Avis juridique important
BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN HET HOF VAN 19 AUGUSTUS 1988. - CO-FRUTTA SARL TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - VRIJWARINGSMAATREGELEN - MACHTIGING VOOR EEN LID-STAAT OM PRODUKTEN DIE ZICH IN ANDERE LID-STATEN IN HET VRIJE VERKEER BEVINDEN VAN DE COMMUNAUTAIRE BEHANDELING UIT TE SLUITEN. - ZAAK 191/88 R.
Jurisprudentie 1988 bladzijde 04551
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
++++
Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Voorlopige maatregelen - Voorwaarden - Ernstige en onherstelbare schade
( EEG-Verdrag, artikelen 185 en 186; Reglement voor de procesvoering, artikel 83, paragraaf 2 )
PartijenIn zaak 191/88 R,
Co-Frutta SARL, te Padua ( Italië ), vertegenwoordigd door W . Viscardini Donà, advocaat te Padua, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij E . Arendt, advocaat aldaar, 4, avenue Marie-Thérèse,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur M.-J . Jonczy en P . J . Kuyper, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, bâtiment Jean Monnet, Kirchberg,
verweerster,
betreffende, primair, een verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging van beschikking C(88 ) 1311 van de Commissie van 30 juni 1988 houdende machtiging van de Italiaanse Republiek om verse bananen van oorsprong uit bepaalde derde landen van de communautaire behandeling uit te sluiten,
geeft
de president van het Hof van Justitie
van de Europese Gemeenschappen
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 14 juli 1988, heeft de vennootschap Co-Frutta krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van beschikking C(88 ) 1311 van de Commissie van 30 juni 1988 waarbij de Italiaanse Republiek krachtens artikel 115 EEG-Verdrag werd gemachtigd verse bananen ( code GN ex 0803 00 10 ), van oorsprong uit bepaalde derde landen van de dollarzone en in een andere Lid-Staat in het vrije verkeer gebracht, van de communautaire behandeling uit te sluiten .
2 Bij op dezelfde dag ter griffie neergelegde akte heeft verzoekster krachtens de artikelen 185 en 186 EEG-Verdrag en artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering een verzoek in kort geding ingediend, strekkende tot verkrijging van, primair, opschorting van de tenuitvoerlegging van genoemde beschikking van de Commissie van 30 juni 1988, en subsidiair, een voorlopige maatregel inhoudende dat de bestreden beschikking geen beletsel vormt voor de afgifte van de door Co-Frutta op 1 juli 1988 aangevraagde uitvoervergunning voor 2 000 ton bananen van oorsprong uit Colombia en zich bevindend in het vrije verkeer in de Benelux .
3 Verweerster heeft op 5 augustus 1988 schriftelijke opmerkingen ingediend . Daar de schriftelijke memories van partijen de gegevens bevatten die voor een beslissing in kort geding noodzakelijk zijn, is het niet nodig gebleken partijen in hun mondelinge toelichtingen te horen .
4 Alvorens de gegrondheid van het verzoek in kort geding te onderzoeken, dienen in het kort de context van de zaak en de toepasselijke bepalingen in herinnering te worden gebracht .
5 Ingevolge verordening nr . 288/82 van de Raad van 5 februari 1982 inzake de gemeenschappelijke regeling voor de invoer ( PB 1982, L 35, blz . 1 ), gelden in de Gemeenschap nog nationale kwantitatieve beperkingen voor het in het verkeer brengen van bananen in Frankrijk, Griekenland, Italië en het Verenigd Koninkrijk .
6 In Italië is overeenkomstig artikel 37 EEG-Verdrag het staatsmonopolie op de bananenhandel per 1 januari 1965 afgeschaft; er zijn echter nog wel enkele kwantitatieve beperkingen voor de invoer van bananen blijven bestaan . Onder het thans vigerende stelsel zijn er enkel nog invoerbeperkingen voor bananen van oorsprong uit landen van de dollarzone .
7 Sedert 1985 heeft de Commissie op verzoek van de Italiaanse regering verscheidene beschikkingen vastgesteld waarbij Italië werd gemachtigd, bananen van oorsprong uit Colombia en andere, Centraalamerikaanse landen en in de Lid-Staten in het vrije verkeer gebracht, van de communautaire behandeling uit te sluiten . Die machtigingen gelden echter niet voor een gedeelte - thans 10% - van de globale invoercontingenten die door Italië zijn geopend voor bananen van oorsprong uit andere dan de ACS-staten en de landen en gebieden overzee . Die hoeveelheid wordt door de Italiaanse autoriteiten maandelijks verdeeld, waarbij ten minste 50% wordt toegewezen aan de importeurs van produkten die zich in het vrije verkeer bevinden .
8 Uit de bestreden beschikking blijkt voorts, dat iedere importeur slechts één invoervergunning per maand kan aanvragen en dat die aanvraag moet worden ingediend in de loop van de eerste vijf werkdagen van de betrokken maand . De aanvraag wordt ten slotte slechts in behandeling genomen indien de aangevraagde hoeveelheid niet groter is dan 20% van het in de betrokken maand te verdelen maandquotum en er een waarborg van 500 LIT/kg wordt gesteld .
9 Verzoekster, een cooeperatieve vereniging van een vijftiental handelaars/rijpers van bananen, stelt in haar beroep in de hoofdzaak, dat er steeds invoervergunningen voor een veel grotere hoeveelheid worden aangevraagd dan het beschikbare contingent toelaat, zodat de importeurs in de praktijk gedwongen zijn, de bananen nog op de dag van opening van het contingent ter inklaring aan te bieden, willen zij niet tot de ontdekking komen dat het contingent reeds door andere aanvragers is uitgeput . Iedere importeur zou de laatste tijd overigens slechts ongeveer 30 à 40% van de aangegeven hoeveelheden hebben kunnen inklaren .
10 Verzoekster wijst er voorts op, dat als gevolg van averij aan boord van twee schepen de bananen die zij in Colombia had gekocht, haar pas waren geleverd nadat de contingenten voor rechtstreekse invoer voor juni en juli 1988 waren uitgeput . Om haar leden te kunnen bevoorraden, had verzoekster daarom op 1 juli 1988 een vergunning aangevraagd voor de invoer in Italië van 2 000 ton bananen uit Colombia, die zich in de Benelux in het vrije verkeer bevonden .
11 De bevoegde Italiaanse autoriteiten zouden die vergunning hebben geweigerd met een beroep op de door de Commissie op 30 juni 1988 krachtens artikel 115 EEG-Verdrag vastgestelde beschikking . Volgens de Commissie hebben de Italiaanse autoriteiten verzoekster wel een vergunning gegeven, doch slechts voor 161 ton bananen van oorsprong uit de dollarzone, die zich in andere Lid-Staten in het vrije verkeer bevonden .
12 Volgens artikel 185 EEG-Verdrag heeft een bij het Hof van Justitie ingesteld beroep geen schorsende werking . Het Hof kan echter, indien het van oordeel is dat de omstandigheden zulks vereisen, opschorting van de uitvoering van de bestreden handeling gelasten .
13 Willen voorlopige maatregelen als die waarom is gevraagd, mogelijk zijn, dan dient volgens artikel 83, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering het verzoek in kort geding de omstandigheden te vermelden waaruit blijkt van de spoedeisendheid, alsmede de middelen, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan de voorlopige maatregel waartoe wordt geconcludeerd, aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt .
14 Het is vaste rechtspraak van het Hof, dat de door artikel 83, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering verlangde spoedeisendheid van het verzoek in kort geding moet worden getoetst aan de vraag of een voorlopige beslissing noodzakelijk is ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade voor de partij die om de voorlopige maatregel verzoekt .
15 Tot staving van de spoedeisendheid van haar verzoek in kort geding voert verzoekster aan, dat het voor haar volstrekt noodzakelijk is zich te kunnen bevoorraden, nu zij door averij aan boord van haar schepen tot tweemaal toe de mogelijkheid heeft gemist om bananen rechtstreeks uit derde landen in te voeren .
16 Die bevoorrading zou volstrekt noodzakelijk zijn om de bij de cooeperatieve vereniging Co-Frutta aangesloten rijpers in staat te stellen de exploitatie van hun koelinstallaties voort te zetten en de werkgelegenheid van hun personeel te verzekeren . Zonder die bevoorrading zouden de ondernemingen gevaar lopen definitief te moeten sluiten .
17 Van haar kant merkt de Commissie op dat, blijkens het feitenrelaas van verzoekster zelf in haar verzoekschrift in de hoofdzaak, de verliezen die zij stelt te hebben geleden, in de eerste plaats het gevolg zijn van de late aankomst van haar twee schepen . Het zou derhalve niet de bestreden beschikking zijn die verzoeksters schade heeft veroorzaakt of eraan heeft bijgedragen . Eerst toen zij haar verliezen trachtte goed te maken door een partij bananen te importeren die zich in andere Lid-Staten reeds in het vrije verkeer bevond, zou verzoekster gestuit zijn op de in de bestreden beschikking overgenomen voorwaarde, dat een vergunningaanvraag geen betrekking mag hebben op een hoeveelheid van meer dan 20% van het maandquotum .
18 De Commissie voegt daaraan toe, dat verzoekster het feit dat zij slechts over een klein gedeelte van het invoercontingent beschikte, in het verleden nooit als een onherstelbare schade had beschouwd, ofschoon de voorwaarden die haar beletten bananen in het vrije verkeer in te voeren, al sinds 1985 in de desbetreffende beschikkingen van de Commissie voorkomen . De gestelde spoedeisendheid zou derhalve een uitvloeisel zijn van de normale risico' s van de internationale handel .
19 Uit de considerans van de bestreden beschikking blijkt duidelijk, dat het wezenlijke doel hiervan is, te voorkomen dat door ongelimiteerde invoer van in de andere Lid-Staten in het vrije verkeer gebrachte bananen van oorsprong uit de landen van de dollarzone, de traditionele voordelen die de ACS-staten en met name Somalië op de Italiaanse markt genieten, in gevaar worden gebracht . De in artikel 1 van de beschikking vermelde voorwaarden zijn ingevoerd en gehandhaafd om een betere bevoorrading van importeurs van zich in het vrije verkeer bevindende bananen te verzekeren, met het doel deze tak van handel voor nieuwe kleine ondernemingen open te stellen .
20 In het licht van het voorgaande moet worden vastgesteld, dat verzoekster niet heeft aangetoond dat de verliezen die zij in juni en juli zou hebben geleden, door de bestreden beschikking zijn veroorzaakt of verergerd .
21 Verder heeft verzoekster geen objectieve gegevens aangevoerd met betrekking tot de recente ontwikkeling van de Italiaanse bananenmarkt, de omvang van de voorraden bij de rijpers of ook hun financiële situatie, die erop zouden wijzen dat zij in de toekomst voor nieuwe verliezen kan komen te staan, of waaruit blijkt dat de schade welke het gevolg is van de vaststelling of de toepassing van de beschikking van de Commissie, onherstelbaar is .
22 Hieruit volgt, dat verzoekster niet heeft aangetoond dat zij door de vaststelling of de toepassing van beschikking C(88 ) 1311 van de Commissie van 30 juni 1988 ernstige en onherstelbare schade lijdt . Zij heeft derhalve niets aangevoerd waaruit blijkt van het spoedeisend karakter van het verzoek en wat voorshands de opschorting van de tenuitvoerlegging van die beschikking zou rechtvaardigen .
23 Voor het overige kan serieus worden betwijfeld, of het beroep in de hoofdzaak wel ontvankelijk is uit hoofde van artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag . Volgens artikel 4 van de beschikking is deze immers gericht tot de Italiaanse Republiek en op het eerste gezicht bevat het dossier niets waaruit valt af te leiden dat verzoekster, op grond van bijzondere kenmerken of omstandigheden die uitsluitend haar betreffen en haar van ieder ander onderscheiden, rechtstreeks en individueel door die beschikking wordt geraakt .
24 Wat ten slotte het subsidiaire verzoek betreft, dat gedaan is voor het geval de tenuitvoerlegging van de beschikking niet zou worden opgeschort, kan worden volstaan met de vaststelling, dat de gevraagde maatregel in het beheer van de handelspolitiek van de Gemeenschap zou ingrijpen op een wijze die ver buiten de bevoegdheid van de rechter in kort geding ligt .
DictumDe president van het Hof
rechtdoende bij voorraad,
beschikt :
1 ) Het verzoek in kort geding wordt afgewezen .
2 ) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden .
Luxemburg, 19 augustus 1988 .
Top