschikking van de Commissie van 30 december 1980 tot machtiging van de Franse Republiek om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
Publicatieblad Nr. L 384 van 31/12/1980 blz. 0044 - 0045
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 30 december 1980 tot machtiging van de Franse Republiek om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek) (80/1360/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 70/457/EEG van de Raad van 29 september 1970 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 79/967/EEG van de Raad van 12 november 1979 (2), en met name op artikel 15, leden 2, 3 en 7,
Gezien het door de Franse Republiek ingediende verzoek,
Overwegende dat krachtens artikel 15, lid 1, van voornoemde richtlijn zaaizaad en pootgoed van rassen die in de loop van 1978 in ten minste één van de Lid-Staten officieel zijn toegelaten en die overigens aan de in deze richtlijn gestelde voorwaarden voldoen, met ingang van 31 december 1980 in de Gemeenschap aan geen enkele handelsbeperking ten aanzien van het ras meer worden onderworpen;
Overwegende dat in artikel 15, lid 2, van voornoemde richtlijn evenwel is bepaald dat een Lid-Staat op zijn verzoek kan worden gemachtigd de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen te verbieden;
Overwegende dat de Franse Republiek voor een aantal rassen van verschillende gewassen om een dergelijke machtiging heeft verzocht;
Overwegende dat voor de betrokken maïsrassen in de Franse Republiek geen officieel onderzoek te velde heeft plaatsgevonden met het oog op het Franse verzoek;
Overwegende dat deze maïsrassen een FAO-rijpheidsklasse-index van meer dan 700 hebben ; dat algemeen bekend is dat de maïsrassen met een FAO-rijpheidsklasse-index van meer dan 700 momenteel nog niet geschikt zijn om in de Franse Republiek te worden verbouwd (artikel 15, lid 3, sub c), tweede geval, van de bovengenoemde richtlijn);
Overwegende dat voor het ras Lara (kropaar) in de Franse Republiek een officieel onderzoek te velde heeft plaatsgehad;
Overwegende dat de resultaten van dit onderzoek in de Franse Republiek tot de conclusie hebben geleid dat het betrokken ras er een geringere cultuur- of gebruikswaarde heeft dan andere vergelijkbare rassen die in de Franse Republiek zijn toegelaten;
Overwegende dat voor dit ras op grond van het dossier inzake de onderzoekresultaten kan worden geconstateerd dat het in de Franse Republiek, wat zijn resistentie tegen schadelijke organismen betreft, niet de resultaten oplevert die worden verkregen met een vergelijkbaar ras dat in het land is toegelaten (artikel 15, lid 3, sub c), eerste geval, van voornoemde richtlijn) hoewel zij dit in bepaalde omstandigheden met andere gunstige eigenschappen enigszins compenseren (artikel 5, lid 4, tweede zin, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat bijgevolg het verzoek van de Franse Republiek ten aanzien van al deze rassen moet worden ingewilligd;
Overwegende dat voor wat de overige gevallen betreft de aanvraag momenteel aan een grondig onderzoek door de Commissie wordt onderworpen;
Overwegende dat de Franse Republiek, om redenen die gedeeltelijk buiten haar wil liggen, nog niet heeft kunnen aantonen dat haar verzoek gegrond is voor de rassen Dovey (rietzwenkgras), Britta en Triton (rode klaver) en de volgende rassen waarop de Beschikkingen 79/94/EEG (3) en 80/127/EEG (4) van de Commissie (1)PB nr. L 225 van 12.10.1970, blz. 1. (2)PB nr. L 293 van 20.11.1979, blz. 16. (3)PB nr. L 22 van 31.1.1979, blz. 19. (4)PB nr. L 29 van 6.2.1980, blz. 33. betrekking hebben : Aled, Astra, Gollum, Grasslands, Pawera, Palna (rode klaver);
Overwegende dat het daarom wenselijk wordt geacht om voor de Franse Republiek de in artikel 15, lid 1, van de bovengenoemde richtlijn vastgestelde termijn zodanig te verlengen dat in dit land de noodzakelijke gegevens betreffende deze rassen kunnen worden verzameld (artikel 15, lid 7, van de bovengenoemde richtlijn);
Overwegende dat het Franse verzoek op geen andere rassen betrekking heeft;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuinen bosbouw,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De Franse Republiek wordt gemachtigd om op haar hele grondgebied de handel te verbieden in zaaizaad van de volgende in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen van 1980 vermelde rassen:
I. Voedergewassen
Dactylis glomerata L.
Lara
II. Granen
Zea mays L.
Colorado
Dekalb XL 73
Dekalb XL 78
Dekalb XL 79
Dekalb XL 85
Elettra
Gamma 640
H 73 41 45
H 74 41 78
Nike Korall U 386
Prolin.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde machtiging zal worden ingetrokken zodra wordt geconstateerd dat de voorwaarden voor de verlening ervan niet meer zijn vervuld.
Artikel 3
De Franse Republiek deelt de Commissie mede vanaf welke datum en op welke wijze zij van de in artikel 1 bedoelde machtiging gebruik maakt.
Artikel 4
Voor de onderstaande rassen wordt de in artikel 15, lid 1, van Richtlijn 70/457/EEG bedoelde termijn, die op 31 december 1980 afloopt, voor de Franse Republiek verlengd tot en met 31 maart 1981.
Voedergewassen 1. Festuca arundinacea Schreb.
Dovey
2. Trifolium pratense L.
Aled
Astra
Britta
Gollum
Grasslands Pawera
Palna
Triton.
Artikel 5
Deze beschikking is gericht tot de Franse Republiek.
Gedaan te Brussel, 30 december 1980.
Voor de Commissie
Finn GUNDELACH
Vice-Voorzitter
Top